Elke schooldag wakker worden met een meme? Laatste nieuws en blogs zien? Handige stories of video's voor school? Of lekker dm'en met ons?


W.F. Hermans - De donkere kamer van Damocles
Psychologische oorlogsroman

G.A. van Oorschot, Amsterdam, 1988-29, 335 blz. Eerste druk: 1958

Keuze
De reden dat ik deze roman in eerste instantie gekozen heb, is eerlijk gezegd omdat het mij aangeraden werd door mijn docente Nederlands. Echter, toen ik ook daadwerkelijk aan het boek begon, viel het mij allerminst tegen en heb ik hem prettig uitgelezen.

Inhoud
Henri Osewoudt gaat op 12-jarige leeftijd naar zijn oom Bart Nauta in Amsterdam. Dit doet hij nadat zijn moeder in een vlaag van waanzin zijn vader, die in Voorschoten een sigarenwinkel had, vermoord heeft. Hij volgt een middelbare schoolopleiding, maar heeft met niemand contact, behalve met zijn nicht Ria, die 7 jaar ouder is. Beiden zijn lelijk. Henri heeft bolle wangen, wit zijdeachtig kortgeknipt haar, geen baardgroei, en, vanwege de judosport vergroeide voeten: hij ziet eruit als een rechtopstaande pad. Bovendien heeft hij een te hoge stem. Ria’s haar heeft de kleur van pakpapier en ze heeft een zeer spitse onderkaak en te lange tanden. Op 18-jarige leeftijd trouwen ze. Henri zet de zaak van zijn vader voort. Zijn moeder woont bij hen in, en Moorlag, die staatsexamen wil doen, heeft ook een kamer bij hen.

Henri wordt afgekeurd voor militaire dienst, omdat hij een halve centimeter te klein is. Wel is hij bij de Burgerwacht en bij het uitbreken van de oorlog krijgt hij de opdracht bij het postkantoor op wacht te staan. Hij komt in contact met een luitenant van de landmacht, die zich Dorbeck noemt. Deze Dorbeck lijkt als twee druppels water op Henri, met dat verschil, dat hij het ‘geslaagde exemplaar’ is, en de eigenschappen bezit, die Henri graag had willen hebben. Van Dorbeck krijgt Henri een filmpje, dat ontwikkeld moet worden. Na de capitulatie geeft Henri Dorbeck een kostuum te leen, en begraaft hij Dorbeck’s uniform in zijn tuin. Dorbeck brengt later het kostuum terug en geeft Henri nog enkele films. Deze moeten ontwikkeld worden en dan naar E. Jagtman, Legmeerplein 25-111 in A’dam-West worden opgestuurd. Als de films zijn ontwikkeld, staan er alleen zwarte vlekken op, zodat Henri ze niet durft op te sturen. In plaats daarvan koopt hij een Leica en maakt zelf foto’s van militaire objecten.

Via opdrachten van D. raakt Henri bij het verzet betrokken. Hij moet bijv. samen met ene Zewuster in de Kleine Houtstraat in Haarlem twee mannen neerschieten. Daarbij wordt hij gevolgd door de zoon van de drogist in Voorschoten, en verraden. Als Henri het filmpje ontwikkelt, dat D. hem in de meidagen van ’40 gaf, staat op één van de foto’s D. met twee vriendinnetjes voor het huis in de Kl. Houtstraat. De hele familie Jagtman komt om het leven als een brandend vliegtuig op hun huis neerstort.

Henri krijgt dan in ’44, nadat hij drie jaar niets van D. heeft gehoord, een brief met het verzoek de foto’s te zenden naar Postbus 234 in Den Haag. Hij gaat kijken wie de brief ophaalt: het blijkt een heilsoldate te zijn. Enkele dagen later wordt hij opgebeld door ene Elly Spenkelbach Meijer. Zij zegt dat ze uit Engeland komt en toont hem later een van de foto’s, die hij aan D. heeft gestuurd. Hij brengt haar dan naar oom Bart, maar als hij in Voorschoten terugkomt, hoort hij van Moorlag, dat de Duitsers hem hebben opgewacht en zijn moeder en Ria opgepakt zijn. In Leiden krijgt hij een nieuw persoonsbewijs dat op naam van Filip van Druten staat.

Hij wordt verliefd op het meisje Marianne Sondaar (de ondergedoken joodse studente Mirjam Zettenbaum), dat zijn haren zwart verft. Zelf duikt hij onder aan de Zoeterwoudse singel, en gaat foto’s ontwikkelen voor Labare. Hij beseft hoezeer hij veranderd is, en vindt, dat D. ‘een ander mens’ van hem heeft gemaakt. Hij ontmoet Marianne opnieuw, die voor hem de valse papieren naar Elly wil brengen. Zij blijkt echter al verdwenen.

Hij krijgt een nieuwe opdracht van D.: hij moet in de stationswachtkamer van Amersfoort een vrouw in leidsteruniform van de Nat. Jeugdstorm ontmoeten. Samen gaan ze naar Lunteren om de Gestapoman Lagendaal uit de weg te ruimen. De vrouw wordt later in de trein aangehouden; Henri wordt gearresteerd als hij met Marianne in de bioscoop zit en op het doek een oproep tot zijn aanhouding verschijnt. Hij wordt gemarteld, opgenomen in een ziekenhuis, en weer bevrijd. Als hij bij Labare Marianne opnieuw ontmoet, toont hij haar zijn gevoelens over D. en zichzelf: “Ik heb nooit geweten, dat ik het mislukte exemplaar was tot ik D. ontmoette.” Hij vindt dat hij alleen bestaansrecht kan krijgen, als hij D’s opdrachten uitvoert.

‘s Nachts wordt hij weer gearresteerd en later door Ebernuss bevrijd. Deze is op zoek naar Henri’s dubbelganger D.. In een clandestiene sociëteit voor ondergrondse helden, denkt Henri D. te herkennen. Hij krijgt gif om Ebernuss te vermoorden, en daarna gaan ze er samen in Ebernuss’ auto vandoor. In een leegstaand huis maakt Henri met de Leica van Ebernuss voor de spiegel een foto van D. en zichzelf. D. vertelt hem, dat Ria samenwoont met de verrader, de zoon van de drogist in Voorschoten. Henri krijgt een verpleegstersuniform om Marianne, die zwanger is, in de kraamkliniek te kunnen bezoeken. Als hij daar aankomt, krijgt hij het lijkje van zijn kind te zien, en loopt huilend weg. Hij vermoordt eerst Ria, daarna de Duitser, die hem een lift had gegeven, en vraagt dan een pastoor om hulp.

Met hulp van een illegale arts komt hij de grens tussen het bezette en het door de geallieerden bevrijde gebied over naar Breda. Hij wordt naar Engeland gebracht en verhoord. Hij gaat dan weer naar Nederland, maar wordt ook daar niet vrijgelaten. Er wordt namelijk beweerd, dat in de Duitse stukken staat, dat hij een handlanger van de Duitsers is. Er is niemand die het tegendeel kan bewijzen. Dorbeck is onvindbaar, Jagtman en Moorlag zijn dood, Mirjam is in Israël. Als Henri het filmpje ontwikkelt, waarop hij samen met D. op de foto zou staan, blijkt deze foto mislukt. Henri rent naar buiten en wordt neergeschoten.

Titelverklaring
De titel De donkere kamer van Damocles is afgeleid van de uitdrukking ‘Het zwaard van Damocles’ en duidt op een voortdurende dreiging. De dreiging is in dit geval niet afkomstig van een zwaard, maar van een – mislukte – foto, die de onschuld van de hoofdpersoon had moeten bewijzen. Vandaar ‘donkere kamer’: deze donkere kamer verwijst, behalve naar de ruimte waar foto’s worden ontwikkeld, ook naar de cellen, waarin de hoofdpersoon verblijft.

De schrijfstijl
Het taalgebruik is niet erg moeilijk, waardoor je vrij makkelijk door het boek heen kunt lezen. Het verhaal op zich is dus niet moeilijk te volgen, maar wel zijn de motieven vrij diep in de roman verwerkt. Het verhaal bevat redelijk veel dialogen, vooral aan het einde van het boek wanneer Henri in de gevangenis zit. Hermans maakt vrij weinig gebruik van beeldspraak, maar hetgeen wat wordt beschreven in het boek, wordt duidelijk uiteengezet.

De tijd
Het verhaal speelt zich af in de Tweede Wereldoorlog en aan het begin een tijd ervoor. Tussen het begin en het einde van het verhaal zit ongeveer 15 jaar. Het verhaal is chronologische verteld en bevat geen flashbacks.

De plaats
Het verhaal speelt zich gedeeltelijk af in de sigarenwinkel in Voorschoten. Verder zijn ook het ziekenhuis en het onderduikadres hele belangrijke plaatsen.

De verhaalfiguren
De belangrijkste personen zijn: 
Henri Osewoudt (round character) 
Dorbeck (round character) 
Ebernuss (round character) 
Henri’s moeder (flat character) 
Marianne (flat character)

Algemeen: je krijgt van enkele personages een goed beeld, maar sommige, zoals Dorbeck, krijgen amper aandacht van de auteur. Daardoor leeft de persoon Dorbeck ook niet echt in het boek. Hij leeft eigenlijk alleen echt in de gedachten van Henri. Op die manier raak je alleen betrokken bij Henri, omdat zijn situatie het boek bepaalt.

Henri Osewoudt: Henri durft vanuit zichzelf eigenlijk niet zoveel te beginnen. Hij voert de hele tijd maar opdrachten uit. Met name door zijn moeilijke jeugd heeft hij het gevoel alsof hij heeft tekort gedaan in zijn leven. Henri probeert dit goed te maken door mee te helpen in het verzet; dit doet hij d.m.v. de opdrachten die hij krijgt van Dorbeck (die eigenlijk alles is wat hij niet is en zou willen zijn).

De situaties
De nadruk van het verhaal ligt zowel op de gebeurtenissen als op de gedachten, omdat de gedachten gevormd worden door de acties en andersom. Het verhaal heeft dan ook veel gebeurtenissen en alles is vrij logisch van aard. Maar dat verandert in de loop van het verhaal, omdat het dan toch wat ingewikkelder begint te worden. In het verhaal speelt de toeval wel een hele grote rol, zodat sommige aspecten wel heel erg onwaarschijnlijk lijken. Het verhaal kent een open einde.

De vertelwijze
Het is een personeel (hij/zij) verhaal.

Thema en motieven
Naar mijn idee zijn er meerdere thema’s aan te wijzen: de eerste is in mijn ogen dat een jongen opdrachten uitvoert voor iemand uit het verzet en later wordt beschouwd als een verrader. Hij wil bewijzen dat dit niet zo is. Motieven hierbij kunnen zijn: schuld (doordat hij tekort heeft gedaan in zijn leven), angst (om opgepakt te worden voor zijn daden), hoop (om ooit Dorbeck te weerzien en zijn onschuld te bewijzen), oorlog, dood en haat. Toch kun je de onkenbaarheid van de werkelijkheid noemen (tegen een achtergrond van de oorlog en het verzet). Hierbij zijn chaos, toeval, het verkeerd beoordelen van mensen en gebeurtenissen en het gemis aan identiteit aansluitende motieven.

De auteur
W.F. Hermans wordt op 1 september 1921 in Amsterdam geboren. Hij studeert fysische geografie aan de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam en wordt in 1958 aangesteld als lector aan de Rijksuniversiteit van Groningen. In 1973 neemt hij ontslag en vestigt zich als fulltime schrijver in Parijs. De laatste jaren van zijn leven woont hij in Brussel en sterft op 27 april 1995.

Hij debuteert met poëzie. Daarna volgen recensies, essays en verhalen. In 1947 verschijnt zijn romandebuut Conserve. Op zijn naam staat een zeer omvangrijk oeuvre in alle mogelijke genres. Sommige van zijn boeken zijn verfilmd en een aantal is vertaald in bijv. het Zweeds, Engels en Duits. Het grondthema in Hermans’ werk is zijn wereld- en literatuurbeschouwing, volgens welke de werkelijkheid een chaos is. Binnen deze chaos probeert de mens tevergeefs waarheid, identiteit, orde en zin te ontdekken. Vanwege de kritische manier waarop hij aan deze ideeën vorm geeft, groeit hij uit tot een controversiële figuur. Er wordt hem wegens anti-katholieke passages in de roman Ik heb altijd gelijk (1951) een proces aangedaan - dat hij overigens gewonnen heeft. Hermans’ perfectionisme met betrekking tot zijn werk leidt ertoe, dat er bij herdrukken vaak belangrijke correcties worden aangebracht.

Onder het pseudoniem Age Bijkaart publiceert hij vanaf ’74 opstellen in Het Parool, later gebundeld in Boze brieven van Bijkaart (1977). In 1977 aanvaardt hij de Grote Prijs der Nederlandse Letteren, nadat hij eerder andere literaire prijzen (o.a. P.C. Hooftprijs) geweigerd heeft. Hermans’ werk wordt onder meer beïnvloed door Multatuli, Kafka, Bordewijk en L. Wittgenstein, van wie hij ook werken vertaalt. In 1993 schrijft hij het Boekenweekgeschenk In de mist van het schimmenrijk.

Een korte selectie uit zijn oeuvre: Poëzie: Kussen door een rag van woorden (debuut), Overgebleven gedichten (1968); Romans: De tranen der Acacia’s (1949), Nooit meer slapen (1966), Ruisend gruis (1995); Novellen, verhalen: Het behouden huis (1952), De laatste roker (1991). Ook schreef hij studies en essays, dramatische werken en wetenschappelijk werk.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

gast

gast

D.

D.

hallo koen..

ik heb een vraag. Dit boekverslag staat ook op een internet site.. maar weet jij nog welke.. je kan me hierbij heel goed helpen..

Desiree

14 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast