De kleine Johannes door Frederik van Eeden

Beoordeling 6.1
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 6e klas vwo | 2726 woorden
  • 14 augustus 2006
  • 32 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.1
  • 32 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1887
Pagina's
160
Geschikt voor
bovenbouw havo/vwo
Punten
2 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's

Boekcover De kleine Johannes
Shadow

Ik zal je iets van de kleine Johannes vertellen. Het heeft veel van een sprookje, mijn verhaal, maar het is toch allemaal echt gebeurd. De kleine Johannes is een uniek hoogtepunt in de Nederlandse literatuur. Vertaald in tientallen talen, onderwerp van talloze studies en boekverslagen van scholieren heeft het zichzelf bewezen als een klassiek werk dat met het verstrij…

Ik zal je iets van de kleine Johannes vertellen. Het heeft veel van een sprookje, mijn verhaal, maar het is toch allemaal echt gebeurd. De kleine Johannes is een uniek hoogtepunt i…

Ik zal je iets van de kleine Johannes vertellen. Het heeft veel van een sprookje, mijn verhaal, maar het is toch allemaal echt gebeurd. De kleine Johannes is een uniek hoogtepunt in de Nederlandse literatuur. Vertaald in tientallen talen, onderwerp van talloze studies en boekverslagen van scholieren heeft het zichzelf bewezen als een klassiek werk dat met het verstrijken van de tijd zijn glans heeft behouden. Deze hertaling heeft de hindernissen die opgeworpen werden door het negentiende-eeuwse taalgebruik opgeheven. In sprankelende taal worden de ontwikkelingsfasen van de kleine Johannes verbeeld door personages die de natuur, de liefde, het geluk, de kennis, het spirituele en de vluchtigheid van het leven vertegenwoordigen. De herkenbaarheid en de diepte van dit klank- en kleurrijke sprookje is in al haar eenvoud zo schitterend dat het blijft fascineren.

De kleine Johannes door Frederik van Eeden
Shadow
ADVERTENTIE
Studententijd zomerspecial

Heb jij de Zomerspecial van Studententijd de podcast al geluisterd? Joes, Steie, Dienke en Pleun nemen je mee in hun zomer vol festivals, vakanties en liefde. En kijken ook alvast vooruit naar de introductietijd van het nieuwe collegejaar. Luister lekker mee vanaf je strandbedje, de camping of onderweg. 

Luister nu!
Titel: De kleine Johannes
Auteur: Frederik van Eeden
Plaats van uitgave: Amsterdam
Jaar van uitgave: 2003
Druk: Negende druk
Jaar van eerste druk: 1887

Motivatie:
Een klasgenoot raadde mij het boek aan. Ik had eerst een ander boek uitgezocht. Mijn eerste keuze was namelijk Vijftig van Marcellus Emants. Maar na een paar bladzijdes gelezen te hebben, kwam ik er achter dat het boek me niet aan sprak. Ik moest dus een ander boek zoeken en dit boek stond ook op de boeklijst. Daarom volgde ik het advies op.

Samenvatting:
Als Johannes op een zomeravond in een bootje op het meer vaart, verschijnt er een libelle, Windekind. Windekind wil vrienden worden met Johannes en samen gaan ze op reis. Ze gaan naar een feest. Daar ontmoeten ze Oberon, de elfenkoning. Oberon geeft Johannes een kleine gouden sleutel, dat op een gouden kistje vol met kostbaarheden zou passen. Ook gaan ze naar Wistik, de wijste en oudste der kabouters. Hij leest verhalen voor uit heilige boeken over allerlei dieren. Wistik vertelt Johannes dat hij op zoek is naar het heilige boek der mensen. Johannes besluit om hem te helpen met het zoeken. Het wordt winter en Windekind verdwijnt.

Windekind is al een tijdje weg, wanneer Johannes Robinetta tegen komt. Johannes wordt verliefd op haar. Robinetta lijkt namelijk veel op Windekind, van wie Johannes al een tijdje niks van heeft gehoord. Robinetta heeft een roodborstje als huisdier, die toevallig informatie heeft over de plaats waar je het boek kunt vinden. Wanneer Johannes het vraagt, antwoord deze: Hier niet! Robinetta geeft hem de bijbel als het boek der mensen. Johannes wijst de bijbel af. Nu mag Robinetta van haar vader niet meer met hem omgaan. Nu is hij na Windekind ook Robinetta kwijt.
Pluizer vindt hem in een droevige stemming. Pluizer is een vleermuis, en hij zegt dat alles wat Johannes heeft gezien bedrog is, dat hij alles heeft gedroomd . Alleen hijzelf bestaat met nog een paar anderen. Zoals Hein, oftewel de Dood, die een goede vriend van Pluizer is, en Dr. Cijfer,een oud-leerling van Pluizer. Hein helpt Johannes met zijn zoektocht en geeft hem goede raad. Samen gaan ze Dr. Cijfer toe, een wetenschapper. Onderweg komen ze Maria tegen, die Robinetta blijkt te zijn. Maar ze ziet er nu heel anders er uitziet dan voorheen.
Wanneer Dr. Cijfer en Pluizer Johannes' vader, die is net gestorven, willen opensnijden, om te onderzoeken wat nu de oorzaak van zijn dood was, komt Johannes in opstand. Daardoor verdwijnt Pluizer voorgoed. Johannes vraagt aan Hein, of hij Windekind ooit nog een zal zien. Hij zal Windekind ooit weer ontmoeten is het antwoord. Windekind komt terug, maar past niet meer in de wereld van de volwassen geworden Johannes. Hij voert Johannes mee en wijst hem op het Grote Licht. Dan ontmoet hij een mens (de Ongenoemde) die hem op het donkere oosten wijst, waar de mensheid met haar weedom is. De Ongenoemde zegt dat Johannes een keuze moet maken tussen Windekind en de Ongenoemde. Hij kiest voor de Ongenoemde en wendt zich daarmee van Windekind af.

Korte persoonlijke reactie:
Had van tevoren geen verwachtingen. Maar op de achterkant van een boek stond dat het een soort sprookje was. Ik vind die beschrijving misleiden, want dit was geen sprookje. Het is een moeilijk boek, de thematische laag en verhaallaag liggen in dit boek ver uit elkaar. Want er moet wel iets achter de verhaallaag zitten, want anders is het gewoon een simpel verhaaltje en werd dit boek niet tot literatuur gerekend. Alleen wat is die diepere betekenis? Ik moet bekennen dat ik het boek niet leuk vond. Het was moeilijk en een beetje langdradig verhaal. (Je kreeg hele beschrijvingen over het behang. Dat soort dingen zijn niet besteed aan mij.)

De relatie met de politieke achtergronden:
“Na het gezang haalde de mensen uit de manden, dozen en zakken, allerlei eetwaren voor den dag. Er werden papieren uitgespreid en broodjes en sinaasappelen verdeeld. Ook flessen en glazen kwamen te voorschijn. Toen riep Windekind zijn bondgenoten bijeen en begon de smullende groep te belegeren. Een dappere kikvors sprong op de schoot van een oude juffrouw, …, Groene rupsen kropen onverschrokken over houden, zakdoeken en broodjes, … , grote kruisspinnen lieten zich aan glinsterende draden neer in bierglazen,…, talloze vliegjes bestormde mensen regelrecht in het gezicht.” (Bladzijde 50, hoofdstuk 4.) “Toen gaven de mensen op, en dropen bij kleine troepjes zwijgend af.” (Bladzijde 50, hoofdstuk 4)


Een picknick van mensen wordt verstoord door kleine insecten. Je kunt de mensen opvatten als de goede burgerij en insecten staan dan voor de arbeiders. De insecten zijn klein, maar omdat ze met zovele zijn winnen ze het van de mensen. De arbeiders hebben niet zoveel macht (de insecten zijn klein), maar omdat ze met zo veel zijn, (winnen ze toch) kregen ze toch politieke invloed. In Nederland werd in 1887 het zwaartepunt in het parlement verlegd van de welgestelde, gegoede burgerij, naar de minder welgestelde burgers. Arbeiders kregen nu ook parlementaire vertegenwoordigers. De maatschappelijke invloed van de gegoede burgerij nam zo af. Verder kon ik geen politieke achtergrond in het boek vinden.

De relatie met sociaal-economische achtergrond:
Het valt op dat ontkerkelijking duidelijk naar voren komt in dit boek. Johannes gaat op zoek naar het boek der mensen. Verschillende keren krijgt hij de bijbel aangereikt als het boek der mensen. Johannes wijst elke keer de bijbel af als het boek der mensen. Dat vind ik een teken van ontkerkelijking. Voorheen zeiden mensen automatisch, als antwoord op deze vraag, de bijbel en werden kwaad als iemand durfde te beweren dat de bijbel dat niet was.
“Wel moest hij (Johannes) ’s avonds voorlezen uit een dik boek waarin veel over God gesproken werd, doch hij kende dat boek en las gedachteloos. … En als hij voortaan in het dikke boek las, dacht hij er bij, en hij zag dan duidelijk dat het niet het echte was.” (eerste stuk blz. 75, tweede stuk blz. 76) Met het echte boek, wordt het boek der mensen dat Johannes zoekt bedoelt. Zo zijn er nog andere stukjes over de ontkerkelijking te vinden in het boek.
“Toen de meester vertelde, dat alleen de mens door God met rede was begaafd en als heerser was gesteld over alle andere dieren, begon hij (Johannes) te lachen.” (bladzijde 33, hoofdstuk 3.) Of dit stuk.“Bedoelt gij God? vroeg hij (Johannes) uiteindelijk. God? … Wat gij met die naam bedoelt, Johannes, is een belachelijk schijnbeeld.” (Bladzijde 55, hoofdstuk 4.) “Ik heb geen eerbied voor God. God is een grote petroleumlamp, waardoor duizenden verdwalen en verongelukken.” (Bladzijde 91, hoofdstuk 9)
Ook is er armoede, een gevolg van de crisis, te vinden in het verhaal. “En zij kwamen in vuile straatjes, waar het strookje hemelblauw zo smal leek als een vinger en nog verduisterd werd door uitgespannen klederen. Daar krioelde het van de mensen; … In de huizen waren de kamertjes zo klein, zo donker en bedompt, dat Johannes nauwelijks durfde te ademen.” (Bladzijdes 111 en 112, hoofdstuk 11.) Hier staat beschreven dat mensen, arbeiders, in kleine en slecht huizen in steden wonen. Arbeiders hadden geen geld voor betere woningen. Dit is niet een duidelijke beschrijving van armoede. Maar slechte en kleine huizen zijn een teken van armoede. Armoede is weer een gevolg van de crisis.

De relatie met culturele achtergrond:
Duidelijk in het boek komt het impressionisme naar voren. Het impressionisme is een stroming waarvan de aanhangers ernaar streven om indrukken, impressies, stemmingen weer te geven. Impressionisten willen alledaagse dingen en onderwerpen weergeven.
“Vindt ge het vreemd, dat zijn donker slaapkamertje met de kleine ruitjes daar een grote plaats innam? Hij hield van het behangsel met de grote bloemfiguren, waarin hij gezichten zag en waarvan hij de vormen zo dikwijls bestudeerd had, als hij ziek was of ’s morgens wakker lag, hij hield van dat ene schilderijtje dat er hing, waarop stijve wandelaars waren afgebeeld, die nog stijver tuin bewandelden langs gladde vijvers, waarin hemelshoge fonteinen spoten en kokette zwanen zwommen; - het meeste hield hij echter van de hangklok. Hij wond die altijd met zorg en aandacht op en hield het voor noodzakelijk beleefdheid naar haar te kijken als zij sloeg.” (Bladzijde 9, hoofdstuk 1.) Hier wordt een nauwkeurig de slaapkamer beschreven van Johannes. De schrijver wil de indruk wekken dat je in die slaapkamer staat. Daarom vind ik het een voorbeeld van het impressionisme.
“De zon, rood en afgemat van haar dagelijkse werk, scheen een ogenblik op een verre duinrand uit te rusten, voor ze onderdook.” (Bladzijde 12, hoofdstuk 12.) Ook dit stukje zou tot het impressionisme kunnen behoren, want hier wordt een indruk gegeven van het schijnen van de zon.
“Ach! Nu ging het droevig met de kleine Johannes. Ik wenste dat zijn geschiedenis hier eindigde. Hebt gij wel eens heerlijk gedroomd, van een tovertuin met bloemen en dieren, die u liefhadden en tot u spraken? En hebt gij dan wel in uw droom het besef gekregen, dat gij spoedig zoudt ontwaken en al die heerlijkheid verliezen? Dan poogt gij vruchteloos haar vast te houden en wilt het koude morgenlicht niet zien. Zulk een gevoel had Johannes toen hij medeging.” (Bladzijdes 88 en 89, hoofdstuk 9.) Hier wordt geprobeerd het gevoel dat Johannes heeft over te brengen op de lezers.
In het boek wordt alles heel nauwkeurig, met allerlei details, beschreven. Al die nauwkeurige beschrijvingen, van zijn omgeving of zijn gevoel, zijn een voorbeeld van het impressionisme.
De psychologie stond naast het impressionisme centraal in de fin de siècle. De auteur is een psychiater. Het is dan niet vreemd dat dit een psychologische roman. In het boek wordt beschreven de ontwikkeling van Johannes van kind tot volwassene. De meeste personages staan voor een bepaalde stuk van die ontwikkeling.

Windekind staat symbool voor de kinderlijke fantasie.
Van Oberon krijgt Johannes een sleuteltje. De sleuteltje moet op een gouden kistje passen. Dit kistje staat symbool voor geluk.
Wistik symboliseert de dorst naar kennis, en de puber die alles wil weten en begrijpen.
Robinetta vertegenwoordigd de puberteit. Johannes wordt verliefd op haar. In de puberteit komen allerlei gevoelens tot leven, en daarom staat zij voor de puberteit. (Samen met Wistik en Pluizer.)
Pluizer is erg bazig en heeft Johannes in zijn macht. Johannes maakt zich los van Pluizer. Dit is het laatste stuk van de puberteit. Johannes ontdekt zichzelf en gaat zelf denken en een mening vormen. Hij gaat op eigen benen staan, maakt zich los van zijn ouders. Pluizer staat symbool voor de ouders.
Hein staat voor de Dood en dr. Cijfer is gewoon een wetenschapper. Deze twee hebben niet veel invloed op Johannes’ ontwikkeling. Dr. Cijfer is wel symbool voor het rationalisme.
Met de Ongenoemde wordt waarschijnlijk God bedoeld of de periode waarin gezocht wordt naar het goddelijke.

De relatie met literaire stroming en genres
Neoromantiek
Ook al hoort neoromantiek bij de tijd van 1900-1940 en dit boek geschreven is in 1887, rekenen ik De kleine Johannes tot de neoromantiek. Want ik komt bepaalde trekken uit de Romantiek duidelijk tegen in dit boek.
Vooral het gevoel wordt benaderd. In het boek worden de gevoelens van Johannes nauwkeurig en zo natuurlijk mogelijk beschreven. De schrijver probeert de lezer Johannes’ gevoelens te laten voelen. Je kun de ontmoeting van Johannes met Windekind en zijn reis, opvatten als vluchten uit de werkelijkheid door het scheppen van een gefantaseerde werkelijkheid. Ook is Johannes dolend. Hij verlangt naar het boek der mensen. Maar sociale engagement en Weltschmerz: de onvrede met de eigen tijd, vind ik niet terug in de tekst.

De Beweging van de Tachtig
In 1885 werd De Nieuwe Gids, een tijdschrift, opgericht. De kleine Johannes verschijnt in dat tijdschrift. Dat tijdschrift hoorde bij de Beweging van Tachtig. De Tachtigers waren bewoners van de grote stad en waren onkerkelijk of ongelovig. De ontkerkelijking komt duidelijk naar voren en ook wordt er in het verhaal gesproken over stad. (Zie 2.2 De relatie met sociaal-economische achtergrond.) Ook waren de Tachtigers verwant met het impressionisme. (Zie de relatie met culturele achtergrond.
De Tachtiger wilde kunst om kunst (l’art pour l’art-principe). Er moest geen moraal in het verhaal zitten. Hierin wijkt van Frederik van Eeden van af. Omdat hij in dit boek toch wat moraal naar voren laat komen: de mens moet keuzes maken. En soms zijn die keuzes moeilijk. Toch zou je De kleine Johannes kunnen rekenen tot het estheticisme, want toch wordt er voldaan aan het l’art pour l’art-principe, ondanks de moraal. Want het verhaal wordt op een dichterlijke toon beschreven. Dus hij maakt toch kunst.

De relatie met de literatuuropvattingen van de auteur:
Literatuur moet vooral ethisch gericht zijn. Een kunstenaar moet uit zijn op karaktervorming, op zuivering van de ziel en het verkrijgen van universele wijsheid.

Een schrijver moet zijn gevoelens diep en sterk ondergaan, maar deze tegelijkertijd in zijn kunstwerk kunnen objectiveren.

Alle kunst moet, uitgaande van het persoonlijke, streven naar het universele, het algemeen-menselijke. Hiermee gaat hij in tegen het individualisme van de Tachtigers.

De literaire vormgeving is voor Van Eeden van ondergeschikt belang; de ethische strekking komt op de eerste plaats.
Geleidelijk aan ontwikkelde Van Eeden een literaire opvatting, die tegenovergesteld was van de Tachtigers. In 1894 brak hij met de Tachtigers. ( Zie memoreeks, analyse en samenvatting van literaire werken, Frederik van Eeden, van de koele meren des doods, hoofdstuk 5, de plaats van Frederik van Eeden in de Nederlandse literatuur.) Omdat De kleine Johannes is geschreven voor de breuk, dat boek heeft nog wel kenmerken van de Tachtigers.
Bij Johannes staat de ontwikkeling van kind tot volwassene centraal. Bij die ontwikkeling neemt karaktervorming een plaats in. Of er sprake is van objectiveren van zijn gevoelens in het boek, kan ik niet zeggen. Want wat bedoelt de auteur daarmee? Wel komt de belevingswereld en de gevoelens van Johannes in het boek naar voren.
Bij het punt van streven naar het universele, het algemeen-menselijke, kun je zeggen dat Johannes op het einde besluit om zichzelf in dienst van de mensheid te stellen. Ander weet ik het niet.
Ik kan niet zeggen of hij de literaire vormgeving boven het ethische heeft geplaatst of andersom in dit verhaal. Want ik vind dat die twee dingen in dit verhaal nauw verbonden zijn. De boodschap zit verpakt in de vormgeving.

De plaats van het gelezen werk in de oeuvre van de auteur:
De kleine Johannes en Van de koele meren des doods zijn de bekendste boeken van Frederik van Eeden. Hij heeft de Kleine Johannes geschreven enkele weken voor zijn artsenexamen en een half jaar voor zijn huwelijk.

Andere werken van deze auteur:
Grassprietjes (1885)
De kleine Johannes (1885)
Don Torribio (1890)
Studies (1890)
Ellen, Een lied van de smart (1891)
Johannes Viator, Het boek van de liefde (1892)
De broeders (1894)
Studies. Tweede reeks (1894)
Lioba (1897)
Studies. Derde reeks (1898)
Enkele verzen (1898)
Van de koele meren des doods (1900)
Van de passielooze lelie (1901)
De nachtbruid (1909)
Het Lied van schijn en wezen II (1910)
Happy Humanity (1912)
Pauls ontwaken (1913)
De heks van Haarlem (1915)
Jezus' leer en verborgen leven (1919)

Thematiek van het werk:
In het verhaal staat de ontwikkeling van kind tot volwassene. Johannes stelt allerlei vragen, ook levensvragen. (Over zin van het leven, leven en dood, en het waarom van alles). Het antwoord hierop leidt tot de essentie van het leven maar ook tot de dood.Uiteindelijk wil hij niet meer zoeken naar de antwoorden. En besluit een leven te leiden in dienst van de mensheid

Evaluatie:
Ik vind het nog steeds een moeilijk boek. Het is een moeilijk boek omdat de thematische laag en verhaallaag veruit liggen. Ik weet nu alleen wat die diepere betekenis is. Daardoor begrijp ik het boek nu, terwijl ik dat eerst niet deed. Verder is het nog steeds in mijn ogen geen sprookje.
Mijn eindoordeel sluit aan bij mijn aanvankelijke menig, dat het een moeilijk boek is. Ondanks dat ik het boek door de verdiepingsopdracht beter begrijp.
Ik ben tevreden met de uitwerking van de verdiepingsopdracht, behalve met 2.5 De relatie met de literaire opvattingen van de auteur. Ik ben vooral tevreden over de politieke, sociaal-economische, literaire en culturele achtergronden. Ik heb dat namelijk al vaker gedaan, bij andere boekenverslagen, dus ik wist wat ik moest doen. De uitwerking was niet echt moeilijk. Ook de thematiek had ik vaker gedaan, alleen bij de relatie met de literaire opvatting vond ik lastig en moeilijk om te doen. Omdat ik niet goed wist wat ik moest doen. Bij de relatie met de literaire opvattingen van de auteur vond ik het ook nog moeilijk om te verwoorden wat ik dacht.
Het lezen van het boek viel me, want het Nederlands lijkt er op het huidige Nederlands. Soms zijn er kleine verschillen, zoals de aanspreekvormen ge en gij.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "De kleine Johannes door Frederik van Eeden"