De bastaard van Brussel door Simone van der Vlugt

Beoordeling 6.8
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • Klas onbekend | 2579 woorden
  • 4 juli 2007
  • 72 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.8
  • 72 keer beoordeeld

Eerste uitgave
2005
Pagina's
221
Oorspronkelijke taal
Nederlands

Boekcover De bastaard van Brussel
Shadow
De bastaard van Brussel door Simone van der Vlugt
Shadow
ADVERTENTIE
Studententijd zomerspecial

Heb jij de Zomerspecial van Studententijd de podcast al geluisterd? Joes, Steie, Dienke en Pleun nemen je mee in hun zomer vol festivals, vakanties en liefde. En kijken ook alvast vooruit naar de introductietijd van het nieuwe collegejaar. Luister lekker mee vanaf je strandbedje, de camping of onderweg. 

Luister nu!
Uittreksel

Crispijn heeft een brouwerij, hij heeft twee knechten in dienst, Hans en Stina, Stina heeft een dochtertje: Eva. Crispijn’s vader is de graaf van Egmond. Crispijn is een bastaard. Het is zo rond 1565, steeds meer mensen stappen over op de nieuwe leer (het lutherse geloof.) Als de inquisitie erachter komt dat je niet meer achter het katholieke geloof staat word je verbrandt op het marktplein in de brandstapel.
Hans, Stina en Eva zijn naar een Hagenpreek geweest van het lutherse geloof. Crispijn is ongerust, het wordt al donker en Hans, Stina en Eva zijn nog niet thuis. Dan komt Eva aangerend. Ze zegt dat haar moeder is opgepakt door Titelmans, een inquisiteur. Ze is naar het Broodhuis (een gevangenis) gebracht.

Maar leven gaat gewoon door, maar ondanks dat is Eva heel erg verdrietig. Op de dag van de executie van Stina, wordt ze vrijgemaakt, ze is gevlucht. Maar waar naartoe dat weet niemand.
Als Crispijn terug komt van de executie van Stina (wat dus geen executie is geweest) ziet hij iemand door het raam kijken met een zwarte kap. Hij heeft haar al eerder gezien. Crispijn rent haar achterna en komt erachter dat het de dochter is van de graaf van Egmond, Leonora zijn halfzus.
Op een dag wordt er een inval gedaan in de brouwerij. Crispijn kan Eva in veiligheid brengen, maar zelf wordt hij opgepakt. Hij wordt meegenomen naar het broodhuis. Daar wordt hij erg mishandeld om alles er uit te krijgen. Zal geen details noemen. Daar is hij buiten bewustzijn geweest. Als hij weer wakker wordt, is hij niet in de gevangenis want hij ziet glas en lood raampjes voor zich. Als nog even goed ziet komt hij er achter dat hij in het huis van zijn vader in Gent is. Daar wordt hij verzorgt door een verpleger.
Als Crispijn weer genezen is, gaat terug naar Brussel. Daar ziet hij Eva weer. Ze heeft nog steeds niks van haar moeder gehoord. Crispijn koopt een paard en gaat op zoek naar Stina. Hij is langs vele dorpen gehobbeld waar de Beeldenstorm in volle toer was. Na een lange zoektocht, is hij erachter gekomen dat Stina is overleden. De terug weg komt hij in een groep geuzen terecht, daar zit Hans ook in! Hij gaat mee met de geuzen (mensen van het lutherse geloof die protesteren tegen het katholieke geloof) en vernielt het huis van Titelmans, en de kerk in het dorp van Titelmans. De beeldenstorm is ook hier uitgebroken.
Crispijn gaat snel naar huis als hij beseft wat hij heeft gedaan. Crispijn gaat niet meer naar de kerk. Op een dag loopt hij door Brussel, en de toespraak in de kerk was net afgelopen. Leonora is er ook, ze spreekt Crispijn aan. Ze vertelt hem dat er een Spaans leger opkomst is en dat die nog strenger zijn dan de inquisitie in Brussel.
En dat de graaf van Egmond, dus de vader van Crispijn is gearresteerd door Alva. Hij is overgeplaatst naar een kasteel in Gent. Alva heeft lange lijsten van schuldigen opgesteld, die allemaal terecht worden gesteld.
Op een avond komt Leonora bij de brouwerij. Ze vertelt over de gang van zaken van haar vader, het is er allemaal niks anders op geworden. Er wordt die avond een inval gedaan. Crispijn had alles al klaar staan, om te vluchten, omdat hij al bang was, nu kan hij zo weg. Hij zet Leonora af bij het kasteel en vlucht het bos in. Hij sluit zich aan bij de bosgeuzen, de bende van Jan Camerlinck. Ze plegen veel aanslagen. Ze willen ook een aanslag plegen op de abdij waar Alva zit. Die aanslag mislukt. Crispijn is net ontsnapt aan de dood.

De volgende dag ziet de bende (zover hij er nog is) de koets waar de vader van Crispijn in zit naar Brussel gaan, voor de executie van zijn vader. Als Crispijn naar binnen kijkt in de koets waar de graaf in zit, schrikt hij zich dood. Wat ziet hij eruit!
Zijn vader is ter dood veroordeeld dringt het tot Crispijn heen. Sinds de dood van de graaf van Egmond leeft zijn gezin in armoede, Leonara zit in een Abdij. Crispijn gaat bij haar op bezoek, en praat wat met haar. Hij krijgt kleren van haar die van zijn vader zijn geweest. Hiermee kan hij Brussel in komen. Hij is van plan om ergens anders naartoe te gaan, naar Nederland en daar opnieuw te beginnen. Hij wil Eva het liefst meenemen.
Als hij in Brussel komt, gaat hij meteen naar het huis waar Eva zit, dat is bij zijn vriend. Eva is heel erg blij om Crispijn terug te zien. Eva heeft nog familie in Haarlem wonen, en is van plan daar naar toe te gaan. Dus heeft Crispijn gevraagd of ze met zijn tweeën naar Haarlem kunnen gaan, en daar opnieuw willen beginnen. En dat wil Eva, en samen gaan ze op weg.

Informatie over de schrijfster

Leven en werk en bibliografie


Leven en werk

Op 15 december 1966 werd Simone van der Vlugt geboren als Simone Watertor. Al op jonge leeftijd zat de liefde voor het schrijven erin: ‘Mijn ouders konden me geen groter plezier doen dan me een pak papier te geven dat ik helemaal vol mocht schrijven. Toen ik wat ouder was, kreeg ik van hen een typemachine. Ik vond het geweldig om verhalen te schrijven, bokjes te maken. Het omslag tekende ik zelf en plakte ik met plakband vast’.
Op school schreef Simone graag opstellen en wanneer die werden voorgelezen in de lagere klassen, stimuleerde haar dat nog meer. Op het moment dat ze een boek las dat was geschreven door een meisje van twaalf jaar, realiseerde ze zich dat ook kinderen schrijver konden zijn. ‘ Ik was zelf dertien en het werd me opeens duidelijk dat ook kinderen verhalen konden schrijven die gepubliceerd werden. Ik heb toen voor het eerst een verhaal vaan een uitgever gestuurd. Die gaf me raad over hoe ik mijn schrijfstijl kon verbeteren en stimuleerde me om door te gaan. Vanaf dat moment stuurde ik ieder jaar iets op en steeds kreeg ik mijn werk terug met bemoedigende brieven, kritische brieven en een keer met een heel dom advies, namelijk om eerst mijn school maar eens af te maken voordat ik me met schrijven bezig zou houden. Dat advies heb ik gelukkig niet opgevolgd – ik ben steeds blijven schrijven , waardoor ik veel tijd heb gehad om te oefenen.’
Na de middelbare school ging Simone naar de lerarenopleiding voor de vakken Nederland en Frans. Hoewel ze enorm opkeek tegen mensen die een echt boek hadden geschreven, bleef het kriebelen. Na haar studie werkte ze als secretaresse bij een bank. Maar ’s avonds schreef ze aan haar eerste historische jeugdroman. Toen het uiteindelijk af was, stuurde ze het manuscript vaar uitgeverij Lemniscaat en die wilden het wel publiceren: De amulet was haar debuut. Gestimuleerd door dat succes zegde ze haar baan op en werd fulltime schrijfster.
Voor haar historische romans doet Simone grondig onderzoek. ‘Als ik schreef dat iemand met een verrekijker de zee aftuurt, moet ik zeker weten dat ze die in die tijd al hadden’. Haar inspiratie haalt ze overal vandaan: haar eigen gezinssituaties, verre reizen en artikelen in kranten die ze tegenkomt. Ze krijgt veel hulp van haar ouders: haar vader, die veel over geschiedenis leest, raadt haar boeken aan en met haar moeder bespreekt ze de verhaallijn van elk boek een paar keer voordat het naar de uitgever gaat. Haar man ten slotte, leest het manuscript door om de fouten eruit te halen.

Bibliografie

1995 De amulet
1996 Bloedgeld
1999 De guillotine
1999 Noodlanding in het oerwoud
1999 Mijn zusje wordt vermist
1999 Potverdrie Sophie!
2000 Zwarte sneeuw
2000 Verdwaald onder de grond
2001 Hester de witte heks
2001 Bastiaan komt eraan
2001 Jehanne
2002 Schijndood
2003 De slavenring
2004 Victorie!
2004 De reünie
2005 De bastaard van Brussel
2005 Schaduwzuster
2006 Het bosgraf
2007 Het laatste offer

Eigen mening

Vertel iets over het boek; waar gaat het boek over?

Brussel 1565. Crispijn Matsijs is eigenaar van bierbrouwerij en taveerne 'Au brasseur'. Hij wordt in zijn werk bijgestaan door de dienstmeid Stina en haar dochter Eva. Sinds de gevreesde inquisiteur Pieter Titelmans in de stad is, wordt het dagelijkse leven steeds vaker verstoord door openbare executies, waarbij iedereen die commentaar heeft op het katholieke geloof, op de brandstapel belandt. De situatie wordt nog dreigender als de Spaanse koning de hertog van Alva naar de Nederlanden stuurt om schoon schip te maken met alle ketterij. Vanaf dat moment is niemand zijn leven meer zeker. Ook Crispijn komt in moeilijkheden en moet Brussel ontvluchten. Hij sluit zich aan bij de bosgeuzen, die zich verzetten tegen de katholieke machthebbers. Maar Crispijn voelt zich niet erg thuis in het ruwe gezelschap. Hij mist niet alleen het leven in Brussel; ook Eva, op wie hij steeds meer gesteld is geraakt, krijgt hij niet uit zijn gedachten.

Vertel iets over de hoofdpersonen en bijpersonen; wat voor indruk maakte hij/zij?

Hoofdpersoon is Crispijn Matsijs.

Crispijn Matsijs: is een breedgeschouderde jonge man met blond haar, dat nooit netjes wil zitten. Hij heeft helderblauwe ogen. Hij is de bastaardzoon van de Graaf van Egmond, op wie hij sprekend lijkt. Zijn moeder is overlezen, hij mist haar nog dagelijks. Crispijn is een rustige man, die zich over het algemeen onopvallend gedraagt. Hij heeft zijn hart op de goede plek, is goudeerlijk en gaat door het vuur voor zijn vrienden.

De belangrijkste bijpersonen zijn:

Stina: is de rondborstige, moedige dame die Crispijn helpt in de taveerne. Met haar wulpse figuur, rode krullen en sproeten trekt ze veel klanten naar de taveerne. Stina heeft behalve haar dochter Eva geen familie waar ze op terug kan vallen. Met haar vader en broer heeft ze geen contact meer en haar moeder is overleden. Zij en Crispijn hebben veel steun aan elkaar.

Eva: is het dochtertje van Stina. In het begin van het verhaal is ze niet zo nadrukkelijk aanwezig. Ze is nog jong en een beetje teruggetrokken. Aks haar moeder op de vlucht slaat voor Titelmans hecht Eva zich sterk aan Crispijn. Crispijn is hier duidelijk blij mee; hij volt zich verantwoordelijk voor Eva. Eva helpt mee in de brouwerij en verandert van een klein meisje in een handige tante waar Crispijn echt wat aan heeft. Als Crispijn op doorreis is, merkt hij dat hij Eva niet uit zijn hoofd kan zetten. Als ze elkaar na lange tijd weer terugzien, zijn ze allebei erg blij. Tot Crispijn verrassing is Eva uitgegroeid tot een aantrekkelijke jonge vrouw.

Waar speelde het verhaal zich af; en heeft deze plaats een rol in het verhaal?

Het verhaal speelt zich af in Brussel en omstreken. Crispijn Matsijs is eigenaar van bierbrouwerij en taveerne ‘Au brasseur’ in Brussel.

Het dagelijkse leven in Brussel wordt dus verstoord door openbare executies, waarbij iedereen die niet het katholieke geloof aanhangt op de brandstapel belandt. Brussel is onherkenbaar voor mij omdat ik die tijd nooit heb mee gemaakt maar als je het zo leest dat heb je een idee van de drukke taveerne waar de botten op de grond liggen, waar het bier je om de oren vliegt en de meid die mannen mee naar achteren neem om ze te verwennen. Zo heb je wel een idee in wat voor omgeving het zich afspeelt en die heeft wel betrekking tot het verhaal want dat zorgt voor de speciale sfeer. Dat het dus echt zo is geweest en niet verzonnen is.

Welke tijd speelt het verhaal zich af: heeft dit ook betrekking tot het verhaal?

Het verhaal speelt zich in Brussel rond 1565 en loopt tot vlak voor de Tachtigjarige Oorlog. En dat heeft ook weer betrekking tot het verhaal omdat, doordat het in deze tijd afspeelt het zich een heel ander sfeertje met zich mee brengt.

Vertel iets over de opbouw van het boek?

De Bastaard van Brussel wordt grotendeels chronologisch verteld. Begint dus in 1565 tot valk voor de Tachtigjarige Oorlog. Crispijn vertelt hoe zijn rustige leventje als Brusselse bierbrouwer rus wordt verstoor als de bevreesde inquisiteur Pieter Titelmans in de stad huishoudt. Via een enkele flashback legt Crispijn uit hoe zijn jeugd was, hoe zijn moeder met haar tweede man het Lutherse geloof aanhing en hoe bang en boos hij daarom was.

Wat is het vertelperspectief?

Hij perspectief. Vanuit het perspectief van de hoofdrolspeller Crispijn. Hij beschrijft zijn omgeving, de mensen, de stad en de gebeurtenissen. Op deze manier kom je als lezer alles te weten over het Brussel van 1565. Door Crispijn’s ogen zie je de ketterverbrandingen en de angst van de bevolking. Maar ook de dagelijkse gang van zaken en de omgang van mensen onderling wordt duidelijk via Crispijn. Hij leidt de lezer als hij ware eeuwen terug in de tijd.

Wat is de genre van het boek?

Trouw, spanning, angst, avontuur en historie. Alles draait om het thema: trouw zijn aan jezelf, trouw zin aan je geloof en trouw aan je vrienden. De inquisiteur Titelmans maakt de bevolking het leven zuur en er heerst angst en vertwijfeling in de stad: druft men nog uit te komen voor zijn ware ik, zijn ware geloof, durven mensen nog op te komen voor hun vrienden, of laten zij de angst regeren?

Een belangrijke gebeurtenis in het verhaal die veel indruk op je heeft gemaakt maar ook waarom?

Ik vond het punt dat op het moment dat Crispijn terug komt, nadat hij om Stina had gezocht (en dus al overleden was), naar zijn bierbrouwerij en Eva. Dat Eva en hij dan eigenlijk mekaar wat opzoeken. En dat ze dan allebei toch wat over het zelfde gevoel kunnen praten. Want ze zijn beide hun moeder kwijt geraakt.


Dat vond ik erg mooi omdat ze dan ondanks slechte omgevingomstandigheden toch nog zo goed met elkaar konden praten in eens want dat was daar voor ook niet. En dat Eva dan in eens ook actief in de bierbrouwerij aan het werk wil leest toch wel weer erg mooi in de oren.

Vertel iets over de spanning in het boek?

In Brussel is het niet veilig: iedereen die niet trouw katholiek is, dreigt op de brandstapel te eindigen. Dat maakt het moeilijk om voor je eigen mening op te komen. Dat is eigenlijk wat er in grotenlijnen aan de hand is. En dat zorgt voor die spanning die niet alleen rond gaat in de mensen in het verhaal maar ook in het hoofd van de lezer.

Verklaar de titel van het boek?

De titel De Bastaard van Brussel verwijst naar de hoofdperoon van het verhaal: Crispijn Matsijs. Hij is de zoon van de mooie Godelieve en de Graaf van Egmond. De graaf had een relatie met Godelieve, maar trouwde met iemand van zijn eigen stand. Crispijn en zijn moeder bleven alleen achter, in een tijd dat ongehuwde moeders met de nek werken aangekeken; Crispijn is dus een bastaardkind, hij is niet uit een wettig huwelijk geboren.

Waarom vond je dit huist zo’n goed boek of waarom niet?

Ik vond dit zelf een super boek. De titel sprak me erg aan en het omslag ontwerp ook dus ik dacht die ga ik lezen. Wat ik er ook zo mooi aan vond dat er heel veel dingen echt gebeurt zijn en dat er ook een aantal personages echt bestaan hebben. Dat brengt het meer naar de realiteit. En ook doordat je dit boek leest weet je niet alleen heel veel van die tijdsomgeving maar ook hoe de mensen zich voelden in en rond die tijd. Hoe de omgangsregels daar waren, wat wel en niet kon etc. Een echt aanrader voor de wat historische lezers.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

G.

G.

het boek ging toch alleen over dat hij wordt gemartelt en dan wegvlucht?

11 jaar geleden

Andere verslagen van "De bastaard van Brussel door Simone van der Vlugt"