Elke schooldag wakker worden met een meme? Laatste nieuws en blogs zien? Handige stories of video's voor school? Of lekker dm'en met ons?


Titel: De donkere kamer van Damocles
Auteur: Willem Frederik Hermans
Jaar van uitgave: 1958
Uitgeverij: G.A. van Oorschot/Amsterdam

Als er van dit boek een film zou moeten worden gemaakt….

1: Moeilijkheden:
Ik denk dat het heel moeilijk zal zijn om de sfeer die erin heerst weer te geven in een film. Het is een soort donkere, paranoïde sfeer. Als ik het lees krijg ik het een beetje benauwd. Ook wordt er niet veel gesproken, meer beschreven. De omgevingen, gebeurtenissen en de gedachtes. Nou, eigenlijk wordt er wel aardig wat gesproken, maar ik vind dat dat niet de sfeer schept die in het boek heerst. Een filmmaker zal dus heel zorgvuldig zijn locaties moeten uitzoeken: geen vergezichten met stralend weer, maar meer wat sombere stadsbeelden en donker weer, tenzij natuurlijk anders beschreven in het boek. Misschien helpt het als de regisseur ook dreiging suggereert door iemand in de tram de hoofdpersoon somber aan te laten kijken, een hond plotseling te laten blaffen of in te zoomen op rare schaduwen. Sommige scenes kun je de sfeer van een droom geven.
De vraag is hoe je sommige dingen uit het verleden duidelijk moet maken, bijvoorbeeld: hoe maak je duidelijk dat Osewoudts moeder zijn vader heeft vermoord in een vlaag van waanzin? Misschien door eerst een of twee flashbacks te laten zien waarin duidelijk wordt dat die moeder soms een beetje gek is en dan eentje waarin de moord duidelijk wordt. Dat moet dan allemaal – om in de sfeer van het boek te blijven – meer worden gesuggereerd dan heel duidelijk aangetoond.
In het boek zijn de meeste ruimtes vrij klein en donker. Als dit ook zo zou zijn in de film, zou dat de sfeer erg goed doen, denk ik.

2: De vertelvolgorde aanhouden: ja of nee?:
In dit geval vind ik dat de vertelvolgorde zeker moet worden aangehouden. Het is juist heel erg de bedoeling dat je sommige dingen pas later in het verhaal begrijpt of te weten komt….of niet. Dit bouwt de spanning enorm op. Je weet dan niet meer dan Osewoudt weet, en tegelijk met hem ontdek je dingen.

3: Wat zijn de belangrijkste plaatsen in het boek en zou je die ook in de film moeten aanhouden? Hoe zien ze er uit? Wat zijn de beste locaties om te filmen?
Van de meeste plekken die in het boek voorkomen heeft de schrijver al de namen opgeschreven. Ik denk ook dat je die moet aanhouden. Zo woont de oom (Bart) van de hoofdpersoon (Henri Osewoudt) in Amsterdam, aan de Oudezijds Achterburgwal (pag. 10). Persoonlijk lijkt mij dat een prima plek om scènes die zich daar afspelen ook daar te filmen. Hoewel dan niet de Achterburgwal zou moeten worden gefilmd zoals hij nu is, maar zoals in de tijd dat dit boek zich afspeelt (in de Tweede Wereldoorlog). De Oudezijds Achterburgwal is een smal grachtje met aan weerszijden bomen en oude huizen.
Verder het huis waar Henri in zijn jeugd en later weer woont, in de sigarenwinkel in Voorschoten: ik zou dan ook een niet hele smalle straat maar ook niet een hele brede straat tonen, met aan weerszijde vrij burgerlijke huizen, een gebouw waarvan je duidelijk ziet dat het een school is (er hangt een bordje buiten waarop: School met den Bijbel), aan weerszijden van de straat een bord waarop INHALEN VERBODEN. Ook moet duidelijk te zien zijn wat de drogisterij van Turlings en wat de sigarenwinkel is. De sigarenwinkel is heel klein, maar één raam breed en met een smalle deur. Het moet een beetje een burgerlijke straat zijn.
Andere belangrijke plek: de donkere kamer, waar Henri de foto’s (probeert) te ontwikkelen. In de donkere kamer is een klein houten trappetje, want de kamer ligt ietsje lager dan de rest van het huis. Verder is ‘ie niet zo heel groot, en het enige wat er staat is materiaal om foto’s te ontwikkelen. Als je het licht aan doet krijg je rood licht.
Het verhaal speelt zich ook af in Haarlem en Wageningen; in die buurt zit Osewoudt in het verzet (of tenminste, dat denkt ie…).
De meeste ruimtes waar het boek zich afspeelt, zijn nauw en donker. Dit maakt het boek op de een of andere manier spannender en de sfeer benauwder.

4: Welke delen in het boek moeten de meeste aandacht krijgen?
Persoonlijk vind ik dit een heel erg goed boek, dus ik vind eigenlijk dat iedere passage evenveel aandacht zou moeten krijgen, maar als ik moet kiezen, kies ik voor de passages waarin Dorbeck voorkomt. Die zijn heel belangrijk, vooral de eerste keer dat Osewoudt Dorbeck ziet. Dorbeck is immers een heel belanrijk persoon, want aan het einde komt naar voren dat Dorbeck misschien wel nooit heeft bestaan en moet Oseoudt bewijzen dat hij wel degelijk heeft bestaan. Ook zijn blindelingse, op niets gebaseerde vertrouwen, je zou het eigenlijk wel adoratie kunnen noemen, en de dingen die hij voor Dorbeck doet, zijn erg belangrijk voor het verhaal. Hij zegt ook in het boek: ‘’ Ik heb nooit geweten dat ik het mislukte exemplaar was, totdat ik Dorbeck ontmoette, dat ik in vergelijking met die man geen reden tot bestaan had, dat ik mij alleen aanvaardbaar maken kon, door precies te doen wat hij zei.’’
Ook zouden de moorden die hij pleegt in naam van Dorbeck, zoals bijvoorbeeld de moord op twee mannen die hij samen met een andere man die hij niet kent en zich Zéwüster noemt, pleegt, goed en spannend uitgelicht kunnen worden.

5: Kunnen er delen worden weggelaten?
Nee, ik vind van niet. Alles in het verhaal is belangrijk, alles komt later terug. Bovendien vind ik dat je als je een boekverfilming maakt, heel dicht bij het origineel moet blijven, omdat anders de verfilming geen verfilming meer is maar een film ‘based on a story by W.F. Hermans’ of zoiets dergelijks. Ik snap het best als er mensen zijn die het op dit gebied niet met mij eens zijn (in dit geval mijn moeder), maar ik vind dat een verfilming zo dicht mogelijk bij het origineel moet staan. Natuurlijk hoeven niet alle scenes in de film voor te komen, maar wel zo veel mogelijk en dan natuurlijk vooral de belangrijke scenes, daar mag er geen een van missen.

6: Bij wie ligt het perspectief in het verhaal en moet het daar ook liggen in de verfilming?
Het is heel lastig om in dit boek op te maken wie de verteller is. Het staat niet in de ik persoon, maar je leest wel alleen wat de hoofdpersoon denkt, niet wat de andere personen denken. Toch is het ook geen alwetende verteller, want aan het einde wordt niet verteld wat waar is: is Osewoudts verhaal waar of heeft hij het zich allemaal maar verbeeldt? Het heeft een vrij wisselend perspectief: vaak een alwetende verteller, maar soms praten mensen ook met elkaar. De lezer weet niet meer dan Osewoudt zelf.
Ik denk dat dit sowieso een vrij filmisch perspectief is, omdat je vaak in een film maar een persoon volgt, en dat gebeurt in dit boek ook.

7: Welke acteurs zouden waarschijnlijk het beste zijn voor welke rollen? En waarom zij?
Voor de hoofdrol, dus de rol van Henri Osewoudt, heb ik in gedachten: Edward Norton. Hij speelde in (onder andere) de film ‘Primal Fear’ met Richard Gere (hele goeie film overigens). Als hij bleek zou worden geschminkt en zijn haar wit zou verven en precies zo zou acteren als hij doet in Primal Fear, zou hij denk ik echt uitstekend zijn voor die rol (Edward Norton in binnenkort te zien in de bioscoop naast Brad Pitt in The Fight Club). De rol van Osewoudts evenbeeld Dorbeck zou ook gespeeld moeten worden door Norton, maar dan met zijn normale huid- en haarkleur en met stoppels in zijn gezicht.
Waarom hij? Ik heb de film ‘Primal Fear’ gezien, en ik vind Norton niet alleen een uitmuntend acteur, maar bovendien heeft hij ook zo’n soort kop waarvan ik me kan voorstellen dat Osewoudt die had (als ie had bestaan natuurlijk). Hoewel Norton niet heel lelijk is, kan ie wel zo’n zwak mannetje spelen als Osewoudt. Dat doet ie namelijk ook in ‘Primal Fear’.

Als oom van Henri heb ik Rijk de Gooijer in gedachten. Hij is momenteel te zien in de verfilming van het boek ‘Krassen in het tafelblad’ uit de Madelief-reeks. Hij heeft voor zijn rol als de opa van Madelief in deze film een Goude Kalf gekregen. Ik vind dat hij een beetje een norse, verwarde uitstraling heeft. Dat is precies wat ik mij voorstel bij Bart Nauta (=de oom van Henri).

Als Marianne Sondaar/Mirjam Zettenbaum, de vriendin van Henri, lijkt mij Andie MacDowell heel geschikt. Zij speelde in o.a. Four Weddings and a Funeral (met Hugh Grant) en in Multiplicity.
Waarom: Ik vind dat ze een hele lieve uitstraling heeft en dat is wat Mirjam volgens mij ook heeft. Toen ik het boek las stelde ik mij ook iemand voor, waar Andie MacDowell bijna precies op lijkt.
Als de zeven jaar oudere vrouw van Henri, Ria, stel ik Glenn Close voor. Ze speelde in o.a. de speelfilm van 101 Dalmatiërs en samen met Micheal Douglas in Fatal Attraction.
Waarom: Ze is een vrij magere vrouw die, volgens mij, als ze haar haar een beetje donkerbruin zou verven, zou laten krullen en lang laten groeien, heel goed voor deze rol zou zijn. Ook vind ik haar persoonlijk een heel erg goede actrice, voornamelijk goed de rollen van de ‘bad girls’.

8: Moet het einde van het boek ook het einde van de film zijn en waarom wel/niet?
Ik vind dat het einde van het boek ook het einde van de film moet zijn. Het boek heeft een open einde, en dat vind ik goed; je kunt er zo je eigen gedachten over hebben. Of Osewoudt gek was en zich alles heeft ingebeeld wordt niet duidelijk, en dat is precies de bedoeling. Ik vind niet dat het veranderd moet worden. Het draagt, vind ik, bij aan de hele sfeer van het boek; paranoia en donker. Ik vind dus niet dat het einde van de film anders moet zijn dan het einde van het boek.

9: Een deel van het boek, uitgewerkt als film:
Ik werk het eerste deel van het boek uit, het deel waarin Osewoudt thuiskomt uit school en hoort dat er iets met zijn vader en moeder is gebeurd.

SCENE I

We zien een klas met kinderen van een jaar of tien. Ze zijn gekleed in kleding uit de jaren veertig. Ook het kaslokaal ziet er zo uit. Een meester zit op een stoel op een verhoging voor de klas en leest voor uit een boek.
MEESTER: ‘’Dagenlang zwierf hij rond op zijn vlot, zonder drinken. Hij stierf van de dorst want het water van de oceaan was zout. Hij haatte het water dat hij niet drinken kon. Maar toen de bliksem in zijn vlot sloeg en het vlot in brand vloog, schepte hij het gehate water met zijn handen op, om te proberen de brand te blussen!’’
De hele klas lacht, de meester ook. Er wordt ingezoomd op een leerling, die een kop kleiner is dan de rest van zijn klasgenoten en opmerkelijk blond haar heeft. De bel gaat en alle kinderen staan op. We volgen de leerling (Osewoudt) door een gang vol kinderen naar buiten. De meeste kinderen steken over, maar Osewoudt moet wachten voor een blauwe tram. Hij kijkt naar een bord aan de ingang van de nauwe straat, waarop staat: INHALEN VEBODEN. De tram is voorbij en Osewoudt steekt over. Aan de overkant loopt hij een stuk, komt langs een gebouw waarop staat: School met den Bijbel. Dan zien hij en wij een eindje verderop een opeenhoping van mensen, die zich samendringen voor een bepaald gebouw. Er zijn ook twee politieagenten bij. Osewoudt gaat over in een sukkeldrafje. Een dikkige man (de drogist, Turlings) maakt zich los uit de menigte en loopt op Osewoudt af, zijn arm uitstekend om hem een hand te geven.
TURLINGS: Geef mij gauw een hand, Henri! Je moet met mij meekomen. Je kunt niet naar huis! Er is een ongeluk gebeurd, een afschuwelijk ongeluk!
Osewoudt kijkt niet verbaasd, angstig of droevig; gewoon neutraal. Hij geeft Turlings een hand en wordt langs de menigte gesleurd.
HENRI: Is er een ongeluk gebeurd met moeder?
TURLINGS: Ach jongen, het is afschuwelijk om zo te praten! Je zult het later wel horen. Een verschrikkelijk ongeluk!
HENRI (nog steeds ogenschijnlijk rustig): Is vader dood?
TURLINGS: Hoe durf je dat te vragen. Het is vreselijk! Vreselijk!
Ondertussen naderen ze een winkel, schuin tegenover de plek waar de menigte staat. Ze gaan de winkel binnen en lopen door een deur naar een ruimte achter de toonbank. Een vrij grote vrouw in een witte laboratoriumjas loopt naar Henri toe.
MVR. TURLINGS: Oh, arme jongen! Wat een verschrikkelijk ongeluk!
Ze zoent Henri op zijn haar en loopt weg, de winkel in. Dan komt ze weer terug met een rol drop in haar hand, die ze aan Henri geeft. Dan duwt ze hem zachtjes naar een stoel die bij de kachel staat.
MVR. TURLINGS: Het is verschrikkelijk! Hoe is het mogelijk dat iemand zoiets doet! Arme jongen! Arme, arme jongen!
Ondertussen maakt Osewoudt de rol drop open en doet er eentje in zijn mond. Dan zegt hij:
HENRI (alsof het heel normaal is allemaal): Heeft moeder het gedaan?
MVR. TURLINGS (nog meer ontzet dan eerst, kijkt vragend en verschrikt naar haar man): Hoe.. hoe… hoe is het mogelijk! Hoe weet hij dat! Hij huilt er niet eens om!
Mr. Turlings buigt zich naar Osewoudt
TURLINGS: Ik zal je oom opbellen, dan komt ie je zo halen. Mag je lekker mee naar Amsterdam.
Turlings loopt de kamer uit, de winkel in.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

gast

gast