Havisten uit de bovenbouw gezocht! Vul deze korte vragenlijst over jouw studiekeuze in en maak kans op een Bol.com bon t.w.v. 15 euro.

Doe mee


Samenvatting
Wanneer Geertruida van der Veen, een 74 jarige vrouw wakker wordt in een kamer tussen allemaal andere oude vrouwen vraagt ze zich af waar ze is. Ze weet niet hoe ze hier gekomen is. Ze raakt een beetje in paniek en vraagt zich meteen af waar haar dochter Helena is. Langzaam leert ze dat ze oud is geworden, ze wist wel dat ze oud was geworden maar ze merkte nu pas de gevolgen van het oud zijn. Ze maakt kennis met het gevoel dat ze niet meer voor zichzelf kan zorgen. Ze wil graag op zichzelf blijven wonen in haar appartement maar dit kan niet meer aangezien Helena in Parijs woont met haar man Jean en ze niet genoeg geld heeft thuiszorg te krijgen. Samen met Helena ondertekenen ze een formulier dat haar appartement verkocht wordt aan sociale zaken. Een vriendin de ze heeft gemaakt in het verzorgingshuis zoals ze het in het boek noemen koopt wat van haar spullen zodat ze wat extra luxe krijgt in het verzorgingstehuis. Ze licht samen met 5 anderen in de kleine zaal, het is een klein stukje lopen vanaf de kleine zaal naar de zitkamer, hier zitten ze elke dag te praten over dingen die ze vroeger hebben meegemaakt.
Op een gegeven moment is er een plaats vrij in de kleine zaal omdat er iemand is overleden. Twee dames van de grote zaal willen heel graag naar de kleine zaal omdat er iemand in de grote zaal snurkt. Mevrouw van der veen wordt in het laatste hoofdstuk ziek, ze heeft een vreeslijke pijn in haar dikke darm, hierdoor kan ze niet meer lopen. Op een avond is de pijn zo erg dat ze moet schreeuwen, er komt een zuster, deze geeft haar een injectie zodat de pijn weg gaat en ze in slaap valt. Op dit moment Helena weer in Parijs bij haar man. Helena wordt gebeld door het verzorgingstehuis dat mevrouw van der Veen er erg slecht aan toe is. Ze komt direct. Die ochtend wordt Mevrouw van de veen wakker, ze is naar de grote zaal verhuisd, hier is het rustiger zei zuster Maarle. Mevrouw van der Veen was hier al heel lang bang voor, iedereen in de grote zaal zijn er zo erg aan toe dat ze bijna dood gaan, er zijn in de tijd dat Mevrouw van der Veen in het verzorgingstehuis was meerdere verhalen langsgekomen dat er al vrouwen waren overleden in de grote zaal. Zodra Helena aangekomen was bij het verzorgingstehuis ging het nog veel slechter met mevrouw van der veen, Helena zat naast het haar bed, en toen ze Helena de arm van haar moeder vast pakte sprak mevrouw van der Veen haar laatste woorden uit “is er een hemel?” en Helena antwoorde hierop: “Als er een hemel is, mijn lieve moedertje, dan zal jij er met gejuich begroet worden”. Mevrouw van de veen blies haar laatste adem uit en stierf in de grote zaal.

 

Opdracht 11.2

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.