Elke schooldag wakker worden met een meme? Laatste nieuws en blogs zien? Handige stories of video's voor school? Of lekker dm'en met ons?


Inleiding

Ik heb voor dit boek gekozen omdat ik er veel over gehoord heb. Het boek staat in de boeken top-100, en verder heb ik er veel mensen over horen praten.
Op zich wist ik niet waar het boek over ging, dan zou ik het waarschijnlijk ook niet gelezen hebben; Het thema oorlog boeit me niet.
Een ander thema in het boek interesseert me wel: Psychologie. Daarom ben ik ook blij dat ik het gelezen heb.
Ik stel mezelf bij het lezen van dit boek de volgende vraag:
Hoe komt iemand bij het verzet in de oorlog, hoe begint het, en wat maakt je een verzetstrijder?

Hoofdstuk 1

Het boek begint met de kleine Henri Osewoudt die uit school komt. Hij komt bij de winkel van zijn vader aan, maar mag niet naar binnen. Al gauw begrijpt hij wat er gebeurd is: zijn geestzieke moeder heeft zijn vader vermoord.
Voor hem wordt besloten dat hij bij zijn oom Bart Nauta gaat wonen. Vanaf dit moment wordt er voor hem besloten: zijn nicht Ria besluit dat ze verliefd zijn en moeten trouwen. Henri ziet het als vanzelfsprekend dat hij met zijn studie stopt en de sigarenwinkel van zijn vader overneemt; zijn moeder, die net uit het gesticht vrij is, gaat bij hen wonen.
Henri is achttien jaar, maar alles in zijn leven is al gedaan. Hij is een kleine vrouwelijke jongen zonder baardgroei, met een lelijke vrouw waarvan hij niet houdt en een eigen winkel. Hij is afgekeurd van het leger door zijn lengte, en doet dus niet mee aan de oorlog. Hij accepteert het allemaal maar.
Op een dag komt een militair, Dorbeck genaamd, in de winkel, die precies op hem lijkt. Even groot, dezelfde ogen, maar wel baardgroei. Hij vraagt hem foto’s te ontwikkelen, die hij vervolgens nooit afhaalt. Vanaf dit moment gaat alles in een razend tempo. Eerst moet Osewoudt nog meer foto’s ontwikkelen, die hij verpest, dan komt Dorbeck langs om Osewoudt’s burgerkleding te lenen, zodat hij niet als militair herkend wordt. Later roept Dorbeck Osewoudt om samen met een andere man, Zéwuster, een paar mannen dood te schieten. Dan hoort Osewoudt een lange tijd niets van Dorbeck, tot hem 3 jaar later wordt gevraagd om de foto’s op te sturen. Osewoudt volgt diegene die de foto’s van de postbus ophaald, die een heilsoldate blijkt te zijn.
Later komt er een meisje, Emily, uit Engeland en identificieerd zich met een van de foto’s. Osewoudt brengt haar onder bij zijn oom, die haar later wegstuurd.
Als hij weer naar huis wil gaan hoort Henri dat zijn moeder en Ria door de Duitsers zij opgepakt. Henri vlucht. Hij laat zijn haar zwart verven door een studente, Marianne, waar hij gelijk erg van onder de indruk is. Hij krijgt een baan om in een kelder de foto’s van het verzet te ontwikkelen.
Later moet Osewoudt in Lunteren een man van de Gestapo en zijn vrouw vermoorden, dit met hulp van een vrouw met een Nationaal Jeugdstorm uniform.
Nadat Osewoudt in de bioscoop een foto van zichzelf ziet en merkt dat ze hem zoeken, wordt hij opgepakt. Hij wordt later weer bevrijd. Hij brengt veel tijd met de nu zwangere Marianne door, todat het verliefde stel wordt opgepakt. Zij wordt vrijgelaten, en hij wordt langdurig ondervraagd. Later, als hij samen met een officier op zoek naar Dorbeck gaat, vermoord hij die officier en gaat vermomd als een verpleegster op weg. Hij wil Marianne bezoeken, en ontdekt dat hun kind dood is. Als hij merkt dat Ria hem bedriegt vermoordt hij haar, later ook een duitse militair. Daarna meld hij zich bij de nederlandse strijdkrachten, waar hij wordt opgepakt. In de gevangenis rest er maar een vraag: bestaat Dorbeck of bestaat hij alleen in de fantasie van Osewoudt? Osewoudt heeft niets meer te verliezen: Marianne zit in Israel, zijn moeder was ook al overleden, en hij kan niets bewijzen. In een vlaag van paniek en wanhopigheid rent hij de gevangenis uit, waar hij, geacht op de vlucht te zijn, wordt doodgeschoten.

Hoofdstuk 2

Het boek begint met een fragment in Voorschoten als Henri 12 jaar oud is, in 1932.
Hij gaat dan tot 1938 in Amsterdam wonen, dan weer in Voorschoten.
Het boek speelt verder in Voorschoten en Amsterdam (voornamelijk A’dam), en in andere steden Leiden,Maastricht , Lunteren enz.
Het eindigt op 27 december 1945.
Het boek heeft 46 ongenummerde ‘gedeelten’, en 250 bladzijden.
Het is chronologisch met tijdsprongen.

Hermans schrijft erg verward, en zijn boek is meer een stuk dialoog met verhalende intervallen dan een roman. Zijn stijl past heel erg bij het verhaal. De verhalende stukjes zijn kort en zakelijk, met een gebruikelijk taalgebruik. Hij beschrijft zoveel als nodig is, niet meer en niet minder: dus niet uitgebreid de omgeving of zoiets. Hier moest ik eerst heel erg aan wennen, maar later leest het wel vlot. Door de veelvuldige spreektaal kan je je wel heel duidelijk het gesprek voorstellen, en kan je makkelijk het karakter en de spreektaal van een persoon voorstellen. Je leeft je gelijk erg goed in in de gesprekken van de personen, zo goed dat je zelfs goed de gezichtsuitdrukkingen kan ‘raden’.

Conclusie:

Dit boek gaat niet zo zeer over de oorlog, maar meer over psychologie. Heeft Osewoudt zich maar wat voorgesteld en een alter ego gemaakt omdat zijn leven zo saai was en hij ongelukkig was, of bestaat Dorbeck echt? Hoe zit Osewoudt in elkaar? Als Dorbeck bestaat, hoe zit hij dan in elkaar? Waarom heeft hij voor Osewoudt gekozen?

Als antwoord op de vraag uit de inleiding, “Hoe komt iemand bij het verzet in de oorlog, hoe begint het, en wat maakt je een verzetstrijder?”
Zeg ik: Osewoudt is er niet echt bijgekomen, hij is er meer ingerold. Zoals veel voor hem beslist werd in zijn jeugd en als jong volwassene, wordt voor hem beslist dat hij meedoet aan het verzet. Hij heeft maar een connectie met het verzet: Dorbeck. En dat is nog niet eens zeker, of die wel bestaat. Osewoudt koos niet om een verzetstrijder te worden, hij deed gewoon wat hem gevraagd werd. Dit deed hij uit gewoonte, en uit bewondering voor zijn ‘Betere Ik’, Dorbeck.

Hoofdstuk 3

In dit hoofdstuk stel ik mij een vraag, de eigenlijke vraag van het boek: Wie is Dorbeck?

Osewoudt is een man van in de 20 die diep teleurgesteld in zichzelf is. Hij is klein en vrouwelijk. Hij is getrouwd met een lelijke bazige vrouw waarvan hij echt niet houdt, zijn gekke moeder, die zijn vader vermoord heeft, woont bij hem in. Hij runt de zaak van zijn vader, en zijn leven is dag in, dag uit hetzelfde. Niemand heeft hem echt nodig, behalve Dorbeck.

Dorbeck daarentegen is een spannende man. Hij is mannelijk, waarschijnlijk ongetrouwd. Hij heeft niemand te verzorgen, niemand die hem nodig heeft, maar ook niemand die hij zelf nodig heeft. De enige die hij nodig heeft is Osewoudt. Hij is erg zelfstandig. Hij is geheimzinnig, vecht voor zijn idealen, en is niet bang om zijn leven op spel te zetten, of om impulsief moedige gevaarlijke dingen te doen. Hij is een typische ‘held’, zoals in alle boeken beschreven wordt.

Deze twee lijken erg verschillend. Ze zien er wel hetzelfde uit, hoewel Dorbeck wel en Osewoudt geen baardgroei heeft.

Al na de eerste paar ontmoetingen met Dorbeck gelezen te hebben had ik het door; Dorbeck is alles wat Osewoudt zijn wil.
Osewoudt wilde graag in het leger maar werd afgewezen, Dorbeck zit in het leger.
Osewoudt wil niet getrouwd zijn als het niet zijn grote liefde is, voor zover we te weten komen is Dorbeck niet getrouwd.
Osewoudt wil afwisseling in zijn leven, Dorbeck weet ‘s morgens meestal niet waar hij ‘s avonds slapen gaat en wat hij die dag doen zal.

Als je de ‘wensen’ van Osewoudt bekijkt zie je dat ze aan het eind bijna allemaal vervuld zijn, mede door Dorbeck.
Osewoudt is niet meer getrouwd, en heeft zijn grote liefde gevonden.
Hij heeft een afwisselend en spannend leven, en weet niet waar hij de volgende dag wakker zal worden.
Eigenlijk wordt Osewoudt steeds meer zoals Dorbeck, worden ze steeds meer een.

De vraag wie Dorbeck is, is dus makkelijk te beantwoorden: Dorbeck is Osewoudt, of tenminste zijn alter ego. Osewoudt was zo ontevreden over zijn leven dat hij een alter ego gecreerd heeft, die aan zijn perfectbeeld voorziet. Zo had hij iemand die alle beslissingen voor hem nam.
Ze hebben elkaar nodig, want zonder de een bestaat de ander ook niet.
Osewoudt begint op een gegeven moment zijn twee persoonlijkheden ‘samen te voegen’, Osewoudt wordt steeds meer als Dorbeck. Dit gaat mis wanneer hij blijft vasthouden aan het beeld dat Dorbeck een aparte persoon is, dit doet hij om zijn verantwoordelijkheden ‘af te schuiven’, en zo behoudt hij eigenlijk een beetje zijn ‘slappe’ Osewoudt-karakter.
Dorbeck is zo aan het idee gehecht geraakt dat hij iemand heeft die alles voor hem beslist en oplost, dat hij idee niet kan of niet wil bevatten dat hij er alleen voorstaat. Zodra hij dit begrijpt, raakt hij in paniek en veroorzaakt zo zijn eigen dood.

Een alter ego creeren doen veel mensen, hoewel in mindere mate. Ik bijvoorbeeld creer mijn alter-ego’s (wat ik wil zijn) in mijn verhalen. In mijn verhalen kan ik zelf beslissen wat er met het karakter gebeurd, ikzelf kom nooit voor verrassingen te staan. Ik kan zelf beslissen hoe het karakter reageert, daar kan ik over na denken en schrijf dus nooit iets impulsiefs wat nooit meer terug te draaien is. Zo hou ik mezelf ook een beetje in controle.

Literatuurlijst

Hermans, Willem Frederik.
De donkere kamer van Damokles
Uitgeverij G. A van Oorschot, Amsterdam.
1999 35ste druk (1e druk 1958)

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

gast

gast

S.

S.

bedankt ;)

16 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast