De kleurenvanger door Peter Verhelst

Beoordeling 4.1
Foto van een scholier
Boekcover De kleurenvanger
Shadow
  • Boekverslag door een scholier
  • Klas onbekend | 1183 woorden
  • 10 maart 2001
  • 65 keer beoordeeld
Cijfer 4.1
65 keer beoordeeld

Boek
Auteur
Genre
Taal
Nederlands
Vak
Eerste uitgave
1996
Pagina's
298
Oorspronkelijke taal
Nederlands

Boekcover De kleurenvanger
Shadow
De kleurenvanger door Peter Verhelst
Shadow

Commentaar op recensie
Ik heb het boek ‘De kleurenvanger’ van Peter Verhelst gelezen. Het boek is me zeer goed bevallen.

De kleurenvanger staat ver van de realistische, eenduidige romans. De personages zijn, in tegendeel wat John Vervoort zegt, deels herkenbaar. Daarmee wil ik zeker niet bedoelen dat hun levenswijze deels herkenbaar is, integendeel, de drie hoofdpersonages houden er een aparte levenswijze op na. Bijvoorbeeld de jongeman die heel Europa rondtrekt, maar op zoek naar wat? Hij heeft niet eens een doel voor ogen. Of het meisje dat opeens verandert in een geslachtsloze meermin. Of de kleurenvanger die op zoek is naar de laatste kleur om z’n bijenkorf te vervolledigen. Hun levenswijze staat in functie van hun doel (behalve dan bij de jongen omdat hij geen doel voor ogen heeft). Ondanks dat zijn de personages wel herkenbaar in hun gedachtegang. Misschien komt het doordat één van de hoofdthema’s van het boek de liefde is. Een voorbeeld uit het boek: ‘Van de eerste minuut af dat ik hem kende, was me zijn geur opgevallen, een geur die ik niet kon verbinden met fruit of bloemen, ondanks de zoete ondertoon ervan. Ik heb er vaak over nagedacht. Ik denk dat ik zijn verlangen rook.’ (p.27). Als je verliefd bent op iemand ga je ook zo redeneren, je verheerlijkt de ander als het ware. In die zin zijn hun gedachten en gevoelens vergelijkbaar met die van ons.

De lezer moet, volgens Vervoort, voor een groot deel zijn eigen fantasie laten lopen in de overdaad van surrealistische verhalen, droombeelden, mythische en mystieke verwijzingen. Daar ben ik het volledig mee eens. Je moet tijdens het lezen die droomwereld proberen voor te stellen, anders is het moeilijk om sommige passages te begrijpen.

John Vervoort zegt bovendien dat je moet oppassen met deze roman omdat je overwelmd wordt door een woordstroom van verrassende beelden die niet noodzakelijk vragen om een interpretatie. Daar ga ik niet akkoord mee omdat ik ondervonden heb dat je het boek niet kan begrijpen als je niet zoekt achter een interpretatie, het waarom van sommige beelden. B.v. in het boek staat er: ‘Als ik alle kleuren rondzwengel, zie ik God’ Dit heeft een interpretatie nodig. Hier volgt hij: * Wat krijg je als je alle kleuren ronddraait? (Zie fysica, derde middelbaar, optica) Juist: wit. * Wit is toevallig ook de kleur van God. * Dus: als je alle kleuren van de bijenkorf ronddraait zie je God. Peter Verhelst gebruikt in deze roman wel duizenden zulke beelden. Hoed je dus voor deze dubbelzinnige symboliek en thematiek.

In de andere recensie zegt Jef Ecto dat de drie hoofdfiguren de gebeurtenissen belichten vanuit een wisselend perspectief, wat volgens mij noodzakelijk is om de zaken wat te ordenen, waardoor oorspronkelijk duistere verbanden door een tweede versie duidelijk worden. B.v. de adelaar die, zoals in de mythe van Prometheus, elke dag de borst en het hart openpikt van een meisje die te veel liefde heeft. Later in het verhaal komen we het verleden van die adelaar te weten. Wat blijkt dat die vogel een getransformeerde jongen is. Door die bijkomende verhalen kunnen we sommige gebeurtenissen linken aan elkaar waardoor er veel duidelijk wordt en komen we heel wat meer te weten over de personages en hun leefwereld.

Door die creatieve integratie van sprookjes en mythen worden de tijdloosheid en het hallucinante surrealisme verhoogd. Ecto zegt tevens dat de geloofwaardigheid de laatste zorg van de auteur schijnt te zijn. Ik interpreteer het verhaal echter anders. Verhelst staat bekend om de mythische verhalen en sprookjes die verwerkt zijn in z’n romans. Hoewel hij dat veel gebruikt, probeert hij toch geloofwaardigheid bij de lezer op te wekken door aspecten van die verhalen eerder op te nemen in de verhaallijn. B.v. op p.9 lezen we: ‘Toen ik mijn eerste graf schond, was ik zeventien jaar oud. Het was hartje zomer. Ik legde mijn wang tegen de warme brokstukken en keek omhoog in de heldere nacht, waar iemand, hoog boven me, zat te lezen in een boek. De bladzijden ervan blonken als zwart glas en waren bestrooid met diamanten.’ Toen ik nog maar net begonnen was met lezen had ik geen idee waarom de jongen dat dacht, maar toen ik verder gevorderd was in het boek las ik opeens (p.260 e.v.) het verhaal over een jongetje dat de reus Atlas wil redden door de betovering te verbreken. De reus werd immers versteend omdat Perseus hem het afgehakte hoofd van Medusa (wiens ogen iemand veranderen in steen) toonde. Die betovering kon alleen maar verbroken worden door liefde. Atlas was verliefd op een reuzin maar door een beet van de slang was hij van z’n verliefdheid af waardoor de reuzin nu alleen achterbleef. De jongen vond de reuzin aan de voet van de berg. Op slag werden ze verliefd op elkaar en ze leefden nog lang en gelukkig. Voor elk kindje dat ze kregen naaide een vogel een diamant aan het zwarte laken in de lucht. Ze verbinden de diamanten aan elkaar om zo letters te vormen. Dit vormde dan een boek uit zwart glas volgekrabbeld met verhalen die ze elke avond aan elkaar voorlazen.

Een ander heel belangrijk aspect (naast de inhoud) is de sfeer van het boek. Ecto: ‘de personages zijn als het ware door lichamelijkheid en zintuiglijkheid geobsedeerd. Tegelijkertijd willen ze hun lichamelijkheid overstijgen: ze slapen rechtop als een boom, ze zijn gefascineerd door geslachtsloosheid b.v. seks die hier zo wordt voorgesteld. Deze vreemde sfeer wordt zeker nog geaccentueerd door de originele schrijfstijl. Ook parodieën op de Bijbel en ironie zoals: ‘Ik betaalde de man met een mes. Tussen zijn ribben. Hij was een zondaar. Ik ben er niet trots op. Trots is een hoofdzonde.’ geven de roman een extra bijklank.’ Op dat vlak ben ik het volledig met hem eens omdat dat een meerwaarde geeft aan het verhaal. Dat maakt juist het lezen plezant.

Ook zegt Ecto: ‘wel is het mogelijk dat je niet 300 bladzijden lang geboeid blijft door een boek waarin het verhaal veeleer bijkomstig is.’ Ik vind dat hij het recht niet heeft dat te zeggen want dit boek heeft mij 300 bladzijden lang geboeid. Ik was overwelmd door de bijzonder mooie schrijfstijl en door de prachtige beelden die Verhelst gebruikt. Voor mijn part mocht het boek zelfs nog langer geweest zijn want ik voelde een gemis wanneer ik ’s avonds niet meer m’n dagelijkse portie ‘De kleurenvanger’ had om in te lezen. Het einde was zeker ook spannend. Qua spanning over het geheel van het verhaal was ‘Tongkat’ beter, maar de eindsequens in ‘De kleurenvanger’ was spannender dan ik ooit kon denken.

Overigens vond ik niet dat het verhaal bijkomstig was. Ik vond eerder dat het verhaal primeerde boven de stijl dan omgekeerd. Het verhaal heeft me blijven boeien en ik hoop dat het ook anderen zal boeien. Kortom: een aanrader. Zeker even goed als ‘Tongkat’!

Bibliografie

VERHELST, PETER, De kleurenvanger. Vijfde druk, Amsterdam, Prometheus, 1996, 300 blz.

VERVOORT, J., Op jacht naar de laatste kleur. Het nieuwsblad, 26-27 oktober 1996, blz. ?.

ECTO, J., De hallucinante schildering van vegetatief genieten. Gewikt en gewogen, jrg. ?, nr. 5, blz. 119-121.v

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.