Elke schooldag wakker worden met een meme? Laatste nieuws en blogs zien? Handige stories of video's voor school? Of lekker dm'en met ons?


Titel
De donkere kamer van Damokles
Auteur
Willem Frederik Hermans
1e druk
November 1958
Uitgever
G.A. van Oorschot Amsterdam
Titelverklaring
De donkere kamer verwijst naar onzekerheid, dreiging en isolement (volgens de foto). Damokles duidt de voortdurende dreiging aan (volgens het zwaard van Damokles).
Tijd
De vertelde tijd is van ongeveer 1932 tot 27 december 1945.Het verhaal is chronologisch verteld en heeft tijdsprongen. Het is in de verleden tijd verteld.
Vertelwijze
Het gebeurt in de ogen van Henri, en wordt verteld door de schrijver.
Personages
  • Henri is de zoon van een sigarenwinkelier in Voorschoten. Zijn moeder vermoordde vader in vlaag van waanzin. Hij werd later door oom Bart Nauta opgevoed. Hij heeft weinig contact met anderen. Hij trouwt met zijn 7 jaar oudere nicht Ria. Hij doet aan judo, waardoor zijn voeten vergroeien. Hij is lelijk, heeft geen baardgroei, heeft wit zijdeachtig haar en een hoge stem. Hij speelt een rol van verzetsheld (denk ik). Beleeft zijn gebeurtenissen op geheel eigen wijze, en voert opdrachten van Dorbeck blindelings uit.
    Inhoud
    Henri Osewoudt is de zoon van een sigarenwinkelier in Voorschoten. Als hij nog op de lagere school is, vermoordt zijn moeder zijn vader in een vlaag van waanzin. Henri wordt opgevoed door oom Bart Nauta in Amsterdam. Hij krijgt een middelbare-schoolopleiding, maar gaat niet om met zijn klasgenoten. Hij leeft in een isolement en heeft alleen contact met zijn nicht Ria, die zeven jaar ouder is. Hij beoefent de judosport, waardoor zijn voeten vergroeien. Hij ziet eruit als een monster, een rechtopstaande pad met bolle wangen en wit zijdeachtig haar dat hij zo kort mogelijk laat knippen. Hij krijgt geen baard. Ook Ria is lelijk; haar haar heeft de kleur van pakpapier, zij heeft een lange spitse onderkaak en haar tanden zijn te lang. Als Henri achttien jaar is, trouwt hij met Ria; hij zet de zaak van zijn vader voort, en zijn moeder gaat weer bij hen wonen. Moorlag, die staatsexamen wil doen, woont bij hen op een kamer. Henri is afgekeurd voor de militaire kienst, omdat hij een halve centimeter te kort is. Wel is hij bij de Burgerwacht. Als de oorlog uitbreekt, moet hij op wacht staan bij het postkantoor. Luitenant Dorbeck heeft Henri een filmrolletje, dat ontwikkeld moet worden. Dorbeck en Henri lijken als twee druppels water op elkaar. Na de capitulatie krijgt Dorbeck een kostuum van Henri, die Dorbeck's uniform in de tuin begraaft. Dorbeck brengt het kostuum terug met films die moeten worden ontwikkeld en opgestuurd aan E. Jagtman, Legmeerplein 25C, Amsterdam-West. Als de films ontwikkeld zijn, ziet Henri niets dan zwarte vlekken. Hij durft de foto's niet op te sturen, koopt een Leica en maakt zelf foto's van militaire objecten. Enige tijd later komt Dorbeck tijdens een hevig onweer; Henri krijgt opdracht in Haarlem te komen. Daar ontmoet hij Dorbeck en Zewuster. Met Zewuster gaat Henri naar de Kleine Houtstraat, waar ze in een huis twee mannen neerschieten. De zoon van de drogist uit Voorschoten heeft Henri achtervolgd. Henri ontwikkeld het filmpje dat hij in de meidagen van Dorbeck heeft hekregen. Op een van de foto's staat 'Dorbeck' met twee vriendinnen voor het huis in de kleine Houtstraat. Er valt een brandend vliegtuig op het huis van Jagtman, waardoor de gehele familie Jagtman om het leven komt. In 1944, nadat Dorbeck 4 jaar niets van zich heeft laten horen, krijgt Henri een brief van Dorbeck met het verzoek de foto's te zenden naar Postbus 234 in Den Haag. Hij gaat kijken wie de brief uit de bus haalt; het blijkt een heilsoldate te zijn. Een paar dagen later wordt hij opgebeld door Elly Sprenkelbach Meijer, een meisje dat zegt dat ze uit Engeland is overgekomen. Ze toont hem een van de foto's die hij aan Dorbeck heeft gestuurd. Hij brengt haar naar Oom Bart. Als hij in Den Haag terugkomt, hoort hij van Moorlag dat de Duitsers hem in zijn huis opwachten en dat Ria en zijn moeder gevangen genomen zijn. Hij gaat met Moorlag naar Leiden, waar een student persoonsbewijzen maakt voor hem en Elly. Henri's haar wordt zwart geverfd door Marianne Sondaar; dit is de joodse studente Mirjam Zettenbaum, die ondergedoken is in een kapsalon. Henri duikt onder aan de Zoeterwoudsesingel en gaat foto's ontwikkelen voor Labare. Hij beseft nu hoe hij is veranderd: Dorbeck heeft een ander mens van hem gemaakt. Marianne gaat voor hem naar Oom Bart met het persoonsbewijs voor Elly. Deze is echter al verdwenen. Henri haat naar Amsterdam en vertelt aan Oom Bart dat Ria en zijn moeder gevangen zitten. Oom Bart maakt Henri verwijten.
    Henri krijgt van Dorbeck opdracht naar de stationswachtkamer in Amersfoort te gaan. Hij zal daar een vrouw ontmoeten in leidstersuniform van de Nationale Jeugdstorm. Samen gaan ze naar Lunteren, waar Lagendaal, die voor de Gestapo werkt, uit de weg moet worden geruimd. De aanslag lukt, maar op de terugweg wordt de vrouw in de trein aangehouden. In Amsterdam ontmoet Henri Marianne; ze haan samen voor de bioscoop. Op het doek verschijnt een oproep tot aanhouding van Henri. Hij loopt de zaal uit, maar wordt gepakt. Hij is er zelf van overtuigd dat ze hem voor iemand anders houden. In Dan Haag wordt hij verhoord en zo erg gemarteld dat hij in een ziekenhuis moet worden oppgenomen. Houwel er een Duitse schildwacht voor de deur staat, wordt hij toch bevrijd door enige gemaskerde mannen, die hem naar Leiden brengen. Bij Labare ontmoet hij Marianne weer. Tegenover haat spreekt hij zich uit over zijn verhouding tot Dorbeck:
    'Ik heb nooit geweten dat ik het mislukte exemplaar was, totdat ik Dorbeck ontmoette. Toen wist ik dat hij het geslaagde exemplaar was, dat ik in vergelijking met die man geen reden van bestaan had, dat ik mijzelf alleen aanvaardbaar maken kon, door precies te doen wat hij zei.'
    's Nachts worden ze door de Duitsers overvallen. Henri weet te ontkomen, zwemt een singel over en rent druipnat een huis binnen. Even later wordt hij gearresteerd. In de cel zoekt de Duitser Ebernuss, die beweert dat hij hem goedgezind is, hem op. Hij heeft ervoor gezorgd dat Marianne, die naar Westerbork was gebracht, weer vrij is. Ze verwacht een kind. Ebernuss houdt zich bezig met het probleem of er een zekere Dorbeck vestaat, de dubbelganger van Henri. Daarom moet deze laatste naar Amsterdam haan, waar een klandestiene sociëteit is voor ondergrondse helden. Als Dorbeck bestaat, zal Henri hem daar ontmoeten. Ebernuss geeft Henri zijn Leica en samen gaan ze naar Amsterdam. Er is in de sociëteit een man van wie Henri geloofd dat het Dorbeck is. Henri krijgt van hem giftige kristallen, die hij in de borrel van Ebernuss doet. Dorbeck en Henri haan er met de auto van Ebernuss vandoor. Ze komen in een leegstaand huis, waar Henri zichzelf en Dorbeck in de spiegel fotografeert. Dorbeck vertelt hem dat Ria samenwoont met de zoon van de drogist, die hem verraden heeft, toen hij de aanslag in Haarlem heeft gepleegd. Henri krijgt een verpleegstersuniform. Dorbeck bericht hem dat Marianne in een kraamkliniek ligt. Als hij er aankomt, wordt hij naar een kelder gebracht waar hij het lijkje van zijn kind ziet. Huilend loopt hij weg. Een Duitse soldaat neemt hem mee in zijn auto. In Voorschoten steekt hij Ria dood en in Dordrecht vermoordt hij de Duitser; daarna vraagt hij hulp aan een pastoor. Met behulp van de illegaliteit en een arts komt hij in Breda aan. Hij meldt zich bij het hoofdkwartier van de Nederlandse Strijdkrachten, waar men hem onmiddellijk arresteert, omdat men denkt dat hij een landverrader is. Hij wordt naar Engeland gebracht en later naar het Kamp Achtste Exlormond. Daar behandelt Selderhorst zijn zaak. Henri wordt van vele dingen beschuldigd en Dorbeck, die zal kennen aantonen dat hij een verzetsheld is, is onvindbaar. Jagtman en Moorlag zijn dood en Mirjam Zettenbaum is in een kibboets in Israël. Oom Bart leeft nog wel, maar zijn verklaring is zeer vaag. Eindelijk wordt de Leica van Henri gevonden. Het filmpje met de foto van Dorbeck zit er nog in en Henri mag het ontwikkelen. Er blijkt alleen een foto van Henri en Ebernuss op te staan; de foto met Dorbeck is mislukt. Henri rent naar buiten en wordt neergeschoten.
    Motieven
    Het verhaal speelt zich in de 2e WO af. Belangrijke motieven zijn o.a. : chaos, dubbelgangersmotief, verraad en moord, krankzinnigheid, toeval, indentiteitsverschil.
    Thema
    Zelf de werkelijkheid beleven en dan het verkeerd beoordelen van anderen omdat de werkelijkheid niet achterhaalbaar is.
    Mening
    Ik vond het een erg goed boek. Het was erg spannend, vooral op het laatst, wanneer Henri zijn Leica weer krijgt, dan denk je echt dat hij dan toch gaat bewijzen dat hij onschuldig is, maar gebeurt het niet. Het is opmerkelijk dat alle bewijzen tegen hem zijn, en ze zouden ook wel kunnen kloppen als je niet geweten zou hebben wat Henri heeft uitgevoerd. Je begint eraan te twijfelen of Henri geen fantasie-persoon voor zich heeft gehad, of dat het Jagtman is geweest.
    Over de schrijver
    Willem Frederik Hermans (1921-1995) Nederlands schrijver. Hermans, die van 1958 tot 1973 lector fysische geografie in Groningen was, behoorde tot de belangrijkste naoorlogse Nederlandse schrijvers. In zijn werk, datdikwijls in de Tweede Wereldoorlog is gesitueerd, treden de thema's van de menselijke eenzaamheid en de absurditeit van het bestaan op de voorgrond. Hij beschrijft een wereld waarin geen mens te vertrouwen is, hetgeen leidt tot een doelloos bestaan waarin onzekerheid en achterdocht overheersen. Ook zijn vaak venijnige polemieken, zoals in Mandarijnen op zwavelzuur (1964), trokken de aandacht. Tot zijn bekendste romans behorenDe tranen der acacia's (1949), De donkere kamer van Damokles (1958), Nooit meer slapen (1966), Onder professoren (1975) en Uit talloos veel miljoenen (1981). Postuum verscheen in 1995 nog Ruisend gruis. Nadat hij in 1971 de P.C. Hooftprijs had geweigerd, aanvaardde hij in 1977 de Grote Prijs der Nederlandse Letteren.
  • REACTIES

    Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

    gast

    gast