I Algemene en verhaaltechnische gegevens
Auteur Willem Frederik Hermans
Titel De donkere kamer van Damocles
Uitgever G. A. van Oorschot
Plaats van uitgave Amsterdam
Jaar van uitgave juli 1983
Eerste uitgave november 1958
Samenvatting
Henri Osewoudt is de zoon van een sigarenwinkelier te Voorschoten. Als hij nog op de lagere school zit, vermoordt zijn moeder zijn vader in een vlaag van waanzin. Henri wordt opgevoed door zijn oom Bart Nauta in Amsterdam. Op de middelbare school gaat hij niet om met zijn klasgenoten. Hij leeft in een isolement en gaat alleen om met zijn zeven jaar oudere nicht Ria. Hij doet aan judo, waardoor zijn voeten vergroeien. Hij is lelijk, heeft geen baard en een hoge stem. Ook Ria is lelijk.
Als Henri 18 is, trouwt hij met Ria; hij zet zijn vaders zaak voort en zijn moeder woont bij hen in. Henri is afgekeurd voor militaire dienst, maar is wel bij de Burgerwacht. Als de oorlog uitbreekt, moet hij op wacht staan bij een postkantoor.
Luitenant Dorbeck, op wie Henri als twee druppels water lijkt, geeft hem een filmrolletje, dat ontwikkeld moet worden. Later komt hij weer terug met nog meer films, die ook ontwikkeld moeten worden en opgestuurd aan E. Jagtman. Na het ontwikkelen krijgt Henri niets dan zwarte vlekken te zien. Hij durft de foto's niet terug te sturen, koopt een Leica en maakt zelf foto's van militaire objecten.
Tijdens een hevig onweer komt Dorbeck, enige tijd later. Henri krijgt opdracht naar Haarlem te komen. Daar ontmoet hij Dorbeck en Zewuster. Met de laatste gaat hij naar de Kleine Houtstraat, waar ze in een huis twee mensen neerschieten. De zoon van de drogist uit Voorschoten heeft hen gevolgd.
Henri ontwikkelt het filmpje dat hij in 1940 van Dorbeck had gekregen. Op een van de foto's staat Dorbeck met twee vriendinnen.
Er valt een brandend vliegtuig op het huis van Jagtman, hierbij komt de hele familie Jagtman om. In 1944(Dorbeck heeft 3 jaar lang niets van zich heeft laten horen) krijgt Henri een brief van Dorbeck met het verzoek de foto's op te sturen naar een postbusnummer. Henri gaat kijken wie de foto's uit de bus haalt; dat blijkt een heilsoldate te zijn. Een paar dagen later wordt hij opgebeld door Elly Meier, die zegt dat ze uit Engeland is overgekomen. Ze toont hem een van de foto's die hij aan Dorbeck had opgestuurd. Hij brengt haar naar oom Bart. Terug in Den Haag hoort hij van Moorlag, zijn kamergenoot, dat de Duitsers hem in zijn huis opwachten en dat Ria en zijn moeder gevangen zijn genomen. Hij gaat met Moorlag naar Leiden, waar een student valse persoonsbewijzen maakt voor hem en Elly. Zijn haar wordt zwart geverfd door Marianne, een ondergedoken joodse studente. Henri duikt onder en gaat foto's ontwikkelen voor Labare. Hij beseft nu hoe hij veranderd is. Marianne gaat voor hem naar oom Bart met Elly's persoonsbewijs. Deze is echter al verdwenen. Henri gaat naar Amsterdam en vertelt aan oom Bart dat Ria en zijn moeder zitten. Oom Bart maakt hem verwijten.
Henri krijgt van Dorbeck opdracht naar het station in Amersfoort te gaan. Daar zal hij een vrouw ontmoeten in leidsteruniform van de Nationale Jeugdstorm. Samen gaan ze naar Lunteren, waar Lagendaal, die voor de Gestapo werkt, uit de weg moet worden geruimd. De aanslag lukt, maar op de terugweg wordt de vrouw aangehouden.
In Amsterdam ontmoet Henri Marianne. In de bioscoop ziet Henri een oproep tot zijn eigen aanhouding. Als hij de zaal uitloopt, wordt hij gepakt. Tijdens het verhoor wordt hij zo gemarteld, dat hij naar het ziekenhuis moet. Hij wordt daaruit bevrijd door gemaskerde mannen, die hem naar Leiden brengen.
Bij Labare ontmoet hij Marianne weer. 's Nachts worden ze door de Duitsers overvallen. Henri weet te ontkomen, maar wordt later toch gearresteerd. In de cel zoekt de Duitser Ebernuss hem op, die beweert hij hem goedgezind is. Hij heeft ervoor gezorgd, dat Marianne, die een kind verwacht, weer vrij is.
Ebernuss houdt zich bezig met het probleem of Dorbeck, de dubbelganger van Henri, bestaat. Daarom moet Henri naar Amsterdam gaan, waar een clandestiene sociëteit is voor ondergrondse helden. Als Dorbeck bestaat, zal Henri hem zeker ontmoeten. Ebernuss geeft Henri zijn Leica en samen gaan ze naar Amsterdam. In de societeit is er een man van wie Henri gelooft dat het Dorbeck is. Van hem krijgt hij giftige kristallen, die in Ebernuss' borrel doet.
Dorbeck en Henri gaan er samen in de auto van Ebernuss vandoor. In een leegstaand huis fotografeert Henry zichzelf met Dorbeck in een spiegel. Dorbeck vertelt hem dat Ria samen woont de zoon van de drogist die Henri verraden had, toen hij de aanslag in Haarlem pleegde. Henri krijgt een verpleegstersuniform. Dorbeck bericht hem dat Marianne in een kraamkliniek ligt. Daar aangekomen wordt hij naar een kelder gebracht waar hij het lijkje van zijn kind ziet. Een Duitse soldaat neemt hem mee in zijn auto. In Voorschoten doodt hij Ria en in Dordrecht de Duitser; daarna vraagt hij hulp aan een pastoor. Met de hulp van de illegaliteit en een arts komt hij in Breda aan. Hij meldt zich bij het hoofdkwartier van de Nederlandse Strijdkrachten. Daar arresteert men hem, omdat men denkt dat hij een land verrader is. Hij wordt naar Engeland gebracht. Daar behandelt Selderhorst zijn zaak. Henri wordt van vele dingen beschuldigd en Dorbeck, die zal kunnen aantonen dat hij een verzetsheld is, is onvindbaar. Jagtman en Moorlag zijn dood en Marianne is in Israël. Oom Barts verklaring is zeer vaag. Eindelijk wordt de Leica van Henri gevonden. Hij ontwikkelt het filmpje, maar de foto met Dorbeck is mislukt. Henri rent naar buiten en wordt neergeschoten.
Protagonist
Henri Osewoudt: de zoon van een sigarenwinkelier in Voorschoten. Zijn moeder vermoordde vader in vlaag van waanzin. Hij werd later door oom Bart Nauta opgevoed. Hij heeft weinig contact met anderen. Hij trouwt met zijn 7 jaar oudere nicht Ria, die hem eerder seksueel misbruikte. Hij doet aan judo, waardoor zijn voeten vergroeien. Hij is lelijk, heeft geen baardgroei, heeft wit zijdeachtig haar en een hoge stem. Hij speelt een rol van een verzetsheld, maar hij kan dit niet bewijzen. Hij heeft een minderwaardigheidscomplex. Door het verhaal heen zie je hem veranderen. Hij begint te geloven dat hij een verzetsheld is en op een gegeven ogenblik heeft hij zelfs het gevoel dat hij Dorbeck zelf is. Hij beleeft zijn gebeurtenissen op geheel eigen wijze en voert opdrachten van Dorbeck blindelings uit.
Antagonist
Dorbeck: het geslaagde exemplaar van Henri Osewoudt. Dorbeck is dapperder, heeft wel een baard en is wel officier in het leger. Dorbeck geeft Osewoudt belangrijke opdrachten. De vraag is of Dorbeck wel echt bestaat, misschien is het een verzinsel van Osewoudt. Als hij geleefd had, had zijn echte naam Egbert Jagtman, zo werd gesuggereerd.
Tritagonist
Marianne Sondaar: zij is de vriendin van Henri tijdens de oorlog. Ze is een mooi, Joods meisje en haar echte naam is Mirjam Zettenbaum. Haar naam heeft ze verandert vanwege de oorlog en het antisemitisme. Ze is kapster. Henri ontmoet haar doordat ze zijn haar zwart moet verven, om niet te worden herkent. Zelf heeft ze haar haar blond geverfd. Ze worden verliefd, maar het is een ongelukkige liefde. Ze krijgt een dood kindje van Henri en later moet ze naar de kibboets in Palestina.
Perspectief
Het boek is in de derde persoon geschreven. Een verteller verteld dus wat Osewoudt doet. De verteller is een alwetende verteller. Hij vertelt dus ook wat Osewoudt denkt.
“De lichte kleur van zijn jas was paarsachtig geworden in het zwoele licht van de plafonniers, zijn gezicht leek groen te fosforesceren. Hij dacht: het is waar, ik heb wel het smoel van een smeris die voor de Duitsers werkt.”(blz. 114)
Titelverklaring
De titel “De donkere kamer van Damokles” is afgeleid van de uitdrukking ‘Het zwaard van Damocles’ en duidt op een voortdurende dreiging. De dreiging is in dit geval niet afkomstig van een zwaard, maar van een (mislukte) foto, die de onschuld van de hoofdpersoon had moeten bewijzen. Vandaar ‘donkere kamer’: deze ‘donkere kamer’ verwijst, behalve naar de ruimte waar foto’s worden ontwikkeld, ook naar de cellen, waarin de hoofdpersoon verblijft.
Tijd en Structuur
In dit boek is er sprake van een opening-in-de-handeling, een in medias res. Het
boek begint met een onderwijzer die een verhaal vertelt aan de hoofdpersoon. Je valt zo het verhaal binnen. De functie hiervan is dat je meteen geboeid bent door het verhaal en snel weer wil verder lezen om te weten wat er allemaal aan de hand is.
Het verhaal is in chronologische volgorde verteld. Het begint met een jonge Henri
Osewoudt en eindigt met zijn dood. Alle gebeurtenissen in zijn leven zijn verteld in de volgorde waarin ze plaatsvonden. De functie hiervan is dat je een duidelijk beeld hebt over de gebeurtenissen. Ook is het een beetje spanning opwekken, want je weet natuurlijk niet hoe het af gaat lopen.
Ruimte
Drie belangrijke ruimtes:
Het huis waarin Henri samen met zijn moeder en Ria, zijn vrouw, woont. Dit is een koophuis met een winkelgedeelte waar hij sigaren verkocht. De winkelruimte is klein. Een grote toonbank vulde een groot deel van de ruimte. Ze leefden in de achterkamer. Op de bovenverdieping waren drie kamertjes, een voor hem en Ria, een voor zijn moeder en eentje hadden ze verhuurd aan ene theologiestudent. Er was ook een kelder.
Het huis van Labare. Het huis was een gewoon woonhuis waar aan de buitenkant niets speciaals aan te zien was. In het souterrain was wel wat meer te beleven. Hier waren allemaal verschillende kamertjes gemaakt, waar de meest illegale dingen gebeurde, die niet nader uitgelegd worden. Het loopgedeelte in deze kelder is erg smal. Voor de deur die toegang verschaft, zit een mechanisme. Als je aan het hangende touw trekt, komt er een barricade naar beneden. De ramen zijn ook gebarricadeerd. Er is ook een nooduitgang en aangelegde noodverlichting. Het kamertje waar hij in moet werken, de donkere kamer, was geheel zwartgeverfd, er waren geen ramen, wel een opklapbed en een fonteintje.
De cel waarin Henri belandt. Deze was een redelijk grote ruimte, maar niet hoog. Hij lag onder de grond en het enige daglicht kreeg hij door twee rijen glazen tegels in het plafond. Er brandde de hele dag elektrisch licht uit een rozet. Het was niet koud, want er liepen verwarmingsbuizen onderdoor. Het rook er wel onfris, want er kon niet worden gelucht. In de hoek stond een emaille emmer met een houten deksel (blz 285).
Motieven
De Leica, zijn camera. De foto’s, de Leica en de donkere kamer komen telkens terug. Het gaat hier om een leidmotief, het wordt vaak onveranderd herhaald.
De zoektocht naar eigen identiteit. Henri Osewoudt zoekt zichzelf in Dorbeck en Dorbeck in zichzelf.
Overal in dit boek is oorlog. Het verhaal speelt zich af in de Tweede Wereld oorlog.
Henri is niet gelukkig in zijn huwelijk, hij voelt zich eenzaam en zoekt andere vrouwen. Marianne is eenzaam, omdat ze haar hele familie verloren heeft, ze zoekt hulp en steun bij Osewoudt. Ria is eenzaam, nu haar man weg is en begint een affaire. Ebernuss is eenzaam en hij is bang voor het eind van de oorlog, hij papt daarom ook aan met Osewoudt om zijn eigen hachje veilig te stellen.
Thema
Wat is de waarheid? Typisch een thema van Hermans, omdat de mens nietig is en over te weinig mogelijkheden beschikt om zichzelf en de wereld te begrijpen. Osewoudt kan alles wel verzonnen en niets is zeker, maar alles is mogelijk in dit verhaal. Niemand weer of Dorbeck echt bestaan heeft of misschien heeft Osewoudt alles wel gelogen. Wat is de waarheid? vraag je je op een gegeven moment af. Je ziet alles door de ogen van Osewoudt en aangezien deze een levendige fantasie heeft, is hij als bron niet betrouwbaar.
II Eigen mening
Het onderwerp
Ik vond het onderwerp best heel interessant. Verhalen die met oorlog te maken hebben, vind ik altijd wel iets spannends hebben. Dat het thema met de dubbelganger in het verhaal zit gevlochten maakt het helemaal compleet. Het is vooral leuk dat je als lezer ook niet duidelijk te weten krijgt of Dorbeck nou wel of niet heeft bestaan. Je gaat je dus de hele tijd zitten afvragen of hij nou wel of niet heeft geleefd. Het onderwerp had ook veel diepgang. Daardoor heb je veel stof om te lezen, wat in dit geval erg goed uitpakt. Ik heb grotendeels aan één stuk door gelezen. Soms zaten er wel een paar stukjes in wat net wat minder beschreven mocht worden, maar verder was het boek de hele tijd spannend.
De gebeurtenissen
De gebeurtenissen waren absoluut het belangrijkste in het boek. Osewoudt volgde allerlei bevelen op en daardoor gebeurde er van alles. Later wordt hij van een hoop dingen beschuldigd die gebeurt zijn. Dankzij deze vele gebeurtenissen wordt het boek interessant. Zoals ik al zei was het boek soms een beetje saai, maar dat werd weer goedgemaakt met een spannende gebeurtenis.
De gebeurtenissen waren soms wel wat onrealistisch. Ik vond het raar dat een simpele ziel als Osewoudt zomaar mensen ging vermoorden voor een man die hij niet kende.
De gebeurtenissen riepen vooral verbazing op in het begin bij al die moorden die Osewoudt pleegt.
Het einde is ook heel erg verwarrend. Osewoudt wordt doodgeschoten. Net als eerdere gebeurtenissen verbaasde ik mij hierover. Ik vind het knap dat de schrijver mij meerdere keren heeft kunnen verbazen met iets wat Osewoudt had gedaan.
De personen
De hoofdpersoon kwam levensecht over. Ik kon me vrij goed inleven in de hoofdpersoon. Je moest eerst wat wennen aan het doen en denken van Osewoudt, maar langzamerhand begon je hem te kennen en kon je Osewoudt begrijpen.
De manier waarop de hoofdpersoon was, bepaalde het boek, ook dit was heel goed gedaan.
Het taalgebruik
Het taalgebruik was niet echt makkelijk. Omdat het boek vrij oud is, zijn er veel oude woorden gebruikt. Dit geeft een leuke sfeer aan het verhaal.
III Speciale opdracht
In dit boek komt een Telemachusmotief voor. Een Telemachusmotief is dat iemand op zoek naar iets of iemand gaat en deze persoon zet door tot het bittere einde en zoekt met veel wilskracht. Totdat hij hem gevonden heeft houdt de persoon een leeg gevoel, maar heeft veel hoop en blijft altijd volhouden dat hij hem zal vinden.
Ook speelt er in dit motief een Penelopefiguur. Dit figuur gelooft net als Telemachus dat Odysseus nog bestaat. Deze zal Telemachus dus ook helpen met het zoeken.
Osewoudt staat in dit boek voor Telemachos. Hij blijft tot aan het einde op zoek naar Dorbeck. In het laatste gedeelte van het boek wordt er beschreven hoe standvast Osewoudt is dat hij Dorbeck zal vinden. Hij wijkt geen moment van zijn mening af. De gedachte dat Dorbeck eventueel niet zal bestaan maakt het motief vrij geheimzinnig.
Er is een soort Penelope in dit boek. Er wordt in het boek bekend door een brievenwisseling dat Marianne waarschijnlijk een beetje in Dorbeck gelooft, maar zij helpt niet met zoeken. Marianne geeft ook niet om Dorbeck.
Osewoudt zou er heel veel baat bij hebben als Dorbeck gevonden werd. Hij zit in de gevangenis, vanwege verschillende moorden. Osewoudt beweert de hele tijd dat ze de verkeerde hebben, dat Dorbeck de misdadige is. Als Dorbeck gevonden werd, zal Osewoudt worden vrijgesproken. De motieven zijn dus wel enigszins anders dan bij het oorspronkelijke verhaal, waarbij Telemachus zijn vader weer wilt zien, omdat hij veel van zijn vader houdt. Bij dit boek heeft het meer te maken met het redden van Osewoudt’s eigen leven door middel van Dorbeck.
Naar het eind lezend wordt het steeds duidelijker dat Dorbeck een hersenspinsel is van Osewoudt. Als de Leica gevonden wordt met de foto erin van Osewoudt en Ebernüss(in plaats van Osewoudt en Dorbeck) slaat Osewoudt door en probeert te vluchten. Helaas wordt Osewoudt doodgeschoten. Dit verhaal eindigt dus op een hele andere manier. Het verhaal loopt niet goed af, Dorbeck wordt niet gevonden zodat ze nog lang en gelukkig kunnen leven, maar eindigt abrupt en zielig. Osewoudt wordt doodgeschoten en Dorbeck wordt nooit gevonden.
In dit verhaal wordt er niet direct verwezen naar het Telemachus verhaal en er zijn ook geen andere elementen die erop wijzen dat de auteur naar het Telemachusverhaal verwijst.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

J.

J.

wouter, dat is niet waar!! volgens hermans zelf heeft dorbeck wél bestaan. verder bedankt voor je uittreksel. dag! xxxx jet en lara

14 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast