1. Zakelijke gegevens

Frederik van Eeden: De Kleine Johannes, Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam 1983 (eerste druk 1887)

  1. Eerste Reactie

Erg schattig en het gevoel van en sprookje.

  1. Analyse
  2. Titel, ondertitel en motto
    Johannes is de hoofdpersoon. Kan ook slaan op de Johannes-evangelie, omdat ze hetzelfde doel hebben (als Johannes) à een betere mensenwereld zoeken. “Kleine” kan slaan op het feit dat hij een kleine jongen is of op het feit dat Windekind hem klein gemaakt heeft.
  3. Genre
    Psychologische roman à je komt alles te weten over Johannes, hij groeit letterlijk op terwijl je leest, gaat diep in op hem
  4. Opbouw (proloog/epiloog?)
    De verhaallijn bestaat uit 4 fases: 1. De ongerepte, kinderlijke staat (Windekind), de puberteit, zinnelijkheid wordt ontwikkeld (Robinetta), de overgang naar adolescentie, ratio wordt het gevoel de baas (Cijfer en Pluizer) en de terugkeer naar het menselijke leven (De Ongenoemde). Geleidelijk verloop. Veel dialogen en weinig beschrijvingen van de personen zelf. Geen flashbacks en een gesloten einde. Geen proloog of epiloog.
  5. Stijl en vertelwijze (beschrijf de schrijfstijl, iets opvallends aan lay-out of spelling)?
    Taalgebruik uit de vorige eeuw, oude taalstijl dus gehanteerd. Maar wel goed te doen, ook vrij aandoenlijk, hij schrijft Johannes echt alsof hij verwonderd is.
  6. Personages (karakteriseer belangrijkste personen, typen, vlak of rond)
    Johannes:rond karakter, fantasierijk en liefde voor de natuur, stelt veel vragen over de zin van het leven. De andere karakters staan voor een element uit het leven, belangrijke invloed op Johannes à door hen komt hij meer te weten over het menselijk bestaan (besef van dood, seksualiteit, verantwoordelijkheid en het geweten).
    Windekind: symbool voor de kindertijd. Het is een elf en leert Johannes alles over de natuur en de planten- en dierentaal. Johannes raakt hierdoor vervreemd van de mensen à Windekind vindt mensen dom en milieuvervuilend, daarom probeert hij Johannes te overtuigen in flora en fauna te gaan leven.
    Robinetta: vormt de puberteit, waar seksualiteit een rol gaat spelen. Ze is lang samen met Johannes, maar als hij begint over de zoektocht naar waarheid en ideeën over God komt er snel een einde aan hun band. Johannes wordt verliefd op haar.
    Wistik: het streven naar kennis. Hij zoekt samen met Johannes antwoorden op de vragen over het leven, geluk en dood. Antwoorden staan in het ‘ware boekjeZe vinden dit boekje nooit (antwoorden zijn niet te vinden op deze vragen?) en komen dus niet achter de levensvragen. Wistik krijgt het voor elkaar Windekind weg te houden bij Johannes.
    Pluizer en dr. Cijfer: zij staan voor adolecentie, gevoel maakt plaats voor het rationaal denken. Pluizer ontkent alles van bovenmenselijk is, is minachtend voor gevoelens en vindt het leven zinloos. Pluizer leert Johannes alles van de zin van het bestaan en de dood. Dr. Cijfer is systematische onderzoeker en probeert alles uit te drukken in formules. Johannes werkt en leert bij hem.
    Hein: symboliseert de dood, laat zien wat er met de mens gebeurt na diens dood. Pluizer brengt Johannes in contact met hem. Eerst is Johannes bang voor hem, maar later wil hij dat hij hem meeneemt om Windekind terug te vinden.
    De Ongenoemde: hij is een goddelijk wezen in zijn meest zuivere vorm, zonder alle tierelantijnen die de mensen eromheen hebben gemaakt. Hij leidt Johannes terug naar de mensen àwaarschijnlijk is hij God
  7. Plaats en ruimte(bepaalde functie?)
    Er zijn tegenstellingen van de ruimten: de natuur tegenover de stad. Huis van Johannes staatin Haarlem bij de zee en in de duinen en bossen, hier is hij gelukkig (ook de tochten met Windekind zijn hier). Met Pluizer in de stad is hij ongelukkig, het stinkt, is groot, armoedig, druk en vol ziektes. Kiest uiteindelijk toch voorde stad.
  8. Tijd (historische tijd, tijdsduur (versnellingen/vertragingen?), tijdsvolgorde (chronologie)
    Het speelt zich af in de 19eeeuw. De vertelde tijd is ongeveer 15 tot 20 jaar, vanaf zijn 4e tot in de 20 (21-25 zoiets), dus van kindertijd tot volwassene. De gebeurtenissen zijn in chronologische volgorde.
  9. Perspectief
    Auctoriale (alleswetende) verteller à hij beschrijft in de verleden tijd de gevoelens van Johannes heel nauwkeurig
  10. Onderwerp, thema (korte samenvat. van de hoofdgedachte), motieven, verband tussen titel en thema?
    Thema: de(geestelijke) ontwikkeling van kind tot volwasseneà worsteling met de levensraadselen staat centraal.
    Motieven:tegenstelling natuur en stad (Windekind); puberteit en verliefdheid (Robinetta); wetenschap (Pluizer en Dr. Cijfer); keuzes moeten maken (Johannes moet steeds kiezen tussen Windekind en Wistik/het leven als mens, tussen Wistik en Robinetta, tussen Pluizer en zijn vader, tussen zijn fantasie en de werkelijkheid); kritiek op de mensenmaatschappij.
  11. Plaats in de literatuurgeschiedenis
  1. Welke biografische gegevens v/d auteur zijn belangrijk v/h werk?
    Hij is geboren in Haarlem. De kleine Johannes is waarschijnlijk op eigen jeugd gebaseerd. Was zelf psychiater, dus hij weet veel over het menselijk brein en de ontwikkeling.
  2. In hoeverre is dit werk typerend? (stijl, thematiek, motieven, etc.)
    Van Eeden is veel verschillende richtingen op gegaan. Maar er zit vaak iets spiritueels in en een psychologisch aspect.
  3. Wat weet je v/d tijd en de stroming waarin het werk is geschreven?
    Het behoort tot de Tachtigers (realisme en naturalisme, alles staat vooraf vast etc.). En bij Romantiek (ontspannen aan de werkelijkheid, sprookje en bovennatuurlijk).
  4. In hoeverre is het werk typerend voor die tijd en stroming?

Erg schattig en het gevoel van en sprookje.

  1. Analyse
  2. Titel, ondertitel en motto
    Johannes is de hoofdpersoon. Kan ook slaan op de Johannes-evangelie, omdat ze hetzelfde doel hebben (als Johannes) à een betere mensenwereld zoeken. “Kleine” kan slaan op het feit dat hij een kleine jongen is of op het feit dat Windekind hem klein gemaakt heeft.
  3. Genre
    Psychologische roman à je komt alles te weten over Johannes, hij groeit letterlijk op terwijl je leest, gaat diep in op hem
  4. Opbouw (proloog/epiloog?)
    De verhaallijn bestaat uit 4 fases: 1. De ongerepte, kinderlijke staat (Windekind), de puberteit, zinnelijkheid wordt ontwikkeld (Robinetta), de overgang naar adolescentie, ratio wordt het gevoel de baas (Cijfer en Pluizer) en de terugkeer naar het menselijke leven (De Ongenoemde). Geleidelijk verloop. Veel dialogen en weinig beschrijvingen van de personen zelf. Geen flashbacks en een gesloten einde. Geen proloog of epiloog.
  5. Stijl en vertelwijze (beschrijf de schrijfstijl, iets opvallends aan lay-out of spelling)?
    Taalgebruik uit de vorige eeuw, oude taalstijl dus gehanteerd. Maar wel goed te doen, ook vrij aandoenlijk, hij schrijft Johannes echt alsof hij verwonderd is.
  6. Personages (karakteriseer belangrijkste personen, typen, vlak of rond)
    Johannes:rond karakter, fantasierijk en liefde voor de natuur, stelt veel vragen over de zin van het leven. De andere karakters staan voor een element uit het leven, belangrijke invloed op Johannes à door hen komt hij meer te weten over het menselijk bestaan (besef van dood, seksualiteit, verantwoordelijkheid en het geweten).
    Windekind: symbool voor de kindertijd. Het is een elf en leert Johannes alles over de natuur en de planten- en dierentaal. Johannes raakt hierdoor vervreemd van de mensen à Windekind vindt mensen dom en milieuvervuilend, daarom probeert hij Johannes te overtuigen in flora en fauna te gaan leven.
    Robinetta: vormt de puberteit, waar seksualiteit een rol gaat spelen. Ze is lang samen met Johannes, maar als hij begint over de zoektocht naar waarheid en ideeën over God komt er snel een einde aan hun band. Johannes wordt verliefd op haar.
    Wistik: het streven naar kennis. Hij zoekt samen met Johannes antwoorden op de vragen over het leven, geluk en dood. Antwoorden staan in het ‘ware boekjeZe vinden dit boekje nooit (antwoorden zijn niet te vinden op deze vragen?) en komen dus niet achter de levensvragen. Wistik krijgt het voor elkaar Windekind weg te houden bij Johannes.
    Pluizer en dr. Cijfer: zij staan voor adolecentie, gevoel maakt plaats voor het rationaal denken. Pluizer ontkent alles van bovenmenselijk is, is minachtend voor gevoelens en vindt het leven zinloos. Pluizer leert Johannes alles van de zin van het bestaan en de dood. Dr. Cijfer is systematische onderzoeker en probeert alles uit te drukken in formules. Johannes werkt en leert bij hem.
    Hein: symboliseert de dood, laat zien wat er met de mens gebeurt na diens dood. Pluizer brengt Johannes in contact met hem. Eerst is Johannes bang voor hem, maar later wil hij dat hij hem meeneemt om Windekind terug te vinden.
    De Ongenoemde: hij is een goddelijk wezen in zijn meest zuivere vorm, zonder alle tierelantijnen die de mensen eromheen hebben gemaakt. Hij leidt Johannes terug naar de mensen àwaarschijnlijk is hij God
  7. Plaats en ruimte(bepaalde functie?)
    Er zijn tegenstellingen van de ruimten: de natuur tegenover de stad. Huis van Johannes staatin Haarlem bij de zee en in de duinen en bossen, hier is hij gelukkig (ook de tochten met Windekind zijn hier). Met Pluizer in de stad is hij ongelukkig, het stinkt, is groot, armoedig, druk en vol ziektes. Kiest uiteindelijk toch voorde stad.
  8. Tijd (historische tijd, tijdsduur (versnellingen/vertragingen?), tijdsvolgorde (chronologie)
    Het speelt zich af in de 19eeeuw. De vertelde tijd is ongeveer 15 tot 20 jaar, vanaf zijn 4e tot in de 20 (21-25 zoiets), dus van kindertijd tot volwassene. De gebeurtenissen zijn in chronologische volgorde.
  9. Perspectief
    Auctoriale (alleswetende) verteller à hij beschrijft in de verleden tijd de gevoelens van Johannes heel nauwkeurig
  10. Onderwerp, thema (korte samenvat. van de hoofdgedachte), motieven, verband tussen titel en thema?
    Thema: de(geestelijke) ontwikkeling van kind tot volwasseneà worsteling met de levensraadselen staat centraal.
    Motieven:tegenstelling natuur en stad (Windekind); puberteit en verliefdheid (Robinetta); wetenschap (Pluizer en Dr. Cijfer); keuzes moeten maken (Johannes moet steeds kiezen tussen Windekind en Wistik/het leven als mens, tussen Wistik en Robinetta, tussen Pluizer en zijn vader, tussen zijn fantasie en de werkelijkheid); kritiek op de mensenmaatschappij.
  11. Plaats in de literatuurgeschiedenis
  1. Welke biografische gegevens v/d auteur zijn belangrijk v/h werk?
    Hij is geboren in Haarlem. De kleine Johannes is waarschijnlijk op eigen jeugd gebaseerd. Was zelf psychiater, dus hij weet veel over het menselijk brein en de ontwikkeling.
  2. In hoeverre is dit werk typerend? (stijl, thematiek, motieven, etc.)
    Van Eeden is veel verschillende richtingen op gegaan. Maar er zit vaak iets spiritueels in en een psychologisch aspect.
  3. Wat weet je v/d tijd en de stroming waarin het werk is geschreven?
    Het behoort tot de Tachtigers (realisme en naturalisme, alles staat vooraf vast etc.). En bij Romantiek (ontspannen aan de werkelijkheid, sprookje en bovennatuurlijk).
  4. In hoeverre is het werk typerend voor die tijd en stroming?

Hierboven al beantwoord

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.