Bint door Ferdinand Bordewijk

Beoordeling 7.1
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 3e klas havo | 1351 woorden
  • 17 april 2007
  • 10 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.1
  • 10 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1934
Pagina's
78
Geschikt voor
bovenbouw vmbo/havo/vwo
Punten
2 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's

Boekcover Bint
Shadow

De Bree is een leraar die een weggepeste collega van klas 4D, bijgenaamd de Hel, mag vervangen. Hij wordt daarin bijgestaan door de uiterst dictatoriale directeur Bint die een systeem van tucht heeft ontwikkeld. Wat volgt is een psychologische oorlog die het hele schooljaar zal duren. Dan pleegt een van de leerlingen zelfmoord en neemt Bint plotseling ontslag. De vraa…

De Bree is een leraar die een weggepeste collega van klas 4D, bijgenaamd de Hel, mag vervangen. Hij wordt daarin bijgestaan door de uiterst dictatoriale directeur Bint die een syst…

De Bree is een leraar die een weggepeste collega van klas 4D, bijgenaamd de Hel, mag vervangen. Hij wordt daarin bijgestaan door de uiterst dictatoriale directeur Bint die een systeem van tucht heeft ontwikkeld. Wat volgt is een psychologische oorlog die het hele schooljaar zal duren. Dan pleegt een van de leerlingen zelfmoord en neemt Bint plotseling ontslag. De vraag is of hij wel zo gestaald is als hij altijd heeft doen voorkomen.

Bint door Ferdinand Bordewijk
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
SAMENVATTING.
1.'Bint' gaat over een gedisciplineerde school in de jaren '40. Het beschrijft een grauwe school, waarin je meerdere leraren, waaronder de Bree, Keska en Remigius tegenkomt. Deze school is anders dan andere, er heerst namelijk ijzeren tucht en men moet vooral niet persoonlijk met elkaar worden. Er zitten monsters van kinderen op, met verschrikkelijke uiterlijke verschijningen.

KARAKTER.
2.Bint is rietmager, staat kaarsrecht en kijkt door een bril van bloed. Aan het einde van het boek valt het de Bree op dat Bint een stalen wil heeft, maar geen stalen lijf. Hij is overgevoelig voor de zwakste luchtstroom, die de mens ontgaat. Een schommelend blad. Zijn palmen gegroefd en bruin van ouderdom. Bint heeft vind ik rare ideeën over de samenleving en hoe je een kind opvoedt. Hij verandert wel in de loop van het verhaal. In het begin is hij degene die het strenge schoolsysteem handhaaft en orders uitdeelt, maar later neemt hij zelf ontslag, omdat hij aan zijn schoolsysteem onderdoor gaat. Dit komt grotendeels door de zelfmoord van de leerling Van Beek.

De directeur wil dat zijn leerlingen maatschappelijke reuzen worden en dit wil hij bereiken met een ijzeren vuist en tucht.
De Bree is het helemaal eens met het systeem en de aanpak van Bint. De Bree zijn denken is hoekig en nors. Hij is niet groot, heeft een atletisch lijf, en bezit een macht van kracht. Hij is a-seksueel. Het valt mij op dat hij vaak grijnst, zonder lach of in zichzelf. Hij ging op deze school lesgeven uit nieuwsgierigheid en voor een afleiding. Zijn eerzucht was de wetenschap. De Bree is ongelofelijk streng. Als ik zo een onredelijke leraar zou hebben, zou ik het niet pikken. Voor allebei de mannen heb ik geen sympathie, omdat ik niet vind dat ze menselijk doen tegen de leerlingen. Waarom moet alles zo formeel en strak? Ze laten af en toe een beetje genegenheid zien, maar verder geen gevoelens. Het rare aan dit boek vind ik dat de auteur de hoofdpersonen heel kil omschrijft en toch ga ik met ze meevoelen en ze enerzijds begrijpen.

VRAGEN.
3."Hoe komt het dat deze leraren zo streng en strikt moeten doen tegen de leerlingen? Ze mogen op een gegeven moment niet eens meer vragen stellen, wat ik toch heel belangrijk vind in het leven, omdat je dan zelf nadenkt en er dan vragen bij je opkomen." Ik ben benieuwd of de schrijver deze visie van Bint en de Bree deelt en als dat zo is, hoe dat zo gekomen is.

SFEER.
4.De sfeer is bijna tastbaar. Het is grauw, duister, vies en alsof er iets op de loer ligt. De beeldspraken en beschrijvingen van personen en ruimtes maken het zoals ik het zie. Sommige mensen zijn gruwelijk om te zien en de hel bestaat uit monsters en ze krijgen les in een donkere kelder met tralies voor de ramen. Ik vind het onheilspellend en toch zitten er ook menselijke dingen in. De Bree zegt namelijk niet alles wat hij denkt, maar de lezer leest het wel. Er zitten niet veel of geen mooie beelden in. En daarmee bedoel ik bijvoorbeeld het begin van hoofdstuk DE BREE. "Hij liep over de bruggen, boven het vele water naar de zuidoever. Het was een tocht van een uur. Maar hij liep graag. Hij liep om te kunnen denken." Als er nou veel mooie beelden in zaten, werd er bijv. verteld over de mooi hemel of de vogeltjes desnoods. Maar ik denk dat de schrijver expres dit niet heeft gedaan, je kunt namelijk niet zeggen dat er weinig details worden verteld, omdat die worden besteed aan de gruwelen.

VISIE.
5."Ik maal niet om de psyche van een kind, dat een rottigheid is van deze tijd. Bints hand kwam plat op tafel. Ik eis van de leraar dat hij zich niet inleeft in het kind, dat hij niet daalt. Ik eis van het kind dat het zich inleeft in de leraar, dat het klimt. Ik eis dat het kind zich inleeft in tien leraren. Ik eis dat het tienmaal gehoorzaamheid zal kennen, tienmaal tucht, dat het door tien volwassenen zal worden getuchtigd." Waarom zou je niet malen om de psyche van een kind? Geeft hij dan helemaal niet om mensen? Bint doet alsof een kind een ander wezen is, een rottig wezen, maar alle volwassenen zijn ook kinderen geweest. Bij dit stukje krijg je echt een bevestiging van Bints karakter. Hij zegt niet gewoon dingen, hij eist ze. Als iemand de hele tijd zo zou doen, zou ik gek worden. Ik denk dat wanneer een leraar zich juist inleeft in een kind, dat hij het kind kan begrijpen en zo beter les kan geven.


STIJL.
6."Daar zat vooraan op zij een jongen als een mooie vrouw, met vrouwenogen van diep aquamarijn, wenkbrauwen van geschoren fluweel, wimpers van zijde, een huid van satijn. Deze heette Jérôme Fléau. Hij had de mond van een wulp. De Bree had aanstonds de gruwelijkste hekel.
Hij begon met de les, dicteerde, liet omwerken. Hij wandelde zacht door de smalle serre. Zij scheen luw te liggen. Hij hoorde geen wind. In de verwarmingsbuizen tinkelde het tevreden water.
De hovenier liep tussen de kweekbedden, hij overschouwde de gebogen bloemhoofden. Hij keek neer op de schriften waar de pennen schreven.
Hij zag nu weer mensen. Hij zag het schrift langzaam ontstaan, dat raadselachtige, eigenste wellicht van de mens. Het trof hem dat hij dit niet verwachtte. Het madonnaatje zette zeer lelijke hanenpoten, haar zuster schreef rustig kleurloos, de lange hulpeloze dik en onbehouden, met maar een paar letters op een regel. De vorst schreef gelijk een grondwerker. Alleen Jérôme Fléau had een schrift van voornaamheid. De Bree nam daaraan geweldige aanstoot. Hij zette een barse haal met blauw door iets dat niet zeer fout was. De mooie jongen keek koud op.
De Bree ging verder. Het was een kleine klas in een smal lokaal. Er waren er twaalf. Er was één absent. Het licht was op.
Hij keek op de hoofden. Hij vroeg zich af wat daar werd gedacht. Het interesseerde hem oppervlakkig."

De zinnen zijn over het algemeen best kort, met af en toe een wat langere ertussen. Soms lijkt het zelfs een beetje op een verhaaltje met steekwoorden.
"Daar zat vooraan op zij een jongen als een mooie vrouw..." Deze als-vergelijking vind ik goed gevonden, want ik zie dan een beeldschone jongen voor me, inderdaad zoals een mooie, maar ook jonge vrouw. Deze jongen heeft de schoonheid van een mooie vrouw, hij heeft dus vrouwelijke trekken en ziet er niet heel masculien uit. De woorden die erbij gegeven worden, versterken dit beeld, van een prachtige jongen.
Het kwam voor mij helemaal als een verrassing, nadat de Bree Fléau beschreven had, dat hij zei dat hij aanstonds de gruwelijkste hekel aan hem had. Het klonk eerst positief, vond ik.
De namen, zoals madonnaatje en de vorst, illustreren het verhaal. Zodat ik me een beeld kan vormen, bij al die tieners. En dat vind ik slim bedacht van de schrijver, een boek over een school en de lessen kunnen namelijk knap saai zijn. Maar hij beschrijft mensen zo, dat het geen opsomming wordt. Een mooie zin vind ik: "In de verwarmingsbuizen tinkelde het tevreden water." Dat iemand water tevreden noemt, vind ik sowieso een mooie benoeming. Want water kan inderdaad tevreden zijn. Een leraar staat in de klas, te dicteren, hij wandelt zacht door de smalle serre en dan noemt de schrijver de het tinkelende water in de verwarmingsbuizen. Dit maakt het op de een of andere manier toch nog gezellig, in deze kille school. En dan de laatste zin. Eigenlijk is het heel normaal dat iets je oppervlakkig kan interesseren, maar ik had er nooit zo over gedacht. Misschien interesseert iets je een beetje, maar oppervlakkig, vind ik eigenlijk veel mooier. En toch is het merkwaardig, omdat hij zich eerst iets afvraagt en dan interesseert het hem oppervlakkig. Het denkvermogen van een mens is gewoon sneller dan de reactie. De reactie komt pas nadat hij zich iets heeft afgevraagd en dan is het toch niet zo interessant.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Bint door Ferdinand Bordewijk"