De buitenvrouw door Joost Zwagerman

Beoordeling 6.6
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 4e klas havo | 2935 woorden
  • 23 april 2007
  • 11 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.6
  • 11 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1994
Pagina's
279
Geschikt voor
bovenbouw vmbo/havo/vwo
Punten
2 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's

Boekcover De buitenvrouw
Shadow

Theo Altena, leraar Nederlands en gelukkig getrouwd, krijgt een affaire met de Surinaamse docente Iris Pompier. Een roman over liefde, leugens en zelfbedrog. Maar ook over moedwil en misverstand in het multiculturele Nederland.

Theo Altena, leraar Nederlands en gelukkig getrouwd, krijgt een affaire met de Surinaamse docente Iris Pompier. Een roman over liefde, leugens en zelfbedrog. Maar ook over moedwil …

Theo Altena, leraar Nederlands en gelukkig getrouwd, krijgt een affaire met de Surinaamse docente Iris Pompier. Een roman over liefde, leugens en zelfbedrog. Maar ook over moedwil en misverstand in het multiculturele Nederland.

De buitenvrouw door Joost Zwagerman
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Gegevens:
Auteur: Joost Zwagerman
Titel: de buitenvrouw
Uitgever: uitgeverij de arbeiderspers
Jaar van uitgave: 1994
Druk: 24e druk
Aantal bladzijden: 235
Samenvatting:
Theo Altena is gelukkig getrouwd met Sylvia Houtman en leraar Nederlands op het Westfries College in Hoorn. Zijn collega Iris Duivenpoort is getrouwd met Sydney Pompier en lerares gymnastiek. Tijdens een werkweek van de 4e klassen zijn ze elkaar beter leren kennen en na deze werkweek beginnen Theo en Iris een buitenechtelijke relatie. Iedere dinsdagmiddag hebben ze allebei twee tussenuren, en die gebruiken ze om in Iris' huis seks met elkaar te hebben. Deze relatie loopt al ruim een jaar en ze denken dat niemand ooit iets van hun relatie heeft gemerkt. Op een dinsdagmiddag komt Theo te laat terug op school na zijn tussenuren bij Iris en klas 3F heeft een spotprent van Theo op het schoolbord getekend met de tekst 'Blackie is the best' erboven. Theo schrikt en denkt dat ze van zijn relatie met Iris weten. Hij geeft Wouter Nijman, een leerling uit 3F, de opdracht om de spotprent uit te vegen.
Diezelfde dinsdagavond gaan Theo en Sylvia op visite bij de ouders van Sylvia. Ze kijken met z'n allen Telebingo. Als Sylvia's vader verbaast reageert over de deelname van een Hindoestaan aan het spelletje wordt Theo ontzettend kwaad en beschuldigt zijn schoonvader van racisme. Hiermee verpest hij de avond. Sylvia is boos op Theo omdat hij zo overdreven reageerde op de onschuldige opmerking van haar vader.

Die nacht kan Theo niet slapen. Deze slapeloosheid heeft hij sinds zijn relatie met Iris. Hij durft namelijk niet te slapen omdat hij bang is in zijn slaap de relatie met Iris aan Sylvia op te biechten.
De volgende dag is Iris niet op school. Het tweede uur heeft Theo klas 3D. En alweer staat diezelfde spotprent met dezelfde tekst op het schoolbord. Nu denkt Theo er beter mee om te gaan en geeft een preek over racisme. Maar de leerlingen laten zich niet tot racisten beschuldigen. Marleen Dallinga, een leerling uit 3D, zegt dat die tekening en die tekst alleen maar op hem slaan en niet racistisch bedoeld zijn. De vader van Wouter Nijman ziet Theo en Iris elke dinsdag middag naar Iris' huis gaan. Wouter woont namelijk in dezelfde straat als Iris.
Het vierde uur geeft Theo 3F weer les. Dit keer zijn er zes pornofoto's van donkere vrouwen op zijn bureau gelegd en de tekst 'Blackie is the best' erbij geschreven. Theo verdeelt de foto's over zes jongens in de klas en stuurt ze met de foto's naar de conrector Ferweda. Als Wouter tegenstribbelt, knapt er iets in Theo en duwt hij Wouter. Wouter stoot hierbij zijn hoofd. Na de les komt Ferweda naar Theo toe en vertelt Theo dat de vader van Wouter naar de inspecteur wil stappen omdat Theo zijn zoon een hersenschudding zou hebben geslagen. Theo protesteert hier tegen en probeert Ferweda uit te leggen wat er is gebeurd. Ferweda zegt dat zijn relatie met Iris bij de leraren en leerlingen overduidelijk is en hij nu maar beter een paar dagen vrij kan nemen om tot rust te komen. Theo bekent zijn relatie met Iris en zegt wat dagen thuis te blijven. Hij vraagt nog wel even waarom Iris die dag niet op school was. Ferweda zegt dat ze van de fiets gevallen was, maar dat ze morgen weer komt. Pas later realiseert Theo zich dat Iris helemaal geen fiets heeft. Thuis aangekomen besluit Theo niets over zijn verlof aan Sylvia te vertellen.
De volgende ochtend gaat Theo dan ook gewoon net als alle andere dagen op dezelfde tijd weg. Hij rijdt een beetje rond en bespiedt vanuit zijn auto Sylvia in huis. 's Middags besluit Theo Iris uit school op te wachten. Iris is boos op Theo omdat hij hun relatie aan Ferweda heeft bekend. Samen gaan ze naar een restaurant om alles uit te praten. Iris zegt dat ze alles aan Sydney heeft verteld, die haar vervolgens bont en blauw heeft geslagen, waardoor ze de vorige dag niet op school kon komen. Maar ze vertelt hem ook dat ze geen spijt heeft van hun relatie. Sydney gaat namelijk regelmatig vreemd en dit was haar manier om hem een keer terug te pakken. Iris beeindigt hun relatie en ze gaan allebei naar huis.
Thuis aangekomen lijkt het er even op alsof Sylvia alles weet. Ferweda heeft namelijk gebeld en verteld dat Theo enkele dagen verlof heeft, maar toen was hij blijkbaar niet thuis. Theo vertelt aan Sylvia dat hij op school problemen heeft om de orde te bewaren en daarom een paar dagen vrij is om tot rust te komen. Sylvia leeft erg met hem mee en denkt ook maar geen seconde dat haar man overspel heeft gepleegd. Inmiddels heeft de vader van Wouter zijn klacht ingediend.
Voordat Theo die avond naar bed gaat neemt hij nog twee slaappillen, waarna zijn nieuwe eerlijke leven kan beginnen.

Thema:
- liefde
- overspel
- discriminatie
Motieven:
De buitenvrouw kent een aantal motieven:
- Seks
- Ontrouw
- Leraarschap
- Discriminatie
- Het verzet tegen racisme
- Conflicten
- De dood
- Onwetendheid
Titelverklaring:
De titel Buitenvrouw slaat op Iris Duivenpoort. Iris heeft een buitenechtelijke relatie met Theo. Zij is de buitenvrouw van Theo. De auteur heeft voor een Surinaamse benaming gekozen omdat Iris een Surinaamse vrouw is en die oorsprong van haar een belangrijke functie heeft in het boek. Omdat Iris geen ‘gewone Hollander’ is, maar eigenlijk donker van huidskleur, maakt haar iemand van buiten. Aangezien op school wordt gedacht dat zwarte mensen iets wat je op tv zag en op de Dam in Amsterdam vaak voorkwam, maar niet hier op school.
Ondertitel:
Geen
Motto:
Het motto van De Buitenvrouw is de verklaring van het woord Buitenvrouw uit het Surinaams-Nederlandse woordenboek. Het betekent: naast wettige echtgenote of vaste concubine een partner die ergens anders woont. Het legt uit dat Theo een buitenechtelijke relatie heeft met Iris, die op haar beurt ook een buitenechtelijke relatie heeft met Theo.
Hoofdpersoon:
Theo Altena
Theo is 7 jaar getrouwd met Sylvia Houtman, ze wonen in een nieuwbouwwijk in Alkmaar.
Theo heeft al ruim een jaar een buitenechtelijke relatie met Iris Duivenpoort, een gymlerares op dezelfde school als Theo.
Theo heeft niet altijd evenveel plezier in zijn werk als leraar, alleen de hogere klassen kunnen hem bekoren. Theo houdt zich erg bezig met het schuldgevoel dat hij overhoudt aan het vreemdgaan met Iris. Hij schaamt zich. In de loop van het verhaal gaat Theo zich ineens heel erg druk maken over racistische opmerkingen. Hierdoor laat hij zich door een klas uit de tent lokken met grote gevolgen.
Theo is naar mijn indruk geen stressbestendig persoon, hij slikt regelmatig slaappillen en heeft last van aanvallen van hyperventilatie. Deze persoon is niet erg zeker van zichzelf, hij heeft een grote neus waar hij erg mee schijn te zitten en hij is voortdurend bang dat zijn relatie met Iris uitlekt. Ik vind Theo vaak niet helemaal eerlijk tegenover zichzelf. Zo houdt hij zichzelf voor dat hij er niet mee zit dat hij een grote neus heeft.
Bijpersonen:
- Sylvia Houtman
- Iris Pompier
- Theo’s schoonvader
- De leerlingen
Plaats:
Het verhaal speelt zich af in Nederland. Om precies te zijn op het Westfries College in Hoorn, bij Theo en Sylvia thuis, bij Iris thuis en in Schagen bij Pa en Ma Houtman.
Tijd:
Ik denk in de jaren ’90.
Tijdsvolgorde:
Het wordt chronologisch verteld en er zijn flashbacks.
Tijdvertraging:
Het hele boek gaat over 4 dagen en er zijn 235 pagina’s dus er is een tijdvertraging.
Verteltijd:
Een paar dagen.
Structuur:
Er zijn negentien hoofdstukken en die worden met letters en niet met cijfers weergegeven.
Perspectief:
Het verhaal wordt verteld vanuit de belevingswereld van Theo Altena. Je krijgt meer over anderen te lezen en meer kanten te zien dan dat Theo de ik-verteller zou zijn geweest, maar tegelijkertijd krijg je wel precies te lezen hoe de hoofdpersoon Theo zich voelt en wat hij denkt. Aldus een auctorieel verteller vanuit een personaal perspectief.
Stijl:
Het taalgebruik is modieus.
Er is maar één dialoog.
Auteur:
Joost Zwagerman (Alkmaar, 1963) debuteerde in 1986 op tweeëntwintigjarige leeftijd met de roman De houdgreep, één jaar later gevolgd door de verhalenbundel Kroondomein, naar aanleiding waarvan het weekblad De Tijd hem uitriep tot ‘de kroonprins van de Nederlandse literatuur’. Met de roman Gimmick! (1989) bereikte Zwagerman een groot leespubliek, gevolgd door de bestsellers Vals licht (1991) en De buitenvrouw (1994). Van deze drie romans zijn meer dan 150.000 exemplaren per titel verkocht, van De buitenvrouw zelfs meer dan 175.000.
Inmiddels behoort Joost Zwagerman tot één van de meest gelezen schrijvers van zijn generatie.
Het opmerkelijke bij Zwagerman is dat populariteit bij een breed leespubliek hand in hand gaat met een stijgende waardering in de literaire kritiek. Vals licht werd in 1992 genomineerd voor de AKO-LITERATUURPRIJS en in 1993 verfilmd. Zijn werk verscheen in vertaling in Duitsland, Frankrijk, Hongarije, Tsjechië en Japan. Behalve romans en verhalen schrijft Joost Zwagerman ook poëzie en essays. Zijn gedichtenbundel De ziekte van jij (1988) werd in 1998 herdrukt. Essays over literatuur, beeldende kunst en popmuziek zijn verzameld in Collega’s van God (1993) en In het wild (1996). Naar aanleiding van zijn essaybundel Pornotheek Arcadië (2000) werd Zwagerman in NRC Handelsblad ‘een van de best schrijvende essayisten van dit moment’ genoemd. Het Financiële Dagblad over Het vijfde seizoen (2003): ‘Met Joost Zwagerman is een essayist opgestaan die zijn weerga niet kent.’ Over de dichtbundel Roeshoofd hemelt (2005) schreef poëzietijdschrift Awater: ‘Roeshooft hemelt van Joost Zwagerman zal een mijlpaal in de Nederlandse poëzie blijken te zijn.’
Joost Zwagerman schrijft sinds 1985 essays en kritieken voor Vrij Nederland en was enige jaren columnist van de Volkskrant en tegenwoordig van NRC Handelsblad.
2003 was het jaar van Zwagerman: In het voorjaar verscheen de bundel columns Het wilde westen en in november verscheen de essaybundel Het vijfde seizoen. Tegelijkertijd zag Standplaats Zwagerman het licht, een bundel óver Joost Zwagerman naar aanleiding van zijn indrukwekkend schrijverschap vóór zijn veertigste levensjaar. Deze bundel, met bijdragen van onder anderen collega-auteurs en literaire critici als Carel Peeters, Rob Schouten, Arie Storm en Kester Freriks, is rijkgeïllustreerd met foto's uit de jaren 1986-2003.
Van 1998 tot 2000 was Joost Zwagerman vaste gast in het TV-programma Barend & van Dorp. In 2003 en 2004 presenteerde Joost Zwagerman VPRO’s Zomergasten.
Eigen Mening:
Ik vond De buitenvrouw een heel fijn boek om te lezen. Ik heb het in een korte tijd uitgelezen. Het is een modern boek en sluit prima aan bij deze tijd. Er zijn veel dingen die je herkent, zoals de school die wordt beschreven en een man die gelukkig is getrouwd, maar toch vreemdgaat. De schrijver gebruikt korte zinnen om iets duidelijk te maken. Ik vond dit boek bepaald niet langdradig, al werden bepaalde ‘scenes’ erg gedetailleerd beschreven.
Recensie:
Trouw, 14 oktober 1994
Joost Zwagerman: De buitenvrouw.
De beschrijvingen zijn smeuïg en spelen behendig in op onze kennis van de werkelijkheid. Een welvarende buitenwijk in Alkmaar is sprekend zo'n welvarende buitenwijk in Alkmaar; op een middelbare school in Hoorn gaat het precies toe zoals we denken, of weten, dat het op een middelbare school toegaat.
Deze soepele verwerking van de wereld zoals we die dagelijks meemaken of waarover we dagelijks lezen is zeker een van de verdiensten en aantrekkelijkheden van Zwagermans proza. Hij documenteert er, om het maar eens gewichtig te zeggen, de eigen tijd mee. De clichés gaat hij daarbij niet uit de weg, integendeel, hij maakt er graag gebruik van, wat de herkenbaarheid van wat hij schrijft alleen nog maar vergroot.
``De Bergermeer was een wijk waar de gezinnen onbekommerd hun welvaart etaleerden; waar Volvo-stationcars op zaterdagochtend werden volgestouwd met hupse kinderen terwijl de hond - nooit een herder of pitbull maar een dalmatiër of labrador - vrolijk blaffend achter in de laadbak sprong; waar in de lente alle moeders op doordeweekse dagen in het tweede autootje naar het strand toe tuften, bruin kleurtje halend op een terras in Schoorl; waar de kinderen in felgekleurde windjacks op hun mountainbikes over de woonerven raceten en zich in de weekends uitleefden op de rozebeklinkerde pleintjes zonder enig gevaar voor paps en mams dat er ook maar eentje onder hen een probleemgeval zou worden.''
In deze wijk woont de hoofdpersoon van Zwagermans nieuwste roman, 'Buitenvrouw.' Hij heet Theo Altena, is drieëndertig, leraar Nederlands en volmaakt gelukkig getrouwd met Sylvia, zes jaar jonger dan hij en als juridisch adviseur werkzaam bij de gemeente. Ze hebben geen kinderen. Hun huwelijk wordt beschreven, ik herhaal het, als puur geluk en hetzelfde geldt voor hun seksuele betrekkingen. ``Ze pijpte hem soms al minder dan vijf minuten na zijn thuiskomst en wanneer hij zijn kleren nog aan had.'' Volgt een passage die een nauwgezette beschrijving lijkt van een pornofilmpje. ``Zo of anders, trager, lomer of juist dubbel zo heftig en hard of gewoon vier dagen achtereen in hetzelfde geile standje deden zij het met elkaar, in terugkerende varianten van varianten en altijd met een genot waarvan Theo wist dat het nergens anders was te vinden, omdat nergens anders dan bij haar genot zo robuust gestut werd door geluk.''
Dat zit dus wel goed met die twee, zou je denken, maar waarom gaat Theo als het verhaal begint te lopen dan al veertien maanden vreemd met Iris Pompier, zijn collega gymnastiek aan de school in Hoorn? Iris is zwart, een Creoolse, in Paramaribo geboren, in de Bijlmer opgegroeid - is het haar kleur die Theo obsedeert? Hoe het zij, hij is aan haar verslaafd en zij doen het elke week met elkaar in de twee tussenuren die ze op hun lesroosters gemeen hebben, bij Iris thuis. Haar man, want ook zij is getrouwd, werkt in Amsterdam.
Het verhaal van 'Buitenvrouw' (Surinaams-Nederlands woord voor bijvrouw) is gauw verteld en nogal dunnetjes: Theo heeft weer 's zijn dinsdagse overspel en treft dan terug op school een tekening aan op het bord, een karikatuur van zijn hoofd met bril en enorme neus, en daarnaast in een tekstballon geschreven: Blackie is the best. Onbegrijpelijk genoeg vat hij tekening en tekst niet op als het bewijs van het feit dat zijn verhouding met de zwarte lerares algemeen bekend is, maar percipieert hij alleen het racistische element in de tekst. Door zijn omgang met Iris is hij ineens bijzonder gevoelig geworden voor uitlatingen die naar racisme zwemen. De volgende dag krijgt hij weer hetzelfde op zijn bord en valt hij extreem uit tegen enkele leerlingen. Aan het eind van de schooldag verneemt hij van de conrector dat iedereen op de hoogte is van zijn overspelige relatie. Deze raadt hem aan maar even thuis te blijven, om zijn kalmte te hervinden.
Veertien maanden lang heeft Theo zijn vrouw bedrogen, het geheim van zijn overspel is voor haar al die tijd geheim gebleven, hij heeft zich dikwijls met angst en beven afgevraagd hoe lang dat nog kon duren, maar tot dan toe heeft ze niets gemerkt. Het lijkt er dan op dat in deze slotfase, de tijd waarin de roman zich afspeelt, een bekentenis onvermijdelijk wordt, maar tot Theo's verbazing en opluchting weet hij alles met een simpel leugentje - al veertien maanden ordeproblemen - aan Sylvia te verklaren. Dat is een buitengewoon onbevredigend, zij het wel een onverwacht einde. Het maakt deze Theo definitief tot een uitermate antipathiek romanpersonage. Hij is een toneelspeler die zichzelf zoet houdt met de gedachte dat iets verzwijgen niet hetzelfde is als bedrog. De veronderstelling dat deze twee mensen een volmaakt gelukkig huwelijk hebben, was altijd al enigszins bespottelijk, maar in het slothoofdstuk is daar absoluut niet meer in te geloven.
Het verhaal van het einde van Theo's omgang met Iris (want dat is het gevolg) wordt natuurlijk opgevuld en gelardeerd met gebeurtenissen in het heden en het verleden, die op een of andere manier verbonden kunnen worden met motieven als liefde, seks, racisme. Aldus wordt een in feite dunne geschiedenis opgedikt tot roman. Het meeste dat er in verteld wordt, blijft zich nogal afspelen aan de oppervlakte en krijgt weinig diepgang. Des te opmerkelijker is het dat er ten aanzien van Theo's seks met de zwarte Iris ideeën worden ontwikkeld die veel verder lijken te reiken.
Echt begrijpen doe ik de verspreide gedachtegangen op dit punt overigens niet. Wat te denken van onsmakelijke vergelijkingen als deze, waarin Theo bij Iris naar binnen schuift ``zoals een lijk op een slede een koelcel in wordt geschoven.'' Even verderop wordt het beeld van de koelcel snel vervangen door dat van ``een crematorium in vol bedrijf.'' Theo heeft kennelijk allerlei doodsfantasieën bij Iris: ``Dat we spelen dat ik dood ben en jij wanhopig probeert mij weer tot leven te wekken. Dat jij een zwarte doodskist bent van levend steen waar ik in kom te liggen, ik het koude witte lijk in een gloeiende sarcofaag.''
In de enkele, meer theoretiserende passages, waarin Iris en Sylvia met elkaar worden vergeleken, heet het dat Sylvia ``als een ziekte en uit liefde in hem (was) gaan zitten, zijn aderen doorstromend, zij was zijn altruïstische, filantropische doodseskader. ( . . .) Met Iris was het anders. Dat was opnieuw ontdekte baldadigheid, hij was op dinsdagmiddag weer voor even achttien jaar en niet geklonken aan de dood door liefde maar door geilheid, gevoed door kille berekening en manipuleerbare fantasiebeelden. Hij naaide met Iris de pluggen uit de muur en de pannen van het dak en dat was alles, lekker geile grafschennis, dat hoorde er nu eenmaal bij.''
Koelcel, crematorium, sarcofaag, grafschennis - ik kan het niet zo best meer volgen, eerlijk gezegd. Veel uitwerking in de roman krijgen deze doodsfantasieën tijdens het seksuele verkeer niet en misschien is dat maar goed ook, want het is zo, zwart-wit, al wel meer dan genoeg. Als Zwagerman diepzinnig wil worden, is hij niet op zijn sterkst. Hij is echt een schrijver van de buitenkant. Meer niet.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "De buitenvrouw door Joost Zwagerman"