De guillotine door Simone van der Vlugt

Beoordeling 4.7
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 3e klas vwo | 1904 woorden
  • 19 juni 2007
  • 9 keer beoordeeld
  • Cijfer 4.7
  • 9 keer beoordeeld

Boek
Auteur
Genre
Taal
Nederlands
Vak
Eerste uitgave
1999
Pagina's
216
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Prijzen
Jonge Jury (2001 Genomineerd)

Boekcover De guillotine
Shadow
De guillotine door Simone van der Vlugt
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Samenvatting
Sandrine de Billancourt had een gelukkig leven. Ze had alles wat haar hartje begeerde. Lieve ouders, een lieve zus, een kamenier (Julie) die tevens haar vriendin was, en veel eigendommen. Ze had namelijk een erg rijke vader. Ze behoorde tot de adel. Sandrine was het gewend dat er altijd heerlijke maaltijden op tafel stonden, dat er altijd overal geld voor was, dat ze overal naartoe gebracht kon worden en dat er altijd leuke dingen gedaan konden worden.
Wanneer ze met Julie met de koets door Bernard opgehaald worden, komt Sandrine er achter dat niet iedereen het zo goed heeft als haar. Ze komen in een grote opstand terecht, waar ze niet meer uit weten te vluchten. De koets komt tot stilstand in een smal gangetje en ze besluiten er maar uit te gaan. Wanneer ze Sandrine zouden zien zouden ze haar meteen vermoorden, omdat ze van adel is en omdat alle mensen van adel niet deugen. Sandrine baant zich een weg door de opstand en doet alsof ze ook aan de opstand meewerkt. Nadat Sandrine vreselijke dingen had gezien, kwam ze Julie weer tegen en gingen ze op weg naar huis. Maar toen ze een klein jongetje gewond op straat zagen liggen stopten ze. Julie kende het jongetje en ze brachten hem naar huis. De ouders van Pierre (het gewonde jongetje) waren erg trots op Julie en Sandrine en waren erg blij dat ze hem mee hadden genomen. Nou moest Pierre alleen nog verzorgt worden door een dokter. Door de opstand waren alle dokters al aan het werk en was er dus geen dokter meer over voor Pierre. Sandrine ging samen met Philippe (de broer van Pierre), en Julie naar een rijke dokter van adel die ze kende van haar ouders. Ze zei dat het dringend was en de dokter ging meer naar Pierre. Pierre knapte weer snel op en iedereen was blij met Sandrine’s hulp.

Toen Sandrine en Julie naar huis gingen, waren Sandrine’s ouders erg ongerust. Ook was haar vader erg boos op Bernard (de koetsier) en had hij hem ontslagen. Sandrine was het er helemaal niet mee eens, maar haar vader zei dat hij met Bernard had afgesproken dat Bernard haar nooit alleen mocht laten en dat Sandrine nu wel dood had kunnen zijn.
Sandrine’s vader had toch genoeg geld, en dus had hij de volgende dag al een nieuwe koetsier ingehuurd. Zijn naam was André.
Zoals elk jaar ging de familie de Billancourt op vakantie naar Poissy. In Poissy had Sébastian (Sandrine’s vader) ook een aantal grote boerderijen waar veel slaven op werkten.
Op weg naar Poissy stopten ze om in het plaatsje Orléans te overnachten. Wanneer ze uit de koets stappen valt het Sandrine al op dat er een groepje vrouwen naar hun staat te kijken. Als ze het appartementje ingaan en André de spullen van de koets staat te halen pakt opeens een klein jongetje een leren koffertje van de koets. André roept het jongetje en van de schrik laat hij het koffertje vallen. Vervolgens rolden alle schoonheidsmiddeltjes van Sandrine’s moeder eruit. Alle vrouwen rennen er naar toe en beginnen erin te graaien.
Sandrine werd er bang van de vrouwen en kon niet goed slapen. Toch vond ze het erg zielig voor de arme mensen. Ze hadden weinig te eten, want ze waren erg mager.
Wanneer ze eindelijk aankomen voelt Sandrine het vertrouwde gevoel weer van de natuurlijke omgeving. Ze geniet van de mooie natuur en van de vrolijke diertjes.
De volgende ochtend wordt Sandrine wakker van het gekoer van de duiven. Ze gooit haar gordijnen en haar raam open en kijkt naar buiten. Ze hoort nog niks beneden en kijkt hoe laat het is. Ze ziet dat het pas 7 uur is en besluit een stukje op haar paard ‘Florie’ te gaan rijden. Ze rijdt door het bos en langs de akkers. De boeren zijn al druk aan het werk. Wanneer ze voorbij de akkers is en ze even omkijkt ziet ze dat ze nagekeken wordt. Het geeft haar geen goed gevoel dat ze overal nagekeken wordt en besluit maar snel weer terug te gaan naar het kasteel. Ze rijdt door het bos terug naar huis, maar wanneer ze iets hoort achter haar stopt ze. Ze kijkt achterom en ziet een jongen. Ze kijken elkaar aan en Sandrine ziet dat hij twee gestroopte konijnen aan zijn riem heeft hangen. Sandrine waarschuwt hem, omdat het verboden is te jagen op dieren in het bos maar hij trekt zich er niks van aan. Hij zegt dat hij honger heeft en dat hij anders dood gaat van de honger. Sandrine krijgt te horen dat zijn moeder overleden is door gebrek aan eten, omdat Sandrine’s vader hun een te laag loon had gegeven en ze dus niet genoeg voedsel konden kopen. Sandrine gaat naar huis en begint het steeds zieliger te vinden voor de arme boeren.
Sébastian trekt zich er niks van aan. Sandrine gaat terug naar de jongen (Nicolas) om hem een paar broden, een brioche en een flink stuk ham te geven. Wanneer ze in het huisje is krijgt ze de grootste schrik van haar leven. De vader van Nicolas knijpt haar keel dicht en ze stikt bijna. Ze weet net op tijd los te komen van zijn greep en gaat snel naar huis. Sandrine verteld haar ouder dat het een zwerver was, omdat Sébastian de vader van Nicolas anders meteen had laten onthoofden.

Wanneer de familie op een rustige dag ineens allemaal lawaai hoort gaat Sandrine naar boven om uit het raam te kijken wat er aan de hand is. Ze ziet een enorme groep opstandelingen die het kasteel gaan bestormen. Ze vluchten terug naar Parijs, maar worden onderweg tegengehouden door een grote groep opstandelingen. Ze moeten een heel stuk door de modder lopen en hun koets wordt gesloopt. Sandrine’s ouders en haar zus ‘Michelle’ zijn woedend, maar Sandrine begrijpt het enigszins wel. Uiteindelijk komen ze toch nog levend aan in Parijs.
De familie heeft het dagelijks over de opstanden en brengen duidelijk hun mening naar voren. Sandrine vindt dat de arme mensen meer geld moeten krijgen voor voedsel enz., maar haar ouders en haar zus zeggen dat ze al genoeg krijgen en dat ze zich rustig moeten houden. Zo ging het nog dagen door, totdat de Nationale Garde (een groep opstandelingen) voor de deur stond. Dankzij Julie’s hulp verstopte Sandrine zich onder een luik in de kast, en werd ze niet gevonden. Maar haar ouders, haar zus en Julie werden wel meegenomen. Julie had tegen Sandrine gezegd, dat ze maar naar de familie Lambertin (de familie van Pierre) moest gaan en dat ze maar moest zeggen dat Julie haar gestuurd had. Eerst trekt ze nog even een armzalige jurk van één van de dienstmeisjes aan en pakt ze het geld en de sieraden van haar moeder en dan gaat ze op weg naar de familie Lambertin. Onderweg wordt ze vaak nagekeken en opeens wordt ze zelfs achterna gezeten. Ze weet te ontsnappen, maar ze vraagt zich wel af waarom ze achter haar aan zaten. Ze zag er toch helemaal niet uit als iemand van adel? Opeens snapte ze het. Ze had geen witte kokarde op haar jurk gespeld. Met een witte kokarde gaf je aan dat je vóór de Revolutie was. Als je die niet droeg werd je afgevoerd naar één van de grote gevangenissen en had je kans dat je naar de Guillotine moest. Wanneer een meisje haar mutsje laat vallen waar een kokarde op zit, pakt Sandrine de kokarde er snel van af en speld ze hem op haar jurk. Snel gaat ze naar de familie Lambertin. Na veel overleg mag Sandrine toch tijdelijk bij de familie inwonen. Er was nog wat onenigheid, omdat je ook opgepakt kon worden als je een aristocraat in huis had. Op een dag vertelde de vader van Pierre dat hij naar het gevangenisregister had gekeken en dat hij had gezien dat Sandrine’s ouders, haar zus en Julie alle 5 vermoord waren. Sandrine kon er maar moeilijk overheen komen. Ze mocht bij de familie Lambertin blijven wonen, maar moest wel aan het leven daar wennen. Ze moest werken en had weinig te eten. De familie Lambertin had namelijk ook maar weinig geld. Iedereen vroeg aan de ouders van Pierre en Philippe wie het meisje was en steeds bleven Margot en Maurice zeggen dat het een nichtje van hun was die uit Tours kwam. Wanneer Sandrine met Philippe naar een feestje gaat komt Sandrine Nicolas weer tegen. Het is inmiddels 3 jaar later en hij is erg veranderd. Eerst durven ze elkaar niet aan te spreken maar later gaan ze toch met elkaar praten en worden ze nog goede vrienden ook. Nicolas vertelde haar dat hij wel vóór de Revolutie is net zoals Philippe maar dat hij er tegen is dat er zo veel mensen worden vermoord, omdat hij vindt dat dat gewoon nergens voor nodig is.
Zelfs de koning Louis wordt onthoofd en vele mensen staan er gewoon bij te kijken en juichen nog ook. Sandrine wordt er gek van en wil daar weg. Op een dag besluit Nicolas te vluchten, omdat Philippe hem verteld heeft dat hij op de lijst staat van de mensen die opgepakt worden. Philippe wist dit allemaal omdat hij zelf officier was bij de Nationale Garde. Nicolas krijgt van Philippe een oude boerenkar en zodra Philippe weg is wenkt hij Sandrine naar hem toe te komen. Philippe wist namelijk niet dat Sandrine met Nicolas mee zou vluchtten. Hun poging om te vluchten mislukt alleen jammer genoeg. Ze komen aan bij de grens en worden streng gecontroleerd. Nicolas laat zijn document zien dat Philippe voor hem heeft nagemaakt. Er is niks mis mee en ze mogen doorrijden, maar dan opeens worden ze teruggeroepen. Ze halen al het verrotte fruit en groente van de kar, om te kijken of hij er nog iets onder had liggen. Toen ze Sandrine onder de rotzooi zagen liggen werden ze per direct opgepakt en naar de gevangenis gebracht. Sandrine voelde zich erg schuldig, omdat als zij niet mee was gegaan Nicolas wel had kunnen vluchten. Wekenlang moesten ze wachten, totdat een gevangenisbewaker hun stemmen om zou roepen en ze op de kar mee moesten naar de rechtzaal. Bij de rechtzaal bestond de kans er dat je werd vrijgelaten maar die was ongeveer 5% groot. Op een dag werd Sandrine omgeroepen. Ze ging mee op de kar zonder Nicolas. Er kwam onderweg naar de rechtzaal een opstandje om de kar heen. Een jongen van de Nationale Garde bevrijdde Sandrine en toen ze uit de donkere gang waren zag Sandrine dat het Philippe was. Philippe en Sandrine vluchtten samen weg, en omdat Philippe alles zo goed geregeld had wist hij ervoor te zorgen dat Nicolas ook kon vluchten. Hij had namelijk een pak van één van de mensen van de Nationale Garde op het bed van Nicolas gelegd. Nicolas begreep het en trok het pak aan. Zo kon hij uit de gevangenis vluchten en omdat hij naar een adres en een sleutel van een huis had gekregen waar hij andere kleren aan kon doen en waar een nieuw document voor hem lag met zijn gegevens erop kon hij opnieuw vluchten, en deze keer lukte het wel. Zo was Sandrine wel haar ouders kwijt maar was ze wel weggevlucht van die gevangenissen en had ze haar grote vriend Nicolas toch nog terug.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "De guillotine door Simone van der Vlugt"