De komende twee weken zijn 'seksweken' op Scholieren.com. Samen met de Sense Infolijn geven we antwoord op al jouw seksvragen.

 


Alles over seks Alles over seks


ADVERTENTIE
Geslaagd? Doneer je verslagen We zijn heel trots op je, supergoed gedaan. Waarschijnlijk ga je Scholieren.com nu voorgoed verlaten. Wil je ons nog bedanken voor 4, 5 of 6 jaar trouwe dienst? Upload dan nu al je verslagen en samenvattingen voor de generaties scholieren die na jou strijden voor dat diploma.

Nu uploaden

I Beschrijving

Het boek dat ik heb gekozen heet “De kellner en de levenden”. Het is geschreven door Simon Vestdijk. Hij heeft het geschreven in Doorn van 1940 tot juni-juli 1948. Het boek is uitgekomen in 1949. Het boek is uitgegeven bij “De bezige bij” te Amsterdam in 1982 (20e druk).
Ik heb dit boek gekozen omdat ik zag dat het drie punten en een plusje was en omdat ik dacht dat het wel een leuk onderwerp was. In het boekje staat namelijk dat het over religie en het Laatste Oordeel gaat en dat leek me wel interessant.
Het verhaal gaat over twaalf mensen uit dezelfde flat die ’s nachts om twaalf uur van hun bed worden gelicht door een viertal agenten. Ze worden in een touringcar naar een groot bioscoopgebouw gebracht, waar ze bij elkaar mogen blijven ondanks dat ze verschillen in leeftijd. Ze krijgen een kaart met daarop een route die ze door het gebouw moeten afleggen tussen allerlei andere (dode) mensen. Uiteindelijk komen ze uit bij een station, waar ze in een wachtkamer moeten wachten totdat zij ook geoordeeld zullen worden. Er is ook bediening in de wachtkamer, te weten een ober, Leenderts, en drie kelners. Een van de kelners bedient de flatbewoners continu en zorgt dat ze, als de kwade Leenderts met monsters achter ze aangaat, dat ze via een luik weg kunnen komen. Leenderts vangt hen op en probeert hen het bestaan te laten vervloeken. Hij zegt dat hij de Satan is en dat hij de wereld heeft overgenomen. Hij heeft ook de kelner samen met de andere twee (onbelangrijke) kelners aan een kruis genageld. Na een tijd mogen de twaalf weggaan. Als ze uiteindelijk weer bij de flat terugkomen, blijkt dat de kelner weer leeft. Hij legt hen uit waarom zij die nacht hebben meegemaakt.
Ik vond het in het begin best moeilijk om door het boek heen te komen, er kwamen veel moeilijke woorden in de tekst voor. Dit werd wel goedgemaakt door de rijke fantasie en de spanning die het hele verhaal door in het boek voorkwam. Het onderwerp vond ik ook heel interessant en heeft me weer een andere kijk op het Laatste Oordeel gegeven. De personages waren ook goed gekozen, ze waren intrigerend en vervulden allemaal wel een rol in het verhaal, hoe klein ook. De gebeurtenissen waren ook leuk en spannend.

II Verdieping

1. Tijd
De gebeurtenissen gebeuren van het boek gebeuren in een chronologische volgorde, maar er zijn wel af en toe flashbacks. Die komen wel geregeld voor in het boek. Het verschil tussen sujet en fabel is dus wel erg klein. In de fabel komen alleen wel de flashbacks allemaal voorin het verhaal, maar verder zijn er weinig grote verhaallijnen. Het verhaal is ook continu, want het gaat maar achter elkaar door. Er is een grote flashback waarin wordt verteld dat meneer Haack vrijgesproken is. Dan wil je meteen weten wat er is gebeurd en waarom hij is vrijgesproken. Het is moeilijk te zeggen wanneer dit verhaal zich afspeelt, aangezien er geen concreet tijdstip wordt genoemd, behalve van de geboortedatum van enkele mensen die zijn overleden. Wel wordt gezegd dat het in het begin van het boek twaalf uur ’s nachts is. Aan het einde van het boek komt de zon op, dus dan is het ochtend. Het vervelende is dat alle klokken zijn weggehaald in het boek, omdat bij het Laatste Oordeel er geen tijd is. De vertelde tijd in het boek is dus ongeveer één nacht, de verteltijd is 252 pagina’s. Dit verhaal is dus in vergelijking met andere boeken erg lang uitgesmeerd. Bij de meeste boeken is de vertelde tijd veel langer.

2. Personages
In het boek komen 14 belangrijke personages voor, namelijk; de kelner, ober Leenderts, Richard Haack van Rheden, Henk Veenstra, Tjalko Schokking, Willem van Schaerbeek, Aagje Slangenburg, Martha Scheiberlich, moeder Schokking, dominee Van der Woght, Meyer, vader Kwets, moeder Kwets en Wim Kwets.
Hoofdpersonen
Er zijn in totaal veertien hoofdpersonen, die ik allemaal kort zal bespreken. De eerste twee zijn tegenpool van elkaar: de kellner en Leenderts. Aangezien je de reis van de groep kan beschouwen als een reis door hun onbewuste, lijkt het me niet ongepast om de theorieën van Carl Gustav Jung toe te passen ten aanzien van het collectieve onderbewuste. Mijns inziens zijn de kellner en Leenderts namelijk te beschouwen als archetypen. Eerstgenoemde is een archetype voor de Messias, een verlosser en een weergave van de totale liefde. Leenderts is juist het tegengestelde, in dit geval wordt het tegengestelde van liefde gezien als macht en machtslust.
Kellner
De kelner is altijd vriendelijk. Hij staat altijd klaar om de twaalf reisgenoten te helpen, zolang Leenderts er maar niet achter komt. Zijn bewegingen zijn zeer vlot van aard, hij ondervindt geen enkele hinder van zijn lichaam. Dit is bewust gedaan door Vestdijk, want de kelner is natuurlijk een reïncarnatie van Jezus, maar is daarmee alleen maar geest en geen lichaam. Dit benadrukt ook de metafysische aard van de kelner. Een opvallend detail dat meerdere malen bij de kelner wordt genoemd zijn de rode lippen en de lange witte snijtanden, ‘die de rode lippen schijnen te doorboren’. De voorstelling van een rood-wit kruis komt naar voren. Rood staat voor het lichaam en de witte snijtanden staan voor het geestelijke. Dit is een duidelijk symbool die verwijst naar de thematiek van het boek: het lichamelijke leven staat in functie van het geestelijke leven bij de christelijke moraal. Dat wil zeggen: volgens de Christenen mag de mens nooit zonder kwellende schuld- en schaamtegevoelens zijn lichamelijke driften volgen. Dit is juist de kritiek die Vestdijk uit op de christelijke moraal, en dat geeft hij via deze symboliek mooi weer.
Een ander opvallend aspect is hoe nederig de kelner steeds is, terwijl hij aan het einde bij het flatgebouw fier en trots staat. Hier is de kelner een weergave van hun verloste religieuze ideaal.
Leenderts
Leenderts is de personificatie van het kwaad in dit boek. In dit geval is het kwaad de verafschuwing van het lichaam en het centraal komen staan van macht binnenin het Christendom. Leenderts wordt voorgesteld als de hoofdober, en op een gegeven moment dient hij zich aan als Satan. Na enige tijd wordt hij er ineens omgeroepen dat ober Leenderts moet stoppen met zijn spelletjes en moet komen serveren. Daarna komt Leenderts niet meer terug: de groep hebben het kwaad, de macht die centraal is komen te staan in het Christendom, weten te verdrijven.
Als ober is Leenderts enigszins ruw en niet erg vriendelijk. Het meest opvallende dat aan Leenderts wordt beschreven, is zijn afgeplatte achterhoofd. Waar God en Christus louter geest symboliseren, daar symboliseert de duivel het tegenovergestelde: het lichaam. Het ontbreken van het achterhoofd duidt dan ook op het ontbreken van geest.
Omdat het boek erg religieus getint is, vermoedde ik eerst dat de twaalf reisgenoten konden worden voorgesteld als de discipelen van Jezus. Dit blijkt niet waar te zijn, ze zijn echter wel weer te geven op een andere wijze: ieder persoon heeft de eigenschappen van één van de dieren uit de zodiak. Via deze eigenschappen zal ik iedere persoon een korte karakterschets geven. De verscheidenheid in karakters zal bij de thematiek nog een belangrijke rol spelen.
Hendrik Van der Woght - Leeuw
Bij een leeuw hoort trots, heerszucht, neerbuigendheid en een sterk verantwoordelijkheidsgevoel voor anderen, mits zijn autoriteit erkend wordt. Ook is een leeuw prachtlievend en is graag het middelpunt. Al deze aspecten komen in het verhaal terug bij dominee Van der Woght.
Tjalko Schokking - Boogschutter
Geestelijk is Tjalko niet zozeer een boogschutter, alhoewel het eerlijke en vurige wel in hem terugkomt. Lichamelijk echter wel, al sinds oudsher hoort het dijbeen bij de boogschutter. Tjalko, als voetballer zijnde, hecht veel waarde aan zijn dijbeen. Losstaand van boogschutter, maar wel belangrijk bij het personage van Tjalko, is zijn moederbinding, waar hij maar niet vanaf komt.
Aagje Slangenburg - Vissen
Mensen die vis zijn, worden getypeerd als willoos, slap, slordig en met een neiging om zich te verslingeren. Deze typeringen komen zeer duidelijk naar voren in Aagje.
Martha Scheiberlich - Maagd
Gaandeweg is Martha steeds meer naar voren gekomen als een erg venijnig en haatdragend persoon. Zij is jaloers op zowel Aagje als Veenstra, respectievelijk vanwege de lichamelijke aantrekkelijkheid en de manier van onderwijzen van Veenstra in de krant. Het laatste omdat Veenstra mensen kan onderwijzen zonder er zelf bij te zijn, terwijl Martha het voor een klas kinderen al moeilijk heeft. Zonder de moraal die heerst op aarde, zou Martha al haar remmen laten gaan, dat zien we ook aan het einde van het boek. Het is daarom ook typerend dat zei het dichtst bij een vervloeking komt. Tijdens de vluchten omhoog van Martha komen de kleuren rood, wit en blauw duidelijk terug. Rood en wit zijn al eerder uitgelegd bij de kelner. De blauwe kleur geeft de ruimte, de oneindigheid weer, die bij haar persoon staat voor ontspanning en verruiming, wanneer zij kwelt en pijnigt. Martha is gekweld door het rood, haar lichaam, en probeert via blauw het witte te bereiken, dit lukt echter niet, en via paars wordt blauw weer rood. De voornaamste eigenschappen van maagd zijn: kleingeestigheid, oriëntatie naar het detail (waarbij verwaarlozing van het geheel op komt zetten), kritisch, vitterig, scherp en pedant. Geringe emotionaliteit, sceptisch en nuchter. Het experiment, zowel wetenschappelijk als in het leven, is een sleutelbegrip voor dit teken. “Dat was alsof iemand met een ongeneeslijke ziekte een vriendin dezelfde ziekte suggereerde en dan naar de beroemde dokter stuurde, om te zien wat die dokter waard was”. Zo denkt Martha, wanneer ze terugdenkt aan de door haar aangestuurde verhouding tussen Aagje en Van Schaerbeek, en haar eigen verhouding later. Dit kan worden gezien als een experiment, met als gevolg een abortus.
Willem Van Schaerbeek - Weegschaal
De eigenschappen van een weegschaal zijn: rechtvaardig, objectief, evenwichtig, systematisch, plichtsgetrouw en verzoenend. Ook is hij weifelend en heeft hij angst voor verantwoordelijkheid.
In eerste instantie lijken deze positieve eigenschappen niet bij Van Schaerbeek te passen. Maar Vestdijk ziet in de weifelaar juist een goed mens. De twijfels over het veroordelen en het oordeel van God, vindt Vestdijk een positief punt. Wanneer Willem zijn lichaam ontstijgt, kan hij volledig en zonder schaamte/angst van Aagje houden, alleen terug in zijn lichaam koestert hij weer haat voor haar.
Meneer Kwets - Steenbok
De steenbok is eerzuchtig, energiek en volhardend. Hij wil altijd zijn doel bereiken, en is daardoor hard, onbetrouwbaar en hypocriet. Ook is hij dogmatisch, rechtzinnig en onverdraagzaam. Kwets weigert steeds om mee te doen aan de gespreken, vanuit katholieke overwegingen, hierin komt de steenbok erg duidelijk terug.
Mevrouw Kwets - Schorpioen
Een schorpioen is eenzelvig, emotioneel gesloten en heeft neiging tot zwaarmoedigheid, haatdragendheid, agressie en zelfhaat. Mevrouw Kwets wordt het hele boek door negatief afgeschilderd, zij hoort dan ook niet tot de soort schorpioenen die hun hartstochten kunnen sublimeren.
Meyer - Stier
De stier is primitief, traag en lui, maar heeft soms een stoere werkkracht. Verder is hij gemoedelijk en bezonken, maar kan hevige driftbuien hebben. Ook is hij humoristisch, dogmatisch, goedgelovig en bijgelovig. De stier lijkt goed bij Meyer te passen.
Wanneer de Kwetsen en Meyer, met de groep, terug in de stad zijn, beginnen zij een godslasterlijk spel. Dit vindt Vestdijk typerend voor katholieken, van wie door de macht van de kerk de mogelijkheid wordt ontnomen om een eigen verantwoordelijkheid op te bouwen. Een vergaande immoraliteit is daarvan het gevolg. Vestdijk laat hierbij niet aan het toeval over: het is juist de twijfelende Van Schaerbeek die als enige getuige is van dit spel. Dat toont wedermaal aan dat deze man altijd voor twee kanten kan kiezen.
Henk Veenstra - Tweelingen
De tweelingen heeft de volgende eigenschappen: veelzijdig, zeer beweeglijk, vluchtig, nieuwsgierig, welbespraakt, oppervlakkig, luchthartig, soms oneerlijk, indrukken werken kort na. Typische eigenschappen van een journalist. Tijdens het zweven is Veenstra overal en nergens, hij doet niet werkelijk iets, hij wil ‘er gewoon bij zijn’, zoals het een journalist betaamt.
Mevrouw Schokking - Ram
De ram is het typen van de belhamel, leider, pionier. Hij reageert instinctief, is naïef en argeloos. De bereidheid om prompt en onnadenkend is misschien wel het meest typerend voor dit symbool. Deze eigenschappen komen allemaal duidelijk terug in mevrouw Schokking. Zij doet niet mee aan de zweefpartijen, zij wil gewoon zichzelf zijn.
Wim Kwets - Kreeft
De eigenschappen van kreeft zijn: grote aandacht voor directe omgeving, sterke gevoelsbindingen, veeleisend, hunkerend naar indrukken en emoties. Wim is nog te jong om een echte persoonsontwikkeling te hebben, voorgaande punten zijn mijns inziens van toepassing op ieder kind. Wim doet niet mee aan het zweven, omdat alle verrukkingen voor kinderen nog bereikbaar zijn.
Richard Haack - Waterman
Haack is van de twaalf flatbewoners waarschijnlijk de belangrijkste in het boek. Hij is de enige op het station die zijn eigen weg gaat en daarmee alle aandacht meekrijgt. Ook lijkt hij de meest veelzijdige, ontwikkelde en begaafde van de flatbewoners te zijn. Eigenschappen als veel fantasie van een speels, lichtvoetig karakter, scherpe intuïtie, veelvormige persoonlijkheid en schouwende denkvorm, vinden we zeker bij Haack terug. Sommige andere eigenschappen van Waterman, zoals zorgeloosheid en vrolijkheid, zijn echter ver te vinden bij de acteur. Haack doet niet mee met het ‘ontuchtige’ zweven, omdat hij in de lucht juist zou doen wat hem op aarde zo kwelt: het hebben van seks. De angst voor het bloed is ook goed te verklaren: rood staat in deze roman voor lichaam, en het lichaam en de geaardheid ervan bij Haack, is juist wat hem zo kwelt.
Ik heb dit stuk gekopieerd omdat ik het duidelijk vond uitgelegd en ik vond het een goede beschrijving.

Ik heb van de hoofdpersonen geen echt doel kunnen ontdekken, behalve dan om zo snel mogelijk weer thuis te kunnen zijn. Dit is best aardig gelukt, aangezien ze na één nacht alweer thuis zijn.
De karakters zijn typen, omdat er niet heel diep op in wordt gegaan wat ze nou precies allemaal denken. Ook vind er geen ontwikkeling plaats in de gedachten van de personages, behalve dat ze elkaars mening vertellen en daar dan over nadenken. Bij karakters zie je dat er een ontwikkeling bij het personage is en dat er dingen aan veranderen. Ook worden de gedachten uitvoerig beschreven; dit is hier echter niet het geval.
Ik vind het moeilijk om mijzelf te vergelijken met andere mensen die ik zelf niet ken. Maar ik denk dat ik dan het meest op Wim Kwets lijk; wij zijn allebei nog kinderen en hij vind het leuk om de omgeving te verkennen.

3. Opbouw
Uit het verhaal blijkt dat het een cyclische opbouw heeft, aangezien hoofdstukken 1 en 2 de heenweg zijn, de hoofdstukken 3 t/m 5 spelen zich af in de wachtkamer. Daarna is het omslagpunt, want in hoofdstuk 6 vindt de ‘reis’ van Haack plaats. Daarna zijn er weer 3 hoofdstukken in de wachtkamer en de laatste hoofdstukken gaan over de terugreis. Dit is dus ook een symmetrische opbouw, wat Vestdijk zeer belangrijk vond. Ook is het opvallend dat er 12 hoofdstukken zijn, evenzoveel als de flatbewoners. Er is dus een duidelijke structuur in de opbouw.
Er is ook samenhang tussen de verschillende hoofdstukken, want de hoofdstukken lopen vloeiend in elkaar over. Je kunt zo verder gaan in een volgend hoofdstuk, het is een doorlopend verhaal. Het boek heeft ook maar een verhaallijn.
Het verhaal begint op een willekeurige dag om middernacht als twee mannen naar huis toe lopen. Daarna ontvouwt zich een heel verhaal. Over het einde is te zeggen dat het open is, je weet dan niet hoe het verder afloopt met de hoofdpersonen en of ze hun leven nu gaan beteren of iets dergelijks.
De functie van de structuur in dit verhaal is om zoveel mogelijk samenhang in het verhaal te krijgen. De samenhang in een verhaal vind ik zelf altijd wel heel prettig, dat laat me een boek een stuk makkelijker en beter begrijpen.

4. Vertelsituatie
Het boek heeft een alwetende vertelsituatie, je weet alles wat je weten moet over het verhaal. Je weet ook dingen die de hoofdpersonen niet weten, maar een aantal bijpersonen wel. Dit vind ik fijn, aangezien dan (meestal) alle mysteries van een boek boven water komen. Want ik wil altijd alles helemaal precies weten. Dit is dus ook een zeer betrouwbare vertelsituatie, aangezien het verhaal verteld wordt door een persoon die buiten het boek staat. Daardoor neem ik ook sneller aan wat er gezegd wordt in het boek.

5. Thematiek
De thematiek is volgens mij gewoon het Laatste Oordeel. De mensen in de wachtkamer praten daarover en zijn aan het biechten. Maar omdat zij eigenlijk nog helemaal niet dood zijn, denken ze eerst dat het allemaal een grap is. Ook wordt er diep in gegaan op het Christendom, maar daar heb ik zelf niet al te veel over nagedacht.
Over de titel is het heel makkelijk te zeggen dat het gaat over de kellner en de levende mensen die door een weddenschap in het Laatste Oordeel terecht zijn gekomen.
Het boek heeft geen motto.

6. Ruimte
Het verhaal speelt zich in eerste instantie af in een Nederlandse stad. Wanneer de twaalf hoofdpersonen worden opgepakt, gaan ze naar de stadsbioscoop. Deze stadsbioscoop echter, blijkt van binnen veel groter te zijn dan je van buiten mogelijk zou achten. Op dit moment zijn de twaalf in een andere wereld, die je zou kunnen typeren als een droomwereld, een decor voor het Laatste Oordeel, of het onderbewuste. In deze wereld gaan ze onder andere door lange gangen, een lift en ze komen uiteindelijk uit in een spoorwegemplacement, in de wachtkamer hiervan speelt het grootste deel van het verhaal zich af. Nadat de groep via de kelders op de vlucht is geslagen, komen ze eerst nog in aanraking met Leenderts, om dan weer in hun stad terecht te komen.
De plaats is ook weer vooral in functie van de thematiek van het boek. Vooral het spoorwegemplacement vind ik mooi gevonden, omdat dit zowel een aankomst- als vertrekpunt is voor treinen. Het Laatste Oordeel zou je ook als een vertrek en aankomst kunnen zien. Een vertrek uit de normale wereld, en een aankomst in ofwel de hel, ofwel de hemel. Een ander opvallend gegeven in de stationswachtkamer is het perron: hoe hoger de gemoederen (en vooral de angst) binnenin oploopt, hoe drukker en chaotischer het op het perron wordt. Totdat er uiteindelijk de climax met de monsters van het 500e perron komt.
Het verhaal speelt zich af in ongeveer een nacht werkelijke tijd. In het begin van het boek is het middernacht, en wanneer ze terug bij de flat komen is het ochtend. Maar omdat de tijd stil staat in de droomwereld, kan je niet werkelijk van tijd spreken in deze roman.
Ik heb dit stuk weer gekopieerd, omdat ik vond dat het hier ook weer duidelijk uitgelegd wordt. Alle plaatsen komen in dit stuk ook weer terug.

7. Taalgebruik
Er komen veel moeilijke en ouderwetse woorden voor in dit literair werk. Ook maakt de schrijver vaak lange zinnen, wat ik wel fijn vind, omdat er dan meestal veel informatie in een zin zit. Voor de fotokopie, zie de laatste pagina.

8. Literaire kritiek
Bron: NRC Handelsblad
Publicatiedatum: 24-12-1994
Recensent: H.Br. Corstius
Recensietitel: De tweeënvijftig romans van S. Vestdijk (17)

Een gebergte in de Nederlandse literatuur is het oeuvre van S. Vestdijk wel genoemd. Van zijn tweeënvijftig romans horen er heel wat tot de pieken in dat gebergte. H.Br. Corstius en Maarten 't Hart herlezen er ieder zesentwintig en doen om beurten verslag van hun ervaring. Vandaag: De kelner en de levenden (1949). Christenen geloven in de hemel in de hel en in het Laatste Oordeel. Voor de meeste Christenen vindt het Laatste Oordeel plaats als zij dood zijn. Die zullen zich niet verbazen - ze liggen er op te wachten. Maar hoe zullen de Christenen reageren die toevallig leven wanneer het Laatste Oordeel begint? Hoe men zich dat Oordeel ook voorstelt, er moet toch een decor zijn, een zekere organisatie, achtergrondmuziek. Zullen de levenden zo'n concrete invulling niet direct blasfemisch noemen? Zullen ze niet eerst aan een reclamestunt denken, een collectieve droom, een gemeen complot, of de overval van een gekkenhuis? Simon Vestdijk begon in 1940 over dit gedachte-experiment te denken en voltooide het in juni-juli 1948. De twaalf bewoners van een appartementengebouw (toen nog: flatgebouw) worden door de politie in een busje (toen nog: touringcar) naar een bioscoop gebracht, die een doolhof is (nu zou Vestdijk het zeker met een vlieghaven vergelijken), die naar een station leidt met honderden perrons. De groep ontmoet talloze mensen die al dood zijn gegaan; zelfs de dode hond van de kleine Wim Kwets komt aanlopen. Een jonge kelner schenkt in een wachtkamer uit een kan water rode wijn. Zelfs de ontkerstendste lezer denkt: dit is het Laatste Oordeel. Mevrouw Schokking, een soort leidster van de groep zegt het ook. Maar anderen houden het op een reclamestunt, een rooms complot, een droom. Dan gebeurt iets dat in de Bijbel niet voorzien was: de duivels nemen de macht over! De twaalf discipelen rennen weg van hun avondmaal, waar ze elkaar net hun zonden opgebiecht hebben. Maar de oberkelner, die de opperduivel is, pakt ze en tracht ze met dreiging en toespraak zover te krijgen dat ze het menselijk bestaan en de schepper daarvan vervloeken. Alle twaalf, gelovigen en ongelovigen, weigeren dit te doen, of ze nu in de echtheid van die duivel geloven of niet. Door een apocalyptisch stadsschap keren ze naar huis. Daar wacht de jonge kelner ze op. Hij doet een paar wondertjes. Hij is inderdaad Christus. Hij legt de twaalf uit dat wat zij meemaakten niet het Laatste Oordeel was, maar het gevolg van een weddenschap tussen hem en zijn heilige Vader. God was van mening dat zijn schepselen reden genoeg hadden om hem en hun bestaan te vervloeken. Christus had een optimistischer opvatting. Hij wint de weddenschap. Helaas vertelt Vestdijk niet wat de inzet was. Iedereen kan historische romans schrijven, iedereen schrijft autobiografische romans, maar wat in de Nederlandse romanliteratuur hoogst zeldzaam is, dat is: de fantastische roman, waarin dingen gebeuren die niet gebeuren kunnen. Vestdijk schreef in dat gevaarlijke genre de mooiste. De theologische inhoud van het boek stuitte niet op bezwaren omdat het unanieme oordeel van de twaalf levenden over Schepper en schepping positief was. De menselijke inhoud hangt natuurlijk af van de vraag wie die twaalf personen waren. Hier heeft Vestdijk een geniale werkwijze gevolgd. Hij geloofde weliswaar niet in de astrologie, die aan een individu een karakter geeft op grond van zijn geboortedatum, maar hij besefte wel dat de twaalf sterrenbeelden het resultaat zijn van een door de eeuwen gelouterde intuïtieve psychologie. Door nu voor ieder zodiakteken een persoon te kiezen, zorgde hij ervoor dat zijn dozijn een optimale steekproef uit de mensheid was. Het is voor de lezer een aardig spel om de twaalf personen ieder hun astrologische teken te geven. U kunt daarbij Vestdijks eigen Astrologie en Wetenschap uit 1949 hanteren, maar nog beter de in 1943 verschenen dublikatie van zijn vroegere minnares Helene Burgers Leonardo Da Vinci's psychologie der twaalf typen. Veelvoudig minnaar Van Schaerbeek, een tandarts, moet een Weegschaal zijn - mevrouw Burgers noemt als beroemd voorbeeld onder het Venus-teken: Simon Vestdijk. De hypocriete schoenfabrikant Kwets is een Steenbok. De homoseksuele acteur Haack moet een Waterman zijn. De sportieve Schokking is een Boogschutter. Zijn vriend, de journalist Veenstra, is ijdel en nieuwsgierig als alle Tweelingen. Als u zo het hele twaalftal onder de ecliptica hebt gebracht, kunt u op bladzijde 48 controleren of het klopt. Daar zijn namelijk in de klassieke volgorde van Ram (de leidster mevrouw Schokking) tot Vissen (de lijdende Aagje) de twaalf personen op een rij gezet. Het onderwerp van de roman is het Laatste Oordeel, dit keer van de mensen over hun God. De keuze van de personen wordt gedaan door de astrologische dobbelsteen. In de meeste Vestdijkromans is ook nog een kiemcel aan te wijzen: een ding, een idee, een plaatje een woord, dat het hele boek doordesemt. Zoals hij in zijn tweede Ierse roman daarvoor het getal 5 heeft gekozen, zo is dat hier het getal 12. In 12 hoofdstukken leven 12 personen, zo weggelopen van Da Vinci's Milanese avondmaal der 12 apostelen, 12 spannende uren. Mocht u in de komende Twaalf Dagen tussen Kerst en Driekoningen een fantastisch, geestig, spannend, filosofisch boek willen lezen, dan kent u mijn raad. De speech van de onsympathieke hoofdpersoon ontbreekt aan het eind niet. De ober: "... Hij schiep mensen die op hun fooien beknibbelen in restaurants, die stinken onder hun kleren, zich meestentijds godsliederlijk vervelen en hun verjaardagskalenders op het schijthuis hangen: even drukken mijn tante is vandaag jarig. Hij schiep kleine jongetjes met peenhaar, krioelend in modderbuurten. Hij schiep de landen China en Indië om er in goddelijke overmoed hongersnoodje in te kunnen spelen. Hij....". Enzovoort. Lees die tirade en ga na of u net zo'n positief oordeel zou geven als de twaalf uit het jaar 1930 dat deden.

De recensent is positief over het boek, hij raadt aan om het te gaan lezen. Hij vindt het zo’n geweldig boek omdat het erg moeilijk is om fantastische romans te schrijven, hij zegt zelfs dat dat gevaarlijk is. Dan kun je wel nagaan hoe zeer de recensent verheugd is over dit boek. Hij geeft ook nog de informatie dat het getal 12 zeer veel voorkomt en dat Vestdijk wel eerder een getal heeft gekozen dat centraal staat in een boek. Ik ben het wel eens met dhr. Corstius, aangezien ik het boek ook spannend vond en nog filosofisch ook, je leert anders tegen een boek aankijken, je gaat er echt over nadenken.

III Evaluatie

Ik vond het in begin moeilijk om het boek te begrijpen, het was misschien een beetje hoog gegrepen voor me. Later begon ik het boek meer te begrijpen en snapte ik de verhaallijn ook. Ik vond het eerst ook wel veel wat ik moest doen voor het boekverslag, maar later viel het eigenlijk best mee, toen was het minder dan ik verwacht had en was ik er sneller mee klaar. Over het boekverslag zelf ben ik wel tevreden, ik heb gedaan wat ik moest doen. Ik wist alleen niet dat ik het verslag maandag al moest inleveren; ik dacht dat het vrijdag ook gewoon nog mocht.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.