Verslag De Aanslag

Bart Beermann 6V1

Macintosh HD:Users:bart:Downloads:images.jpeg

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Technische gegevens:

Titel: de Aanslag

Auteur: Harry Mulisch

Jaar van uitgave: 2000

Uitgever: de bezige – Amsterdam

Aantal bladzijden: 85

 

Samenvatting

Samenvatting

Eerste episode: 1945
Het is januari 1945. In Haarlem zit het gezin Steenwijk (moeder, vader, Anton en Peter) in de eetkamer van hun villa. De jongens maken ruzie, het is koud en er wordt besloten tot een spelletje mens-erger-je-niet voor het slapengaan. De rust wordt echter ruw verstoord door harde knallen op straat en vol ontzetting ziet het gezin hoe de NSB’er Fake Ploeg wordt doodgeschoten en door de buren Korteweg voor huize Steenwijk wordt gelegd.

Peter wil naar buiten om het lichaam weg te halen, maar wordt tegengehouden door de ouders. Het duurt niet lang voor de Duitsers aankomen en Anton en zijn ouders meenemen. Peter is erin geslaagd te vluchten. Anton wordt in een auto opgesloten, ziet zijn ouders verdwijnen.

Hij wordt naar het politiebureau gebracht en moet in een cel slapen, waar hij een aardige vrouw ontmoet die hem gerust stelt. Een uur later wordt Anton uit zijn cel gehaald en per motorfiets naar de plaatselijke bevelhebber gebracht. Deze weet niet waar zijn ouders zijn, maar als Anton vertelt over zijn oom en tante in Amsterdam, wordt besloten dat hij daarheen gaat. De vrachtwagen die hem wegbrengt, wordt onderweg getroffen door een luchtaanval, maar Anton komt toch veilig in Amsterdam aan.

Tweede episode: 1952
Na de bevrijding, horen Anton en zijn oom en tante dat zijn ouders en broer Peter op de avond van de aanslag gedood zijn. Anton blijft bij zijn oom en tante wonen en gaat medicijnen studeren. Op twintigjarige leeftijd, in 1952, keert hij terug naar Haarlem – op uitnodiging van een studiegenoot.

Het feest wordt gehouden in de buurt van zijn oude straat, en als er foute grappen worden gemaakt over de Korea-oorlog in vergelijking met WO II, verlaat Anton het feest. Hij komt weer in zijn oude straat en wordt gezien en binnengevraagd door zijn oude buurvrouw Beumer, wier man dement is geworden.

Ze vertelt Anton dat zijn ouders werden vermoord omdat ze de Duitsers aanvielen, dat de buren Korteweg zijn verhuisd en dat er op de plek waar eerst Antons huis stond, een monument is opgericht voor oorlogsslachtoffers. Als Anton erheen gaat, ziet hij dat de namen van zijn ouders er wel op staan, maar die van Peter niet. Thuis vraagt hij zijn oom en tante waarom ze hem nooit verteld hebben over het monument. Ze zeggen dat ze dat wel hebben gedaan maar dat hij er niet heen wilde.

Derde episode: 1956
Tijdens zijn studie gaat Anton op kamers wonen, een eindje bij zijn oom en tante vandaan. Hij specialiseert zich in de anesthesie. Ondertussen neemt het communisme wereldwijd toe en ook in Nederland breken relletjes uit. Anton houdt zich er verre van, maar op een avond is hij getuige van een geweldpleging door politie en tot zijn grote verbazing bevindt Fake Ploeg junior zich in de menigte – de zoon van de vermoorde NSB’er, zoveel jaren geleden.

Anton vraagt hem binnen en ze praten over hun veranderde levens. Fake, die destijds bij Anton in de klas zat op het lyceum en gepest werd met zijn vader, werkt nu in een huishoudzaak en is ervan overtuigd dat de communisten de oorlog veroorzaakten. Na de dood van zijn vader raakten zijn moeder en hij aan de bedelstaf. Hij weigert te geloven dat zijn vader een slecht mens was. Uit frustratie, woede en verdriet gooit Fake een steen door de kamer en vertrekt, maar komt even later terug en bedankt Anton omdat hij het op school altijd voor Fake opnam.

Vierde episode: 1966
Jaren gaan voorbij. Anton wordt arts-assistent en trouwt met Saskia de Graaff, met wie hij een dochtertje krijgt, Sandra – zijn oom is dan al overleden. Saskia’s vader, meneer De Graaff, heeft in de oorlog gediend als verzetsstrijder. Als een goede vriend van hem overlijdt, breekt er in een café na de begrafenis een discussie los over de ware redders van de oorlog: de Amerikanen of de Russen.

Tot zijn verbazing ontmoet Anton hier een zekere Cor Takes, de moordenaar van Fake Ploeg. Buiten praten zij met elkaar, en Cor vertelt dat hij Fake doodde omdat het moest, ongeacht de gevolgen. Anton komt erachter dat de vrouw met wie hij die nacht in de cel zat, de vriendin van Cor was die ook meedeed aan de moord – Truus Coster, die ook vermoord werd door de Duitsers. Er blijft één brandende vraag over: waarom werd het lichaam van Ploeg door de buren Korteweg voor Antons huis neergelegd?

Anton gaat met Sandra en Saskia naar het strand, waar hij ligt te denken over Truus. Thuis gebeurt ditzelfde, en bij het zien van een foto van Saskia beseft Anton dat hij zich Saskia en Truus hetzelfde voorstelt. De volgende dag gaat Anton weer naar Takes toe.

Er is dan veel media-aandacht voor de vrijlating van een oud-officier van de SS, die veel mensen vermoord heeft. Ook Takes en Anton zijn hierdoor van streek. In het souterrain van Takes’ appartementgebouw praten ze over Truus, die Fake de laatste twee schoten gaf en door hem zelf neergeschoten werd. Op een foto van haar ziet Anton dat ze op Saskia lijkt. Takes heeft nog steeds haar pistool.

Laatste episode: 1981
De tijd verstrijkt en Anton wordt ouder. Hij scheidt van Saskia en hertrouwt met Liesbeth, met wie hij een zoon krijgt: Peter. Hij brengt zijn vakanties door in Toscane en krijgt af en toe last van paniekaanvallen als hij ineens een flashback heeft van 1945. Als zijn dochter Sandra zestien is, neemt hij haar mee naar zijn oude straat.

Ze mogen binnen in het huis dat nu op de plek van Antons ouderlijk huis staat en ineens ziet Anton op het monument ook de naam Takes, waarmee waarschijnlijk Takes’ broertje bedoeld wordt. Samen met Sandra bezoekt Anton Truus’ graf.

In 1981 zijn er demonstraties tegen atoomenergie waar Anton zich niets van aantrekt, maar hij wordt gedwongen mee te doen als hij last krijgt van kiespijn en zijn tandarts alleen wil helpen als hij mee gaat demonstreren. Op die demonstratie treft Anton niet alleen zijn inmiddels negentienjarige zwangere dochter Sandra en haar niet zo fatsoenlijke vriend, maar tot zijn verbazing ook zijn oude buurvrouw Karin Korteweg, degene die samen met haar vader het lijk van Fake Ploeg bij Anton voor de deur sleepte.

Karin vertelt dat Peter die nacht bij hen naar binnen glipte, hen onder schot hield en even later doodgeschoten werd door een Duitser. Ook komt Anton erachter dat het lichaam van Ploeg bij hen op de stoep belandde omdat meneer Korteweg zijn geliefde hagedissenverzameling niet wilde opgeven.

Nadat Karin en haar vader zagen hoe Anton en zijn familie beschuldigd werden – na verhoor werden zijzelf vrijgelaten – kreeg haar vader een gigantisch schuldgevoel en vermoordde hij zijn hagedissen. Na de oorlog verhuisden ze, maar Karins vader pleegde in 1948 zelfmoord, uit angst dat Anton zich op hem zou komen wreken.

Tot slot vraagt Anton aan Karin waarom ze Fake juist voor zijn huis neerlegden en niet bij het bejaarde echtpaar Aarts. Karin antwoordt dat haar vader dat niet wilde omdat het echtpaar Aarts joden in huis had. Na deze ontdekking loopt Anton weg bij Karin en vervolgt samen met zijn zoon Peter de demonstratiestoet.

 

 

 

 

Analyse

Begin en eind van een verhaal:

Eerste zin

Ver, ver weg in de tweede wereldoorlog woonde een zekere Anton Steenwijk met zijn ouders en zijn broer aan de rand van Haarlem.

 

Het begin en het eind van het verhaal zijn goed, het begin is een goede inleiding tot het verhaal, waarin Mulisch de lezer meenment in het verhaal wat hij wilt vertellen. Aan het eind wordt alles duidelijk voor de lezer, het is een voldoenende en een samenvattend eind waarin alles op zijn plek valt.

 

Handeling:

In het boek staat natuurlijk een handeling centraal: de aanslag op NSBer Fake ploeg. In de rest van het boek. Deze moordaanslag is de drijfveer in het hele verhaal doordat er een mysterie is omtrent het hoe en waarom van de aanslag.

 

 

Stof en motief:

Tweede Wereldoorlog

Het belangrijkste thema van dit boek is de Tweede Wereldoorlog, omdat dit de setting van het verhaal is. Er wordt hierbij niet specifiek in gegaan op delen van de oorlog, maar het gaat meer in het algemeen over het leven tijdens de oorlog; van de gewone mens, van verzetsstrijders maar ook van slachtoffers en mensen die er zonder dat aanvankelijk te willen, zelf bij betrokken waren.

Coming of Age

Dit is een belangrijk motief omdat het boek de levensloop van Anton volgt, hoe hij langzaam maar zeker volwassen wordt - voornamelijk gevormd door de gebeurtenissen uit zijn jeugd, en wat voor persoon hij door deze ontwikkelingen wordt.

Haat

Haat is een belangrijk motief in het boek omdat dit iets is waarmee Anton veel te maken heeft: haat jegens de personen die veel leed veroorzaakten tijdens de oorlog en haat jegens de oorlog zelf, haat die zijn persoonlijkheid vormt.

dobbelsteen

Er zijn twee belangrijke momenten in het boek die Anton's leven iedere keer voor goed veranderen. In beide passages ligt er een dobbelsteen in de setting. De eerste keer dat de dobbelsteen naar voren komt is wanneer de aanslag op Fake Ploeg is gepleegd (p.11 t/m 13). Vanaf dit moment gaat Antons leven in het teken van de aanslag/de tweede wereldoorlog staan en de zoektocht naar schuld. Wanneer hij de dobbelsteen de tweede keer ziet in zijn huis in Toscane (p. 114 en 115) vallen alle puzzelstukjes van zijn leven op hun plaats en hierna ontdekt hij waarom de aanslag op Fake Ploeg is gepleegd in plaats van een ander huis in de straat. Hierna kan hij eindelijk de schuldvraag beantwoorden. Verder staat de dobbelsteen ook voor toeval. Dit komt omdat dobbelstenen op kans berusten en het toeval is op welke oog het valt als je hem gooit. Door een dobbelsteen als motief te gebruiken onderstreept Mulisch dat zulke gebeurtenissen per toeval gebeuren in het leven, hoe tragisch en levensveranderend ze ook zijn.

 

 

Personages:

Het hele verhaal gaat over één hoofdpersoon: Anton Steenwijk. In het verhaal wordt zijn leven verteld, en zijn ontdekking over de moordaanslag in 1945.

 

Anton Steenwijk

Anton Steenwijk woonde tot ongeveer zijn dertiende met zijn beide ouders en broer Peter in een Haarlemse villa. Als kind was hij niet heel bijzonder; gekoesterd door zijn ouders en geplaagd door zijn broer. Toen zijn ouders en broer in onschuld werden vermoord, werd hij geadopteerd door zijn oom en tante in Amsterdam. Als Anton opgroeit, blijft de herinnering aan die avond in 1945 hem achtervolgen: onbewust wil hij weten wie Fake Ploeg vermoordde en waarom het lichaam bij Anton op de stoep werd gelegd. Anton laat het leven min of meer aan zich voorbij trekken terwijl hij trouwt en kinderen krijgt, en wordt door maar weinig dingen geprikkeld. Naast zijn werk houdt hij zich bezig met lezen en puzzels oplossen. Hij bezit vier huizen, waarvan een aantal in Italië. Politiek en actualiteit boeien hem weinig; het enige waarvoor hij echt leeft, is eigenlijk het verleden.

 

 

 

 

Historische tijd, plaats en ruimte:

et verhaal begint in 1945, in de Haarlemse villastraat, als Anton twaalf jaar is. Daarna wordt er een tijdsprong gemaakt naar 1952, in Amsterdam: Anton is dan bezig met opgroeien van een kind in een tiener/volwassene. Er wordt hier veel teruggeblikt op de bevrijding. Hij woont bij zijn oom en tante in Amsterdam.

In het derde deel van het boek is het 1956 in Amsterdam: Anton is een studerende twintiger.

In het vierde deel is het 1966 en is Anton rond eind twintig, begin dertig: hij is getrouwd met Saskia de Graaff en heeft een dochter, Sandra. Het is onduidelijk waar zij wonen, maar waarschijnlijk in de buurt van Amsterdam.

In de laatste episode is het 1981 en woont Anton overal en nergens: zowel in Nederland als in Zuid-Italië. Hij is rond de veertig/vijftig, is met zijn tweede vr

 

Tijdsvolgorde, begin en eind van:

Het boek is totaal chronologisch, maar gebruikt enkele flash-backs., omdat er wordt teruggekeken op momenten die invloed hebben op hun huidige situatie. De eerder gebeurde momenten hebben namelijk vaak nog een later effect in het boek.

 

Perspectief:

Het verhaal is geschreven vanuit een personaal perspectief (hij/zij), namelijk vanuit Anton. De lezer ziet en ‘ervaart’ alles door zijn ogen, maar er wordt op bepaalde momenten ook een beschrijving gemaakt van Antons leven en dan staat de verteller verder weg van het verhaal.

In het proloog wordt geschreven vanuit de alwetende verteller. Er komen dus perspectiefwisselingen in het boek voor.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Recensie

Harry Mulisch – De aanslag

Ruwe verstoring van potje Mens-erger-je-niet. Dode ouders, broer, gijzelaars en NSB-er. Wiens schuld is dat eigenlijk? En kun je je verleden achter je laten?

 

Als je de woorden ‘de aanslag’ leest, denk je misschien direct aan de recente terreurdaden in Europese steden. Of aan het vele malen groter aantal terreurdaden wereldwijd. Of aan de golf van terreur die in de jaren ‘60 en ‘70 in Europa woedde. Sommige grapjassen denken bij ‘de aanslag’ aan de, inmiddels bijna verdwenen, blauwe envelop van de Belastingdienst. Liefhebbers van de Nederlandse literatuur denken echter gelijk aan de roman De aanslag van Harry Mulisch (1927 – 2010) die in 1982 verscheen. Of misschien vooral aan een fiets op de grond, met daarnaast een plasje felrood bloed in witgrijze sneeuw. Want dat iconisch beeld sierde de filmposter vier jaar later.

 

De aanslag: een verleden dat blijft

De aanslag die centraal staat in de roman van Mulisch is de moord op Fake Ploeg in januari 1945. Ploeg was een collaborateur die als hoofdinspecteur van de politie behoorlijk wat wreedheden op zijn naam heeft staan. De moord op Ploeg vindt plaats voor een rijtje van vier afgelegen huizen (Welgelegen, Buitenrust, Nooitgedacht, Rustenburg) aan een kade in Haarlem. Anton Steenwijk, op dat moment twaalf jaar oud, woont met zijn ouders en broer in het huis Buitenrust. Hij ziet hoe Karin Korteweg en haar vader (wonend in Nooitgedacht) het lichaam van Ploeg verslepen en op de stoep voor het huis van Anton neerleggen.

De consequenties

Antons broer Peter wil het lichaam weer verslepen, maar net als hij het lichaam vast heeft, arriveren de Duitser. Peter probeert met het geweer van Ploeg in zijn handen te vluchten. De Duitsers vinden handelen belangrijker dan goed onderzoeken. Ze steken het huis van Anton in brand. Zijn ouders en zijn broer Peter worden gedood, al hoort Anton dat pas later. De Duitsers doden als represaille ook een flink aantal gijzelaars. Anton wordt na een nacht in de cel bij zijn oom en tante in Amsterdam ondergebracht.

Puzzelstukjes verzamelen

De rest van de roman staat in het teken van deze dramatische gebeurtenis een paar maanden voor het einde van de Tweede Wereldoorlog. Wie schoot Fake Ploeg dood? Waarom versleepte de familie Korteweg het lichaam? Wie was de vrouw bij wie Anton in de cel zat en die hem eerst troostte en daarna aansprak alsof hij al volwassen was? In verschillende episodes in zijn leven (1952, 1956, 1966 en 1981) komt Anton steeds iets meer te weten over de personen die bij de moord betrokken waren en over hun motieven. Dit begint in 1952 als hij voor het eerst sinds de oorlog weer teruggaat naar Haarlem. Dan hoort hij van buurvrouw Beumer (uit Welgelegen) dat zijn moeder de Duitsers aanviel en zijn ouders daarom zijn vermoord.

Fake jr, Cor en Truus

In 1956 ontmoet Anton Fake Ploeg jr. Ook zijn leven is voorgoed veranderd door de moord op zijn vader. Volgens Fake jr zijn de communisten de schuld van alles omdat ze zo vlak voor het einde van de oorlog nog een daad wilden stellen. Een daad die de oorlog geen seconde eerder heeft beëindigd. Tien jaar later, in 1966, raakt Anton in gesprek met een van de aanslagplegers: Cor Takes, in de oorlog lid van het verzet. Anton leert dat de vrouw in zijn cel Truus Coster heette. Cor was verliefd op haar, maar weet niet of ze ook iets voor hem voelde. Drie weken voor de bevrijding is ze door de Duitsers vermoord. Cor vraagt Anton wat ze die nacht allemaal heeft gezegd, maar Anton kan zich er bijna niets meer van herinneren.

Ook de laatste stukjes vallen op hun plaats

In 1981 ontmoet Anton zijn oude buurvrouw Karin Korteweg. Zij vertelt hem dat haar vader bang was dat de Duitsers zijn hagedissenverzameling zouden ontdekken. Daarom hebben ze het lichaam verplaatst. Peter was nadat de Duitsers eraan kwamen hun huis binnengekomen. Hij hield hen onder schot en werd daarom door de Duitsers neergeschoten. Nadat de vader van Karin erachter kwam wat de gevolgen van hun daad waren, heeft hij de hagedissen een voor een dood gestampt. Na de oorlog was hij bang dat Anton wraak wilde nemen. Daarom emigreerden ze naar Nieuw-Zeeland. Dat hielp echter niet tegen zijn schuldgevoel en een paar jaar later pleegde hij zelfmoord. Als laatste leert Anton waarom Karin en haar vader het lichaam niet naar de familie Aarts versleepten. De reden was dat die familie Joden verborgen.

Alles hangt met alles samen

Op het einde van de roman heeft Anton de belangrijkste feiten rond de gebeurtenissen van januari 1945 op een rij. En zoals zo vaak in het oeuvre van Mulisch hangt alles met alles samen. Vele kleine beslissingen zorgen samen voor de dramatische wending in het leven van Anton. En juist doordat zoveel factoren een rol spelen, die we nooit allemaal kunnen overzien of beïnvloeden, blijft veel toevallig. In ieder geval vanuit het oogpunt van Anton: hij heeft zelf geen enkele invloed op wat hem die avond is overkomen.

Dobbelstenen en het noodlot

Het noodlot wordt in de roman thematisch onderstreept door een symbool van het toeval: de dobbelsteen. Anton speelde Mens-erger-je-niet met zijn ouders en broer op de avond van de moord. Terwijl hij via een raam kijkt wat er buiten gebeurt en het lichaam van Fake Ploeg ziet, stopt hij de dobbelsteen uit het spel in zijn zak. Later in zijn leven zorgt een aansteker in de vorm van een dobbelsteen voor een enorme angstaanval bij Anton.

Wie heeft er schuld?

Anton zelf probeert de gebeurtenissen uit zijn jeugd achter zich te laten. Maar de mensen die hij uit die tijd ontmoet, leven allemaal voor een belangrijk deel nog met dat verleden. Ze zijn vooral bezig met de schuldvraag. Hebben de Duitsers schuld aan wat Anton is overkomen? Zij hebben zijn ouders en zijn broer doodgeschoten. Is het de schuld van de buren Korteweg? Zijn ouders en zijn broer zouden hoogstwaarschijnlijk nog leven als die het lichaam gewoon hadden laten liggen waar het lag of bij iemand anders op de stoep hadden gelegd. Of hadden Cor Takes en Truus Coster beter moeten weten? Als zij de moord niet hadden gepleegd, was de hele rij aan dramatische gebeurtenissen niet in gang gezet.

Zelf verantwoordelijk voor je daden

De nacht in de cel is Truus Coster heel duidelijk over de schuldvraag:

“Ze zullen je misschien van alles wijs proberen te maken, maar je moet nooit vergeten dat het de moffen zijn, die jouw huis in brand hebben gestoken. Wie het gedaan heeft, heeft het gedaan, en niet iemand anders.”

En ook Cor Takes denkt in die lijn. Weliswaar had de familie van Anton nog geleefd als ze Fake Ploeg niet op die plek hadden vermoord, maar dat geldt ook als Antons vader een ander huis had gehuurd. Of misschien had Fake Ploeg dan ook ergens anders gewoond en was de moord daardoor alsnog bij Anton voor de deur gebeurd.

“Dat is een soort waarheden, waar we niks aan hebben. De enige waarheid waar we iets aan hebben, dat is, dat iedereen is afgemaakt door wie hij is afgemaakt, en niet door iemand anders. Ploeg door ons, jouw familie door de moffen.”

Laat het verleden rusten

Anton is zelf minder bezig met de schuldvraag. Hij doet vooral zijn best de gebeurtenissen van januari 1945 achter zich te laten. Bij zijn ontmoeting met Cor Takes is hij daar heel duidelijk over:

Anton is zelf minder bezig met de schuldvraag. Hij doet vooral zijn best de gebeurtenissen van januari 1945 achter zich te laten. Bij zijn ontmoeting met Cor Takes is hij daar heel duidelijk over:

“Ik zei toch, dat ik er geen behoefte aan heb al die dingen weer op te halen. Het is gebeurd zoals het gebeurd is, en daarmee klaar. Er valt niets aan te veranderen, ook niet door het te begrijpen. Het was oorlog, één grote rotzooi <…>”.

Maar de ontmoetingen in 1952, 1956, 1966 en 1981 rakelen het verleden toch telkens weer op. En ook zijn latere angstaanvallen, bijvoorbeeld na het zien van de aansteker in de vorm van een dobbelsteen, maken duidelijk dat het verleden Anton niet met rust laat.

De beleving van tijd

Het verleden dat bij ons blijft, is dan ook een belangrijk thema in De aanslag. De tijd verstrijkt, de toekomst ligt voor ons en het verleden achter ons. Dit is de manier waarop we meestal over tijd denken en spreken. Maar het kan ook anders: Grieken beleven de toekomst bijvoorbeeld als iets dat achter ons ligt en het verleden zien ze juist voor zich. In dat opzicht is Anton dan ook een Griek. Of hij wordt dat in ieder geval als hij ouder wordt en steeds minder toekomst en steeds meer verleden heeft.

“Maar er is niets in de toekomst, zij is leeg, het volgende moment kan men sterven, zodat zo iemand dus met zijn gezicht naar niets gekeerd staat, terwijl nu juist achter hem iets te zien is: het verleden, zoals bewaard in het geheugen.”

Alles is er nog

Anton beseft in 1981 dat de Tweede Wereldoorlog voor jongere generaties steeds minder betekent. Het ziet ook dat als hij met zijn dochter de straat bezoekt waar hij vroeger woonde, alles anders is geworden. Zijn hele leven heeft Anton zijn best gedaan de gebeurtenissen in januari 1945 achter zich te laten, maar hoe ouder hij wordt, hoe meer zijn verleden hem onderscheidt van de (jongere) mensen om hem heen. Het verleden bepaalt op die manier steeds meer wie hij is. Als hij in 1981 de plek opzoekt waar hij een nacht in de cel zat, herinnert hij zich de woorden van Truus Coster letterlijk. Terwijl hij in 1966 Cor Takes niet kon vertellen wat Truus die nacht tegen hem zei. Het verleden is dus dichterbij gekomen. Anton realiseert zich op het einde van De aanslag dan ook dat voor hem alles er nog is. Niets is verdwenen.

Pascal Klaassen

maart 2016

 

 

 

Eigen mening

Grijpend, dat is hoe Mulisch zijn roman begint, en later blijft vasthouden. Het is een boek waar veel in is verstopt, enorm veel details, dit niet allemaal gedurende de eerste keer lezen te vinden zijn. Bijvoorbeeld de aanwezigheid van de dobbelstenen op de momenten van de aansalg en het moment dat de puzzelstukjes in elkaar vallen. Het laat zien dat kleine dingen in het verleden, enorm grote gevolgen kunnen hebben in de toekomst – the butterfly effect.

 

Behalve dat het een erg goedgeschreven boek is, laat het ook veel aspecten uit de oorlog zien, waar men in de eerste plaats niet bij stil zal staan. Zo nam de vader van Karin een bewust keuze om het lijk voor het huis van de familie Steenwijk neer te leggen. Dit huis werd later in de brand gestoken door de Duitsers.

 

Het is goed dat Mulisch een boek schrijft die zo erg doet terugdenken aan de oorlog, dan verwatert het niet.

 

Het was geen moeilijk boek, ik kwam er redelijk snel doorheen. Desalniettemin heb ik het boek met veel plezier gelezen. Het nam me mee naar de situatie van Anton en liet me het goed inleven.

 

Dit verhaal is in de breedte geschreven, dit wil zeggen dat het een mozaïek van verhalen is die uiteindelijk, samen de grote lijn van het verhaal vormen.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.