Camera Obscura door Hildebrand

Beoordeling 7.4
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 4e klas vwo | 2758 woorden
  • 28 februari 2002
  • 269 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.4
  • 269 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1839
Pagina's
448
Geschikt voor
vwo
Punten
2 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Onderwerpen

Boekcover Camera Obscura
Shadow
Camera Obscura door  Hildebrand
Shadow
ADVERTENTIE
De Galaxy Chromebook maakt je (school)leven makkelijker!

Met de Galaxy Chromebook Go kun je de hele dag huiswerk maken, series bingen en online shoppen zonder dat 'ie leeg raakt. Ook kan deze laptop wel tegen een stootje. Dus geen paniek als jij je drinken omstoot, want deze laptop heeft een morsbestendig toetsenbord!

Ontdek de Chromebook!
Camera Obscura

1) Zakelijke gegevens
a) Hildebrand (pseudoniem van Nicolaas Beets)
b) Camera Obscura, Prisma-boeken, Utrecht/ Antwerpen, 1978 - 17e druk, 326 blz. (eerste druk als Prisma 1953, naar de derde uitgave van 1851, eerste uitgave 1839)
I) De Familie Stastok
II) Een Oude Kennis
III) De Familie Kegge
IV) Gerrit Witse
c) Verzamelroman van korte, realistische en humoristische verhalen.

2) Eerste reactie
a) ‘Camera Obscura’ had ik thuis liggen en mijn moeder vertelde dat het een heel boeiend boek was.

b) Ik vind ‘Camera Obscura’ een heel mooi boek. Het is humoristisch, maar ook de realiteit wordt goed weergegeven. Je kunt je als het ware in de hoofdpersonen inleven. Ik vind het boek soms wel wat langdradig, vooral bij de persoonsbeschrijvingen.

3) Verdieping
a) Samenvatting

I) De Familie Stastok
Op een oktoberdag kwam Hildebrand per diligence aan in de plaats D. Daar wachtte Keesje, een ‘diakenhuismannetje’ hem op en bracht hem naar zijn oom en tante, de familie Stastok. Zijn neef Pieter, een zeer ijverige student, was hem zogenaamd misgelopen.
Pieter liet hem de volgende dag de stad zien. In een koffiehuis werd een potje gebiljart. Pieter kon er niet zoveel van, wat tot vermaak van de stamgasten leidde.
Een paar dagen later zat Hildebrand in de tuin. Keesje vertelde hem een droevig verhaal: vroeger was Keesje loopjongen bij een apotheker. In die tijd had bij twaalf gulden gespaard voor zijn begrafenis. Op een dag had de gebochelde dwerg Klaasje, die zijn handicap misbruikte, het geld ontdekt en het aangegeven bij de ‘vader’ van het huis, want je mocht geen eigen bezit hebben. Keesje moest toen het geld afgeven. Hildebrand schakelde zijn oom in, die er voor zorgde dat Keesje zijn geld terugkreeg.
Op een zondagavond kwam er bezoek: de heer Van Naslaan met zijn vrouw, zijn dochter (Koosje) en zijn zus (Mietje) en het echtpaar Dorbeen. Mevrouw Dorbeen was goed in reciteren, en ook Hildebrand droeg een gedicht voor. Neef Pieter werd verliefd op Koosje, maar kreeg weinig gelegenheid om dat te laten merken.

De volgende besloten Hildebrand en Pieter een roeitochtje te maken. Hiervoor nodigden zij ook Koosje en Christientje (Pieters nichtje) uit. Ook Rudolf van Brammen, een uitgevallen student, en zijn zus Amelie wilden meegaan. De boot liep vast en bij het afduwen viel Pieter in het water, waarop ze naar een boerderij gingen voor droge kleren en drinken. Op de terugweg zat Pieter naast Koosje, maar Dolf verstoorde de idylle.
De volgende dag bracht Pieter Hildebrand naar de diligence en Hildebrand vertrok.

II) Een oude kennis
Mr. H.J. Bruis bezocht tijdens een reis op een snikhete dag zijn oude academievriend, Dr. Deluw, die hij sinds zijn studententijd niet meer had gezien. Na veel zoeken vond hij hem in zijn buitenverblijf.
Zijn oude studievriend bleek anders dan hij had verwacht. Hij trof er een woedende vader, een schreeuwende zoon van zes, een angstige moeder, een huilende dochter van vijf en een lachende jongen van dertien aan. Deluw herinnerde zich Bruis bijna niet. Na een kopje thee gedronken te hebben, werd Dr. Deluw weggeroepen naar een patiënt.
Mevrouw Deluw schepte op over Mientje. Bruis en mevrouw Deluw gingen Mientje gezelschap houden. Plotseling sprong een brutale jongen over de schutting, die snel met een smoesje verdween toen hij merkte dat Mientje niet alleen was. Bruis nam afscheid en in de tuin hoorde hij zijn bijnaam uit de studententijd (Buikje) roepen, door de jongen van zes. Thuis aangekomen vertelde hij zijn vrouw over de familie Deluw, maar schetste hierbij een veel positiever beeld dan de werkelijkheid.

III) De Familie Kegge
Tijdens zijn studie in Leiden leerde Hildebrand William Kegge kennen. Hij was afkomstig uit West-Indië. Zijn familie woonde er nog. Toen William tyfus kreeg, verzorgde Hildebrand hem. Vlak voor zijn dood kreeg Hildebrand een ring met de initialen E.M. van William. Hildebrand lichtte familie Kegge per brief in.
Toen na enkele jaren de familie Kegge naar Nederland was verhuisd, werd Hildebrand door meneer Kegge uitgenodigd om eens te komen logeren. Hildebrand maakte daar kennis met o.a. mevrouw Kegge, de zeventienjarige knappe Henriëtte, de grootmoeder en een aantal kinderen.
Na de maaltijd had Hildebrand een gesprek met Henriëtte. Toen kwam er een nieuwe bezoeker, de ‘charmante’ heer Van der Hoogen, die erg gesteld was op Henriëtte.
Meneer Kegge had een afspraak gemaakt dat Henriëtte zou gaan koekvergulden bij bakker De Groot. Zij wilde niet en werd boos. Vader Kegge kocht daarom een bos bloemen.
Henriëtte had een afspraak: ze zou vrijdag meewerken aan een concert. Daarom nam Hildebrand haar plaats in. Het was erg gezellig bij het koekvergulden. Na afloop bracht hij Suzette Noiret thuis. Ze vertelde over haar zieke moeder.
De volgende dag ontmoette Hildebrand de grootmoeder van William in de bibliotheek en praatte met haar over William. Hij ontdekte dat de ring met E.M. van haar was en gaf hem terug.
Het concert waarin Henriëtte als pianiste optrad, werd een groot succes. Na afloop was er een overdadige souper.
De volgende dag kwam Saartje de Groot op bezoek. Hildebrand zag dat Van der Hoogen, die ook even kwam, een paars briefje in een boeket stopte. Henriëtte haalde het er later uit. Nadat Hildebrand Saartje had thuisgebracht, zag hij dat Suzette werd lastiggevallen. De aanrander had een paars briefje van de ‘charmante’ in haar hand gestopt.
’s Zondags ging Hildebrand naar het hofje waar Van der Hoogen woonde. Daar luisterde hij een gesprek af tussen Van der Hoogen en Bout, zijn vriend. Ze wilden de vriend van Suzette, Reindert de Maete, wegwerken naar de West. Hildebrand zei alles openbaar te zullen maken als Suzette niet met rust gelaten werd. Toen Hildebrand weer naar huis ging, ontmoette hij Saartje, die zei dat Suzettes moeder was overleden. ’s Avonds kwam er een briefje van Van der Hoogen waarin stond dat hij niet meer zou komen. Hildebrand legde de kwestie uit aan de familie Kegge. Drie dagen later ging Hildebrand terug naar Leiden.

IV) Gerrit Witse
Gerrit Witse studeerde medicijnen in Leiden. Hij moest kandidaatsexamen afleggen, waarvoor hij heel zenuwachtig was. Hij slaagde echter ‘summa cum laude’. Daarom gaf hij een feestje. Aan een vriend vertelde hij dat verliefd was op een zeventienjarig meisje uit Gelderland, Klaartje Donze.
Zijn ouders waren heel trots op hem en omdat ze wilden opscheppen, organiseerden ze een diner ter ere van Gerrit.
Klaartje was op dit moment aan het logeren bij de familie Vernooy in Rotterdam, waar Gerrits ouders ook woonden. Omdat de familie Vernooy was uitgenodigd voor het diner, kwam Klaartje ook mee. Tante Vernooy schepte zo op over Gerrit dat Klaartje dacht dat Gerrit een verwaande student was.
Tijdens het diner zat Klaartje naast een andere jongeman, Hateling, met wie ze het heel goed kon vinden. Na het diner wilde Gerrit een praatje maken met Klaartje, maar iemand stootte tegen hem, zodat zijn koffie over Klaartjes jurk ging; zodoende kwam er van een gesprek niets meer terecht.
Twee jaar later was Gerrit arts. In een Gelderse stad moest hij naar een patiënt. Daar ontmoette hij Klaartje weer. Ze maakten de afspraak de volgende dag elkaar op te zoeken. Hier stopt het verhaal met de mededeling ‘Cetera desunt’, het overige ontbreekt.

b) Onderzoek van de verhaaltechniek
I) De schrijfstijl

De schrijfstijl van het boek is levendig; soms ook plechtig. De persoonsbeschrijvingen zijn nogal omslachtig en uitgebreid. De zinnen zijn aan de lange kant. Er zijn veel eufemismen, bijvoorbeeld in ‘Een oude kennis’: Hildebrand noemt Mientje ‘geen heel mooi meisje’, met andere woorden: ze is heel lelijk. Er zijn ook veel barbarismen en herhalingen.

II) De ruimte
De plaats: de plaatsen waar de verhalen zich afspelen zijn veelal in families onder huiselijke omstandigheden, in Hollandse steden en dorpen.
De tijd: de tijd van handeling is de eerste helft van de negentiende eeuw. De verhalen spelen zich af in een paar dagen tijd. Alleen bij ‘Gerrit Witse’ is speelt het verhaal zich over een langere periode af: er is een tijdsversnelling van twee jaar na het diner. Gerrit is afgestuurde arts en komt Klaartje weer tegen. De opbouw is bij al de vier verhalen chronologisch. Er zijn geen flashbacks en flash-forwards.

III) De verhaalfiguren

Hildebrand is vaak de hoofdpersoon. Hij is een round character. Over hem kom je veel te weten. Hij wordt geprojecteerd als een held, die alle andere mensen een lesje leert. Alle andere hoofdpersonen zijn typen. De belangrijkste wil ik noemen.
Pieter Stastok (‘Familie Stastok’) is een eigenwijze student die zich geen houding weet te geven en zich houterig gedraagt. Zijn ouders zijn vriendelijke huiselijke mensen. Dolf is een voormalig student en een grote bemoeial.
Mr. H.J. Bruis (‘Een oude kennis’) is erg dik. Hij heeft het zwaar maar is vol goede moed. Zijn vriend Dr. Deluw is een strenge huisvader. Hij beoefent zijn artsenambt plichtgetrouw.
‘De familie Kegge’. Deze familie is erg rijk. William is overleden. Niemand denkt meer aan hem, alleen zijn grootmoeder. Henriëtte is een knap meisje. Ze is erg verwaand. Haar minnaar, Van den Hoogen is een ‘charmante’ fat. Hij is heel arrogant.
‘Gerrit Witse’. Gerrit is een bescheiden student. Hij is erg knap. Zijn ouders willen met hem opscheppen.

IV) De situaties
In de verhalen komen verschillende situaties voor. Meestal wordt er tussendoor niet van ruimte gewisseld. Er is niet echt sprake van happy ends. Bij ‘De familie Kegge’ en ‘Gerrit Witse’ is dit wel het geval. Hildebrand heeft Van den Hoogen ontmaskerd en Gerrit Witse heeft een afspraakje met Clara gemaakt. Bij ‘Gerrit Witse’ is er een open einde. Bij de andere verhalen is het einde tamelijk gesloten.

V) De vertelwijze
Meestal is er sprake van een auctoriaal verhaal. Er is ook een ik-figuur: Hildebrand.

c) Thematiek

De manier van omgaan van mensen in begin negentiende eeuw in de huiselijke kring en tussen vrienden. Er zijn veel motieven. Die zal ik straks per verhaal beschrijven. De titel ‘Camera Obscura’ betekent donkere kamer. Het is de voorloper van het huidige fototoestel. Het geeft de dagelijkse werkelijkheid aan. De relatie tussen titel en thema is dus duidelijk. Hierna volgt de thematiek per verhaal:

I) De familie Stastok
De echte traditionele manier van doen van mensen uit begin negentiende eeuw. Motieven hiervoor zijn vriendschap, verliefdheid, bezoekjes (‘avondjes’), de huiselijke kring, familiebetrekkingen en vaste gewoonten en gebruiken. De relatie tussen het thema en de titel is duidelijk: het verhaal speelt zich af in de huiselijk kring van de familie Stastok.

II) Een oude kennis
In een aantal jaar kunnen mensen heel erg veranderen. De motieven zijn vriendschap, een bezoekje, de huiselijke kring en reizen. De relatie tussen titel en thema is de volgende: als Bruis na een lange tocht uiteindelijk bij zijn oude kennis aankomt, blijkt deze heel erg verandert te zijn.

III) De familie Kegge
Het zich binnendringen in een hoger milieu. Dhr. Kegge is jaloers op de ‘grote hanzen en adellijke heren’. De ‘charmante’ wil contact met Henriëtte. Motieven zijn rijkdom, misdaad, verliefdheid en het ontmaskeren van Van den Hoogen. De relatie tussen de titel en het thema is dezelfde als bij ‘De familie Stastok’.

IV) Gerrit Witse
De trots om een knappe zoon en dat heel duidelijk laten merken aan anderen. De motieven zijn contrasten tussen geleerd en niet-geleerd, een diner en betrekkingen. Gerrit Witse is de zoon waarom het gaat dus de relatie tussen de titel en het thema is duidelijk.

d) Plaats in de literatuurgeschiedenis

Hildebrand is een pseudoniem van Nicolaas Beets. Hij werd in 1814 in Haarlem geboren en daar is hij ook opgegroeid. Van 1833 tot 1838 studeerde hij theologie in Leiden. In 1838 werd hij proponent, in 1939 doctor in de theologie. Beets was predikant van 1840 tot 1874 in Heemstede en Utrecht. Hij was zeer geliefd. In 1874 werd hij benoemd tot professor in de theologie in Utrecht. Tot zijn zeventigste (1884) heeft hij dit ambt bekleed. Daarna heeft hij nog bijna twintig jaar in Utrecht gewoond. Beets stierf in 1903.
Reeds als student voelde Beets zich tot de letterkunde aangetrokken. Hij dweepte met de Engelse en Franse romantiek. Zo ontstonden enige verhalende gedichten In 1839 publiceerde hij ‘Camera Obscura’. Na 1840 werd hij in beslag genomen door zijn gemeentes. Hij hield zich nog als dichter en criticus met de literatuur bezig.
‘Camera Obscura’ is niet echt typerend voor het werk van Beets. In tegenstelling met de romantische gedichten vol somberheid beschrijft hij in ‘Camera Obscura’ gewone, alledaagse mensen en gebeurtenissen uit die tijd.
‘Camera Obscura’ is voor het eerst gepubliceerd in 1839. Het boek dat ik gelezen heb was naar de derde uitgave van 1851. In de derde uitgave zijn meer verhalen opgenomen dan in eerdere uitgaven.
In deze tijd zitten we midden in de romantiek. Tijdens de romantiek was het realisme een van de hoofdstromingen.
In ‘Camera Obscura’ is het realisme duidelijk terug te vinden. De mensen en gebeurtenissen zijn alledaags. De dingen worden niet mooier beschreven dan ze zijn. Ook droevige gebeurtenissen zoals sterfgevallen, hebben hun plaats in het boek. Het werk is dus redelijk typerend voor de tijd waarin het ontstaan is.

4) Beoordeling
Nu ben ik toegekomen aan de beoordeling van ‘Camera Obscura’. Eerst wil ik de gedeelten uit het verhaal noemen die een positieve werking voor mij hebben.
Bij ‘De familie Stastok’ vind ik het heel grappig hoe Hildebrand rondgeleid wordt door de stad door Pieter. Vooral het potje biljart vind ik leuk. Pieter raakt helemaal in de zenuwen, gedraagt zich houterig en kan voor geen meter biljarten. Bovendien is hij verschrikkelijk zenuwachtig.
Het verhaal van het ‘diakenhuismannetje’ is ontroerend. Op aangrijpende wijze vertelt hij hoe hij van zijn geld is beroofd. Jarenlang heeft hij gespaard voor een begrafenis en nu heeft een lui, gebocheld figuur hem aangegeven bij de huisvader. Hij komt bij mij heel zielig over.
De episode over het spelevaren vind ik ook heel grappig. Pieter is verliefd, maar is niet in staat om dat duidelijk te laten merken. Als hij eindelijk naast Koosje zit worden ze gestoord door de bemoeizieke Dolf. Ik vind het precies iets voor een figuur als Pieter om overboord te vallen. Kortom: Pieter vind ik een lachwekkend figuur.
Bij ‘De familie Kegge’ vind ik het ontroerend als William sterft. Er bestond een hechte vriendschap tussen hem en Hildebrand en dan is een sterfgeval altijd ingrijpend.
Ik vind het spannend als Hildebrand Van den Hoogen ontmaskert. Van den Hoogen doet zich voor als een charmante, galante jongeman, maar in feite is hij een schurk. Daarom vind ik dat Hildebrand een goede daad heeft verricht met het ontmaskeren van deze jongeman. Deze passage spreekt mij ook het sterkst aan van het hele boek.
‘Een oude kennis’ vind ik het minst boeiende verhaal. Ik vind het nogal saai. Er zit geen spanning in. Dat is ook zo bij de beschrijving van het ‘avondje’ bij de familie Stastok.
Verder vind ik de figuur van Hildebrand nogal overdreven. Altijd is hij degene die alles doet. Alle meisjes vinden hem aardig en hij lost alle problemen op. Zodoende komt hij niet als een mens van vlees en bloed over. Hij is overal te nadrukkelijk aanwezig. Dit vermindert het realiteitsgehalte van het verhaal enorm.
Het thema van het boek vind ik goed. Het is erg realistisch. De huiselijke situaties zijn levensecht. Je kunt je zelf inleven in de verschillende personen.
Het taalgebruik van het boek vind ik af en toe nogal omslachtig, vooral als er een situatie, plaats, persoon of iets dergelijks beschrijven wordt. Dat ligt echter aan het feit dat het boek al meer dan anderhalve eeuw oud is. Toen was het in om dingen zo gedetailleerd mogelijk te beschrijven in heel lange zinnen.
Verder vind ik het taalgebruik goed. Er komen veel barbarismen in voor. Maar dat is hier niet zonder meer fout te noemen. Beets gebruikt bijvoorbeeld anglicismen als mevrouw Marrison, de schoonmoeder van meneer Kegge, aan het woord is. Haar vader was immers een Engelsman. Dit gebruik van barbarismen maakt het boek dus nog realistischer.
De opbouw van de verhalen is goed, hoewel de compositie wel vaak hetzelfde is: de student Hildebrand gaat logeren bij familie of kennissen en richt daar zijn ‘camera obscura’ op de mensen met wie hij kennis maakt.
Gelet op alle voorgaande argumenten kom ik tot de volgende slotsom: ‘Camera Obscura’ vind ik een mooi boek. Het is heel erg realistisch. Door het grote realiteitsgehalte van het verhaal wordt het boek echter niet saai, zoals dat vaak het geval is. Naast het realistische van de verhalen zijn ze ook erg humoristisch.
Ik kan het boek aan iedereen aanbevelen om te lezen. Het begin van de verhalen is vaak saai, maar als je er eenmaal goed en wel in zit, is het moeilijk om te stoppen met lezen voordat je het verhaal uit hebt.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Camera Obscura door Hildebrand"