Bezonken rood door Jeroen Brouwers

Beoordeling 5.4
Foto van Lianne
  • Boekverslag door Lianne
  • 6e klas vwo | 2989 woorden
  • 5 januari 2016
  • 5 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.4
  • 5 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1981
Pagina's
152
Geschikt voor
bovenbouw havo/vwo
Punten
3 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Onderwerpen

Boekcover Bezonken rood
Shadow

Samen met zijn moeder bracht Jeroen Brouwers zijn kleuterjaren door in het Japanse interneringskamp Tjideng op Java. In de roman Bezonken rood heeft hij op aangrijpende wijze zijn herinneringen verwerkt aan deze periode uit zijn jeugd.

Bezonken rood werd door de critici unaniem lovend besproken. Inmiddels zijn er vertalingen verschenen in Frankrijk, Duitsland, Enge…

Samen met zijn moeder bracht Jeroen Brouwers zijn kleuterjaren door in het Japanse interneringskamp Tjideng op Java. In de roman Bezonken rood heeft hij op aangrijpende wijze zijn …

Samen met zijn moeder bracht Jeroen Brouwers zijn kleuterjaren door in het Japanse interneringskamp Tjideng op Java. In de roman Bezonken rood heeft hij op aangrijpende wijze zijn herinneringen verwerkt aan deze periode uit zijn jeugd.

Bezonken rood werd door de critici unaniem lovend besproken. Inmiddels zijn er vertalingen verschenen in Frankrijk, Duitsland, Engeland, de Verenigde Staten, Zwitserland, Noorwegen, Zweden, Polen, Portugal, Turkije en Servië.

Bezonken rood werd in 1995 in Parijs bekroond met de prestigieuze Prix Fémina Étranger.

Bezonken rood door Jeroen Brouwers
Shadow

1 Korte samenvatting (415 woorden)



In 1981 krijgt Jeroen Brouwers een telefoontje van de verpleging uit het verzorgingstehuis waar zijn moeder al jaren woont. Zijn moeder heeft hij wegens verschillende omstandigheden al heel lang niet gezien noch gesproken. Hij krijgt te horen dat zijn moeder is overleden. Jeroen besluit niet naar haar crematie te gaan, omdat hij het hypocriet vindt om dan wel ineens van zich te laten horen.



Jeroen Brouwers begint na de dood van zijn moeder echter wel na te denken over zijn leven, waardoor er allerlei herinneringen van vroeger naar boven komen. De grootste herinnering aan zijn kindertijd met zijn moeder is de tijd in het vrouwenkamp Tjideng op Java. Samen met zijn moeder, zus en oma zat hij daar. Zijn vader zat elders in een gevangenis in Japan.



Elke dag werd de jonge Jeroen met de dood en het harde leven in het kamp geconfronteerd. Hij zag hoe vrouwen vernederd worden door de Japanners, en hoe moeilijk iedereen het had om te overleven. Langzaamaan takelde ook zijn oma af en uiteindelijk overleed ze.



Midden 1945 moesten alle gevangenen naar een plein komen waar ze twaalf uur in dezelfde houding moeten staan en moesten kikkeren. Kikkeren betekent dat ze als een kikker moesten rondspringen en kwaken. De gevangen worden op die manier gestrafd voor de twee atoombommen die op Japan waren afgevuurd. Daarnaast werden alle bezittingen van alle gevangenen verbrand. Uiteindelijk verschijnt er een wagen van het Rode Kruis met voedsel. De moeder van Jeroen verstopt wat voedsel in haar BH, maar als dit gevonden wordt, wordt ze gestraft door de Japanners.



De oorlog is nu voorbij en de overlevende familieleden worden weer met elkaar herenigd. Ze besluiten om naar Nederland te emigreren waar ze een leven op kunnen bouwen.



Als Jeroen wat ouder is ontmoet hij Liza. Al snel vinden Jeroen en Liza elkaar leuk, waardoor ze ook al snel met elkaar de liefde bedrijven. Toch blijkt de liefde tussen Liza en Jeroen niet zo sterk te zijn, omdat ze elkaar na enige tijd verlaten. Na de dood van Jeroen zijn moeder komt Jeroen er echter achter dat hij Liza toch heel erg mist, waardoor ze weer besluiten om samen opnieuw een relatie te beginnen. Jeroen voelt ineens hoe tegelijk rouwen en verliefd zijn voelt. Hij vindt het een ontzettend rare combinatie en weet niet zo goed wat hij met al zijn gevoelens moet. Om zijn gevoelens en emoties een plekje te geven, besluit hij om het hele verhaal op te schrijven. En dat is dus dit boek Bezonken rood.



2 Verhaalanalyse



Thema’s & motieven



Moeder-zoon band



Het belangrijkste thema uit het boek is de band tussen Jeroen en zijn moeder. Tijdens hun tijd in het Jappenkamp worden Jeroen en zijn moeder steeds hechter. Nadat zijn zusje en ongeluk heeft gehad en zijn oma is overleden, is zijn moeder het enige dat Jeroen nog bezat.



Citaat: “Bereid was ik, het kostbaarste dat ik bezat, mijn Daantje-boek, te ruilen voor een spatje water, en het op één na kostbaarste dat ik bezat, mijn hoed, te ruilen voor wàtookmaar, zalf, olie, een rolletje verband,-maar niemand bezat meer iets dat minstens zo kostbaar werd geacht als een kapotbeduimeld kinderboekje en een versleten, smerige en stinkende tropenhelm. Met mijn hoed heb ik mijn moeder koelte toegewaaierd en ik heb haar kaalgeschoren hoofd gestreeld.”



Tweede Wereldoorlog



Een groot deel van het verhaal gaat over de kindertijd van Jeroen Brouwers in het Japanse vrouwenkamp op Java. Jeroen zit samen met zijn moeder, zus en oma in dit kamp en ziet langzaamaan iedereen om zich heen overlijden. Continu ziet hij hele heftige dingen.



Na de dood van zijn moeder komt hij erachter hoeveel indruk het kamp op hem heeft achtergelaten. Waar hij toen te jong voor was, begrijpt hij nu de ernst van de toenmalige situatie.



Leidmotief: De Jappen



Citaat: ”De dood is een monumentale bloedrode kikker. Hij zit vraatzuchtig aan de oever van een brede stroom, die de stroom van zielen is. Als een harpoen werpt hij zijn tong uit, bedaard laat hij zijn kaken malen, waartussen het ritselt voordat hij slikt,-dan richt hij zijn harpoen opnieuw. Waar hij zit klinkt een gekwaak van tal van nagesynchroniseerde talen, uitgestoten door zijn knechten. Waar hij zit is geen zonsopgang meer, de zon staat eeuwigdurend rood in het centrum van een of ander heelal, eeuwigdurend gehult in mist.”



In dit citaat zijn er drie belangrijke dingen te vinden. Als eerste wordt de termen ‘rood’ en ‘kikker’ weer gebruikt, dit keer niet als subtiele hint. Het stuk over de nagesynchroniseerde talen slaat op de gedachte die Jeroen heeft, over het niet kunnen verstaan van wat de Jap Kenitji Sone zegt. Kenitji Sone wordt dus gebruikt in dit fragment als kikker. Zijn knechten, de andere Jappen, zijn knechten van Sone, de dood. In de laatste zin vertelt Jeroen dat de dood gehuld is in mist. Dit verwijst naar het huis van Jeroen Brouwers als veertigjarige. Kort gezegd, Jeroen ziet zichzelf als Kenitji Sone, een vrouwenmishandelaar.



Dood



Natuurlijk is de dood een belangrijk motief in het verhaal. Er gaan veel mensen dood in het boek en Brouwers beschrijft duidelijk hoe het er aan toe ging in het kamp. Aangezien Jeroen als vijfjarige nooit echt heeft gerouwd om de doden, verdwijnt het motief al snel op de achtergrond.



Citaat: “In mijn herinnering is het verschrikkelijkste detail dit: toen het hoofd van mijn grootmoeder tegen de grond klapte, raakte haar knot los en viel haar haar in dunne grijze pieken langs haar wang omlaag. Ik, die mijn grootmoeder nooit anders dan met een knot had gezien, moet geweten hebben dat met het uitvallen daarvan de ontbinding in haar lichaam was begonnen,-ik wist dat zij bezig was te sterven, en dat de vliegen nu op haar zouden neerstrijken zonder door haar of iemand anders te worden weggejaagd.”



Personages



Jeroen Brouwers is de hoofdpersoon van dit verhaal. Door zijn ogen wordt het verhaal verteld. Op jonge leeftijd, rond een leeftijd van drie jaar, komt Jeroen in een Jappenkamp op Java terecht. Hier maakt hij verschrikkelijke dingen mee die hij de rest van zijn leven niet kan vergeten. Daarnaast hebben deze gebeurtenissen hem ook gevormd zoals hij later is. Hij is erg onzeker, weet niet wat hij wil en vindt het moeilijk om mensen te vertrouwen. Ook kan hij soms erg agressief uit de hoek komen. Uiteindelijk probeert hij zijn hele leven te verwerken door een boek te schrijven.



Het boek speelt zich in drie tijden af. Het begint en eindigt in het ‘nu’, wat maar ongeveer een week duurt. Het karakter is aan het eind daarom niet heel veel anders dan aan het begin van het boek. Als je de karakterverandering wilt weten in de vertelde tijd, dus tussen de vijfjarige Jeroen en de volwassen Jeroen, is er wel wat te vertellen. Jeroen kon als vijfjarige niet anders dan de situatie waarin hij verkeerde accepteren. Hij zag dat vrouwen geslagen werden, jaren lang. Hiermee is zijn kijk op de wereld en op het behandelen van vrouwen anders dan kinderen die in een normaal milieu zijn opgevoed.



Citaat: “De Jap trapt haar met zijn spijkerlaars in haar kruis. Met nog een paar andere kinderen loop en huppel in mee, schaterend bij het zien hoe de vrouw met haar gezicht in een hoop drek wordt geduwd. Uitzinnig gonzend pakken de vliegen zich samen op haar gezicht en kaalgeschoren hoofd en op de bloedende plek tussen haar benen waar de Jap haar blijft trappen. Om dit huppelen en schateren en gretig toezien geef ik mijzelf tot op de huidige dag klappen in het gezicht, steeds als het afgrijselijke filmbeeld in mijn geheugen terugkeert, – toen wist ik niet dat het afgrijselijk was en ikzelf van de afgrijselijkheid deel uitmaakte.



Mijn ‘kamp-syndroom’ bestaat uit de wroeging die ik heden heb om de alles begerig in zich opnemende kleuter die ik ben geweest.” (Bladzijde 50-51)



Jeroen heeft in zijn kleuterjaren veel liefde en respect voor zijn moeder gehad. In het kamp krijgt hij een andere kant van haar te zien. Hij ziet dat ze kaalgeschoren wordt, gestraft en vernederd. Hierdoor verliest hij beetje bij beetje de liefde voor zijn moeder. Naar het einde van het boek toe is het respect en de liefde voor zijn moeder volledig weg.



Citaat: “Vanaf dat moment ben ik verdwaald. Mijn afkeer van het leven en mijn verlangen om er niet te zijn. Vanaf dat moment weet ik dat ik verder, zonder mij aan iemand of iets te hoeven binden, want ik wil niet zien hoe mijn liefde en de schoonheid die ik koester worden verwoest of beschadigd. Ik dacht op dat moment: nu wil ik een andere moeder want deze is kapot, -zoals ik decenniën later, staande bij de tafel waar men bezig was de beschadigingen aan het lichaam van mijn lieve mooie vrouw met een sikkelvormige naald te herstellen, dacht: nu wil ik een andere vrouw.



Liza!” (Bladzijde 119)



Plaats en ruimte



Het verhaal speelt zich voornamelijk op drie verschillende plaatsen af:



Het Tjideng-kamp: dit was een vrouwenkamp, waar ook jongetjes onder de 10 jaar woonden. Het kamp was een speciaal ingerichte wijk. Er was veel te weinig ruimte voor de mensen die er woonden. Men leefde dan ook met tientallen mensen in kleine huisjes. De familie van de ik-figuur bewoonde het aanrecht in een van deze huizen.



Citaat: “Het vrouwenkamp Tjideng, waarin ook jongetjes van beneden de tien jaar werden ondergebracht, en waarin ik met mijn grootmoeder, mijn moeder en mijn zus heb verbleven, was een met rietmuren, wachttorens en prikkeldraad afgezette wijk van Batavia. In de stenen huizen aldaar leefden de duizenden geïnterneerde Europese vrouwen met hun kinderen op oppervlakten van enkele met de lineaal bemeten vierkante meters, die ze bereid waren desnoods met hun bloed te verdedigen: ook de vensterbanken van die huizen werden bewoond, ook de drempels, ook iedere afzonderlijke traptrede, de veranda’s, de gangen, zelfs de lucht in het huis werd bewoond, -wie een hangmat bezat woonde tussen de overal aanwezige waslijnen vol gore versleten kledingstukken.” (Bladzijden 21-22)



Het stadje waar de ik-figuur Liza leerde kennen. Liza zelf woonde in een appartement boven een klokkenwinkel.



Citaat: “Het stadje ***, waar Liza en ik, die nacht, jaren geleden, hand in hand doorheen zwalkten, op weg naar haar bed boven de klokkenwinkel, was versierd op zo’n manier dat ik er kwakend als een kikker op reageerde om ermee tot uitdrukking te brengen dat ik zou willen kokhalzen van weerzin: Boven de straten, in de lengterichting ervan, was een gouden koord gespannen waaraan, om de zoveel passen, een een kraal voorstellende bol geregen, - dit ‘kralensnoer’ was straat in straat uit door het hele centrum van het stadje gespannen en stelde, zei Liza, een rozenkrans voor.” (Bladzijde 64)



Het huis van de ik-figuur. Het huis van de ik-persoon is omgeven door mist. Verder wordt er niet veel verteld over dit huis.



Titel, begin en einde



De titel is te veranderen in het bezinken van het rood. Jeroen heeft in zijn jeugdjaren veel bloed gezien, waar hij toen nooit mee zat. Nu, jaren later, na de dood van zijn moeder, is Jeroen bezig het rood te laten bezinken. Dat doet hij door een boek te schrijven, dit boek, Bezonken rood.



Het begin van het verhaal en het einde van het verhaal komen uiteindelijk weer samen. Aan het begin van het verhaal vertelt Jeroen Brouwers dat zijn moeder overleden is. Vervolgens vertelt hij over zijn leven in het Jappenkamp. Het verhaal is dus eigenlijk geschreven vanuit één grote flashback. Aan het einde van het verhaal komt Jeroen weer terug bij de dood van zijn moeder waardoor het begin en het einde van het verhaal weer samen komen, waardoor het verhaal een samenhangend geheel is.



Citaat begin van het boek: “Het land ligt al weken in mist gehuld, op sommige plaatsen stapelt hij zich op tot een kasteel- of kathedraalachtig bouwwerk, er valt een nauwelijks waarneembare vochtigheid. Niets beweegt, alleen de mist:-we zij in een periode van grijze rouw, we zijn halverwege de winter, eind januari, begin februari 1981. In deze periode stierf opeens mijn moeder.”



Citaat eind van het boek: “Later begon het te waaien, en ontstonden er waterdruppels tegen de buitenkant van het raam, die langzaam over het glas begonnen te schuiven, zodat er tussen mij en mijn andere ik een webachtig traliemotief ontstond en ik mijn gezicht in de mist in vloeibaarheid zag ontbinden.”



4 Mening geven



Inhoudelijke argumenten




  1. Ik snap de functie van Liza in het verhaal niet zo goed. Ze komt naar mijn idee zomaar in het verhaal. Hij is haar een keer tegen gekomen, en daarna is hij een aantal dagen bij haar gebleven. Vlak voor de dood van zijn moeder komt hij haar weer tegen. Na de dood van zijn moeder denkt hij een aantal keer aan haar, terwijl hij zegt dat hij niet van haar houdt. Liza wordt wel steeds in verband met zijn moeder gebracht. Als hij aan zijn moeder moet denken, denkt hij ook vaak aan Liza. Of verschijnt een visioen van zijn moeder, gecombineerd met Lisa voor hem. Waarschijnlijk heeft Brouwers het express zo mysterieus gehouden, maar ik heb er in ieder geval moeite mee.

  2. De schrijfstijl van Jeroen Brouwers is erg opvallend. Er is weinig spanning waar te nemen, maar toch is het verhaal op zo’n manier geschreven dat de lezer gepakt wordt. Hij schrijft op een hele directe manier en draait niet om de feiten heen. Toch schrijft hij het verhaal wel weer met zoveel details, dat het verhaal op een bijzondere manier omschreven wordt. De schrijfstijl van Jeroen Brouwers maakt het verhaal ook erg realistisch en beeldend.



Citaat: “Zij had in die kist ‘haar bril’ op,-waarbij ik mij niets kon voorstellen, ik wist niet dat mijn moeder een bril droeg. Het ‘paars’ was geleidelijk aan van haar gezicht weggetrokken, iedere dag leek ze ook ‘mooier’ te worden, en zelfs ‘jonger’, ze lag er bij ‘of ze sliep’. Zij lag daar ‘rustig’, haar handen op haar borst gevouwen. Sommige leden van de familie vonden dat er een rozenkrans tussen haar vingers moest worden gevlochten, andere vonden van niet.” (Bladzijde 11)




  1. Ik vond het thema van het boek mooi en zielig. Het thema is naar mijn idee het verliezen van je moeder. In het boek gaat de moeder van Jeroen ook echt dood. Jeroen vindt dat hij zijn moeder al ver daarvoor verloren is, namelijk in het jappenkamp. Daar is hij opgehouden met van haar te houden. Dit is een heel treurig thema, maar ik vind het wel mooi beschreven in het boek.



Structurele argumenten




  1. In het verhaal kwamen hele lange zinnen in voor, tot wel 37 woorden in één zin, waardoor ik het soms best moeilijk te lezen vond. Hierdoor bleef je lang hangen in het verhaal, waardoor het me vaak niet stimuleerde om verder te lezen.

  2. De tijd en plaats was moeilijk te volgen. Brouwers wisselde wel eens midden in het hoofdstuk van plaats. Aan het einde van het boek was dit wel te begrijpen, maar in het eerste hoofdstuk vaag vooruit verwijzen naar iets wat later komt en waar je geen idee van hebt, is lastig.

  3. De spanning is het verhaal is lastig over te praten. Natuurlijk wil je graag weten waarom de hoofdpersoon zijn moeder haat en wat hem allemaal is overkomen in het kamp. Maar of ik er wakker van lag, nee. Daar las het boek ook te snel voor.

  4. De motieven die in het verhaal zijn gebruikt, zijn echt heel goed. Ze worden goed uitgelegd, het is niet zo vaag als in andere boeken.



Persoonlijke argumenten



Het onderdrukte Indonesië tijdens de Tweede Wereldoorlog is voor mij altijd een groot vraagteken geweest. Ik wist voor ik het boek koos niet dat dit een belangrijk aspect van het verhaal zou zijn. Dus ik was aangenaam verrast toen ik begon met lezen.



De hoofdpersoon is een eenenveertig jarige man die zijn moeder haat. Ik kon me daar niet echt in vinden, nee. Maar ik denk dat je dat bij dit boek helemaal niet nodig hebt. Het is natuurlijk allemaal moeilijk voor te stellen, dat hij echt zo heeft geleefd.



Ik vond het een goed verhaal, omdat ik een andere kijk op de Wereldoorlog kreeg, door een fantastisch geschreven boek te lezen.



Morele argumenten




  1. Het morele argument wat naar mijn idee in het boek zit, is wat voor trauma’s een oorlog kan hebben en hoe dat door kan werken verder in je leven. Zeker in het begin van je leven kan dit nog een grotere invloed hebben.

  2. Het kan er voor zorgen dat je andere normen en waarden krijgt. Want je weet niet beter als je nooit anders hebt meegemaakt. Je kan het die kinderen dan ook niet echt kwalijk nemen. De hoofdpersoon moet als hij tien jaar is, naar een internaat. Hij gedraagt zich namelijk volgens het gewenste gedrag. Maar als jij de eerste jaren van je leven alleen maar dood, verderf en geweld hebt gezien, is het ook moeilijk om te weten wat normaal is. Misschien had zijn moeder wat meer kunnen zeggen dat wat nu het dagelijks leven is, niet normaal is, maar dan is het alsnog moeilijk te weten wat dan wel normaal gedrag is.

  3. Ik ben het compleet eens met het moraal. Trauma’s op vroege leeftijd hebben ook bij mij een gevolg. Dit boek laat hiervan een extreme variant zien, maar ik vind het niet overdreven. Ik vond het wel moeilijk om het moraal te vinden, het ligt een beetje op de achtergrond naar mijn mening.



Totaalmening



Ik vind het een prachtig verhaal. De delen die er toe doen zijn uitgebreid beschreven en dat is ook zeker boeiend.








REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Bezonken rood door Jeroen Brouwers"