De komende twee weken zijn 'seksweken' op Scholieren.com. Samen met de Sense Infolijn geven we antwoord op al jouw seksvragen.

 


Alles over seks Alles over seks


ADVERTENTIE
Geslaagd? Doneer je verslagen We zijn heel trots op je, supergoed gedaan. Waarschijnlijk ga je Scholieren.com nu voorgoed verlaten. Wil je ons nog bedanken voor 4, 5 of 6 jaar trouwe dienst? Upload dan nu al je verslagen en samenvattingen voor de generaties scholieren die na jou strijden voor dat diploma.

Nu uploaden
Titel: Bezonken rood
Auteur: Jeroen Brouwers
Ondertitel: Geen ondertitel aanwezig
Plaats van uitgave: Amsterdam
Naam uitgever: Uitgeverij De Arbeiderspers
Jaartal eerste druk: 1981
Jaartal gelezen druk: 1994
Druk: Twintigste druk

Samenvatting:
Het boek begint als de moeder van Jeroen overlijdt. Hij heeft haar al een lange tijd niet meer gezien en gesproken en wil ook niet aanwezig zijn op haar crematie.

Jeroen zat samen met zijn moeder, grootmoeder en zus van zijn derde tot vijfde levensjaar in een kamp in Japan, tijdens de Tweede Wereldoorlog. Door het gehele boek heen haalt hij herinneringen op aan zijn moeder en aan het kamp. Liza, een vrouw die hij kort – maar krachtig – gekend heeft, staat voor zijn moederfiguur. Zijn moeder wil hij niet meer zien, nadat ze hem heeft achtergelaten in een pensionaat – iets wat hem deed herinneren aan het telkens afscheid nemen in zijn jeugd. Het Jappenkamp heeft in zijn kleutertijd niet veel indruk op hem gemaakt: hij maakte de dingen mee alsof het een gewoon leven bedroeg. Later pas blijkt dat de verschrikkelijke gebeurtenissen in het kamp diepe traumatische wonden hebben achtergelaten.

Alles wat Jeroen in zijn leven doet, is voor altijd verbonden aan zijn moeder en de tijd in het Japanse vrouwenkamp.

Genre:
Jeroen Brouwers zelf noemt het autobiografische fictie. Een mooie tegenstelling in woorden, maar we kunnen er van uit gaan dat het autobiografisch is. Verder speelt oorlog en gedachtes een grote rol, het boek is dan ook een psychologische oorlogsroman te noemen.

Taalgebruik:
Veel teksen zijn lyrisch. Er zitten veel spreuken, metaforen en gedachtenweergaves in. Toch blijft het verhaal ontzettend goed volgbaar, wat erg bijzonder is als je kijkt naar het aantal vergelijkingen dat er in voorkomt.

“Het traliewerk tussen mij en het verraderlijke vrouwendom is nooit meer opgetrokken, - mijn haat jegens moeders siert sedertien mijn levens ‘levensbesef’.” (blz.30)

Het taalgebruik is ook erg wisselend, omdat je soms stukjes tegenkomt die vanuit de gedachten van een vierjarige komen.

“ Wij zullen elkaar niet verraden, hè mama? Wij zullen elkaar nooit in de steek laten, hè? Hè? Hè mama? (blz. 55)

Titelverklaring:
Bezonken rood is de titel. Het staat voor:
Het bloed dat vloeide in het kamp
De rode cirkel in de Japanse vlag. Zowel Japan als Jeroen proberen dit “rode” te verstoppen, het dus te laten bezinken.
De ondergaande zon die vaak wordt beschreven uit het gezichtspunt van de kleine jongen in het kamp. De zon werd vaak door de Japanners gebruikt om de vrouwen te martelen.

In het boek zelf is er een scene waar Jeroen met een paar vrienden op een dartbord pijltjes gooit en beschrijft dat een ‘waas van bezonken rood’ voor zijn ogen trekt. Ook ziet in Liza in gedachten en spreekt over het ‘bezonken rood van haar lichaam.’

“Tegen de avond als de zon als een afgeslagen hoofd in de aarde verzinkt, verschijnt commandant Sone op het appelplein.”

Het wegzinken staat ook voor zijn buien, waarin hij zelf het liefst in wil verdwijnen, die met pillen verholpen moeten worden.

Motto:
“Er aber, in seiner
gewohnlichen Art, hullte
sich in Geheimnisse,
indem er mich met grossen
Augen anblickte und mir
die Worte wiederholte:
die Mutter! Mutter!
's klingt so wunderlich!-“

Johan Peter Eckermann, Gespräche mit Goethe

Vertaling:
“Hij echter, op zijn
gewone manier, hulde
zich in geheimzinnigheid,
doordat hij mij met de grote
ogen aankeek en mij
de woorden herhaalde:
Moeder! Moeder!
Het klinkt zo wonderlijk!”

Het eerste motto laat zien hoe ver Jeroen verwijdert was van zijn moeder. Het roepen van een moeder klinkt zo vreemd in zijn oren, omdat hij dat zelf nooit gedaan heeft.

“Zoek mij terwijl ik er ben. Leer mij kennen, omdat ik er ben. Ik ben er immers. En toch is zeker dat ik er niet ben.”

Dit motto geeft aan dat Jeroen, ondanks dat hij zijn moeder lange tijd niet heeft gezien en gesproken en ondanks het feit dat ze gestorven is, hij altijd blijft denken aan haar en op een of andere manier altijd op zoek blijft naar haar.

Opbouw:
Het werk begint meteen met de dood van de moeder van Jeroen en weet door vele flashbacks uit te leggen waarom de hoofdpersoon voelt wat hij voelt. Het boek zelf is opgedeeld in hoofdstukken, al dragen de hoofdstukken geen nummer of naam. Het verhaal zelf wordt fragmentarisch verteld.

Motief: Er komen ontzettend veel dingen steeds maar weer terug:
‘Kwaak Kwaak’; De kampbewoners moeten van de wrede commandant Sone steeds kikkers nadoen, door springende bewegingen te maken en het geluid van een kikker na te doen. Jaren later kan Jeroen nog steeds opeens ‘Kwaak kwaak!’ uitroepen.
‘Niets bestaat dat niet iets anders aanraakt.’; een zin die opvallend vaak terugkomt in het boek.
De moederfiguur; de hoofdpersoon is voortdurend op zoek naar haar. Na haar mishandeling is de schoonheid die hij in haar zag aangetast en wil hij haar aftakeling niet meemaken – net zoals hij van niemand meer de aftakeling wil meemaken later.
De dood; verscheidene mensen gaan dood in het kamp zelf (een vriendinnetjes, zijn grootouders, zijn zusje) en ook zijn moeder komt in het boek zelf op latere leeftijd te overlijden.
Liza; zij staat voor de liefde die hij mist in zijn leven, ook in de vorm van een moeder.
Angst; angst om te dicht bij mensen te komen, angst voor het ouder worden, de angst om te leven. Dit alles beheerst het leven van Jeroen.

Thema:
De moederfiguur, met de bijbehorende liefde, waar naar de hoofdpersoon voortdurend op zoek is en probeert in allerlei vormen te vinden.

Vertelperspectief:
Het verhaal is geheel in het ik-perspectief verteld, natuurlijk ook omdat het boek autobiografisch is. Dit heeft als gevolg dat het gehele verhaal nog schokkender en realistischer overkomt.

Tijdsaspect:
Het verhaal bestaat eigenlijk alleen maar uit flashbacks, die de problemen in het leven van Jeroen Brouwers op latere leeftijd verduidelijken.

Personages:
Jeroen: Een man die uiterlijk heel neutraal en sterk overkomt, maar vanbinnen doodsbang is en niet weet wat hij met zijn leven aanmoet.

Nevenfiguren:
Liza: Hiermee heeft Jeroen een korte relatie gehad. De gevoelens van verliefdheid voor Liza vallen samen met de rouwgevoelens om zijn moeder. Aan de ene kant wil hij de gevoelens wegstoppen – ‘bezinken’. Aan de andere kant merkt hij dat de gevoelens echt wat voor hem betekenen.
De moeder van Jeroen: Komt over als een sterke, rustige vrouw. Sprak haar zoon niet meer, nadat ze was mishandeld door de kampcommandant en haar zoon achterliet.

Weergave personages: Je leert de nevenpersonages geheel kennen door de ogen van de hoofdpersoon. Eigenlijk leer je ze daardoor zo goed als niet kennen, omdat er geen echte beschrijving wordt gegeven. Ik weet nu nog steeds heel weinig over figuren als de moeder van Jeroen, Liza en zijn zus. Best opvallend, maar het maakte het boek eigenlijk nog mooier en boeiender.

Situering:
Het kamp Tjideng in Indonesië; het kamp waar Jeroen zijn kleutertijd doorbracht.
Het stadje ***; waar Liza woont. Speelt haast geen rol in het boek.
De Achterhoek, waar Jeroen op latere leeftijd woont. Heeft ook niet echt invloed op het verhaal, behalve dat het drukke stadsleven misschien meer invloed op de hoofdpersoon zelf zou kunnen hebben gehad.

Ruimte:
Het kamp was natuurlijk van grote invloed op het verhaal: de ruimte daar was klein, de hoofdpersoon kon niet ontsnappen. De verdere locaties hebben geen echte invloed gehad op het verhaal.

Tijd:
Het verhaal speelt zich zowel in de verleden tijd als in de tegenwoordige tijd af. De verteltijd is vijfenveertig jaar, met een enorme sprong er in van de kleutertijd naar het volwassenen zijn.

Milieu:
Eigenlijk is er niks of nauwelijks bekend over het milieu waar Jeroen in is opgegroeid. Zijn ouders en hijzelf waren zeker niet bijzonder arm of rijk. Hoe hij in Indonesië terecht is gekomen en hoe hij weer terug is gekomen, wordt niet verteld. Maar het hele boek draait dan ook niet om gebeurtenissen, maar echt om gedachtes.

Beschrijven van de hoofdpersoon, genaamd Jeroen Brouwers.
Jeroen Brouwers is een schrijver en twee keer getrouwd. De kinderen uit zijn eerste huwelijk ziet hij liever niet meer. Hij vindt zichzelf niet vrolijk, niet optimistisch; wel bang en asociaal. Hij denkt zijn gevoel te zijn kwijtgeraakt, door de stempel die het kamp ‘Tjideng’ op zijn leven heeft gedrukt.

“Dat mijn moeder haar leven lang zo moedig is geweest, zei iedereen, staande bij haar kist. Haar niet te verwoesten optimisme, haar vrolijkheid, dat ze altijd lachte.
Van mij zal dit alles niet kunnen worden gezegd. Ik ben niet optimistich, ik ben ook niet vrolijk (…) ik ben integendeel eigenlijk nogal bang, sterker: bij tijd en wijle ben ik halfkrankzinnig van angst.”

Jeroen zag zijn moeder als een perfect beeld, zijn rots in de branding. Tussen alle verschrikkelijke gebeurtenissen, tussen de bouwstenen van zijn kamp, tussen alle andere mensen stond zijn moeder, die alles voor hem vertegenwoordigde. De rest maakte hem niet uit. Als zijn moeder voor zijn ogen wordt mishandeld, doet hij niks. Sterker nog, hij wil zijn moeder nooit meer zien. Een opvallend besluit.

Natuurlijk is dat voor niemand voor te stellen, ik denk dat iedereen wel tien keer moet nadenken om ook maar iets van dit gevoel te begrijpen. Zijn moeder, het enige lichtpunt in zijn leven, bleek een even gemakkelijk te kwetsen dan iedereen anders. Voor een jongetje van vijf jaar zal dat misschien veel moeilijker geweest zijn, ook om de ernst van de situatie in te zien. Waar zou hij geleerd hebben in te moeten grijpen als iemand werd doodgeschopt? Niet in het kamp in ieder geval, want niemand greep in. Het feit dat ze hem achterliet op een kostschool, was voor de jongen al helemaal moeilijk te begrijpen. Alle keren dat ze afscheid van elkaar namen, zagen ze elkaar terug – dit keer niet. In het boek komt naar voren dat Jeroen het later wel allemaal begreep, maar dat het voor hem te pijnlijk was om zijn moeder weer te zien. Hij kon zijn gevoelens die hij als kind had en die hij nu heeft niet scheiden van elkaar en zag zijn moeder altijd als het dure porselein, dat ooit gebroken was.

“Heel soms in de loop van de laatste jaren belde mijn moeder mij op, maar zei ze, zodra ik mijn naam had genoemd: ‘Neemt u mij niet kwalijk, ik ben verkeerd verbonden.’ Ik herkende haar stem aan de klank ervan en aan het Indische accent waarmee ze sprak, er zijn miljoenen moeders op de wereld en maar een daarvan is de mijne. Voordat ik iets had kunnen terugzeggen, verbrak zij de verbinding, en ik liet het erbij: -ik had de stem gehoord van een moeder die verkeerd was verbonden met haar eigen zoon.

Recensie
Schrijver Brouwers, Jeroen
Titel Bezonken rood
Jaar van uitgave 1981
Bron De Groene Amsterdammer
Publicatiedatum 13-01-1982
Recensent Cyrille Offermans
Recensietitel Een nieuwe stap naar de onsterfelijkheid : `Bezonken rood' van Jeroen Brouwers

Begin december las ik Bezonken Rood van Jeroen Brouwers, en ik vond het een walgelijk boek. Maar in de kranten en weekbladen die ik onder ogen kreeg, las ik er niets dan levende stukken over, iedereen vond het blijkbaar prachtig. Meer dan wat kritiek in de marge kwam er alleen van iemand die zich niet speciaal met het recenseren van literatuur bezighoudt. Etty Mulder verweet Brouwers in de Volkskrant van 4 december "pathetische zelfbevlekking" en "exhibitionisme" en zij laakte zijn "hysterische aanroepingen van de maagd Maria". Verleden week vrijdag kwam ze naar aanleiding van een diskussie over Bezonken Rood tijdens de Vara-radio-uitzending van "Het zout in de pap" op de zaak terug. Nu hoofdzakelijk om vraagtekens te zetten bij de manier waarop Brouwers in zijn boek met de historische feiten omspringt. Diezelfde dag verscheen er in het NRC-Handelsblad een ronduit vernietigende bespreking van het boek door Rudy Kousbroek. Kousbroek stelt zonder omhaal dat Brouwers de historische werkelijkheid op onaanvaardbare wijze geweld heeft aangedaan, maar erger vindt hij het nog dat het boek ook in literair opzicht slechts getuigt van wansmaak: "Het is allemaal mooischrijverij, gesnoef, vleierij, grote woorden en vals pathos. Werkelijk, er staat geen simpele, oprechte uitspraak in het hele boek, dat doet denken aan iemand die er telkens weer in slaagt je niet recht in de ogen te zien." Die kritiek gaf me toch wel ietwat geruststellende gevoel dat ik niet de enige was die zich aan het gebral van Brouwers had geërgerd. `Bezonken rood' is geschreven naar aanleiding van het overlijden van de moeder van de schrijver, eind januari 1981. Met die moeder had Brouwers al jaren geen kontakt meer, maar ooit was dat er wel: in het "Jappenkamp" waar ze inde oorlog drie jaar geïnterneerd waren. De geschiedenis van dat kamp is volgens Brouwers tot nu toe alleen maar in vervalsende nostalgische taal geschreven, de werkelijkheid moet van een alles overtreffende wreedheid zijn geweest. Dat wil Brouwers met zijn boek duidelijk maken. Maar er is nog een andere, belangrijker reden waarom Brouwers zijn herinneringen wilde `boekstaven': ze moeten zijn latere gekweldheid verklaren, zijn gevoelloosheid, zijn vrouwenhaat, zijn asociale levenshouding, zijn obsessie voor de zelfmoord, zijn haat jegens iedereen die de Schoonheid bezoedelt (Schoonheid met een hoofdletter: het gaat voor Brouwers om een ervaringsdimensie die zelfs in de gruwelijkste omstandigheden prioriteit heeft boven al het andere).
Oeuvre schrijven Zoals ik het hier formuleert lijkt het te gaan om een hard en onthullend boek, en in zekere zin is dat ook zoähet is alleen de vraag wat er onthuld wordt. Zoals bij tv-dokumentaires waar de kamera de slachtoffers even dicht op de huid zit als de geweerkolven waarmee ze worden doodgeknuppeld, zo zijn er ook in `Bezonken rood' passages die ik maar het liefst zou overslaan. Niet in de eerste plaats vanwege het geweld dat er getoond wordt, maar vanwege de manier waarop dat gebeurt. Waar gaat de walging voor wat je ziet over in walging voor de boodschappen? Waar verandert een harde en eerlijke weergave van iets afschuwelijks in een trap na? Voor mij gebeurt dat zodra ik merk dat de intenties waarmee iets zichtbaar wordt gemaakt, minder te maken hebben met solidariteit met de slachtoffers dan met het demonstreren van eigen voortreffelijkheid of verdriet. Een schrijver die het leed van anderen niet anders kan beschrijven, dan in termen van zijn gekwetsheid of in relatie tot zijn schrijverschap, slaat munt uit dat leed en vertroebelt het tegelijkertijd. In `Bezonken rood' is dat in al te sterke mate het geval. Brouwers windt er geen doekjes om dat de hele wereld hem gestolen kan worden als die niet als materiaal voor zijn karrière bruikbaar is. "Op de avond dat mijn moeder stierf had ik bezoek. Van een schrijver (Voor de nieuwsgierigen, voor de historie: die schrijver was Ger Verrips.) Wij spraken over literatuur en over politiek. Voornamelijk spraken wij over de Vereniging Van Letterkundigen: waarom ik daarvan geen lid wil zijn en hoe deze afkeer verklaarbaar is uit mijn asociale en paranoïde karakterstruktuur. Ik heb niemand nodig en ik wens ook niemand nodig te hebben, ik doe alles wel alleen. (..) Ik wens een oeuvre te schrijven in plaats van mijn tijd te verdoen met gelul. Laat mij nu maar met rust, want waar ik verschijn blijft niet onaangeraakt en ontstaat onrusten en kommotie." Voor de nieuwsgierigen, voor de historie - dat is de arrogantie van iemand die zich al zeker waant van roem bij het nageslacht, die althans alles in het werk stelt om zich van die roem en de erbij horende onsterfelijkheid te verzekeren. Brouwers wenst een oeuvre te schrijven, al het andere is gelul. "Jij bent ene hele beroemdheid intussen", laat hij zijn vriendin nederig opmerken; de karrièremaker beaamt dat graag. Zelfs als hij het over de afschuwelijkste kampgebeurtenissen heeft, is hij niet in staat zich langer dan een ogenblik weg te cijferen; hij blijft kijken, "want door mij zou het moeten worden beschreven, ooit, het behoorde tot de voorbestemdheid van alle dingen."
Beschadiging van schoonheid Van dit soort profetische taal staat het boek trouwens bol: "Tot op de huidige dag onthouden en hier uiteindelijk dan maar neergeschreven met de bedoeling om te laten staan en niet straks weer onleesbaar te maken, in afwachting van het tijdstip waarop misschien de ontraadseling van alle dingen plaatsvindt." Nu heet dat onthouden hem minder moeite gekost dan Brouwers het hier doet voorkomen. Alle gevoelloosheden van later in dit boek plechtig en amechtig beleden ("Ik ben het, die niet vertederd is door het wonder van de geboorte"), hangen meer rechtstreeks met die kampervaringen samen, dat maakt Brouwers over duidelijk. en ook dat hij, de toeschouwer, allereerst de gekwelde figuur is, niet degeen die de pijn lijdt. Als zijn vrouw (de "door mij om haar mooiheid aanbeden vrouw", toe maar) een kind krijgt, is het "vooral: de mij krenkende aanblik van de vernietiging of dan toch de duurzame beschadiging van de schoonheid" waar hij mee zit. Brouwers heeft zich in het verleden nogal eens vrolijk gemaakt over het experimentele proza dat er in ons land geschreven wordt. Toch had hij nu juist daar heel wat van kunnen leren, bij voorbeeld dat emotionele betrokkenheid geen enkele garantie biedt voor authenciteit, en dat het etaleren van die betrokkenheid daar zelfs funest voor is. Het gevoel van machteloosheid dat Brouwers alleen maar uitbazuint, wordt door heel wat experimentele schrijvers (tot tekst) verwerkt en zodoende tegelijk ook al overwonnen. "Ik kan mij pas permitteren om gevoelig te zijn als ik laat zien, dat ik het kan opvangen", las ik laatst bij Krol en zo is het. Juist als het om gebeurtenissen gaat die je met stomheid slaan is het zaak op je woorden te passen, want voor je het weet veranderen emoties in sentimenten en wordt betrokkenheid pathetisch. Distantie is noodzakelijk als je het leed van de wereld niet wilt overgieten met een huilerige en een kitscherige saus ("volgens literaire maatstaven is dat kitsch, maar ik dacht het", bekent Brouwers, maar die bekentenis is niet voldoende er iets beters van te maken). Een schrijver die het leed zoveel mogelijk voor zichzelf wil laten spreken, moet buiten beeld proberen te blijven, zich wegwerken en de tekst het werk laten doen. Het is dan ook niet erg verstandig om meteen na het overlijden van je moeder de pen te grijpen en drie maanden later het manuskript bij de uitgever in te leveren, zoals Brouwers gedaan heeft.
Geen fantasie Het is trouwens de vraag of de zaken die Brouwers hier aansnijdt niet een fundamenteel andere werkwijze vragen. Of je de waarheid over die kampen zelfs maar ten naaste bij aan de oppervlakte kunt krijgen zonder gebruik te make van een meer dokumentaire achtige of essay-istische aanpak, zonder veel meer maatschappelijke en politieke gegevens te verwerken in elk geval. Ook wat dat betreft hebben de experimentele literatuur en de explorerende journalistiek het een en ander opgeleverd waar wat van te leren valt, zou ik denken. "Ik heb geen fantasie", zegt Brouwers alsof dat een verdienste is. In feite is dat alleen maar vervelend. Zoals alle fantasieloze mensen meent ook Brouwers dat het verboden is eens iets terloops te zeggen. Alles moet worden onderstreept, herhaald, uitgelegd, aangedikt en voorgekauwd. Zelfs als Brouwers beweert iets 'achteloos' gedaan te hebben, wordt dat er niet alleen in de mededeling zelf bij gezegd, maar zekerheidshalve ook nog eens achteraf': "Het gaat hier om het woord achteloos." Het meest absurd zijn in dit opzicht de herhalingen van het `aanrakings' motief. `Niets bestaat dat met anders aanraakt', wordt op de eerste pagina als toppunt van diepzinnigheid verkondigd, en vervolgens op zowat elke bladzijde herhaald. Hoe diepserieus dat bedoeld mag zijn, voor mij heeft het effekt van een running gag. "Zoals in de tuin, nadat de wind voorbij is, nog geruime tijd alle sin beweging blijft dat door de wind is aangeraakt, zo zou datgene wat ik in het Tjideng kamp heb gezien nog drie a vier decenniën in mij in beweging blijven om pas door lezen tot rust te worden onthouden, het mag nu beweging veroorzaken in de bewustheden en onbewustheden van anderen." Zo'n belachelijke vergelijking en zulke idiote woorden komen uit de pen van iemand die zo graag van Belgen zegt dat ze niet kunnen schrijven. Is er bij de Arbeiderspers niemand in dienst die Nederlands spreekt en zo'n zin verbetert?
Nadrukkelijkheid Roland Barthes, doorgewinterd kenner van de burgerlijke kultuur, heeft meer dan eens gezegd dat nadrukkelijkheid, de angst verkeerd begrepen t worden, het kenmerk is van de traditioneel-burgerlijke cultuur. Als `Bezonken rood' iets bevestigt is het dat: Brouwers kan `de lichtspatten' van de zon in het staal van de bajonetten van `de Jappen' niet alleen zien maar ook horen: `die bajonetten schetterden', en niet alleen op deze bladzijde. Geslaagde vergelijkingen (`de hoed overhuifde mij zoals in mijn latere leven ik mij voelde overhuifd door het dak van mijn auto - Kleine Hiawatta in Grote-mensenland) worden steevast de nodige keren herhaald, en wel zonder enige strukturele noodzaak. Hoe je minder theatraal met herhalingen en vooral met litanieën kunt omgaan, laten, alweer, experimentelen zien. "Wat ik heb geschreven hoeft niet langer door mij te worden onthouden": schrijven is voor Brouwers kennelijk een vorm van therapie: het zelfbeklag moet eruit! Prima, maar doe dat dan ergens in besloten kring en maak er geen Literatuur van. Ik kan het niet helpen: het indrukwekkendste deel uit `Bezonken rood' is de, niet door gesnotter van de schrijver onderbroken, weergave van de brief die zijn moeder op 5 oktober 1945 vanuit het kamp schreef aan haar man. Geen kunst? Nee dat niet, maar daarom juist.

Commentaar recensie:
Wat een verhelderende recensie! Het geeft een totaal andere kant op het boek. Ergens ben ik het nog wel met Offermans eens: Brouwers probeert op een bepaalde manier aandacht te vragen door dit boek te schrijven, maar tegelijkertijd beweert hij vooral dat het voor hem zelf moet blijven. Het soort zelfmedelijden, dat gaat irriteren. Offermans vindt het steeds weer herhalen van filosofische termen ook heel vervelend, ‘zogenaamd diepzinnig’. Persoonlijk vind ik een zin zoals ‘Niet bestaat dat niet iets anders aanraakt’ het waard om tachtig keer herhaald te mogen worden en ik stoor mij er dan ook niet echt aan.

“Brouwers kan `de lichtspatten' van de zon in het staal van de bajonetten van `de Jappen' niet alleen zien maar ook horen: `die bajonetten schetterden', en niet alleen op deze bladzijde. Geslaagde vergelijkingen (`de hoed overhuifde mij zoals in mijn latere leven ik mij voelde overhuifd door het dak van mijn auto - Kleine Hiawatta in Grote-mensenland) worden steevast de nodige keren herhaald, en wel zonder enige strukturele noodzaak. Hoe je minder theatraal met herhalingen en vooral met litanieën kunt omgaan, laten, alweer, experimentelen zien. "Wat ik heb geschreven hoeft niet langer door mij te worden onthouden": schrijven is voor Brouwers kennelijk een vorm van therapie: het zelfbeklag moet eruit! Prima, maar doe dat dan ergens in besloten kring en maak er geen Literatuur van.”

De vergelijking wordt een beetje afgezeken. Ergens kan ik het wel begrijpen, maar zo kan je aan elke vergelijking wel een stomme invulling geven. De herhaling – ik zal het nog eens herhalen – stoort mij niet in het boek. Ik ben het niet eens met de recensie, maar vind het wel een mooie en interessante kijk op het boek.

Persoonlijk beoordeling:
Ik kan niks anders zeggen: ik vind dit een prachtig boek. Vooral het feit dat aan het begin dingen worden genoemd (bijvoorbeeld het kwaken aan de telefoon) en je pas later begrijpt waarom de hoofdpersoon dat doet, of er aan denkt. Het boek raakt mij gewoon echt, ook al is het verhaal moeilijk voor te stellen. (esthetisch argument)

Het is niet echt duidelijk wat de bedoelingen zijn van de schrijver. Het zou kunnen zijn dat dit als een eerbetoon aan zijn moeder is uitgebracht, als een deel van zijn therapie, of –zoals Offermans in de recensie beweert – om een soort van aandacht te trekken. Ik denk alledrie en met de eerste twee redenen er bij genomen is de derde te vergeten. (intentioneel argument)

De herhalingen van de figuren in het boek storen mij niet. De vergelijkingen en gedachtes die opkomen vind ik juist een van de pluspunten van dit boek; het brengt het boek in een aparte sfeer. (stilistisch argument)

Het maakt mij eigenlijk niet uit of het boek stilistisch niks is, het boek zet je zo aan het denken dat het het doel al bereikt heeft. Om mensen te leren dat niet alleen de Joden in de concentratiekampen in Europa erg geleden te hebben, maar de mensen in Jappenkampen in Indonesië ook, is het heel erg goed om dit boek te lezen.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

A.

A.

is dit literatuur of niet?

2 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast