ADVERTENTIE
Is jouw geschiedenisleraar de allerbeste?

Geef hem of haar dan op voor de titel Geschiedenisleraar van het jaar van het Rijksmuseum. De deadline voor aanmeldingen is 31 maart 2020.

Geef je leraar op!


Feitelijke gegevens over het boek
Gebruikte druk: 1e
Verschijningsdatum 1e druk: oktober 2009
Aantal bladzijden: 408
Uitgegeven door: Nieuw Amsterdam

Beschrijving van de cover
Op de cover staat een keurig geklede jonge man afgebeeld. Hij kan voor Lucien doorgaan.


Genreaanduiding van het boek
Het is enerzijds een psychologische roman, anderzijds een roman waarin de schrijfster speurwerk heeft gedaan naar de historische betekenis van de cocaìnefabriek die Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog geen windeieren heeft gelegd. Daardoor is Nederland misschien wel mede schuldig aan het grote aantal verslaafden dat uit de oorlog terugkwam


De flaptekst
Op 31 juli 1917 klimt de 26-jarige Engelse onderwijzer Robin Ryder in de buurt van Ieper een loopgraaf uit en rent overmoedig de Duitse mitrailleurs tegemoet. Drie dagen later raakt hij zwaargewond door een Duitse granaat; voortaan moet hij zijn gezicht verbergen achter een maskertje.
Op ongeveer hetzelfde moment haalt zijn leeftijdsgenoot Lucien Hirschland, handelsreiziger van de bloeiende Nederlandsche Cocaïne Fabriek te Amsterdam, een grote order binnen van een Engelse farmaceutische firma, en kort daarop sluit hij met een inkoper van het Duitse leger een lucratieve deal. Van de provisies kan hij zijn felbegeerde Harley Davidson kopen.
Na de wapenstilstand brengt een wonderlijk toeval Robin Ryder in huize Hirschland, waar hij liefdevol wordt opgevangen door Luciens jongere zus Swaantje. Er groeien verwachtingen en illusies, maar door bedrog en zelfbedrog raken hun levens volledig ontworteld, want de oorlogsveteraan heeft meer te verbergen dan zijn verminkte gezicht.
De handelsreiziger van de Nederlandsche Cocaïne Fabriek is een weergaloze roman, gebaseerd op ware feiten.



Interview met de schrijfster over het boek
Bron: De Pers (maandag 5 oktober 2009)
Hollanders hielpen Britse en Duitse soldaten aan een cokeverslaving.
Ze is gaan kijken, oude kadasterkaarten in de hand. Daar bij het terrein van de Amsterdamse Hells Angels, met uitzicht op de Bijlmerbajes. Er staat nog maar één gebouwtje dat herinnert aan de vergeten Nederlandsche Cocaïne Fabriek.
Als Conny Braam (1948) geraakt wordt door een onderwerp, verhaalt ze met veel mimiek en haastige trekjes aan haar sigaar. Ooit was ze medeoprichtster van de Anti-Apartheids Beweging Nederland en persoonlijk betrokken bij de Zuid-Afrikaanse vrijheidsstrijd, tegenwoordig schrijft ze vanuit haar houten huisje in IJmuiden met dezelfde inzet historische romans. ‘Ik ben altijd op zoek naar brandende kwesties, daarin verraadt zich de oude activiste. Maar na al die jaren ondergrondse strijd zie ik meer een rol voor mezelf weggelegd hier in IJmuiden als romanschrijfster.’
‘Toen ik in het Pharmaceutisch Weekblad een trotse vermelding vond dat de winsten van de Nederlandsche Cocaïne Fabriek tijdens de Eerste Wereldoorlog enorm stegen, wist ik dat ik iets te pakken had. De omvang van de fabriek verdubbelde in die tijd. Het verbaasde me dat er opeens zoveel vraag was naar cocaïne, dat tot die tijd in Nederland vooral door tandartsen en oogartsen werd gebruikt als verdovingsmiddel.’
Vechtmachines
Na twee jaar archiefonderzoek in binnen- en vooral buitenland constateerde Braam dat al in die tijd werd gewaarschuwd voor de gevaren van cokeverslaving. Tegelijk testte het Britse leger de bruikbaarheid van coke bij soldaten. Tijdens de laatste Boerenoorlog in Zuid-Afrika bleek het middel zeer bruikbaar. Het bedrijf Burroughs Wellcome bedacht pillen met een mix van coke en cafeïne. De Engelse militairen kregen flesjes met die pillen, zodat ze honger en slapeloosheid vergaten, ‘in echte aan zelfoverschatting lijdende vechtmachines veranderden’ en als in een roes de Duitse loopgraven bestormden.
‘Nederland had een monopolie op de cocaïne-bladerenmarkt veroverd, door cokeplantages in Indië uit de grond te stampen. De Peruaanse plant deed het goed in de kolonie. Aangezien wij als neutrale natie zonder risico’s deze grondstof konden aanvoeren, moesten de Britten wel bij ons inkopen.’
Ook de Duitse inkopers meldden zich. ‘Waarschijnlijk heeft de fabriek honderdduizenden soldaten aan een verslaving geholpen en tot vreselijke wandaden aangezet. Tijdens en na WOI vond je in Duitse en Engelse kranten talloze verhalen over teruggekeerde militairen die zwaar verslaafd waren. Alleen al in Berlijn had je een ziekenhuis met tienduizend geregistreerde verslaafden.’

Braam heeft materiaal gevonden dat erop wijst dat de Nederlandse regering van de handel met de buitenlandse legers wist en die zelfs gestimuleerd heeft. ‘De Nederlandse regering heeft geen fraaie rol gespeeld. Pas in 1920 accepteerde ze noodgedwongen het Verdrag van Versailles, dat de handel in verdovende middelen aan banden legde.’ In de Tweede Wereldoorlog herhaalde de geschiedenis zich, toen de Cocaïne Fabriek amfetaminen aan de nazi’s leverde en daar goed aan verdiende.
De schrijfster is niet uit op excuses van de overheid. ‘Heeft de oorlog langer geduurd door de Nederlandse coke? We zullen het nooit weten.’ Braam hoopt op discussie en verder wetenschappelijk onderzoek. ‘Ik denk dat de Engelse vertaling wel wat zal losmaken.’
Juist een roman is daarvoor geschikt, ‘want dan zien lezers hoe historische gebeurtenissen uitwerken op gewone mensen uit die tijd.’
‘In deze roman volg je de Britse onderwijzer Robin, die door zijn verslaving in een monster verandert. De andere hoofdpersoon is Lucien Hirschland, een handelsreiziger van de fabriek, die veel geld verdient aan de coke maar daar uiteindelijk niet gelukkig van wordt. In hem zit de tijdsgeest, de naïviteit. Zo krijgen de feiten meer impact. Als mijn jaren bij de ondergrondse strijd ergens goed voor zijn geweest, dan is het wel het doorstaan van extreme situaties en emoties. Paranoïa, extreme angsten, maar ook liefde. Daaruit kon ik putten bij Robin en Lucien.’

Ze is niet in de verleiding gebracht zelf cocaïne te proberen. ‘Als je weet wat het allemaal met je doet, hoef je niet meer. Bovendien ben ik al druk genoeg van mezelf, roept mijn dochter altijd. Aan een glaasje wijn per avond heb ik genoeg.’
Zie voor nog meer informatie het interview van Saskia van Reenen hieronder in de bijlage.

Structuur en/of verhaalopbouw
Er zijn twee grote delen in de roman.
Deel I speelt tijdens de laatste jaren van de Eerste Wereldoorlog (blz. 7-199)
Deel II speelt in de eerste jaren na de Eerste Wereldoorlog ( blz. 203-408)
Beide delen worden nog onderverdeeld in 15 hoofdstukken: in totaal dus 30.
Beide delen zijn vrijwel even groot.

In het eerste deel zijn er twee verhaallijnen en eigenlijk ook twee vertelstandpunten.
Er zijn de lijnen van de Engelse soldaat Roert Ryder (6 hoofdstukken) en van De Nederlander Lucien Hirschland.( 9 hoofdstukken) In dat eerste deel kennen deze hoofdpersonen elkaar niet.
In deel II komen ze meteen al in het eerste hoofdstuk met elkaar in aanraking (letterlijk botsing) Dan lopen hun verhaallijnen parallel. Er blijven wel twee vertelstandpunten, maar dat van Lucien is veel overheersender dan dat van Robin.,
De roman wordt chronologisch opgezet. De volgorde van de handelingen wordt verteld in de volgorde van de tijd. Er zijn nauwelijks terugblikken naar het verleden. In het eerste deel blikt Robin terug op zijn schoolmeestersbaan voor de oorlog uitbrak en Lucien kijkt terug op zijn Javaanse periode.
Het verhaal heeft een open einde: Lucien vertrekt naar Java.

Gebruikt perspectief
De gebruikte standpunten vanuit de beide vertellers zijn personaal: er wordt in de hij-vorm verteld. Er wordt in de o.v.t. verteld. Er lijken wel af en toe wat auctoriale trekjes in de personale vertelwijze te zitten.

De tijd van het verhaal
Het eerste deel is nauwkeurig te bepalen. De inhoud betreft de jaren 1917-1918 (einde oorlog)
Het tweede deel begint in 1920 en neemt in ieder geval een jaar of twee in beslag. Er wordt in dat deel nauwelijks over data gesproken.

De plaats van handeling
In het eerste deel is het front in België een van de locaties waar het verhaal zich afspeelt. Lucien woont in Haarlem in een groot herenhuis van zijn overleden ouders.
Het verhaal heeft verder Amsterdam als decor waar de Nederlandsche Cocaïne Fabriek staat.
In deel II gaat Lucien ook een keer naar Berlijn, waar hij meewerkt aan een zending cocaïne.

Samenvatting van de inhoud
Deel 1
Eerst vertel ik hier de verhaallijn van Robin Ryder.
In het eerste hoofdstuk klimt de Britse soldaat Robin Ryder uit de loopgraven. Het is 1917 en zijn leidinggevenden hebben hem en zijn makkers wijs gemaakt dat de Duitse stellingen weggebombardeerd zouden zijn. Maar de realiteit is anders. Er komen veel doden te vallen en Robin Ryder raakt gewond. Ze trekken zich weer terug. Hij ontmoet een man met een litteken die hem naar een veldhospitaal brengt. Er zijn veel gewonden: ze worden weer provisorisch opgeknapt en teruggestuurd naar het front.
Robert wordt aan het front doodsbang. Hij heeft zich voor de oorlog aangemeld op aanraden van zijn schoolhoofd. Hij krijgt pillen cocaïne en gaat daarna heel overmoedig op de tegenstander af. Dan wordt hij getroffen door een granaat. Hij raakt zijn gezicht voor een deel kwijt en zal naar Engeland worden gebracht. Een plastisch chirurg ontfermt zich over hem. Zijn neus en wang zijn weggeschoten. Robin krijgt een nieuw gezicht. Zijn ouders komen op bezoek en doen nietszeggende mededelingen. Hij is daar woedend over en hij spuugt zijn moeder in het gezicht. Daarna krijgt hij een metalen masker aangemeten., Bij zijn vlucht uit het ziekenhuis neemt hij cocaïnepillen mee, anders durft hij de wereld niet onder ogen te komen.

De tweede verhaallijn is die van Lucien Hirschland.
Lucien is vertegenwoordiger van de Nederlandsche Cocaïne Fabriek en hij ontvangt de Engelsman Kirkpatrick voor een grote order cocaïne. Nederland is in de Eerste Wereldoorlog neutraal en levert het spul ook aan de tegenstander Duitsland. Lucien verkoopt veel op provisiebasis en zijn inkomen wordt daardoor hoog. Zo kan hij zijn felbegeerde Harley Davidson motor kopen.
Ho 5 (flashback) Hij is teruggekomen uit Java, omdat zijn vader overleden was. Zijn zus Swaantje was gescheiden van een oplichter die de uitgeverij van zijn vader te gronde had gericht. Op Java had Lucien veel avontuurtjes gehad , vooral met getrouwde vrouwen van Nederlandse militairen en zijn vertrek kon net zo goed als een vlucht worden beschouwd.

Op zijn Harley rijdt Lucien naar Arnhem om een order van de Duitser Franz Biederman te bespreken. Biederman wil dat er 1000 kilo cocaïne meteen wordt afgeleverd op het strijdtoneel in België. Er wordt een hogere prijs bedongen. Bovendien wordt Biederman plat gemaakt met de diensten van een luxe hoer.
Lucien moet zich een dag later verdedigen bij zijn baas. Hij biedt dan aan om zelf de portie drugs af te leveren. Het wordt meteen de volgende dag al een vermoeiende reis met veel strubbelingen en controles. Lucien ziet ook veel gewonde Duitse soldaten. Hij denkt na over het verloop van de oorlog en de rol van de drugs.
Op een partijtje van zijn zus Swaantje vertelt hij over zijn lotgevallen in de oorlog. Hij geeft ook coke aan zijn vriendin Pola, die actrice is. Ze wordt er heel geil van en daarvan kan Lucien profiteren. Niet lang daarna wordt hij bij zijn directeur geroepen. Er blijkt tijdens het transport naar België 100 kilo pure cocaïne verdwenen te zijn. Lucien weet niet wie dat gedaan kan hebben, want hij is er steeds bij geweest. Onderweg kan het eigenlijk niet gebeurd zijn: zouden de Duisters hem een loer gedraaid hebben?
In 1918 is de oorlog afgelopen. Franz Biederman komt naar Nederland om Lucien een aanbod te doen voor hem te komen werken. Ook de chemicus van de Nederlandsche Cocaïne Fabriek Olyrook krijgt dat aanbod. Lucien weigert er op in te gaan.

Deel 2
In dit deel kan de samenvatting in de volgorde van de gepresenteerde hoofdstukken worden verteld.
Het is 1920. Lucien werkt nog steeds voor de Nederlandsche Cocaïne Fabriek. Die maakt veel winst en daarvan profiteert Lucien natuurlijk ook want hij werkt op provisiebasis. Op weg naar huis in zijn Mercedes rijdt Lucien een bedelaar aan, denkt hij. Het is Robin Ryder die naar Nederland is gekomen om werk te zoeken. Swaantje biedt Robin aan om te blijven slapen, tegen de zin van Lucien.
Robert blijft daarna gewoon in het huis logeren. Lucien bezoekt zijn zieke collega Olyrook : hij koopt coke van hem en geeft die weer aan zijn vriendin Pola. Die wil daarna met hem trouwen en kinderen krijgen. Thuis vertelt Robin aan Lucien dat hij aan nachtmerries lijdt en pillen (coke) slikt. Robin raakt de weg kwijt door zijn pillengebruik. Dan helpt Lucien hem een keer door hem cocaïne te verstrekken. Hij verdient geld genoeg en hij betrekt zijn coke van Olyrook die voor zichzelf begonnen is. Hij moet steeds meer coke hebben voor Pola en Robin . Robin is jaloers op de vriend van Swaantje die als ambtenaar voor de regering van Nederland onderhandelingen voert over het gebruik van drugs aan verschillende landen. Het is een stijve hark en Robin is verliefd op Swaantje geworden. Maar ja, hij is mismaakt en draagt een lelijk masker. Robin en Lucien maken een keer een ritje naar IJmuiden en onder invloed van de coke gaat Robin met vissers op de vuist. Daarbij gaat zijn masker kapot en Lucien laat dat voor hem lassen in de garage. Het masker wordt er niet fraaier op. Robin dus ook niet.

Zijn a.s. zwager waarschuwt hem voor de nieuwe Opiumwet waardoor alles veel strenger zal worden gecontroleerd. Wanneer Pola en Robin zoveel blijven snuiven, wordt dat vroeg of laat ontdekt en de lijn wordt dan wel direct naar de handelsreiziger van de Nederlandsche Cocaïne Fabriek gelegd. Dan is hij wel zijn baan kwijt.
Lucien gaat voor advies naar Olyrook die hem aanraadt Pola te laten afkicken met een nieuw middel: novocaìne. Wanneer hij bij Olyrook is, komt Franz Biederman op bezoek. Die nodigt hem uit om naar Berlijn te komen voor zaken. Op Robin moet echter worden gelet vanwege zijn verslaving. De vriendin Tosca doet dat voor hem.

In Berlijn betaalt Biederman de geleverde coke cash aan Lucien. Dat is heel ongebruikelijk. Pola die ook in Berlijn is, raakt nu echt verslaafd. Haar werd een gouden toekomst als actrice in de nieuwe Duitse films beloofd, maar ze is helemaal aan lager wal geraakt. Ze heeft elke dag coke nodig en is een speelbal van de dealers geworden.

In Amsterdam ontmoet Lucien Kirkpatrick weer. Dat blijkt de oom van Robin Ryder te zijn die Robin had aangeraden om naar Amsterdam te gaan en contact te zoeken met Lucien. Die zou hem van zijn verslaving kunnen afhelpen. Maar het komt nu dus allemaal uit. Swaantje wil Robin wel helpen met afkicken.
Wanneer Lucien weer op bezoek gaat bij de inmiddels heel zieke Olyrook vertelt zijn hulp Jan Palacky hem dat in de oorlog Olyrook de 100 kilo cocaïne heeft achtergehouden. Biederman wist daarvan en chanteert na de oorlog Olyrook met die kennis. Daarom moet Olyrook cocaïne aan Biederman leveren. Ze leveren aan de illegale markt, dat zijn de verslaafde soldaten na de oorlog. Terug in Nederland besluit Lucien alles aan zijn directeuren te vertellen. Die vinden het allemaal niet zo erg. De Nederlandsche Cocaïne Fabriek verdient immers handenvol geld aan de handel.

Robert Ryder gebruikt op een avond cocaïne met een kunstschilder die naast Lucien woont. In extase van de drugs maken ze schilderijen van elkaar. De kunstschilder noemt het schilderij `De bruidegom van Swaantje” . Daarna lacht hij hem hatelijk uit. Thuisgekomen neemt Robin dan opnieuw coke en hij probeert Swaantje te verwonden. Lucien is net op tijd maar door zijn ingrijpen heeft Swaantje toch een flinke snee in haar wang opgelopen. Swaantje eist excuses van Lucien aan Robin . Door zijn onbesuisde actie is de snee ontstaan. Lucien wordt kort daarop ontboden bij de directie, maar hij gaat gewoon niet. Hij krijgt steeds meer informatie over de Nederlandse cokehandel te horen. De vriend van Swaantje Christiaans verbreekt de verkering. Hij zit aan de onderhandelingstafel over de deals die de landen met elkaar sluiten. Olyrook vertelt aan Lucien dat hij Biederman nog van voor de voorlog kent. Hij was ervan op de hoogte dat soldaten met coke werden geholpen om overmoedig te worden. Olyrook heeft spijt van alles: zijn hulp Jan Palacky is dood aangetroffen als gevolg van een overdosis coke. Lucien vertelt alle informatie aan Christiaans, maar die heeft hem in de tang vanwege zijn cokedeals met Pola en Robin waarvan hij op de hoogte is.

In het laatste hoofdstuk wordt Lucien bij de directie van de Nederlandsche Cocaïne Fabriek geroepen. Hij heeft heel goed werk gedaan. Maar hij wordt weggepromoveerd naar Java. Daar wordt een opiumfabriek gestart en ze kunnen een goede handelsreiziger zeker gebruiken. Robin Ryder wordt naar Engeland teruggebracht door Swaantje en haar vriendin Tosca.
Lucien schenkt zijn Harley weg en ook de inmiddels gekochte Mercedes. Die krijgt de chauffeur van de fabriek met wie hij eens naar België is gereden.
In feite is hij platzak, als hij aan boord stapt van het schip dat hem naar Indonesië zal brengen.

Titelverklaring
De titel hoeft verder geen uitleg. Lucien is nu eenmaal de handelsreiziger van de Nederlandsche Cocaïne Fabriek geweest.

Thematiek en interpretatie
Het gaat in deze min of meer historische en realistische roman over de positie die Nederland heeft ingenomen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Nederland was zogezegd neutraal in de oorlogshandelingen en kon op die manier leveren aan twee grote legers. De soldaten die ontberingen moesten lijden (koude, geen eten) werden op de been geholpen door hun drugs toe te dienen. Cocaïne was daarvoor het meest geschikte middel en de Nederlandse handelsgeest zorgde voor de rest. Waren we in het verleden ook al niet die de slaven naar de Nieuwe Wereld brachten?
Dat is eigenlijk toch het onderwerp van deze roman met historische feiten. Na de oorlog waren veel soldaten in beide landen (Duitsland en Engeland) verslaafd overgebleven en zij vormden natuurlijk een ideale markt. Op zo’n gat in de markt springen criminelen altijd in en zo kon de Nederlandsche Coke Fabriek ook de eerste jaren na de oorlog nog grote winsten boeken. Lucien is daarbij niet helemaal zuiver. Hij verdient zelf grote bedragen die goed zijn voor luxe vervoermiddelen en hij levert bovendien coke aan zijn mooie vriendin die actriceplannen heeft. Maar ze wil ook graag met hem trouwen. Dan is ook Lucien niet thuis en haakt hij af. In zijn verleden heeft hij zich ook niet al te zuiver gedragen op Java. Hij had menig vrouwtje het hoofd op hol gebracht en tot overspel weten te verleiden. Lucien mag aan het einde van de rit weer terug naar Java.

In de roman wil Conny Braam ook nog eens benadrukken dat oorlog altijd big business is. Volgens mij is de Eerste Wereldoorlog de eerste oorlog waarbij op grote schaal drugs als wapen werd gebruikt Nu kent elke oorlog zijn drug. In de Tweede Wereldoorlog was het amfetamine, in Vietnam heroïne - en wie weet wat er nu in Afghanistan wordt geslikt. Daar hoor je weleens iets van, maar over het algemeen overheerst de schaamte."

Andere motieven die een rol spelen in de roman:
- De politieke verhoudingen tijdens de Eerste Wereldoorlog
- De politieke machtspelletjes die werden gespeeld, ook door Nederland
- Verliefdheid van Robin op Swaantje
- Overspel (tijdens de periode op Java)
- De broer-zusverhouding
- De mismaakte (vgl. de Klokkenluider van de Notre Dame)
- List en bedrog
- Drugswereld en criminaliteit
- Illusie (Robert in Engeland) en desillusie (Robert in België)
- Spijt en schuldgevoelens

Beoordeling scholieren.com
Conny Braam schrijft een zeer interessant verhaal over de Nederlandse politiek tijdens de Eerste Wereldoorlog. Net als in de eerste boeken over de schandalen het verraad in de Tweede Wereldoorlog heeft ze zich goed gedocumenteerd. Daarna heeft ze haar kennis in de vorm van een roman geschreven. Dat is een aantrekkelijke manier om een deel van de geschiedenis te leren kennen: vanuit een historisch naar een romantisch perspectief. De verschrikkingen van een oorlog komen immers het beste tot uiting in de persoonlijke belevenissen van de mensen die de oorlog hebben meegemaakt. Daardoor blijven de verhalen van overlevenden van een oorlog (welke dan ook) altijd zo interessant. Het is de subjectiviteit en de beleving van mensen die de oorlog doen herleven. Dat heeft Conny Braam met verve gedaan. In de compositie van deel I is ze heel helder. Ze laat daar de twee verhaaldraden parallel naast elkaar voortbestaan: de beide hoofdfiguren kennen elkaar nog niet en in del II vallen hun levens samen. Dan wordt de compositie nog eenvoudiger. Indringend laat de schrijfster zien welke invloeden het cokegebruik ook na de oorlog op de maatschappij hebben gehad. Zo wordt dit boek door mij gezien als een waardevol document voor de geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog.

In die zin zal het boek ook zeer interessant zijn voor de leerlingen van het havo en vwo met geschiedenis in hun pakket. De eerste Wereldoorlog is de komende jaren ook geschiedenisonderwerp bij het eindexamen. De amusementswaarde is ruim voldoende. En wie het boek heeft doorgelezen, moet toch meer dan 400 bladzijden verwerken. Dat wordt dan ook beloond met drie punten op de literatuurlijst, want “ De handelsreiziger van de Nederlandsche Cocaïne Fabriek” is een waardevol tijdsdocument geworden.

Relevante recensies
Op www.crimesite.nl staat een recensie: Voor de crime watcher is dit een boek wat op je boekenplank hoort. Een legale handel in harddrugs aan de Amstel, met een duister oorlogsverleden. In haar nieuwe roman beschrijft Conny Braam het waargebeurde verhaal van de Nederlandsche Cocaïnefabriek. ,,Je had in Amsterdam zelfs een officiële cocaïneveiling.'' Op 31 juli 1917 klimt de 26-jarige Engelse onderwijzer Robin Ryder in de buurt van Ieper een loopgraaf uit en rent overmoedig de Duitse mitrailleurs tegemoet. Drie dagen later raakt hij zwaargewond door een Duitse granaat; voortaan moet hij zijn gezicht verbergen achter een maskertje. Op ongeveer hetzelfde moment haalt zijn leeftijdsgenoot Lucien Hirschland, handelsreiziger van de bloeiende Nederlandsche Cocaïne Fabriek, een grote order binnen van een Engelse farmaceutische firma en kort daarop sluit hij met een inkoper van het Duitse leger een lucratieve deal. Van de provisies kan hij zijn felbegeerde Harley Davidson kopen
Na de wapenstilstand brengt een wonderlijk toeval Robin Ryder in huize Hirschland, waar hij liefdevol wordt opgevangen door Luciens jongere zus Swaantje. Er groeien verwachtingen en illusies, maar door bedrog en zelfbedrog raken hun levens volledig ontworteld, want de oorlogs-veteraan heeft meer te verbergen dan zijn verminkte gezicht.De handelsreiziger is een weergaloze roman, gebaseerd op ware feiten.

De fabriek is inmiddels, op één gebouwtje na, gesloopt. Braam bezocht de plek waar het complex ooit stond: aan de Wenckebachweg, op de plek waar nu het hoofdkwartier van de Hells Angels is gevestigd. "Ik ging er niet vanuit dat zij wat van die geschiedenis wisten, maar wandelde toch even naar hun terrein. Bij het hek kwamen dermate enge honden op me af dat ik maar niet verder ben gegaan." Bij een buurman kwam ze wel te weten over het overgebleven gebouwtje dat daar ooit 'Big Willem' van Boxtel, de later in ongenade gevallen ex-leider van de Angels, heeft gewoond.


In De Volkskrant van vrijdag 30 oktober 2009 geeft Edith Koenders in een korte recensie haar oordeel. Ze is niet heel erg positief en waardeert de roman ook met 2 van de 5 mogelijke sterren : Een intrigerend thema, dat niet uit de verf komt doordat Braam alles uitlegt en voorkauwt en de feiten verwerkt in opgelepelde dialogen. De roman opent met een gevechtscène: soldaat Robin ligt in de vuurlinie en ‘zijn hartslag ratelde nu synchroon met de mitrailleurs’. Hij overleeft, maar zijn gezicht is zo verminkt dat hij een masker moet dragen. Na de oorlog belandt hij niet helemaal toevallig – maar dat is weer een ander verhaal – in het huis van Lucien en Swaantje, waar hem zowel zijn dagelijkse portie cocaïne als veel liefde wacht.
Lucien raakt verstrikt in intriges, is er sprake van een complot? Zal Swaantje met haar saaie verloofde trouwen, of wint de afstotelijke Engelsman het? Om deze pil uit te kunnen lezen zou je ’t liefst bij Lucien aankloppen voor een ‘snuifje’, voor ‘de grootste mokerslag die je jezelf kunt toebrengen’ Maar of dat het allemaal waard is




Over de schrijfster en eerder gepubliceerde werk
Bron: website uitgever
Conny Braam werd in 1948 geboren in Arnhem. In 1992 debuteerde zij met Operatie Vulva, over haar persoonlijke betrokkenheid bij de Zuid-Afrikaanse vrijheidsstrijd. Voor haar roman Zwavel, een zoektocht van een Nederlandse vrouw dwars door Zuid-Afrika naar de oorlogsmisdadiger die verantwoordelijk is voor de dood van haar grootvader, werd ze genomineerd voor de Gouden Strop. Elsbeth Etty schreef in NRC Handelsblad over Zwavel:
‘Zwavel leest van de eerste tot de laatste bladzijde als een psychologische thriller, waarin grote thema’s als collaboratie en verzet met haast vanzelfsprekend gemak worden uitgewerkt.’

In 2000 verscheen haar historische roman De woede van Abraham. In 1863 moet de uit Rusland gevluchte Nicolas Abraham en zijn familie aanzien hoe dwars door zijn woongebied in de Hollandse duinen het Noordzeekanaal wordt gegraven en vele duizenden polderwerkers gedwongen zijn als beesten in het duin te leven. Samen met een journalist en een voormalig bendeleider komt Abraham in verzet tegen deze mensonterende omstandigheden.

In De onweerstaanbare bastaard keert Conny Braam terug naar dit gebied waar het vissersdorp IJmuiden is verrezen. Als tijdens de Eerste Wereldoorlog Engelse pantserkruisers en Duitse onderzeeërs op zee genadeloos strijd leveren, is IJmuiden het strijdtoneel van de oorlogvoerende landen: vice-consuls betwisten elkaar de kostbare vis. Voor reders, vishandelaren en gelukzoekers blijkt de oorlog een goudmijn. Tussen duin en vissershaven woont Lena, de dochter van Nicolas Abraham. Tot haar afschuw moet ze aanzien hoe de oorlog niet aan haar gezin voorbijgaat: hebzucht, oplichterij en morele chantage drijven het uiteen.

Met Het schandaal rondt Braam haar ‘IJmuider trilogie’ af. In dit boek staat de geruchtmakende ‘Velser affaire’ die zich rond de bevrijding afspeelde, centraal. De roman leverde talloze reacties van betrokkenen en nabestaanden op en leidde tot een wetenschappelijk onderzoek dat in 2010 van start gaat.

In 2007 verscheen De Russische timmerman. Achterin de tuin van zijn moeder leidt de paranoïde Engel Blazius een kluizenaarsbestaan in een kleine caravan die hij heeft uitgerust met bewakingscamera’s en afluisterapparatuur. Als zijn moeder besluit haar huis te laten verbouwen, lijken zijn angsten te worden bewaarheid door de komst van een Russische timmerman.
Het Leidsch Dagblad schreef: Het boek leest als een trein, een wonderlijke roetsjbaan van gebeurtenissen waarin de lezer – of hij wil of niet- meegesleurd wordt.


Bijlage
Interview met Conny Braam door Saskia van Reenen op de Radio Nederland Wereldomroep. (18 oktober 2009)
Bron: http://www.rnw.nl/nl/nederlands/article/nederlandse-coca%C3%AFnefabriek-maakte-vechtmachines-van-soldaten

Voor drugs moet je in Nederland zijn. In 1900 stond Nederland al in kleine kring bekend als leverancier. In Amsterdam was een fabriek die Duitse en Engelse soldaten tijdens de Eerste Wereldoorlog van grote hoeveelheden cocaïne voorzag.

De militairen werden dankzij het witte poeder moedige vechtmachines. Conny Braam schreef er de roman ‘De handelsreiziger van de Nederlandsche Cocaïne Fabriek’ over.
"Een ziekenbroeder boog zich over Robin heen, hij graaide in zijn eerste hulp kist, haalde een flesje tevoorschijn, trok de stop ervan af. 'Open die muil’, riep hij. Robin keek hem angstig aan, de broeder wrikte zijn mond open, duwde een tablet naar binnen en gaf hem een slok rum, het beven hield op. Robin voelde zich euforisch. ‘Mannen, we trekken ten strijde’, brulde een officier met uitpuilende ogen.”
Harddrug
Zo beschrijft Conny Braam in haar roman 'de Handelsreiziger van de Nederlandsche Cocaïne Fabriek' hoe Robin Ryder in de Eerste Wereldoorlog in een loopgraaf cocaïne toegediend krijgt.
Het verhaal van de Nederlandse handel in cocaïne is waar gebeurd, maar de twee hoofdpersonen zijn fictief. Lucien Hirschland is de handelsreiziger die de harddrug verkoopt aan Engelse en de Duitse farmaceutische firma's. Robin Ryder is de soldaat die het witte poeder inneemt.
Leverancier
Braam ontdekte dat Nederland in de Eerste Wereldoorlog de grootste leverancier van cocaïne was. Op de kolonie Java werden de cocaplanten geteeld. Vervolgens werden de bladeren - die een hoge dosis alkaloïde bevatten - in de fabriek aan de Weespertrekvaart verwerkt tot zuivere cocaïne.
Volgens de schrijfster was de verslavende werking van dit middel rond 1900 al bekend. De psychiater Sigmund Freud had er al mee geëxperimenteerd en erover gepubliceerd in het boek ‘Über Kokain’. Desondanks werden de gevaren genegeerd en leverde Nederland – neutraal tijdens de Eerste Wereldoorlog – de drug aan alle oorlogvoerende landen: Duitsland, Groot-Brittannië, Amerika, Frankrijk en Canada.
Uniek middel
"Ik vond een onderzoek van een Duitse wetenschapper uit het eind van de negentiende eeuw. Hij ontdekte dat het voor Duitse soldaten een uniek middel is", vertelt Braam. "Het verdrijft het hongergevoel en je wordt er buitengewoon agressief van. Daarnaast verlies je je inschattingsvermogen ten aanzien van gevaar. Dat leek te passen in deze krankzinnige oorlog, waarin tienduizenden soldaten over de lijken van hun vrienden moesten kruipen om rechtstreeks de Duitse mitrailleurs tegemoet te rennen."
Ook in een farmaceutisch weekblad vond Conny Braam het bewijs dat de cocaïne van de Nederlandse fabriek niet als verdovend, maar als stimulerend middel werd gebruikt. Volgens het tijdschrift heeft de fabriek fantastisch gedraaid tijdens de oorlogsjaren.

Leger van verslaafde soldaten
Soldaten kregen vlak voor ze de loopgraven uit kropen cocaïne toegediend met een slok rum. De alcohol versterkte het effect van de drug. Ook leest Braam in de Engelse krant The Times dat een Engels bedrijf omstreeks 1914 het middel Forced March op de markt bracht. Dit waren tabletten die cocaïne bevatten. Volgens advertenties is dit een geschikt middel om cadeau te doen aan familieleden aan het front. Door de drug ontstaat een nieuw leger. Een leger van verslaafde soldaten.
"Het meest dramatische ervan is dat er buiten de grote hoeveelheid doden die er gevallen zijn, na die Eerste Wereldoorlog grote hoeveelheden zwaar verslaafde soldaten waren", legt Braam uit. "Die zochten na die oorlog opnieuw naar dat middel."
Ook soldaat Robin Ryder struint stad en land af op zoek naar cocaïne. Allereerst vindt hij het in het ziekenhuis, waar hij terecht komt als hij zwaargewond raakt. Ryder verliest letterlijk zijn gezicht en leeft verder achter een cosmetisch masker. Zijn zoektocht naar de drug leidt hem verder naar de handelsreiziger Lucien. "De wikkels die hij van Lucien gekregen had, schudde hij leeg boven het bureaublad en hij snoof de poeder op. Even wankelde hij van de knal in zijn achterhoofd, zijn bloed begon te bruisen en zijn hart stuiterde in zijn ribbenkast”, beschrijft Braam in haar boek.
Zwarte markt
Na de oorlog rees de verdenking dat cocaïne uit de legale fabriek op de zwarte markt belandde. Braam ontdekte dat de productie ook na 1918 hoog bleef. De fabriek bleef zelfs tot 1963 bestaan. "Het farmaceutisch weekblad schrijft dat de cocaïnefabriek zo goed door de Eerste Wereldoorlog was gekomen omdat ze in 1942 amfetamine ging produceren. Voor het Duitse leger had dit middel hetzelfde effect als cocaïne. Het is een stimulerend middel, geen geneesmiddel. Het is een hele zwarte bladzijde in de Nederlandse geschiedenis."
 

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

K.

K.

Het eerste boek van Conny braam heet 'Operatie Vula' niet operatie Vulva zoals het hier zo mooi genoemd wordt ;P.

8 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast