Bougainville door F. Springer

Beoordeling 5.9
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 5e klas vwo | 4071 woorden
  • 10 februari 2016
  • 4 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.9
  • 4 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1981
Pagina's
82
Geschikt voor
bovenbouw havo/vwo
Punten
3 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Onderwerpen

Boekcover Bougainville
Shadow
Tijdens een gezamenlijk verblijf in Bangladesh verdrinkt Tommie Vaulant, een jeugdvriend van diplomaat Bo, op raadselachtige wijze in de Golf van Bengalen. Bo ontvangt van Tommies weduwe papieren, die een merkwaardig licht werpen op het gedeelde verleden van de vrienden.
Tijdens een gezamenlijk verblijf in Bangladesh verdrinkt Tommie Vaulant, een jeugdvriend van diplomaat Bo, op raadselachtige wijze in de Golf van Bengalen. Bo ontvangt van Tommies …
Tijdens een gezamenlijk verblijf in Bangladesh verdrinkt Tommie Vaulant, een jeugdvriend van diplomaat Bo, op raadselachtige wijze in de Golf van Bengalen. Bo ontvangt van Tommies weduwe papieren, die een merkwaardig licht werpen op het gedeelde verleden van de vrienden.
Bougainville door F. Springer
Shadow

Nederlands 5 vwo opdracht boek 2 literatuurdossier 1516





A. Zakelijke gegevens






  1. Sebastian Engbers

  2. 30 december ’15

  3. F. Springer

  4. Bougainville, Querido, Amsterdam/Antwerpen 2010, 18e druk, 149 blz. (1e druk 1981)

  5. Psychologische roman

  6. Van de 3 verhaallijnen in het verhaal, is de verhaallijn waar je door de ogen van de ik-figuur, Bo, kijkt het belangrijkst. Bo is een diplomaat in Dacca, Bangladesh. Zijn beste vriend Tommie Vaulant bevindt zich net als Bo in Dacca. Ze hebben een avond met elkaar gesproken, de volgende dag verdrinkt Tommie door een gevaarlijke onderstroom. Omdat Tommie dood gegaan is ontvangt Bo een pakket aantekeningen van de vrouw van Tommie (Sonnie). Deze aantekeningen zijn verwerkt in een verhaallijn. Hierin staan leuke verhalen en dienen als achtergrondinformatie bij de hoofdverhaallijn. Op een schoolreünie op het eind van het boek treffen Bo en de ex van Tommie (Madeleen) elkaar. Ze hebben het over de dood van Tommie, maar Bo houdt dingen achter.





B. Inhoud






  1. Het verhaal start met een kort krantenbericht uit 1973; “Een VN-beambte uit het gevolg van de Secretaris-generaal is bij het inspecteren van VN-voedseltransporten in het pas onafhankelijk geworden Bangladesh verongelukt”. Dit was op het moment dat Bo en Tommie (de genoemde VN-beambte in het krantenbericht) in Dacca zijn. Hoofdpersoon Bo, als Nederlands chargé d’affaires van de Verenigde Naties (VN), vertelt vervolgens over het bezoek aan Dacca, de hoofdstad van Bangladesh die door hongerdood getroffen was. Bo deed dit bezoek samen met zijn beste vriend Tommie Vaulant, ambtenaar van Bo.  Tommie en Bo waren in Dacca om mensen te helpen, Tommie had er snel genoeg van en besloot samen met Bettina (Rodekruis-arts)naar Cox’s Bazaar te gaan, het langste, leegste, ongerepte strand ter wereld. Bettina raakt hem uit het oog en  Tommie verdrinkt door een gevaarlijke onderstroom.  Deze dood van Tommie blijft in het hele verhaal belangrijk, het blijft terugkomen in het verhaal zelfs tot de schoolreünie op het eind.

  2. Bo verlaat Bangladesh en gaat er even tussenuit in Nederland. In deze vakantie woont hij een reünie bij van zijn eindexamenklas van de middelbare school.

    Bo zag hier erg tegen op, hij houdt namelijk niet echt van reünies. Het enige lichtpuntje dat Madeleen, de ex van zijn overleden vriend Tommie, er ook zou komen. Er worden veel herinneringen opgehaald, Bo vindt dit allemaal maar overdreven gedoe en voelt zich niet op zijn gemak. Madeleen, het meisje dat beschouwd wordt als mooiste van de klas, komt later bij de reünie. Iedereen wilde even met haar praten, nadat ze allerlei verhalen heeft aangehoord gaat ze opgelucht naar Bo. Later besluiten ze de reünie te verlaten en samen ergens wat te gaan eten. Ze vertellen allebei over de laatste ontmoeting met Tommie. Madeleen weet blijkbaar niet hoe Tommie is overleden, Bo verzwijgt dit. Ook vertelt hij niet dat Tommie nog veel terugdacht aan Bougainville, hij wou hier weer heen om “ weg te vluchten uit de rotzooi van alledag’. Na het intense etentje besluit Madeleen te vertrekken. Madeleen vertelt Bo een mooi verhaal te maken van de reünie. Madeleen rijdt weg met de laatste woorden: “Je ben lief, Bo. Je bent altijd lief geweest en jij kunt er ook niets aan doen. Ik weet zeker dat je van onze reünie vanavond een heel mooi verhaal zult maken. Good luck, Bo.” Zo sluit het boek.



    Ik beschouw het einde als een gesloten einde. De verhaallijnen komen namelijk samen, Bo is weer in Nederland. Hij praat met vroegere klasgenoten over Tommie en opa de Leeuw komt ook weer ter sprake, want hij leest over opa in de aantekeningen van Tommie in zijn memo box.



  3. a. Bo, volgens mij is dit een bijnaan (achternaam niet genoemd), want zijn oude klasgenoten noemen hem bij de naam Daniel. De naam Bo wordt immers bijna altijd gebruikt.

    b. Bo was altijd druk bezig met zijn werk en vertelde hier positieve verhalen over. Als hij bij bekenden was in bijvoorbeeld Nederland voelde hij geen drive, hij vond het saai. Van zijn werk kon hij genieten. Mensen helpen in Bangladesh met de VN is dan volgens mij ook echt zijn doel in het boek.



    c. Bo is een schrijver, ik heb het idee dat hij de hoofdpersoon Bo als zichzelf interpreteert. Hij is een persoon dat alles opmerkt en snel verwerkt, dit blijkt ook hoe hij met de aantekeningen van Tommie uit zijn memo box omgaat. Hij denkt hier lang over na en verwerkt dit in verhalen die hij later wil gaan schrijven. In de loop van het verhaal wordt hij steeds minder belangrijk, de twee andere zeer belangrijke bij/hoofd- figuren Tommie en opa de Leeuw komen steeds meer naar voren. Je leert Bo dan ook in het laatste deel van het boek vooral kennen door wat over hem gezegd word. Bo leest dan bijvoorbeeld de aantekeningen uit de memo box van Tommie, hierin staat geschreven: “Bo is geen meeloper, geen jabroer, een nuttige figuur, die aan alles denk en alles registreert” (p. 85). Bo is een hulpgevend mens, dit blijkt ook uit zijn baan. Hij zit namelijk in het diplomatenleven, hij heeft volgens Tommie de rol van een secretaris, Bo is een grote hulp voor anderen. Uit de verhaallijn van Tommie staan verhalen over hem en Bo van vroeger, ik had de indruk dat Bo zich mee liet gaan met Tommie, Bo deed wat volgens Tommie stoer was. Zoals het binnensluipen van de oh zo geheime slaapkamer van de opa van Tommie, dit was totaal tegen zijn zin.



    Bo is dus wel degelijk veranderd. Van een persoon afhankelijk van andere mensen, naar een geliefd persoon. Later in het boek handel hij zelf, heeft zijn eigen mening over dingen en spreekt ze duidelijk uit, gebruikt zijn eigen ironische humor, is geliefd bij oude klasgenoten (“Telefoontje van Félice. Haar warme stem: ‘ik heb je toch gevonden, schat! …’ Zo blij was ze dat ze mij gevonden had! Want een reünie van ons eindexamengroepje zou zonder mij immers niet zijn geworden.” (p. 129-130)). Uit deze passage blijkt dat hij geliefd is bij o.a. Félice, ook blijkt uit de passage dat Bo genoeg zelfvertrouwen heeft. Dit was echter ook niet zo in het begin van het verhaal.



  4. a. Tommie Vaulant



b. Tommie is zeker een helper van Bo. Tommie was de beste vriend van Bo, totdat hij overleed. Tommie beschouwde Bo als de ideale reisgenoot naar Alice Springs en Bougainville. Door Tommie werd Bo wel degelijk gelukkiger. Ook nadat Tommie was overleden was hij een drijfveer voor Bo en haalde hij kracht uit hem. Niet alleen als beste vriend had Bo Tommie nodig, daarbovenop was hij als hulp bij de VN ook erg belangrijk voor Bo.



c. Tommie is een zeer opvallend persoon. Nadat hij zijn middelbare school had afgerond ging hij studeren in Amerika. Daar is hij getrouwd met Sonnie. Verder kwam hij al snel in dienst bij de VN, als Secretaris-Generaal der VN. Tommie was jeugdvriend van Bo en later waren ze nog steeds beste vrienden. Bo keek stiekem altijd een beetje op naar Tommie. Tommie was namelijk populair, had verkering met het mooiste meisje van de klas (Madeleen), liet meisjes lachen en had een stinkend rijke vader. “Tommie was populair, kon prachtig met Indisch accent grappen vertellen, werd gekozen tot preases van de schoolvereniging. Hij bombardeerde mij tot assessor. Dat baantje betekende voornamelijk met een bakfiets rekwisieten bij elkaar zoeken voor de toneelavondjes die hij elke derde zaterdag van de maand organiseerde. Hij trad dan zelf op als voorzitter, regisseur en hoofdrolspeler.” (p. 44). O.a. uit deze passage blijkt dat door zijn succes Tommie wel arrogant is. Hierom heeft Bo dan soms ook een gloeiend hekel aan hem. Ook Tommie verandert; uit de memo’s en verhalen van vroeger blijkt dat Tommie vooral een open en sociale jongen is. De avond voor de dag dat Tommie overlijdt hebben Tommie en Bo gesproken. Bo was hier teleurgesteld over, het was eenzijdig en Tommie durfde niet over zichzelf of andere bekenden te praten.



“Ik vond het een teleurstellende zitting. Geen vertrouwelijk, intiem gesprek tussen oude vriendjes. Hij leek ieder onderwerp van persoonlijke aard te vermijden.” (p. 10)



Dit is opvallend, hier had hij eerder geen moeite mee.



d/e. Het verhaal bevat een tal van helpers. De belangrijkste is misschien wel Tommie. Als beste en vriend en collega is hij ontzettend belangrijk voor Bo. Ook Madeleen is een helper van Tommie, na de dood van Tommie steunt Madeleen Bo heel erg en helpt hem door te zetten met zijn werk. Doorzetten, dat is ook een helper van Bo. Het karaktereigenschap doorzettingsvermogen speelt een grote rol bij Bo, ook in moeilijke tijden wil en zal hij hulp verlenen aan mensen in nood. Zijn collega’s van de VN waren verder ook helpers van Bo. Één collega sprong hier bovenuit, dat was Ole, een Zweedse diplomaat. Bo kon veel van hem leren en door hem heeft hij uiteindelijk een stijgende lijn in zijn carrière gehad. Ook kon bij altijd even langs bij Ole als het werk van beiden even wat slecht ging. (“De meeste avonden had Ole een sombere dronk over zich, en ik had ook niet veel redenen tot juichen, dus onze sessies met de fles, in zijn of mijn hotelambassade, werden scènes die met eer een plaats verdiend hadden in de verhalenbundels vol zelfpijniging  van Srindberg en Hamsun.” p. 41)



Verder ben ik niet echt een tegenstander in het verhaal tegengekomen.






  1. a. Bougainville kent drie verhaallijnen met allen een eigen tijd en volgorde. Daarom lijkt het mij handig als ik de verhaallijnen apart bespreek:

    Verhaallijn Bo: Dit is de hoofdverhaallijn. Hij verloopt dan ook chronologisch, want tussen twee andere verhaallijnen is het belangrijk dat de hoofdverhaallijn wel goed te begrijpen is. Verder vinden er geen flashbacks of vooruitverwijzingen plaats.



    Verhaallijn Tommie: Deze verhaallijn loopt totaal niet chronologisch en is vooral een hulp bij de hoofdverhaallijn. Als er informatie ontbreekt in de hoofdverhaallijn dan komt er een stukje van de verhaallijn van Tommie, opdat jij weer goed verder kan lezen. Het zijn dan ook allerlei kleine stukjes uit de levensgeschiedenis van Tommie. Doordat er wel overal duidelijk jaartallen bij staan is de originele volgorde goed te achterhalen.



    Verhaallijn Opa de Leeuw: Dit komt uit een dagboek, dit is dus gewoon chronologisch. Er komen ook geen flashbacks of vooruitverwijzingen in voor.



    b. Het boek bevat 149 pagina’s.



    c. De eerste verhalen komen uit het dagboek van Opa de Leeuw uit 1882 en de laatste uit 1974, uit het verhaal van Bo. De vertelde tijd is dus 92 jaar.



    d. Een bladzijde tekst bevat relatief veel tijd voor een boek. Er zijn vaak even korte beschrijvingen van iets waar iets duidelijk en uitgebreid wordt verteld en vlak daarna komt er weer een sprong in de tijd. (“Langzaam raderden wij de rivieren van Bangladesh af, de ene bocht na de andere, breder werd het water, meer deiningen (‘Nu wordt het link’, zei de teamleider), maar de hemel was lichtrood en wolkeloos toen wij tegen het begin van de avond schuins de Golf van Bengalen overstaken in richting van de Sunderbans, het beroemde moerasgebied met honderden onbevaarbare en een dozijn van vaarbare geulen, waar volgens reisgidsen…. Nu gingen ze enige maanden een polikliniek achter Chalna leiden. (p. 79)



    Tijdvertragingen zijn er ook veel op spannende momenten.



    (En nu beslopen wij Tommies opa, terwijl hij daar in zijn schommelstoel lag te snurken, om de ‘geheime dingen’ in opa’s kamer te gaan bekijken. Geheime dingen? Jazeker, want niemand mocht in opa’s kamer komen, maar dan ook niemand, dus er moesten in die kamer volgens Tommie geheime dingen zijn. Het was een uur of drie  s ‘middags, warm, en doodstil op Vaulants erf… Verder alleen opa’s gesnurk, en verlammende schrik bij ons toen we hem net gepasseerd waren en hij in zijn slaap het boek van zijn schoot stootte. De jaloeziedeuren van opa’s kamer stonden open. We glipten naar binnen. Boeken, kranten, papieren, in stapels op zijn schrijftafel (een ouderwetse secretaire met rolluik), boeken op het tafeltje naast zijn bed, boeken in bed onder de klamboe, en overal aan de wanden portretten en portretjes van mannen met snorren, alleen en in groepen, en een grote kaart van Nederlandsch Oost Indië en een nog grotere kaart van Azie. P. 25) Deze passage gaat nog een stuk door, maar hier dus een voorbeel waar dingen er uitgebreid verteld staan. Vooral in de verhaallijn van Bo word en gebruik gemaakt van doorverwijzingen, in de andere verhaallijnen zijn het vooral kleine stukjes die chronologisch verteld worden.







6.



a. Zoals gezegd kent Bougainville drie verhaallijnen. Alle drie verhaallijnen speelt zich af in een bepaalde tijd in ruimte. Daarom behandel ik ze apart:



Verhaallijn Bo:



In deze verhaallijn bevindt Bo zich vooral in Dacca, soms in Nederland als hij verlof heeft. Dit is rond 1973, zoals vermeld in het krantenbericht in het begin van het boek. Bo is in Dacca om ontwikkelingshulp te geven. Vaak beschrijft hij hoe armoedig het overal is, maar toch laat hij merken dat hij dat wel prima vindt. ( “Kantoormeubilair dat wel verslijt is, maar nooit genoeg om helemaal afgedankt te worden.” (p. 62), “Mijn bediende Abdul en ik waren als kinderen zo blij met de rommel.” (p. 62-63). Ondanks Bo zich ver van huis bevindt heeft hij het in Dacca erg op zijn gemak, hij beschrijft het als een soort schijnwereldje. Hij vindt het leven in Dacca een stuk leuker dan in Nederland. Als hij in Nederland is – vooral op de plekken Den Haag, Scheveningen en Rotterdam – ontmoet hij veel bekenden, dit is niet zijn favoriete bezigheid. Bo is daarom liever in Bangladesh.







Verhaallijn Tommie Vaulant:



De tijd van deze verhaallijn is moeilijk te achterhalen, deze verhaallijn wordt namelijk zoals gezegd niet chronologisch verteld zoals de verhaallijn van Bo en is vooral achtergrond informatie bij het verhaal van Bo. We weten wel dat de verhalen van Tommie ophouden in 1972, toen was hij namelijk gestorven. Het verhaal van Tommie bevindt zich op veel verschillende plaatsen; thuis in Malang, op school, in bougainville en in Amerika, dit zijn de belangrijkste plekken. In deze verhaallijn wordt geen of nauwelijks sfeerbeschrijvingen vermeld, er wordt vaak over personen gepraat.



Verhaallijn Opa de Leeuw:



Deze verhaallijn speel zich af op veel verschillende plekken. Dit allemaal tussen 1882 en 1942. Er wordt verteld over zijn huis, het huis van Multatuli (Dek, favoriete schrijver van opa de Leeuw), het huis van zijn ouders, Indië en allerlei werkplaatsen, zoals op de beurs.



b. De verhouding tussen de setting en het thema kan je verschillend opvatten. Enerzijds kan je zeggen dat de setting en het thema slecht bij elkaar horen, de verhalen spelen ver van elkaar af en de personen bevinden zich dan vaak ver van elkaar af.  Op deze plekken zijn de personen vaak eenzaam, niet dat dit een vriendschap per se  negatief hoeft te beïnvloeden, maar het zal sowieso geen positieve werking hebben. Anderzijds zou je kunnen zeggen dat de plaatsen zo mooi, uniek, apart van elkaar en ver van elkaar liggen dat de drang groot is om elkaar weer op te zoeken. Je bent dus geneigd te zeggen dat het volgens de schrijver noodzakelijk is elkaar voldoende op te zoeken, dit gebeurt immers ook in het boek. Madeleen en Bo bijvoorbeeld weten elkaar vaak te vinden in Bougainville  en zo hetzelfde bij familie de Leeuw en Dek.





7.    a/b. Ik ben van mening dat het thema van het boek vriendschap is. Dit denk ik omdat er in het boek meerder hechte vriendschappen ter sprake komen. Bijvoorbeeld tussen Bo en Tommie, deze is vaak op afstand, maar ze blijven allebei een grote hechtenis naar elkaar voelen. Door Bo wordt vaak verteld wanneer er even dipjes in de relatie van hun twee zijn, daarom geeft mij dit het gevoel dat de schrijver duidelijk wil maken dat vriendschap belangrijk is. Ook tussen Opa de Leeuw en Dek (Multatuli) was een grote band ontstaan. Tot groot idool van de Leeuw (dit werd met de paplepel ingegoten bij Opa de Leeuw door zijn vader) naar kameraden en later is de Leeuw zelfs tot levensbelang geworden voor Dek. Verder is er ook niet alleen een relatie tussen Tommie en Madeleen, maar zijn seffens ook gewoon beste vrienden. Dit geldt ook voor Bo en Madeleen, in dit geval geen relatie natuurlijk.



c. Drank is in Bougainville een verhaalmotief. Bijna elke personage zoekt bij tegenslag troost in drank. Dit komt vaak terug in het verhaal. Maar niet alleen om troost te zoeken wordt drank gebruikt in het verhaal. Bijvoorbeeld ook bij bijeenkomsten van de VN, feestjes, s ‘avonds de eenzaamheid verdrijven of gewoon een gezellig borreltje met andere diplomaten. Drank komt dus telkens weer terug.  (“Vooraf dronken wij een glaasje ananassap, want sterker werd er bij officiële gelegenheden niet geschonken, maar dat gaf niet, want de meesten van ons hadden zich, zoals gebruikelijk, voor de aanvang van het feest in het geniep gesterkt met een straffe whisky.” p. 9)



Wat ook opvalt is dat Dek heel erg vaak terugkomt in de verhaallijn van Opa de Leeuw. Daarom beschouw ik Dek en zijn ideeën als verhaalmotief. Opa de Leeuw en zijn vader praten altijd over hoe geniaal Dek wel niet is en tijdens de avondmaaltijd is Dek dan ook telkens het gespreksonderwerp. (“Mijn vader bewaarde alle boeken van Multatuli in een kastje in het werkkabinet. Sommige met een opdracht voorin. ‘Voor mijn goede Rotterdamsche vriend De Leeuw, van Dek.’ Mijn vader had het vaak over ‘Dek’. Wat zou ‘Dek’ ervan vinden. Als ‘Dek’ dat zou weten. Hij mocht ‘Dek’ zeggen sinds de schrijver een nacht bij ons had gelogeerd, in ’79 was dat, toen hij lezingen hield in Rotterdam, Dordrecht, Leiden Haarlem.” p. 11)



d. De verhouding tussen vriendschap en drank is wel degelijk duidelijk in het boek te vinden. Bo gebruikt zoals gezegd o.a. drank als hij met mensen is die hij vertrouwt. Bij gebruik van drank zijn er vaak situaties in het boek waar er ruimte is voor het maken van sociale contacten en dus nieuwe vrienden. Maar ook komt de drank vaak terug als personen even wat ongelukkiger zijn dan normaal en door drank en vriendschap wordt dit probleem dan ook weer snel opgelost.



Dek en zijn ideeën heeft ook een bepaald verband met de vriendschap. Opa de Leeuw en zijn vader zijn, door het bespreken en bewonderen van de ideeën van Dek, van alleen liefhebbers gegroeid naar vrienden die voor levensbelang voor hem zijn geweest.



e/f. Het leidmotief van dit boek is denk ik toch echt dromen. De 3 belangrijkste personen (Bo, Tommie en Opa de Leeuw) uit het boek hopen op veel onrealistische situaties. Bo denkt dat hij met zijn werk een zeer grote ramp kan oplossen, hij is dan telkens trots wanneer hij een stapje dichterbij komt. Echter is het onmogelijk voor hem dit probleem zo snel op te kunnen lossen. Er wordt zoveel geld in gestoken, maar nog zal het niet worden zoals het zou moeten zijn. In de aantekeningen van Tommie leest Bo dat zijn vriend hetzelfde probleem had. Het leven zal nooit echt worden wat je er van voorstelde. Zelfs Opa de Leeuw kende de problematiek, hij dacht dat hij zijn perfecte leventje had gevonden met de zeer knappe vrouw Mata Hari, deze vrouw ging echter later met een stinkend rijke man. Door Tommie wordt echter ook vaak gedroomd over het plekje Bougainville, hier zou hij de betere wereld vinden. Samen met de twee verhaalmotieven drank en de ideeën van Dek leid het toch echt naar het thema vriendschap. Bij elke van de 3 besproken motieven is er behoefte naar vriendschap, zoals gezegd bij drank en Dek’s ideeën, maar ook bij het leidmotief. Almaar wanneer de 3 personen zich beseffen dat dit onhaalbaar is waar ze over denken, is er steeds weer behoefte naar de vriendschap, aldoor zoeken ze naar steun bij vrienden.





8.



a. Bougainville was voor Tommie een van de aantrekkelijkste plekken op aarde. Wanneer Tommie zich niet al te goed voelde, kon hij terug denken aan Bougainville. Echter was het paradijselijke Bougainville niet meer te bereiken. Daarom is Bougainville voor Tommie tot een onbereikbare droom geworden. Als Tommie en Bo praten, heeft Tommie het vaak over Bougainville als hij de realiteit eventjes wil ontvluchten. Omdat Tommie overleden is wil Bo een boek over hem schrijven. Dit weet je later pas; Madeleen vroeg wat zijn volgende boek zal worden, hij geeft daar geen antwoord op. Later als ze elkaar groeten, en Madeleen vertrekt met de auto, zegt hij nog het volgende in zichzelf: ‘Bougainville’, had ik nog willen zeggen. (“Ze stapte in, startte de motor, draaide het raampje open. ‘Good luck, Bo,’ zei ze. Ik streelde haar nog even over haar haren. Ze gaf al gas voordat ik nog iets kon zeggen om haar tegen te houden. ‘Bougainville,’ had ik willen zeggen. ‘Bougainville, Bougainville.’” p. 149)



b. De titel bougainville heeft wel degelijk iets te maken met het thema vriendschap. Tommie zag Bougainville als een paradijselijke plek. Hij zou het liefst naar deze wonderbaarlijke plek gaan met, volgens Tommie, de ideale reisgenoot Bo. Tommie zou dus het liefst met zijn beste vriend Bo naar Bougainville gaan, Tommie deelt wil dus mooie belevenissen delen met zijn vriend. Dit hoort bij een goede vriendschap.





C. Verdieping



http://literom.knipselkranten.nl/literom/IndexJs?323505 




  1. a. Springers Bougainvillle amusant, Bert Samson,         

    (HN- Magazine/Hervormd Nederland, 22-05-1982)



    b.






  • melancholisch boek (kan ook door mensen als negatief worden opgevat)

  • laat de lezer vragen aan zichzelf stellen

  • juiste woord

  • precisie

  • distantie samen met melancholie

  • duidelijke plaats en tijd aanduidingen

    c.






  • er ontbreekt een duidelijke hoofdlijn en dus focus

  • er mist soms informatie

  • in elk boek van springer komt het zelfde opschepperige type voor

  • boek lijkt soms  niet fictief

  • treurige ondertoon (hoeft niet per se negatief te zijn)



d.   Ik ben het niet geheel met deze recensie eens, de maker hiervan heeft het vaak over de treurige ondertoon. Onder het lezen van dit boek heb ik geen treurige ondertoon ervaren, soms heeft het de schijn ervan. Maar verder vind ik het boek niet treurig. Ook vind ik dat de auteur het boek te veel met andere schrijvers vergelijkt om tot een goede onderbouwing van zijn standpunt te komen. Verder ben ik het wel met hem eens dat hij te veel bekende personen gebruikt om losse dingen aan elkaar te knopen, want dit doet hij veel in Bougainville. Omdat ik deze personen niet ken, kan ik sommige stukken uit het boek niet begrijpen.





http://literom.knipselkranten.nl/literom/IndexJs?32987




  1. a. F. Springer wordt ten onrechte weinig gelezen, Wim Vogel, (Haarlems Dagblad, 23-01-1982)

    b.






  • mooie vertelstijl

  • omschrijft gebeurtenissen goed en weet wanneer dit niet te uitgebreid moet

  • karakters van personen komen schitterend naar voren

  • ingenieus geconstrueerd

    c.



  • behoort tot het ironisch realisme

  • veel relativerende opmerkingen

  • betrekt de “mooie” plekken uit het boek niet in zijn verhaal

  • verhaal stelt erg weinig voor

  • thema is “uitgemolken”


    d. Ik vind het raar dat de titel erg positief is, maar hier komt in de recensie zelf weinig van terug. De punten die de auteur heeft vind ik echter wel goed. Door deze recensie heb ik een nieuw inzicht op het boek gekregen. De positieve punten zijn heel erg diep gezocht vind ik, ik zelf zou daar nooit zo diep over nadenken. De mooie vertelstijl vind ik ook erg kloppen, hij schrijft erg vlot waardoor het goed op tempo te lezen is. Het punt dat de “mooie” plekken niet terugkomen in het verhaal is ook erg waar. F. Springer maakt weinig gebruik van de mooie plekken waar het verhaal zich afspeelt.





    D. Eigen mening





    Bougainville was voor mij in het begin lastig te begrijpen. Ik kreeg pas later vat op de verschillende verhaallijnen.












REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

R.

R.

Wat een slecht verslag. Waarschijnlijk heeft deze jongen het boek niet eens gelezen. Echt een schade dit, hij moet zich schamen.

5 jaar geleden

Andere verslagen van "Bougainville door F. Springer"