Elke schooldag wakker worden met een meme? Laatste nieuws en blogs zien? Handige stories of video's voor school? Of lekker dm'en met ons?


Titel
De donkere kamer van Damocles

Jaar van eerste publicatie
1958

Korte inhoud
Henri Osewoudt is de zoon van een geestelijk gestoorde moeder die toen hij nog jong was zijn vader vermoorde. Zijn vader had een sigarenwinkel waarin hij tot de oorlog in werkte voor zijn moeder en zijn vrouw. Zijn vrouw was een zeven jaar oudere nicht, waarmee hij in zijn jeugd al veel contact had. Zij was namelijk de dochter van oom Bart Nauta, die hem verder groot had gebracht. Osewoudt was lelijk, had een hoge stem en was bovendien baardloos. Zijn vrouw was net zo lelijk, ware het niet lelijker.
Toen de oorlog uit was gebroken, kwam er op een keer een man, Dorbeck genaamd, in zijn winkel om foto's te laten afdrukken. Hij was een officier in het leger. Dorbeck leek als twee druppels water op hem, was ook even klein, maar had alleen zwart haar. Osewoudt zelf was blond. Hij moest de foto's opsturen, maar alle foto's waren door het ontwikkelen mislukt. Hij kocht een leica om zelf foto's te maken en om zijn fout min of meer iets te onderdrukken. Dat was achteraf niet nodig geweest omdat twee mannen hem de boodschap brachten dat er niets op die foto's had gestaan.
Dorbeck was nog een keer terug gekomen voor nog meer foto's en om een pak te lenen ter vermomming (hij werd al gezocht door de Duitsers). Osewoudt had Dorbeck zijn kostuum begraven in de tuin omdat dat hem verraden kon. Ook had Osewoudt een pistool gekregen met de mededeling om die volgende dag bij hem te komen.
Die volgende dag hadden ze leden van de Gestapo neergeschoten. Hij had nog meer opdrachten van Dorbeck uitgevoerd voor het vaderland. Osewoudt had ook de foto's ontwikkeld (dit keer geslaagd) en op één foto stond Dorbeck met twee dames bij het huis waar ze de mannen hadden neergeschoten, op de andere drie plaatjes van militairen en/of geweren.
Dorbeck had al vier jaar niets meer van zich laten horen totdat hij een brief kreeg met daarop een mededeling of hij de foto's op wilde sturen naar postbus 234. Dat had hij gedaan en hij bleef gelijk kijken of Dorbeck langs kwam om de foto's op te halen, maar de foto's werden door iemand anders opgehaald. Hij kreeg een dezer dagen ook een telefoontje van een meisje. Hij sprak met haar af en zij had een van de foto's bij haar als legitimatie. Ze zei dat ze uit Engeland kwam, maar dat was toen wel zeer onwaarschijnlijk. In ieder geval hielp hij haar wel aan een verblijf. Hij had haar ondergebracht bij oom Bart. Daar zei iemand tegen hem dat zijn vrouw en zijn moeder waren gearresteerd door de Duitsers en dat ze hem daar stonden op te wachten. Osewoudt ging met hem naar Meinarends, waar valse persoonsbewijzen werden gemaakt voor hem en het Engelse meisje. Ook zijn haar liet hij zwart verven door Marianne Sondaar, een ondergedoken jodin. Ook Osewoudt dook onder bij Labare waar hij foto's ontwikkelde.
Hij besefte dat hij was veranderd door Dorbeck. Dorbeck had hem en zijn verdere leven verandert. Hij was het mislukte exemplaar van de twee en Dorbeck het geslaagde.
Dorbeck had hem weer een opdracht gegeven. Hij moest samen met een zogenaamde leidster van de jeugdstorm een lid van de Gestapo moest vermoorden. Ook zij had zich geïdentificeerd met één van de foto's. Toen ze de man hadden omgebracht gingen ze met het zoontje naar Amsterdam. Onderweg werd zij opgepakt en Osewoudt was het zoontje in Amsterdam verloren. Hij ging die avond met Marianne naar de bioscoop. Vooraf werd zijn foto op het scherm geprojecteerd met een beloning van vijfhonderd gulden erbij. Hij probeerde te ontsnappen maar een bewaker had hem herkend. De Duitsers hadden hem in de war gehaald met Dorbeck. Hij ontkende alles waarvan hij beschuldigd was en hij werd daarom zo gemarteld dat hij naar het ziekenhuis moest. Daar waren drie mannen die hem ontvoerden. Onderweg zeiden ze dat ze de verkeerde hadden en ze lieten hem zo uit de auto.
Osewoudt ging naar Labare waar hij Marianne zag. Ze gingen samen naar bed en werden 's nachts overvallen door de Duitsers. Osewoudt wist te ontsnappen door een paar judotechnieken. Een half uur later was hij alsnog opgepakt. In de cel deed Ebernuss (een Duitser) onwaarschijnlijk aardig tegen hem. Osewoudt liet zich echter niet inpalmen maar Ebernuss had ook gezorgd dat Marianne niet in een concentratiekamp ging. Ze verwachtte ook een kind van Osewoudt.
Ebernuss zei dat hij zou zorgen dat ze uit de handen van de Duitsers bleef als Osewoudt hem naar Dorbeck bracht. Osewoudt deed dat en bij Dorbeck had hij Ebernuss vergiftigd. Osewoudt en Dorbeck waren samen naar een schuilplaats gereden en Osewoudt had een foto van hen in de spiegel gemaakt. Dorbeck had hem een verpleegsterskostuum gegeven ter vermomming en hij liet die volgende dag alleen nog een briefje achter dat Marianne aan het bevallen was. Osewoudt ging verkleed naar het ziekenhuis, waar hij te weten kwam dat de baby dood was.
Ondertussen was Osewoudt erachter gekomen dat zijn vrouw hem verraden had en dat zij nu met een NSB'er in de sigarenwinkel woonde. Die dag was hij met een dronken Duitser meegereden die een oogje op hem had (hij als verpleegster dus). Hij had de Duitser hem bij de sigarenwinkel af laten zetten en had vervolgens de Duitser en zijn vrouw neergestoken. Osewoudt besloot zich aan te gaan melden bij de Nederlandse strijdkrachten. (Vroeger was hij afgekeurd bij het leger omdat hij een halve centimeter te kort was.) Daar werd hij onmiddellijk opgepakt wegens landverraad. Hij werd naar Engeland gebracht en verder klopte geen van alle beschuldigingen. Hij kon niets bewijzen en niemand geloofde dat Dorbeck bestond of heeft bestaan. Iedereen dacht dat hij onder een hoedje had gespeeld met Ebernuss. Iedereen die getuige kon zijn was er niet meer en Dorbeck kwam ook niet opdagen. Hij had al heel lang in de cel gezeten en constant waren er misverstanden. Toen hij al rennend en schreeuwend om Dorbeck naar buiten liep werden er tal van dodelijke kogels op hem afgevuurd.

Personen
Er is hier maar één hoofdpersoon en dat is (natuurlijk) Osewoudt.
Osewoudt is een jongen die alleen realiteit ziet. Hij zoekt gek genoeg door wat hij meemaakt, nergens iets bovennatuurlijks achter. Hij voert zonder te weten of het wel goed is de opdrachten van Dorbeck blindelings uit. Hij voelt zich de mindere van Dorbeck en hij lijkt sprekend op hem. Het enige verschil is dat hij geen baard en een hoge stem heeft. Hij heeft geen haat tegen degenen die iets afschuwelijks doen, maar hij straft het wel af als hij kan.

Tijd
Het verhaal speelt zich grotendeels in de 2e wereldoorlog af.
Het verloopt chronologisch, er is verder niets bijzonders aan het tijdsverloop. Aan het begin is er een tijdsverdichting waar zijn jeugd kort wordt samengevat.

Ruimte
Er is hier zeker sprake van een belangenruimte. Het regent op bepaalde tijdstippen en soms schijnt de zon. Als hij in de cel zit wordt de cel ook uitvoerig beschreven. En de omgeving speelt ook een belangrijke rol bij de bewijzen voor zijn onschuld.

Perspectief
Dit is een persoonaal verhaal. Je denkt met Osewoudt mee. Je zit als het ware in hem.

Thema
Het thema is: Zelf de echte werkelijkheid weten en vervolgens de werkelijkheid niet kan aantonen.
Ik heb voor dit thema gekozen omdat bijna het hele boek een voorspel is om het laatste stuk. Het laatste stuk gaat over dit thema. Daar kun je je kapot aan ergeren.

Motieven
Een algemeen motief is bijvoorbeeld de duplicatie. Dorbeck leek sprekend op hem en andersom. Het toeval speelt ook een belangrijke rol als motief.
Een verhaalmotief is bijvoorbeeld de leica van Osewoudt. Steeds is dat ding weer belangrijk en steeds komt hij terug. Ook verschillende naambordjes zoals INHALEN VERBODEN en op de deur van de sigarenwinkel HEEFT U NIETS VERGETEN? zijn kleine verhaalmotieven.

Titelverklaring
De titel is een echte doordenker. 'De donkere kamer' duidt isolement en duisternis aan. 'Damocles' duidt de voortdurende dreiging aan. (Citaat uit encyclopedie: Damocles, hoveling van Dionysius I van Syracuse (406-367 v Crst.) die boven Damocles' hoofd een zwaard liet ophangen aan een paardenhaar om hem te tonen in welk gevaar een tyran steeds verkeerd.)

Structuur
Het verhaal is opgedeeld in hoofdstukken. Bij het begin van een nieuw hoofdstuk kan het zo zijn dat de gebeurtenissen uit het andere even worden vergeten of dat er een stuk is overgeslagen. Er zijn ook af en toe witregels tussen gevoegd om aan te duiden dat ze nu ergens anders zijn. Ook zijn de naambordjes met HOOFDLETTERS geschreven.

Stijl
Er zijn vrij korte zinnen gebruikt. Het boek is met zo veel spanning geschreven dat je hem het liefst achter elkaar uit leest. Zonder één pauze. De zinnen lezen makkelijk en lopen goed in elkaar over.

Genre
De genre van dit boek is proza.

Auteur
De schrijver Willem Frederik Hermans (geb. 1921), die sinds de tweede wereldoorlog regelmatig allerlei knuppels in vaderlandse hoenderhokken wist te gooien, werd daarnaast vooral bekend als de auteur van een reeks romans en verhalen, waarin het leven zonder enige illusie wordt beschreven. De personages in zijn veelgelezen boeken proberen wel steeds een zekere ordening in de wereld aan te brengen, maar als het erop aankomt - zoals in een oorlog - wordt duidelijk dat alle beschaving alleen maar schijn is: een dun laagje vernis dat op de oorspronkelijke chaos is aangebracht.
Deze gedachte komt al naar voren in Hermans' vroegste romans: 'Conserve' (1947) en 'De tranen der acacia's' (1949). Vooral de hoofdpersoon in het laatste boek slaagt er niet in enig houvast te vinden: scherper dan de meeste anderen beseft hij dat velen zich aan allerlei regels vastklampen, om maar niet de zinloosheid van hun bestaan te hoeven zien.
Tweejaar na 'De tranen der acacia's' verscheen de roman 'Ik heb altijd gelijk' (1951), waarbij Hermans door eigen ervaringen werd geïnspireerd. De schrijver, wiens oudere zuster Corrie in het begin van de oorlog dood in een auto werd aangetroffen, verwerkte in dit boek herinneringen aan zijn jeugd in de omgeving van de Amsterdamse Overtoom.
Intussen was Hermans aan de gemeentelijke universiteit van Amsterdam fysische geografie gaan studeren. Hij promoveerde er op een proefschrift waarin aardlagen in Luxemburg worden beschreven, en werd benoemd tot lector in Groningen.
Na de publicatie van de verhalenbundel 'Paranoia' (1953), waarin ook de novelle 'Het behouden huis' werd opgenomen, verscheen in i956 de roman 'De God Denkbaar, Denkbaar de God'. In dit boek, dat de schrijver zelf als een experiment beschouwde, staat het bewustzijn van de hoofdpersoon Denkbaar tijdens en na een sprong uit een raam centraal.
Een hoogtepunt in het werk van Hermans is de roman 'De donkere kamer van Damocles' (1958), waarin een aangrijpend beeld wordt gegeven van de sigarenwinkelier Henri Osewoudt, die wanhopig probeert zijn dromen waar te maken. Vooral Dorbeck, Osewoudts raadselachtige dubbelganger, is een fascinerende figuur.
Ook in de roman 'Nooit meer slapen' (i 966) slaagt de hoofdpersoon, die op zoek is naar meteorieten, niet in datgene wat hij als zijn opdracht ziet. Hij ervaart zijn omgeving als vreemd en zelfs vijandig.
Hetzelfde is het geval met de voornaamste personages in de romans 'Herinneringen van een engelbewaarder' (1971), 'Onder professoren' (1975) en 'Uit talloos veel miljoenen' (1981). In de belde laatste boeken wordt vooral de spot gedreven met het universitaire milieu: Hermans, die zich aan 'de dorpsuniversiteit van Paterswolde'- zoals hij de universiteit van Groningen noemde - geërgerd had aan de bureaucratische rompslomp, had er in 1973 ontslag genomen, waarna hij in Parijs was gaan wonen. Behalve romans die tot de beste uit onze literatuur gerekend kunnen worden, schreef Hermans ook gedichten en toneelstukken. Een aantal kritische beschouwingen werd bijeengebracht in het bekende boek 'Mandarijnen op zwavelzuur' (i965), waarin allerlei literaire kopstukken op de korrel werden genomen. Ook later voerde Hermans talloze polemieken, waarvan de weerslag is te vinden in de essaybundels 'Boze brieven van Bijkaart' (1977), 'Houten leeuwen en leeuwen van goud' (1979), 'Ik draag geen helm met vederbos' (1979), 'Klaas kwam niet' (I983) en 'Door gevaarlijke gekken omringd' (1988). Daarnaast schreef Hermans in deze periode de verhalen 'Filip's sonatine' (1980), 'Homme's hoest' (1980), 'Geyerstein's dynamiek' (1982) en 'De Zegelring' (1984) en de romans 'Een heilige van de horlogerie' (1987) en 'Au pair' (1989).

Waardeoordeel
Het was een zeer geslaagd boek. Ongetwijfeld het mooiste boek wat ik tot nu toe gelezen heb. Ik heb me ook afgevraagd hoe je zo spannend kan schrijven. Constant de gedachte in de toekomst van Osewoudt. Op het laatst dacht ik de hele tijd dat het goed zou komen. Maar door het ongelooflijke maar toch niet ondenkbare toeval loopt het slecht af met Osewoudt. Ook blijven er nog een heleboel vragen over. Zoals: waar is Dorbeck? Of: waarom schrijft Marianne niet terug? Het was erg leuk om te lezen. Zelfs nog beter dan een goede film.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

gast

gast