De hel door Boudewijn Büch

Beoordeling 6.2
Foto van een scholier
Boekcover De hel
Shadow
  • Boekverslag door een scholier
  • 3e klas vmbo | 1755 woorden
  • 1 maart 2001
  • 52 keer beoordeeld
Cijfer 6.2
52 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1994
Pagina's
121
Geschikt voor
bovenbouw havo/vwo
Punten
1 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's

Boekcover De hel
Shadow
De hel door Boudewijn Büch
Shadow

Uitgever, plaats en jaar van uitgeven: Atlas, Amsterdam/Antwerpen 1993
Druk: Ik denk de eerste (het stond er niet bij) Genre: Novelle

De opbouw van het boek: Het boek de hel bestaat heeft 121 bladzijden. Het verhaal bestaat uit drie delen met elk weer hoofdstukken. Deel een bestaat uit 23 hoofdstukken die in totaal 91 van de 121 bladzijden in beslag nemen. Het tweede deel begint op bladzijde 95 en eindigt op bladzijde 117. Dit deel heeft zeven hoofdstukken. Het derde en laatste deel bestaat maar uit een klein stukje tekst. De delen worden aangeduid met op de rechter pagina het eerste, tweede of derde deel en de linker pagina is leeg. Boudewijn Büch gebruikt in De hel korte, ongecompliceerde zinnen.

De titelverklaring: Winkler de hoofdpersoon heeft zijn basisschool afgerond en gaat naar de hogere school. Zijn broer Laroux Brockhaus zit al op die school, en hij beschrijft het gymnasium waar hij heengaat als ‘de hel’. Blz. 11 ‘Je gaat naar de hel,’ zei Laroux Brockhaus tegen zijn jongere broer Winkler. Blz 87 In school na dat er een traangasgranaat was ontploft: ‘Het lijkt hier wel de hel, de hel!’ Blz. 107 Ronnie Staal zei dit tijdens een gesprek met Winkler . ‘Je gebruikte het woord hel. Jij zat thuis in een hel, het was op school een hel en ik zelf zat in de hel. De jaren vijftig zaten stampvol met hellen, maar niemand had er sleutels van. De mensen die toen in de hel zaten, konden er niet uit; diegene die er niet in zaten, hadden er geen toegang toe, want die hadden ook geen sleutels.’

Hoe lang is de vertelde tijd? De hel speelt zich af in de jaren zestig. De gebeurtenissen worden chronologisch verteld, waarbij ze worden afgewisseld met
flashbacks. De vertelde tijd is ongeveer 25 jaar. De gebeurtenissen spelen zich af op het gymnasium. De plaats is onbekend.

Vertelsituatie: Er is sprake van een personale verteller, waarbij Winkler het personaal medium is.

Perspectief: Het hele verhaal wordt verteld in het hij perspectief.

Characters: Winkler Brockhaus: Winkler is een jongen van een jaar of dertien. Hij gaat naar het gymnasium en krijgt les van sadistische leraren met antisemitische ideeën. Blz. 87 De conciërge en zijn hulpje lachten satanisch. Blz. 47 ‘Het is zeker te moeilijk voor jou, nietwaar Brockhaus? Je hebt blijkbaar dus ook domme joodjes. Die Einstein was waarschijnlijk een uitzondering.’ Zijn persoonlijkheid wordt slechts beknopt beschreven, maar ik krijg toch een duidelijk beeld van hem. Hij wordt een held als hij verantwoordelijk is voor het ontslag van de twee leraren, maar hij doet dit zelf weer teniet door het incident met een traangasgranaat. Zijn doorzettingsvermogen blijkt uit het besluit om zijn vader in te schakelen bij een conflict op school. Ook gaat hij, na kort gewerkt te hebben als meteropnemer, weer studeren. Door deze ontwikkelingen is Winkler te beschouwen als een round character.

Laroux Brockhaus: Laroux is de broer van Winkler en heeft twee jaar eerder op hetzelfde gymnasium les gehad. Hij is een bijfiguur en daarmee een flat character.

Moeder en vader Brockhaus: De ouders van Winkler zijn gescheiden en Winkler woont bij zijn moeder. Blz. 49 Winklers vader was een kleine, donkere man. De vader ziet Winkler bijna nooit behalve als Winkler de hulp van
hem inroept dan komt hij langs. Blz 43 Hij had besloten om zijn vader een brief te schrijven. Ook Winklers ouders zijn flat characters.

Overige personages: De overige personages in het verhaal, met name de leraren, zijn typen. Blz 28 Zei een kleine man in een gifgroen jasje en maar een arm. Blz 47 Zijn kostuum glom, zijn vette haren lagen op zijn schedel geplakt en op zijn schouders lag roos.

Onderlinge relaties: De belangrijkste relatie is die tussen de hoofdfiguur, zijn ouders en zijn broer, Laroux. De overige verhaalfiguren, zoals de docenten en klasgenoten, hebben een onbelangrijke band met Winkler.

Het thema: Het thema is antisemitisme (vijandigheid jedens de joden als zodanig) Het gedrag van de leraren komt voort uit hun antisemitische gevoelens ten opzichte van joden. Deze gevoelens worden regelmatig geuit tegen Winkler, die van joodse afkomst is.

EIGEN MENING
Ik dacht eerst dat alle leraren heel slecht waren, maar dan in het tweede deel lees je meer over de achtergrond van de leraren, en dan kan je ze iets beter begrijpen dat het helemaal niet zulke slechte mensen waren, het lag meer aan hun verleden, het waren best aardige mensen. Blz. 106 Ronnie Staal had toegegeven dat zijn gedrag tegen zijn leerling indertijd onredelijk en gemeen was geweest. Hij was zo nijdig geworden omdat ‘zogenaamde slachtoffers van de oorlog in Europa’ toen in de watten werden gelegd, maar hij met zijn vreselijke ervaringen in het Jappenkamp nergens gehoor kreeg. Ronnie meende dat hij nu wel veranderd was, maar begin jaren zestig leken Indië en de slachtoffers niet te bestaan. Toen Ronnie aan Winklers les gaf, liep hij al bij een psychiater en minstens drie doctors. Hij had toen ondraaglijk veel last van zijn rug ‘die de Jappen met honderden afranselingen met bamboestokken tot moes hadden geramd’ en zijn manier van lesgeven (‘Als ik het zo mag noemen’) moest vooral verklaard worden uit frustratie en het onafgebroken lijden aan ‘niet uit te houden zenuw pijnen’. Blz 107 Nadat Winkler alle achtergronden verteld had aan zijn schoolvriend door de telefoon. Na anderhalf uur hoorde Winkler zijn vriend door de telefoon oprecht zeggen: ‘Mijn oren huilen.’

Dit kwam mij in een zekere zin wel bekend voor. Je denkt dat elke leraar saai en alleen maar wil lesgeven, maar op skireis met school gingen er ook een paar leraren mee en dan leer je ook de andere kant van het persoon kennen. Als je gewoon oplet tijdens de uitleg stukken dan kan je daarna wel eens een lolletje maken.

Ik zou dit boek zeker willen aanraden aan mijn klasgenoten, omdat het gewoon een heel mooi boek is om te lezen. Het is niet te lang, niet te kort. Het verhaal is nooit saai, het is altijd wel boeiend. Het makkelijk om te lezen.

Samenvatting: Winkler Brockhaus gaat, in navolging van zijn broer Laroux, het gymnasium volgen. Laroux beschrijft het gymnasium als ‘de hel’. Moeder vindt dat ze het niet moeten overdrijven. In haar tijd kon ze alleen nog maar dromen van het gymnasium. Ze meent dat Winkler, na het gymnasium, wel dokter of advocaat kan worden. Op de allereerste schooldag gaat het al mis; Winkler fietst, tegen het reglement in, over het schoolplein naar de fietsenstalling. Hij moet zich daarop melden bij de conrector. Als later de conrector het reglement komt voorlezen in de kantine, wordt van iedereen een absolute stilte geëist. Winkler fluistert iets tegen zijn buurman, Alexis, en wordt door de conrector aan zijn oren getrokken. Van de rector moeten ze als strafwerk het hele geschiedenisboek overschrijven. De conrector vindt deze straf te mild en geeft ze nog 100 pagina’s van het aardrijkskundeboek mee. Ook de leraren hanteren strenge regels en zijn niet kinderachtig wat strafwerk betreft. De leraar Frans laat zijn leerlingen eindeloos lang onregelmatige werkwoorden opdreunen.

Winkler besluit met school te stoppen. Hij wil fietsend naar Frankrijk en brengt zijn fiets ter reparatie naar meneer Wielenga. De reparateur vertrouwt de zaak niet en informeert Winklers moeder. Zij reageert hierop woest. Voor kinderarbeid moet hij maar naar Afrika gaan. Na deze berisping informeert moeder de rector van het gymnasium. Op school krijgt Winkler ruzie met meneer Hundertwasser, de leraar Duits. Winkler is van mening dat de Duitse naamvallen maar onzin zijn. De leraar is van mening dat de naam Brockhaus wel erg Duits klinkt en dat Winkler dus respect voor de Duitse taal behoort te hebben. Als Winkler hem uitlegt dat zijn familie afkomstig is uit Polen, reageert de leraar met de mededeling dat het dan wel een jodenfamilie betreft. Ook vindt hij dat de joden zelf de hand hebben gehad in alle oorlogsgebeurtenissen. Winkler is stomverbaasd en besluit zijn vader, die al enige jaren gescheiden is van zijn moeder, te schrijven. Als Winkler wiskundeles heeft, ziet hij zijn vader plotseling op het schoolplein lopen en krijgt hij weer moed. Hij krijgt een standje van leraar Latjes en moet zich melden bij de rector. Daar treft hij vervolgens zijn vader aan. Na een indringend gesprek met de rector worden Hundertwasser en Latjes geschorst wegens het uiten van antisemitisme. Kort daarop worden ze ontslagen.

Winkler is nu de held van de school. Na een geschiedenisfilm over de jodenvervolging wordt hij zelfs gezien als één van de overlevenden. Toch blijven er nog leraren die hun traumatische oorlogservaringen niet van zich af kunnen zetten en de leerlingen blijven treiteren. Gymnastiekleraar Staal heeft in een Jappenkamp gezeten en laat zijn leerlingen in de touwen klimmen, terwijl hij hen met een stok probeert te raken. Tekenleraar Wreedstaart heeft een onbekend trauma en gedraagt zich bijzonder vreemd. Hij laat leerlingen onbekende voorwerpen tekenen en wil dat ze een eikenblad op zijn borstkas tekenen. Hierop springt hij als een kikker het lokaal uit, om nooit meer terug te komen. De enige leraar die wel het respect van zijn leerlingen verdient, is meneer Pompeius van der Camp, Pompie genaamd. Bij wijze van grap plaatst Winkler een traangasgranaat onder zijn stoel. Pompie ziet het en schuift de granaat onder Winklers stoel. De klasgenoten, die er eerst wel de gein van in konden zien, keren zich nu tegen Winkler. Na de les maakt de rector hem goed duidelijk dat hij niet meer welkom is op de school.

Winkler besluit te gaan werken en solliciteert bij het energiebedrijf. Hij wordt direct aangenomen als meteropnemer. Na een half jaar besluit hij in de avondopleiding zijn gymnasiumopleiding af te maken. Na de avondopleiding volgt hij de studie Nederlands en studeert hij zelfs eerder af dan zijn vroegere klasgenoten. Hij wordt een graag geziene gast op de televisie. Tijdens een schoolreünie ontmoet Winkler de invalide meneer Staal. Hij geeft toe dat hij zich indertijd misdragen heeft. Bij de slijterij ontmoet Winkler meneer Latjes, die aan de drank is geraakt. Hij en Hundertwasser hebben, als antisemieten, nooit meer een baan kunnen krijgen. Op het journaal ziet Winkler hoe zijn vroeger leraar Frans als verzetsheld onderscheiden wordt door de koningin. In een volgend journaalbericht ziet Winkler zijn oude geschiedenisleraar, die een rechts-nationalistische partij heeft opgericht, pleiten voor een buitenlandersvrij Nederland. Het trauma van tekenleraar Wreedstaart verneemt Winkler via zijn buren. Hij blijkt in de oorlog zijn hele gezin te zijn verloren. Geestelijk is hij nooit van dit trauma hersteld. Hij blijkt echter wel een succesvol makelaar te zijn. De conciërge is nu gokhalexploitant en de rector is na zijn pensioen naar Kaapstad vertrokken. De leraar Nederlands is bareigenaar in België.

REACTIES

A.

A.

Hoi Jeroen,

Ik moet voor nederlands een boekverslag maken over 'de hel'. Eerst heb ik het boek zelf twee keer gelezen en nu lees ik alle samenvattingen en boekverslagen ervan die op scholieren.com staan. Ik vond die van jou heel erg goed, doordat bij jou in de titelverklaring als enige alle aspecten zaten die mij ook waren opgevallen en ik vond je mening heel goed en je zei wat andere dingen dan de rest. Dat wilde ik even zeggen.
Groetjes,
Awital

19 jaar geleden

A.

A.

Sorry, ik heb je net ook een berichtje gestuurd, maar je moet niet denken dat ik die van jou ga inleveren ofzo, ik gebruik ze alleen om zelf een beetje op ideeen te komen. Ik heb zelf ook wel wat dingen op t internet gezet en ik zou t vervelend vinden als mensen die gewoon inleverden, daarom zeg ik t maar even dat ik dat nie doe.

19 jaar geleden

P.

P.

heej jeroen,

Goed verslag hoor...
nou doeidoei xxx priscilla

18 jaar geleden

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "De hel door Boudewijn Büch"