De donkere kamer van Damokles door Willem Frederik Hermans

Beoordeling 5.8
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 4e klas havo | 1152 woorden
  • 26 september 2006
  • 36 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.8
  • 36 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1958
Pagina's
335
Geschikt voor
bovenbouw havo/vwo
Punten
4 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's
Verfilmd als
Prijzen
Nederland Leest (2012 Winnaar)

Boekcover De donkere kamer van Damokles
Shadow

Lees De donkere kamer van Damokles en je wordt meegetrokken in het jonge leven van Henri Osewoudt, sigarenwinkelier te Voorschoten. Het zijn de jaren van de Duitse bezetting: als Osewoudt moet kiezen, is het zonder bedenktijd, met leven of dood als inzet en blind toeval als bepalende factor. Als een watervlugge bokser zet Willem Frederik Hermans ons op het verkeerde b…

Lees De donkere kamer van Damokles en je wordt meegetrokken in het jonge leven van Henri Osewoudt, sigarenwinkelier te Voorschoten. Het zijn de jaren van de Duitse bezetting: als O…

Lees De donkere kamer van Damokles en je wordt meegetrokken in het jonge leven van Henri Osewoudt, sigarenwinkelier te Voorschoten. Het zijn de jaren van de Duitse bezetting: als Osewoudt moet kiezen, is het zonder bedenktijd, met leven of dood als inzet en blind toeval als bepalende factor. Als een watervlugge bokser zet Willem Frederik Hermans ons op het verkeerde been. Steeds komen de gebeurtenissen in een ander licht te staan. De donkere kamer van Damokles biedt superieur schrijverschap, bloedstollende spanning en een sluipend gevoel van ongemak. Osewoudts leven wordt ons leven. Welke keuzes maken wij?

De donkere kamer van Damokles door Willem Frederik Hermans
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Titel: De donkere kamer van Damokles
Auteur: Willem Frederik Hermans

Samenvatting:
Henri Osenwoudt was een kleine man. Hij was geboren met blond haar en had geen baardgroei. Zijn jeugd leefde hij in Voorschoten, waar zijn vader een sigarenwinkel had. Osenwoudts vader was vermoord door zijn moeder in zijn jeugd, daardoor belande zijn moeder in een psychiatrische inrichting en groeide hij verder op bij zijn oom. Toen zijn moeder uit de inrichting kwam trouwde hij met zijn volle nicht en ging zelf in Voorschoten wonen. Daar nam hij de sigarenwinkel van zijn overleden vader over. De Tweede Wereldoorlog was nog niet begonnen maar de Duitse druk nam we toe.
Toen kreeg Osenwoudt bezoek van Dorbeck. Dorbeck leek heel erg op Osenwoudt, alleen had Dorbeck zwart haar en wel baardgroei. Osenwoudt moest een aantal foto’s ontwikkelen voor hem. Pas na een lange tijd kreeg hij bericht van Dorbeck om de ontwikkelde foto’s naar een postbus te sturen. Verder hoorde Osenwoudt niets van Dorbeck. Osenwoudt was nieuwsgierig en bracht de foto’s persoonlijk naar de postbus, maar de heilsoldate die de foto’s ophaalde raakte hij kwijt op straat.

Osenwoudt hoorde af en toe wat van Dorbeck, en toen de Tweede Wereldoorlog begonnen was hoorde Osenwoudt af en toe wat van Dorbeck.
Osenwoudt deed wat Dorbeck zei. Hij liquideerde ook menig ‘land-verrader’ op commando van Dorbeck. Vaak was Dorbeck hier niet bij.
Osenwoudt was ontdenkt door de Duitsers en hij was opgepakt maar ontsnapt door de hulp van een paar onbekenden.
Toen de oorlog was afgelopen werd Osenwoudt opgepakt. Hij was net in het bevrijdde gebied aangekomen toen hij werd gearresteerd door de Nederlandse marechaussee, en ging hij meteen met het vliegtuig naar Engeland. Daar werd hij verhoord door een engelse kolonel, over Dorbeck. Maar Dorbeck was niet te vinden. Osenwoudt was weer terug in Nederland gegaan en werd daar nog weer overhoord. Het werd hem duidelijk gemaakt dat hij inmiddels bekend stond in Nederland als landverrader. Hij had in alle kranten gestaan, met foto.
Er waren heel veel dossiers tegen hem. Alles wat hij voor Dorbeck gedaan had leek slecht. En zonder Dorbeck kon Osenwoudt zijn onschuld niet bewijzen. Dus Osenwoudt had Dorbeck nodig, alleen kon Dorbeck niet gevonden worden. Osenwoudt had nog een aantal kansen aangeboden gekregen om zijn onschuld te bewijzen, maar dat was niet genoeg. Osenwoudt had Dorbeck nodig.
Toen tot slot de foto mislukt was (het enige echte bewijs van het bestaan van Dorbeck) probeerde Osenwoudt weg te rennen. Er was een te goede beveiliging en werd op zijn vlucht neergeschoten. Met de dood als gevolg.

Osenwoudt en Dorbeck

Citaat 1:

“De luitenant haalde een rolfilmpje uit zijn zak.
- Geeft u maar hier, zei Osenwoudt. Ik zal mijn best doen, maar ik garandeer niet dat het overmorgen klaar is.
Hoe is de naam?
- Dorbeck. Met ck.
‘Dorbeck’ schreef Osenwoudt op het filmpje, met ck.
- Ik heet Osenwoudt, met dt, zei hij en legde het rolletje in de la van de toonbank.
- Dan lijken onze namen op elkaar.
De officier gaf Osenwoudt een hand en keek hem recht in zijn ogen. Osenwoudt zag dat de ogen van de luitenant op precies dezelfde hoogte als de zijne lagen.”
Pagina 24 en 25

Citaat 2:
“Dorbeck wenkte de ober en rekende af.
Ze gaven elkaar uitvoerig handen of ze voor lange tijd afscheid van elkaar namen en verlieten de wachtkamer. Dorbeck liep voorop, een meter of tien achter hem aan liep Zéwüster, Osenwoudt was de laatste.
Toen hij buiten het station kwam, zag Osenwoudt Dorbeck nergens meer, wel zag hij Zéwüster.
(…)
Kleine Houtstraat 32 was een hoekhuis. Terwijl Zéwüster aanbelde, keek Osenwoudt rond, maar Dorbeck zag hij nergens. De deur ging bijna onmiddellijk open en een sponzige man met een kaal rood hoofd stond in de vestibule van het huis.
- Mogen we even verderkomen? zei Zéwüster.
Voorstellen en handen geven scheen niet op te worden gerekend.
(…)
Toen zij buiten kwamen stond aan de overkant van de straat Dorbeck gebogen over een man die probeerde hem vast te houden bij zijn been. Osenwoudt zag dat Dorbeck hem en schop tegen zijn hoofd gaf. Meer zag hij niet. Hij holde naar het plein terug, matigde zijn gang en liep in kalm tempo naar het sportfondsenbad.”
Pagina 40, 41 en 42

Citaat 3:
“Een week lang dacht hij bijna voortdurend aan Dorbeck en hij hoopte dat hij iets van hem zou horen. Maar Dorbeck kwam niet, er kwamen ook geen boodschappen of brieven. Er verscheen evenmin een woord over de geschiedenis in de kranten. Hoe hij ook nadacht over middelen met Dorbeck in contact te komen, hij kon niet bedenken dat hem veilig genoeg scheen om het te proberen.”
Pagina 45

Citaat 4:
“Wat heb ik aan een Dorbeck die dood in Duitsland ligt? De levende Dorbeck heb ik nodig, om hier te komen en mijn onschuld aan te tonen!”
Pagina 359

Citaat 5:
“…in een huis in Haarlem, Kleine Houtstraat 32. Ik moest meedoen.
Ik heb meegedaan. We waren met ons drieën, Dorbeck, Zéwüster en ik. Dorbeck bleef buiten de wacht houden.
(…)
Heb jij die foto’s ontwikkeld, ja of nee?
- Ik heb ze ontwikkeld, dat is waar.
- Heb je ze goed ontwikkeld, volgens de voorschriften?
- Ik had geen donkere kamer.
- Aha, je had geen donkere kamer. Je hebt dus misschien een fout gemaakt, waardoor er niets op die films gekomen is. Heb je daarvan mededeling gedaan toen je de films opstuurde? Heb je er een briefje bij gedaan en geschreven: er staat niets op, maar dat ligt misschien aan mij?
- Nee.
- Toen je hoorde dat die mensen gelikwideerd zouden worden omdat er niets op die films stond, heb je toen nòg je mond niet opengedaan?
- Nee, ik heb niets gezegd. En waarom niet? Omdat Dorbeck mij vier dagen tevoren twee gestuurd heeft die zeiden dat ik geen moeite voor die films hoefde te doen, want dat er niets opstond
- Dorbeck, alweer Dorbeck!
- Dorbeck weet hoe alles precies gegaan is.”
Pagina 370 en 371

Citaat 6:
“ – Dorbeck weet alles. Zoek Dorbeck. Dorbeck moet ergens zijn. Dorbeck weet alles.
- Maar Osenwoudt...
- Dorbeck moet gevonden worden.”
Pagina 409

Door deze citaten zie je dat Osenwoudt Dorbeck als het ware vereerd. Hij beschouwd Dorbeck als zijn ideale zelf.
Sinds hij Dorbeck had ontmoet wilde hij zoveel mogelijk op hem lijken. Daarom deed hij ook alles wat Dorbeck zei.

Eerst wil Osenwoudt zo worden als Dorbeck, maar later in het boek weet hij dat hij nooit zo als Dorbeck zal worden. Hij zit vast en zonder Dorbeck komt hij niet vrij. Zoals hij in de laatste citaten indirect zegt, hij is nergens zonder Dorbeck.
Maar ook schuift hij alle schuld, alles wat hij (per ongeluk) heeft foutgedaan heeft hij gedaan omdat Dorbeck zei dat hij dat moest doen. Maar dat maakt hem alleen nog meer afhankelijk.

Osenwoudt sterft terwijl Dorbeck niet gevonden is. Dorbeck blijft spoorloos verdwenen.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "De donkere kamer van Damokles door Willem Frederik Hermans"