Elke schooldag wakker worden met een meme? Laatste nieuws en blogs zien? Handige stories of video's voor school? Of lekker dm'en met ons?



Volg ons nu op Instagram


1 Zakelijke gegevens
Auteur: Willem Frederik Hermans
Titel: de donkere kamer van Damocles, Amsterdam, G.A. van Oorschot, 1971, 410 blz. (oorspronkelijke druk 1958)
Genre: psychologische oorlogsroman

2 Eerste reactie
Keuze:
Ik heb dit boek gelezen op aanraden van een vriend. Hij had dit boek ook gelezen en vond het een leuk boek dat makkelijk te lezen is.

Inhoud:
De donkere kamer van Damocles is een goed boek. Het verhaal begint met een verhaal van een leraar van Henri over een schipbreukeling op een vlot. De schipbreukeling redt zijn leven met behulp van zeewater maar gaat ook dood door het water. Zo is het eigenlijk ook met het leven van Henri, hij krijgt weer een leven door Dorbeck maar gaat ook dood door Dorbeck.
Als je het boek uit hebt blijven er nog steeds vragen in je hoofd die niet beantwoord zijn. Ik heb tot een paar dagen na het lezen van het boek nog nagedacht over het verhaal en hoe het eigenlijk in elkaar zit. Ik wilde het boek zelfs bijna opnieuw lezen om alles nog beter te kunnen begrijpen.

3 Verdieping

Samenvatting:
Het verhaal begint in de jonge jaren van Henri Osewoudt, een jongetje van 12 jaar, wonend in Voorschoten. Als Osewoudt op een dag uit school komt, blijkt dat zijn moeder in een vlaag van waanzin zijn vader, sigarenhandelaar, heeft vermoordt. Zijn moeder gaat naar een psychiatrische inrichting, en Henri gaat nu bij Oom Bart in Amsterdam wonen. Zijn lelijke nicht Ria van negentien neemt hem 's-avonds altijd bij zich in bed. Als Henri zeventien is heeft hij nog geen baardgroei en ziet er lichamelijk tamelijk jong uit voor z'n leeftijd. Hij trouwt met z'n nicht Ria en samen met zijn moeder die inmiddels de inrichting heeft verlaten, vestigen zij zich in de sigarenzaak van zijn vader. Even later komt er nog een student, Moorlag, in het huis wonen. Henri wordt afgekeurd voor militaire dienst omdat hij een halve centimeter te kort is. In mei 1940 ontmoet Osewoudt Dorbeck, een officier van het Nederlandse leger, die de Nederlandse capitulatie niet wil accepteren en zich niet wil overgeven. Dorbeck vraagt Osewoudt om een rolfilmpje te ontwikkelen en dit op te sturen naar het adres van ene Evert Jagtman in Amsterdam. Dorbeck en Osewoudt lijken sprekend op elkaar, alleen heeft Dorbeck zwart in plaats van blond haar en heeft Osewoudt geen baardgroei. Osewoudt raakt gefascineerd door Dorbeck en ziet hem als zijn voorbeeld. Na de eerste ontmoeting komt Dorbeck nog drie keer langs. Eén keer om van Osewoudt een pak van de burgerwacht te lenen om zich te vermommen. Enkele maanden later komt hij dat pak terugbrengen waarbij hij hem tegelijkertijd vraagt om nog een tweede filmpje te ontwikkelen. Door onkunde verpest Osewoudt het filmpje en zijn de afdrukken waardeloos. Bij het vierde bezoek overhandigt Dorbeck Osewoudt een pistool, waarmee zij en nog een derde man, Zéwüster de volgende dag in Haarlem drie mannen neerschieten.Vanaf deze overval hoort Osewoudt vier jaar lang niets meer van Dorbeck. Hij ontwikkelt het eerste rolletje waaruit vier foto's tevoorschijn komen. Eén afdruk, met Dorbeck erop, mislukt; en Osewoudt bewaart de overige foto's 'als herinnering aan de enige persoon die hij ooit bewonderd had'. Na vier jaar krijgt Osewoudt weer een bericht van Dorbeck dat hij de foto's naar een postbusnummer moet sturen. Vanaf dat moment begint het verhaal te rollen. Met behulp van de foto's krijgt Osewoudt in de daarop volgende tijd drie opdrachten.
Twee dagen nadat Osewoudt de foto's heeft verstuurd komt hij in contact met Elly Sprenkelbach Meyer uit Engeland die zich met een van de foto's legitimeert. Zij zegt rechtstreeks uit Londen te zijn gekomen. Osewoudt geeft haar een slaapplaats in Amsterdam bij zijn Oom Bart. Wanneer hij de volgende dag naar huis belt, hoort hij van Moorlag dat de Duitsers die nacht zijn moeder en zijn vrouw Ria hebben gearresteerd. Moorlag heeft een brief weten te redden van Dorbeck waarin de tweede foto zit. Achterop de foto staat een opdracht aan Osewoudt om Dorbeck over een week te bellen. In die week wordt Osewoudt door een vriend van Moorlag, Meinarends, geïntroduceerd in een nieuwe verzetsgroep, die van Labare. Daar moet hij filmpjes ontwikkelen. Ook krijgt Osewoudt een nieuw persoonsbewijs en gaat vanaf dat moment door het leven als Filip van Druten. Osewoudt laat zijn haar zwart verven door Marianne, een mooie joodse vrouw die ondergedoken is in een kapsalon. Door deze nieuwe haarkleur lijkt Osewoudt zo veel op Dorbeck, dat ze nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn. Dit zal nog veel problemen geven in de toekomst, zoals we later zullen zien. Hij gaat even later op bezoek bij Oom Bart om hem te vertellen dat zijn moeder en Ria gearresteerd zijn. Oom Bart scheldt hem uit voor lafaard en dégeneré omdat hij nog niks gedaan heeft om de twee te bevrijden en zich verschuilt achter zijn nieuwe vermomming. Osewoudt wanhoopt en voor het eerst merkt de lezer dat hij geestelijk, net zoals zijn moeder, niet helemaal in orde is. Hij hallucineert de vreemdste dingen. Hij komt bijvoorbeeld ineens Zéwüster en zijn moeder tegen.Aan het einde van de week belt Osewoudt Dorbeck, zoals was afgesproken. Hij krijgt opdracht om een medewerkster van Dorbeck op een bepaald tijdstip te ontmoeten. Zij zal zich legitimeren met een van de foto's. Osewoudt ontmoet de vrouw, die gekleed is in een uniform van een leidster van de Nationale Jeugdstorm. Hij vergeet haar naar de foto te vragen. Samen gaan zij naar Lunteren om Gestapo-leider Lagendaal en zijn vrouw te vermoorden. Na met veel moeite Lagendaal te hebben geliquideerd keert Osewoudt met het zoontje van Lagendaal en de naamloze vrouw weer op de trein naar Amsterdam. Onderweg wordt de vrouw gearresteerd omdat ze een vals persoonsbewijs zou hebben.
In Amsterdam ontmoet Osewoudt Marianne met wie hij naar de bioscoop gaat. Tijdens het voorprogramma wordt er een oproep geprojecteerd op het scherm met een foto van Osewoudt en het bericht dat hij gezocht wordt wegens 'straatroof'. Ondanks dat Osewoudt zeker weet dat het de foto was van zijn dubbelganger Dorbeck en niet van hemzelf, vlucht hij de bioscoop uit. Bij de uitgang wordt hij herkend en in de boeien geslagen door een politieagent. Hij wordt op hardnekkige wijze ondervraagd door Kriminalrat Wülfing. Een medegevangene herkent hem zelfs als Henk Osewoudt, maar verward hem met Dorbeck. Osewoudt zwijgt en wordt overgedragen aan Obersturmführer Ebernuss, die volgens Wülfing bekend staat als homoseksueel. Ebernuss laat hem overbrengen naar het ziekenhuis, waar blijkt dat zijn tijdens het verhoor opgelopen verwondingen reuze meevallen. Dezelfde avond wordt hij uit het ziekenhuis bevrijd door een groep onbekende mannen. Zij zetten Osewoudt af in Leiden, en deze loopt dan naar het huis van Labare, waar ook Marianne is. Osewoudt verteld Marianne over zijn dubbelganger Dorbeck, die voor hem een soort idool is. Hij zegt dat hij er eindelijk achter is gekomen dat hij een mislukte kopie is van wie hij eigenlijk had moeten zijn, namelijk Dorbeck. Hij zegt ook dat het enige wat hij in zijn leven kan doen is zoveel mogelijk op Dorbeck te lijken, in wat hij doet en in hoe hij er uitziet. Nauwelijks heeft hij haar dit verteld of de Duitsers omsingelen het huis. Osewoudt weet te ontvluchten maar wordt even later toch weer opgepakt. De homoseksuele Ebernuss zoekt toenadering tot Osewoudt, die zich als jonge man daarom niet op z'n gemak voelt. Ebernuss vertelt Osewoudt dat zijn moeder is overleden en dat hij achter het bestaan van Dorbeck is gekomen. Ebernuss stelt voor om Marianne vrij te laten op voorwaarde dat Osewoudt voor een ontmoeting tussen Dorbeck en Ebernuss zorgt. Osewoudt gaat hiermee akkoord en ze rijden samen naar de ontmoetingsplek, een illegalensociëteit. Onderweg geeft Ebernuss te kennen dat hij zo snel mogelijk wil deserteren.
Op de bewuste sociëteit zien Osewoudt en Dorbeck elkaar weer. Dorbeck heeft zoals altijd weinig tijd om bij te praten, maar draagt Osewoudt alleen op om Ebernuss te vergiftigen, hetgeen hij dan ook doet. Na deze actie neemt Dorbeck Osewoudt mee naar een adres waar hij kan overnachten. Hij krijgt een vermomming (verpleegstersuniform) en Dorbeck belooft hem dat zij de volgende dag samen met Marianne naar het zuiden zullen vluchten. Voordat Dorbeck weggaat neemt Osewoudt een foto van hen beiden in een spiegel. De volgende dag komt Dorbeck echter niet opdagen. Osewoudt besluit op bezoek te gaan bij Marianne om hun pasgeboren kind op te zoeken. Hij wordt niet tot de kamer van Marianne toegelaten, maar mag wel zijn kindje zien dat dood blijkt. Osewoudt rent huilend naar buiten, en krijgt een lift van een Luftwaffe officier. Onderweg naar het bevrijde zuiden, stoppen zij nog eventjes in Voorschoten waar Osewoudt zijn vrouw Ria vermoordt. Op weg naar Dordrecht ontdoet hij zich van de Duitse officier en rijdt door met zijn auto.
Aangekomen in bevrijd gebied, wordt Osewoudt meteen gearresteerd, en op transport gesteld naar Engeland. In Nederland schijnt Osewoudt in illegale verzetskrantjes bekend te staan als beruchte landverrader. In Engeland wordt hij kort ondervraagt over Elly Sprenkelbach Meyer, die na haar overnachting bij Oom Bart meteen is opgepakt. Osewoudt keert snel weer terug naar Nederland waar hij vast wordt gehouden in een kamp voor landverraders, het Kamp Achtste Exloërmond in Drenthe. Zijn zaak wordt daar onder leiding van Inspecteur Selderhorst diepgaand onderzocht. Hoe verder men in het onderzoek vordert hoe meer er bewijzen tégen Osewoudt boven water komen. Het blijkt bijvoorbeeld dat er vele afdrukken van Dorbecks foto's in handen van de Duitsers waren. Deze werden gebruikt om in verzetsgroepen zoals die van Labare te infiltreren. Osewoudt wordt van vele dingen beschuldigt, en Dorbeck, die kan bewijzen dat Osewoudt veel voor het verzet heeft gedaan, is onvindbaar. Osewoudt wordt er bijvoorbeeld van beschuldigt de vrouw zonder naam waarmee hij Lagendaal heeft vermoord, en de groep van Labare heeft verraden. Jagtman (wiens lijk sterk leek op het lichaam van Dorbeck) en Moorlag zijn dood, en Marianne woont op een kibboets in Israël. Osewoudt kan op geen enkele manier bewijzen dat Dorbeck bestaat. De foto waar hij op moest staan is in mei 1940 door Osewoudt zelf verkeerd ontwikkeld en mislukt. Een andere foto, met Osewoudt en Dorbeck in de spiegel zit nog steeds in zijn fototoestel, wat onvindbaar is. Na lang zoeken wordt het toestel eindelijk gevonden, maar blijkt de bewuste foto mislukt. Nu is dus ook zijn laatste redding waardeloos. In een vlaag van wanhoop rent Osewoudt het kamp uit en wordt neergeschoten.
De lezer blijft achter met de vraag of Dorbeck nou werkelijk bestaan heeft.

Onderzoek van de verhaaltechniek:

Het verhaal speelt zich af in de periode 1932-1945.
Deze tijd bestrijkt het leven van Henri Osewoudt vanaf ongeveer zijn 12e levensjaar. De eerste 20 jaar van zijn leven worden in een paar hoofdstukken beschreven. Vanaf 1940, het begin van de Duitse bezetting, begint het werkelijke verhaal. De periode tussen 1941 en 1944 wordt kort behandeld omdat hierin geen opdrachten van Dorbeck voorkomen en er eigenlijk dus niks gebeurt in het leven van Henri. Pas als na 1944 de opdrachten voor Henri zich opstapelen raakt hij actief betrokken in het verzet en wordt bijna elke dag precies beschreven.
Het verhaal wordt chronologish verteld met tijdverdichting (vooral in het begin) en tijdsprongen. Het zijn 46 episodes: h. 1-30 tot april 1945 (zijn jeugd, in het verzet, in Duitse handen); h. 31-46 van april 1945 tot december 1945 (in de handen van de Nederlanders)

Het begin van het verhaal speelt zich vooral af in Voorschoten. Henri Osewoudt is er geboren maar woont na de dood van zijn vader een aantal jaar bij zijn Oom Bart in Amsterdam. Als hij volwassen is neemt hij de sigarenzaak van zijn vader in Voorschoten over. Het is een klein stadje tussen Den Haag en Leiden in. De sigarenzaak wordt niet erg druk bezocht en het leven is grauw en saai.
Als Dorbeck Osewoudt zijn eerste opdrachten geeft gaat het verhaal zich afspelen in Amsterdam, Leiden en Den Haag. Dit zijn de grote steden waar hij verblijft tijdens zijn illegale activiteiten. Zijn onderduikplaats bij Labare is in Leiden en zaken die te maken hebben met menen in deze steden spelen hier dan ook af. Er wordt veel over grachten, grachthuizen en andere gebouwen gesproken. De vele adressen en beschrijvingen geven het verhaal een extra thriller element mee, en zijn voor de ingewikkeldheid van het verhaal van belang. De stad geeft Osewoudt een avontuurlijker gevoel; hij voelt zich meer mens. Dit kun je merken aan de snelle en spannende sfeer die er beschreven wordt. Sommige opdrachten spelen zich af op het platteland en veel tijd wordt besteed op straat. Osewoudt wordt zowel door de Duisters als de Engelsen vastgehouden. Zijn tijd in gevangenschap worden niet overdreven donker beschreven. Net als in de rest van de roman blijft de stijl nuchter en realistisch. Wel raakt Osewoudt wanhopig als hij zijn onschuld niet kan bewijzen, hij krijgt een hekel aan zijn gevangenschap en verlangt naar zijn vaderland. De sfeer wordt dan wat grimmiger, wat kaler misschien dan in de rest van de roman. De algemene sfeer door het verhaal is een realistische spannende sfeer. De droomwereld waarin Osewoudt verkeert geeft een wat dromerige sfeer mee maar alles blijft zeer realistisch.

Het hoofdpersonage is Henri Osewoudt. Het verhaal begint als hij 12 is en eindigt als hij dood geschoten wordt op zijn 24ste levensjaar.
Hij is ongelukkig omdat hij zichzelf in alle opzichten een mislukkeling vindt. Hij heeft bolle wangen, dun blond haar, geen baardgroei en hij heeft een meisjesstem. Daar komt nog bij dat, door aan judo te doen, zijn voeten helemaal vergroeid zijn. Hij is afgekeurd voor legerdienst, omdat hij een halve centimeter te klein was en hij heeft een saaie baan. Dit alles heeft ervoor gezorgd dat hij heel erg onzeker is en dat hij op negentien jaar het gevoel heeft dat hij nergens meer voor leeft.
Maar wanneer hij Dorbeck ontmoet heeft hij weer een doel in zijn leven, opdrachten uitvoeren voor Dorbeck. Henri kijkt erg op tegen Dorbeck en ziet in hem de persoon die hij altijd al wilde zijn. Hij raakt geobsedeerd door Dorbeck.
Henri moet steeds gevaarlijkere opdrachten doen voor Dorbeck en moet zich zelfs vermommen. Hij verft zijn haar zwart, op dat moment realiseert hij zich dat hij uiterlijk precies op Dorbeck lijkt.
Henri blijft opdrachten uitvoeren voor Dorbeck en wordt steeds meer de verzetswereld in getrokken. En steeds meer in de problemen. Hij stelt zicht steeds afhankelijker van Dorbeck af, hij wordt gek als hij niks van hem hoort. Als hij wordt vastgehouden wegens landverraad is zijn enige verweer dat hij het in opdracht deed van Dorbeck. Dorbeck is de enige die hem vrij kan spreken, maar hij is nergens te vinden.

Dorbeck is speelt een belangrijke rol in het verhaal.
Dorback is ongeveer even oud als Henri en heeft het zelfde uiterlijk als Henri. Dorbeck heeft alleen geen vergroeide voeten, heeft zwart haar, baardgroei en een zware stem.
Hij is een geheimzinnig personage. Hij komt altijd onverwacht voor in het verhaal en geeft alleen de hoogstnodige informatie. Hij is degene die Osewoudt zoekt, maar uiteindelijk niet vind.

Naast Henri en Dorbeck zijn er nog vele personages in het boek. Hieronder staan de belangrijkste op een rijtje.

Bart Nauta: Bij hem vond Osewoudt onderdak toen zijn moeder werd opgesloten in een inrichting. Toen was hij nog alleen de oom van Osewoudt. Later toen Osewoudt met Ria was getrouwd was het ook de schoonvader van Osewoudt.
Ria: De dochter van Bart Nauta en Tante Fietje. Ze trouwt met Osewoudt en later als ze samen met Evert woont vermoord Osewoudt haar.
Moorlag: Goede vriend van Osewoudt. Hij was een student en woonde bij Osewoudt en Moeder in. Later ging Osewoudt nog een keer bij hem op bezoek.
Elly Sprenkelbach Meijer: Een Engelse agente die naar Osewoudt moest gaan om van hem onderdak te krijgen. Ze had van de Engelsen verkeerde spullen mee die haar verdacht zouden maken. Osewoudt hielp haar, maar dat had uiteindelijk weinig zin, want ze werd opgepakt door de Duitsers.
Meinarends: Hij zorgde voor 2 persoonsbewijzen, voor Osewoudt en voor Elly Sprenkelbach Meijer.
Labare: Bij hem vond Osewoudt onderdak toen hij dat nodig had. Osewoudt moest bij hem films ontwikkelen. Later is Labare ook opgepakt door de Duitsers.
Hauptsturmführer Ebernuss: Hij zorgde ervoor dat Osewoudt naar het ziekenhuis werd gebracht. Vervolgens probeerde Ebernuss een beetje vriendjes te worden met Osewoudt omdat hij zag dat de Duitsers de oorlog aan het verliezen waren. Later in het boek gaat hij met Osewoudt mee en wil zich aansluiten bij de verzetsmensen. Dorbeck is daar ook en vertrouwt Ebernuss niet en geeft Osewoudt gif. Osewoudt doet het gif in het drinken van Ebernuss en vertrekt met Dorbeck.

Het boek heeft een alwetende verteller, de schrijver weet de gedachten van alle personages. Het verhaal wordt wel verteld door de ogen van Osewoudt, je krijgt informatie vanuit zijn gezichtspunt. Bijvoorbeeld als hij iemand ontmoet, wordt dat personage beschreven op de manier zoals Osewoudt hem/haar ziet.

Op zoek naar de thematiek:
De hoofgedachte van het boek is: Overtuigd zijn van je gelijk en onschuld maar het niet kunnen aantonen.
Het eerste gedeelte van het boek gaat over de werkelijkheid en het 2e gedeelte over het niet kunnen aantonen van die werkelijkheid.

Motieven die typerend zijn voor dit thema:
- Het zoeken naar eigen identiteit
- De oorlog
- Eenzaamheid
- Dubbelgangersmotief: Dorbeck is de dubbelganger van Osewoudt en iedereen ziet Dorbeck voor Osewoudt aan, zodat Osewoudt in de problemen komt.
- Foto’s: Osewoudts leven hangt af van die laatste foto en die mislukt. En ook eerdere, belangrijke foto’s zijn mislukt.

Verklaring van de titel:
Damokles verwijst naar de sage over de Siciliaanse hoveling Damokles die voor een dag de troon van zijn tiran wilde bekleden. De tiran stemde toe, maar liet boven de troon een zwaard aan een paardenhaar ophangen. Hiermee gaf hij aan hoe nauw de grens tussen droom (het streven naar macht) en werkelijkheid (gedood worden door het zwaard) was.
Deze gebeurtenis verwijst eigenlijk naar wat er met Osewoudt gebeurde, hij kon genieten van het leven, maar was wel afhankelijk van de foto die van hem en Dorbeck gevonden moest worden.
Het deel van "de donkere kamer" in de titel slaat er op dat foto's afgedrukt worden in een donkere kamer en dat vele ruimten (o.a. de cel waarin Osewoudt zit in het laatste deel van het boek) in het verhaal erg donker zijn.

Plaats in de literatuurgeschiedenis:
Willem Frederik Hermans wordt op 1 september 1921 in Amsterdam geboren te Utrecht. Hij studeert fysische geografie aan de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam en wordt in 1958 aangesteld als lector aan de Rijksuniversiteit van Groningen. In 1973 neemt hij ontslag en vestigt zich als fulltime schrijver in Parijs. De laatste jaren van zijn leven woont hij in Brussel en sterft op 27 april 1995.

Hij debuteert met poëzie. Daarna volgen recensies, essays en verhalen. In 1947 verschijnt zijn romandebuut Conserve. Op zijn naam staat een zeer omvangrijk oeuvre in alle mogelijke genres. Sommige van zijn boeken zijn verfilmd en een aantal is vertaald in bijv. het Zweeds, Engels en Duits. Het grondthema in Hermans’ werk is zijn wereld- en literatuurbeschouwing, volgens welke de werkelijkheid een chaos is. Binnen deze chaos probeert de mens tevergeefs waarheid, identiteit, orde en zin te ontdekken. Vanwege de kritische manier waarop hij aan deze ideeën vorm geeft, groeit hij uit tot een controversiële figuur. Er wordt hem wegens antikatholieke passages in de roman Ik heb altijd gelijk (1951) een proces aangedaan - dat hij overigens gewonnen heeft. Hermans’ perfectionisme met betrekking tot zijn werk leidt ertoe, dat er bij herdrukken vaak belangrijke correcties worden aangebracht.

Onder het pseudoniem Age Bijkaart publiceert hij vanaf ’74 opstellen in Het Parool, later gebundeld in Boze brieven van Bijkaart (1977). In 1977 aanvaardt hij de Grote Prijs der Nederlandse Letteren, nadat hij eerder andere literaire prijzen, o.a. P.C. Hooftprijs, geweigerd heeft. Hermans’ werk wordt onder meer beïnvloed door Multatuli, Kafka, Bordewijk en L. Wittgenstein, van wie hij ook werken vertaalt. In 1993 schrijft hij het Boekenweekgeschenk In de mist van het schimmenrijk.

4 Beoordeling

Na het lezen van het boek zat ik nog met vragen in mijn hoofd die niet beantwoord waren. De vraag waar het hele boek eigenlijk om draait, bestaat Dorbeck of is hij een verzinsel van Ossewoudt, wordt niet beantwoord. Hierdoor blijft het verhaal in je hoofd spelen. Als lezer heb ik gedurende het grootste gedeelte van het boek nooit getwijfeld dat Dorbeck bestaat. Pas aan het einde van het boek ga je twijfelen of Dorbeck wel of niet bestaan heeft.
Het verhaal is realistisch, ik denk dat het een goed beeld schets van de Nederlandse verzetswereld tijdens ze Duitse bezetting. Ongeacht de vraag of Dorbeck bestaan heeft, blijven de handelingen en de opdrachten die Henri uitvoerde realistisch.
De donkere kamer van Damocles is een spannend boek. Je wilt steeds weten wat er gaat gebeuren. Komt Henri weer in contact met Dorbeck? Verlopen alle opdrachten goed? Wordt Dorbeck gevonden om de onschuld van Henri aan te tonen?
De passage die mij het meeste aanspreekt is die van de eerste bladzijde. Hier vertelt een leraar het verhaal van een schipbreukeling die gered wordt door het zeewater maar uiteindelijk ook sterft door het zeewater. Het verhaal is te vergelijken met het leven van Henri. Hij krijgt een leven door Dorbeck maar sterft ook door Dorbeck.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

gast

gast