Havisten en vwo'ers uit de bovenbouw gezocht! Vul deze korte vragenlijst over jouw studiekeuze in en maak kans op een Bol.com bon t.w.v. 15 euro.

Doe mee


Primaire gegevens:

Titel
: Au pair

Deze titel verwijst naar het concrete feit dat de hoofdpersoon als au pair naar Frankrijk gaat

Auteur: Willem Fredrik Hermans

Eerste druk: 1989, door BBliterair

Gelezen: negende druk

Uitgever: De bezige bij kapitaal, plaats: Amsterdam

Jaar van uitgave: 1995

ISBN:90-234-3508-7

Aantal bladzijden: 415

Indeling in hoofdstukken: het boek bestaat uit 96 korte, genummerde hoofdstukjes van gemiddeld ongeveer drie bladzijden



Analyse



Personen:



Paulina(protagonist)

Paulina is negentien jaar, één meter drieënnegentig lang. Ze heeft lang blond haar, blauwe ogen en heeft een Diana-figuur (lijkt op de voormalige kroonprinses van Engeland). Haar uiterlijk speelt een belangrijke rol. Ze is Nederlandse en  geboren in Vlissingen. Gedurende het boek is ze in Frankrijk (waar vele kleine mensen leven). Ze is dan ook een opvallende verschijning. Dit beseft Paulina wel. Toch is ze, vooral in het begin van het boek vrij onzeker over haar uiterlijk. Ze vindt zichzelf  wel erg lang en hierdoor zal het ook moeilijker worden een partner te vinden van haar lengte. Ook heeft ze  uitstaande oren. Later in het boek wordt ze zekerder over zichzelf en vindt ze haar oren toch wel mooi.



Behalve erg knap is Paulina ook intelligent. Ze kan erg goed Frans; de ingewikkelde literatuur van Blaudaire kan ze zonder grote moeite lezen en in de Franse dialogen, die ze voert heeft ze nooit enige problemen met de taal. Dit is uitzonderlijk voor een meisje, dat nog maar net haar eindexamen gymnasium gehaald heeft. Zonder veel moeite praat ze in het Frans over literatuur, muziek en kunst op een niveau waarop vele negentien jarigen nog niet eens in het Nederlands converseren.  

Dit meisje bezit tevens een flinke hoeveelheid durf; ze gaat, vrijwel zonder voorbereiding naar Frankrijk. Ook heeft ze de moed om illegaal een koffer met geld de grens over te brengen.

Ondanks haar intelligentie is Paulina nogal naïef. Ze heeft bijvoorbeeld onterecht veel vertrouwen in Edouard. Ze neemt aan dat hij edelmoedige motieven heeft voor de daden die hij verricht. Dit blijkt niet het geval. Ze wordt namelijk door hem misbruikt.  

Paulina is iemand, die niet gelooft in het toeval: Ze denkt dat alles is voorbestemd.

Citaat: 'Aan het toeval durfde ze nog steeds niet te geloven'(blz 278)

Vanuit het oogpunt van Paulina krijgen we het verhaal gepresenteerd. Ze is een kijker; ze observeert nauwkeurig de mensen en de dingen. Hierdoor zijn er in het boek veel beschrijvingen. Ook de mensen die ze ontmoet bestudeert ze en gaat conversaties met ze aan.

Elke avond, als ze weer wat meegemaakt heeft evalueert ze dit voordat ze gaat slapen. Hierdoor kom je ook te weten wat ze van de andere personages vindt.

Paulina is het enige personage, die een ontwikkeling doormaakt. (ze wordt bijvoorbeeld steeds zelfverzekerder). Zij is dus ook als enige een round karakter.





Germaine en Emile de Lune.

Bij hen is Paulina later au pair. Emile was vroeger generaal. Nu is hij zeer rijke oude man, die zijn dagen slijt met het verzamelen van schilderijen en het bestuderen van literatuur. Zijn favoriete schilder is Constantin Guys, die afkomstig uit Vlissingen. (Waar Paulina ook vandaan komt). Hij bezit veel van zijn schilderijen.  

Hij en zijn vrouw leven nu is een enorm pand in Parijs samen met hun zoons en het huishoudelijk personeel. Ze gedragen zich zeer formeel. (Bijv: als ze 'woorden willen wisselen' met Paulina, wordt zij officieel uitgenodigd, terwijl ze in hetzelfde huis.

Paulina wordt door hen met veel weelde ontvangen en enorm verwend; ze hoeft 'niets' te doen en wordt overweldigd door kleding, geld, make-up etc.



Armand de Lune:

Hij is de oudste zoon van Germaine en Emile. Armand is erg lang en heeft een leeftijd van ongeveer vijftig jaar. Vroeger was hij recensent, maar hij werd nooit echt gewaardeerd. Toen de krant, waarvoor hij werkte, failliet ging, is hij voor een kantoor gaan werken. Hij heeft nu een vrij nietszeggende baan. Doordat zijn werk niet gewaardeerd werd is zijn ego behoorlijk gekoetst. Hij maakt dan ook een ongelukkige indruk. Als Paulina bij hem en zijn vrouw op bezoek komt, dan drinkt hij erg veel alcohol en vertelt op sentimentele wijze over zijn zoon. Paulina heeft met hem te doen.



Michel de Lune:

Michel  is ook een zoon  van de generaal en zijn vrouw. Hij is iets jonger dan Armand, maar ook  hij is erg lang. Bijna zijn hele leven al is hij pianist. Geld verdient hij hier niet mee. Michel speelt namelijk de muziek van Saltarelle, die vreselijk moeilijk (gezegd wordt dat het de moeilijkste muziek ooit gemaakt is) is en niet gemakkelijk in het oor ligt. Elke dag oefent hij vasthoudend op de passages en hij is nooit tevreden. Hij is eigenlijk een soort kluizenaar en  praat maar met weinig mensen: alleen met zijn huishoudster en met Paulina.

Paulina kan wel tot hem doordringen, Michel vertelt haar dan ook veel over hoe de familie in elkaar zit. Waarschijnlijk is hij verliefd op Paulina.



Eduardo:

Eduardo is de zoon van Armand en zijn vrouw. Hij is heel erg lang en heeft een roofvogelkop. Deze benaming voor zijn uiterlijk heeft de schrijver niet toevallig gekozen, want hij gedraagt zich namelijk als een roofvogel. In tegenstelling tot de rest van zijn familie komt hij er openlijk vooruit, dat geld het enige is wat hem interesseert. Hij is dan ook econoom en van jongs af aan is hij bezig met het verdienen van geld. Deze jongen vindt de rest van zijn familie hypocriet. Ze doen namelijk naar zijn mening alleen maar aan kunst om te verbergen dat ze van geld houden.

Paulina vindt Eduardo op het eerste gezicht lelijk, maar wel aardig. Later wordt ze verliefd op hem. Eduardo gebruikt haar alleen maar, blijkt later (zie samenvatting)



Bijfiguren:



Familie Pauchard:

Dit gezin speelt een kleine rol. Als Paulina net in Parijs komt, wordt haar als eerst dit gezin toegewezen.

Meneer en mevrouw Pauchard zijn beide advocaat en vrij rijk. Ze zijn in Paulina`s (en ook in mijn) ogen nogal vreemd: ze lopen beiden bloot in hun huis rond en generen zich hiervoor niet. Ze hebben niet veel begrip en interesse voor Paulina en laten haar zonder pardon weer vertrekken. Hun zoontje is een mollig, ziekelijk jongetje van dertien. Hij gedraagt zich autoritair ten opzichte van Paulina; laat uitdrukkelijk merken dat zij zijn mindere is. Ook laat hij haar, zonder dat zij dat wil,  zijn geslachtsdeel zien, wat getuigt van het feit dat hij nogal  seksistisch is (en dat voor een jongetje van dertien!). Zijn moeder vertrouwt hem volkomen en beschuldigt Paula van onzedelijk gedrag. Vanwege dit feit mislukt de au pair/familie-relatie.

In het prisma uittrekselboek wordt deze familie omschreven als een karikatuur van een welgesteld Parijs gezin. Dit vind ik een zeer passende omschrijving.  



Notaris de Corde:

Deze notaris is de man die al jaren de financiële zaken waarneemt van de familie de Lune. De generaal vertrouwt hem dan ook volkomen. Vermoedelijk is dit vertrouwen niet geheel terecht, want aan het einde bedriegt hij hem. (Dit is niet helemaal zeker, maar waarschijnlijk wel).



Mevrouw Le Danec:

Mevrouw Le Danec is huishoudster van de familie. Ze organiseert het huishouden binnen het grote huis. Elke ochtend brengt ze Paulina haar eten en licht ze Paulina in over de toestand van de generaal. Ook zorgt mevrouw Le Danec voor Paulina's kleding, make-up e.d.



'De oudere Nederlander':

Twee keer duikt deze personage op in het boek. De eerste keer wannneer Paulina op weg is naar de familie de Lune. Hij verzekert haar dan, dat het beter met haar zal gaan.

De tweede keer is helemaal aan het eind van het boek. Hij voert dat een gesprek met Paulina over de relaties tussen personages en schrijvers.  

Veel recensenten zeggen, dat deze persoon Hermans zelf is. Voor uitleg: zie Thematiek.



Tijd:



In het boek hanteert de schrijver een chronologische tijdsvolgorde. De gebeurtenissen zijn namelijk in de zelfde volgorde gepresenteerd als ze in werkelijkheid voorbijgaan.

Het boek speelt zich af in het jaar 1984. Dit weet ik, omdat dat jaartal een keer letterlijk in het boek genoemd wordt. Generaal de Lune zegt een keer: " We schrijven nu 1984."(bladzijde 235)  

Het totale tijdsbestek is ongeveer drie maanden. Paulina vertrekt waarschijnlijk in september, want op bladzijde 9 van het boek staat: "En tegen de herfst van het jaar waarin ze examen gymnasium had gedaan, stapte ze met twee grote koffers op de trein." Aan het eind van het boek neemt Paulina zich voor om met kerst bij haar ouders in Vlissingen te zijn.

De verteltijd is in dit boek duidelijk korter dan de vertelde tijd, want over een boek van deze dikte leest je ongeveer tien uur. Dit is aanzienlijk minder dan drie maanden. Er zijn wel momenten, waarop de vertelde en de verteltijd gelijk lopen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de vele dialogen, die in het boek gevoerd worden.   

Tenslotte is het boek geheel in de verleden tijd geschreven.



Handeling (loopt in dit boek gelijk met de fabel)



In september vertrekt Paulina uit Vlissingen naar Parijs om als au pair in Parijs Frans en kunstgeschiedenis te gaan studeren. Ze komt terecht bij het  arrogante juristenechtpaar Pauchard en hun zoon Hughes. Ze krijgt een klein, vies kamertje op zolder, waar veel negers en Arabieren wonen. Als Paulina door de familie ontvangen wordt lopen zowel mevrouw, als meneer Pauchard naakt in het huis rond. Paulina maakt ook kennis met hun zoontje Hughes. De dikke jongen ligt in bed en probeert met fasistische en seksistische opmerkingen indruk te maken op Paulina. Mevrouw Pauchard beschuldigt haar ervan dat ze Hughes het hoofd op hol brengt en ontslaat haar.

Van het bemiddelingsbureau voor au pairs krijgt Paulina het adres van generaal de Lune in de Rue Guynemer. Op weg naar het appartement botst ze tegen een oudere Nederlander op. Ze vertelt hem over haar ervaringen en hij verzekert haar, dat het vanaf dat moment alles beter zal gaan. Als Paulina arriveert in het huis van de generaal wordt ze overweldigd door veel luxe. Ze krijgt de beschikking over een prachtige kamer en een luxe badkamer met spiegelwanden. Ook in de opvolgende dagen krijgt ze veel attenties en cadeau`s zoals geld, koffers, parfums, make-up en chique kleding. Op het eerst gezicht is het enige wat ze hiervoor hoeft te doen  af en toe de generaal gezelschap houden en luisteren naar de verhalen over zijn geliefde schilder, Constatin Guys.

Na verloop van tijd leert ze ook de rest van de familie kennen. Eerst ontmoet Paulina Armand Michel. Zij wonen ook in het enorme huis van de generaal. Paulina, die bij deze familieleden op bezoek gaat, krijgt sterk de indruk dat de familie bepaalde plannen met haar heeft.

Hun zoon Eduardo ontmoet ze op een inwijdingsfeestje voor het vernieuwde huis van dit echtpaar. Ze praten en Eduardo legt haar doormiddel van een passage uit het werk van Kant (de beroemde filosoof) uit dat de generaal al jaren opgezadeld is met een moreel dilemma.

De volgende dag vertelt de generaal haar de details: hij heeft in de Tweede Wereldoorlog  het kapitaal van een naar Spanje gevluchte rijke Franse Jood (Crémieux) in bewaring heeft genomen; vervolgens heeft hij dit geld opnieuw belegd en daar door is het kapitaal aanzienlijk gegroeid. De Jood is al jaren gestorven en zijn enige erfgenaam is zijn zwager Müller. Müller is een voormalig SS-officier, die vele oorlogsdoden op zijn geweten heeft. Emile de Lune moet kiezen tussen twee kwaden: het geld zelf houden of het overdragen aan Müller.   

Ongeveer een week later pikt Eduardo Paulina op bij de Biblothèke Nationale en vertelt haar in een restaurant, dat de generaal bestoten heeft het geld te schenken aan een joodse organisatie voor kinderbescherming in Zwitserland. Hiervoor is een koerier nodig. Paulina wil graag iets terug doen en biedt aan het geld te brengen. Eduardo accepteert haar aanbod en brengt haar naar Notaris de Corde, die haar vertelt wat de bedoeling is. Op de avond voor het vertrek bezoeken Paulina en Michel de Opera Orpheus en Eridike.

De volgende dag vertrekt Paulina. Het plan is verandert, ze moet ineens naar Luxemburg. Ze wordt bijna gesnapt, maar uiteindelijk komt ze toch met de koffer met geld in Luxemburg aan. Daar overhandigt ze de koffer aan een zekere Glesener. Paulina belt die avond Eduardo op en verklaart hem haar liefde. Eduardo doet heel bot tegen haar.

In de stad ontmoet ze tot haar verbazing Michel. Ze dineren en vertrekken samen naar Londen. Daar vertelt Michel haar, dat Paulina het vermogen van Cremieux toch aan Müller overhandigd heeft. De hele familie wist het, behalve de generaal, die door Eduardo en notaris de Corde bedrogen is. Omdat zijn vader ernstig ziek is, keert Michel hals over kop naar Parijs terug.    

Vijf dagen later vertrekt ook Paulina naar Parijs. Ze gaat zolang in een hotelletje wonen. Wanneer Paulina naar huis opbelt hoort ze dat Emile de Lune overleden is. Ze volgt de begrafenis op de televisie. Binnen een week vindt  Paulina een dure kamer.

Aan het eind van het boek duikt de oudere Nederlander weer op. Wanneer Paulina op een terras

'Madame Bovary' zit te lezen, duikt de oudere Nederlander weer op. Ze praten over Flaubert en de relatie tussen schrijvers en hun personages. Daarna verdwijnt de landgenoot met een knikje.



Perspectief:



Het boek is een personale hij/zij vertelling en dan achteraf, want het boek is in de verleden tijd geschreven.

Het perspectief is gelegen bij de protagonist: Paulina. Als lezer krijg je dus ook vooral haar gedachten en daarmee haar visie voorgeschoteld.



Ruimte:



Het grootste gedeelte van de roman speelt zich af in Parijs. Het boek is ook in deze plaats geschreven, want Hermans heeft hier enige jaren gewoond.



(Verder ga ik de ruimte niet beschrijven. Ik voldoe immers al aan de voorwaarde dat je twee grote boekverslagen moet hebben gemaakt en ik vind de ruimtebeschrijving voor deze roman bij lange na niet het belangrijkst en het boeiendst)  



Informatie over de schrijver: Willem Fredrik Hermans.



Biografie:

Op 1 september 1921 werd Willem Fredrik Hermans geboren in Amsterdam. Van 1933 tot 1940 studeert hij aan het Barleuslyceum. Hij gaat op aandringen van zijn ouders sociografie studeren.     

Hetzelfde jaar plegen zijn zus en zijn neef zelfmoord. ( dit komt terug als thema in het boek: "ik heb altijd gelijk") Een jaar later stapt hij over op de studie: fysische geografie. Hij doet kandidaatsexamen en schrijft intussen gedichten en verhalen. Ook verschijnt zijn eerste roman "Conserve". Van 1946 tot 1948 is hij redacteur van Criterium. Twee jaar later legt hij zijn doctoraal examen af en treedt in het huwelijk. Hij wordt dan redacteur van Podium. In 1952 wordt er een proces tegen hem gevoerd vanwege zijn boek " Ik heb altijs gelijk" omdat dit kwetsend zou zijn voor Roomskatholieken. Hiervan wordt hij vrijgesproken.

Drie jaar later gaat hij werken als fysisch geograaf, onder andere in Scandinavië. Dan wordt zijn zoon Rupert geboren. Weer drie jaar later wordt hij benoemd tot lector geografie aan de Groningse Universiteit. In zijn lever heeft Hermans nog vele boeken en andere literaire werken geschreven, waar hij diverse prijzen voor heeft ontvangen. In 1977 vindt er een bekroning plaats van zijn oeuvre met de grote prijs der Nederlandse letterkunde, die aan hem wordt uitgereikt door de Belgische koning in Brussel. Een tijd later, in 1986 zijn exposities van foto's van zijn hand te zien in het Stedelijk Museum te Amsterdam. Maar een jaar later wordt hij in Amsterdam als ongewenst persoon verklaard, omdat hij de culturele boycot tegen Afrika aan zijn laars lapte. Dan verhuist hij naar Brussel.

In 1990 wordt Hermans benoemd tot ere doctor in de letterkunde en wijsbegeerte aan de Universiteit van Luik en drie jaar later is hij weer welkom in Amsterdam, waar hij het boekenweekgeschenk "In de mist van het schimmelrijk" presenteerde.

Willem Frederik Hermans stierf op 27 april 1996 in Utrecht."

(bron: internet, pagina: http://www.iaehv.nl/users/jacobsg/hermabio.html)




Een greep uit zijn oeuvre/beknopte biblografie:

1944 Kussen door een rag van woorden (poëzie)

1947 Conserve (roman)

1949 De tranen der acacia's  (roman)

1951 Ik heb altijd gelijk  (roman)

1952 Het behouden huis  (roman)

1953 Paranoia  (verhalen)

1958 De donkere kamer van Damokles (roman)

1966 Nooit meer slapen  (roman)

1967 Een wonderkind of een totaal loss  (verhalen)

1968 Overgebleven gedichten  (poëzie)

1969 Fotobiografie  (autobiografie)

1980 Filip's sonatine  (novelle)

1984 De zegelring  (novelle)

1987 Een heilige van de horlogerie  (roman)

1989 Au pair (roman)

1991 De laatste roker  (verhalen)

1995 Ruisend gruis  (roman)



(bron: internet, pagina: http:www.schrijversnet.nl/hermbibl.html)



Stroming:


Hermans is een van de bekendste naoorlogse schrijvers. Hij behoorde naast Gerard Reve, Harry Mulisch en Hugo Claus tot een groep jonge debutanten. Zij doorbraken zij de standaardvorm van 'het positieve schrijven' en ontwikkelde een nieuw soort literatuur: de naoorlogse literatuur.

Deze proza wordt als volgt gekenmerkt: De personages in dit proza worden eerder gedreven door egoïsme dat door naastenliefde, het zijn antihelden in een als absurd ervaren en door moedwil en misverstanden geregeerde wereld. Wederzijds begrip of liefde is er amper. Seksualiteit blijkt belangrijker, dan liefde en beschaving wordt ontmaskerd als een dun laagje vernis. Het is een wereld geregeerd door toeval en vol absurde situaties, waarin de personages vol leven- en doodsangsten rondlopen.   

Deze literatuur werd onthaald met thermen als: lelijk vies en absurd. In een groot aantal weken van deze schrijvers speelt de Tweede Wereldoorlog een grote rol.

In de loop van de tijd is Hermans (en de anderen ook) uitgegroeid tot een veelzijdig schrijver.

(bron; Op niveau literair 5/6 VWO, pagina 122/123)




engagement:

'In het werk van Hermans zie je vaak mensen die het niet zo nauw nemen met goed en kwaad, vooral niet in oorlogsomstandigheden. Dit komt voort uit Herman`s wereldbeeld dat de mens in wezen een junglementaliteit heeft: hij zoekt naar zijn eigen voordeel. Ook heeft hij het idee dat de mens de wereld niet kan kennen en die als een chaos ervaart, waarin hij zo goed en zo kwaad als het gaat, een persoonlijke ordening aanbrengt. Dit heeft grote gevolgen voor zijn poëtica: Het is voor Hermans ondenkbaar dat een roman een waarheidsgetrouwe weergave van de werkelijkheid zou kunnen zijn, omdat die niet te beschrijven valt. Het enige wat een schrijver kan bieden is hoogst persoonlijke ordening.'(bron: Op niveau literair 5/6 VWO, pagina 176)  



In au pair laat Hermans eveneens zijn wereldbeeld zien. Het thema in deze roman is immers ook de onmiskenbaarheid van de werkelijkheid.  



Thematiek:



Thema:




Zoals in vele van de boeken van Hermans is het thema de onherkenbaarheid van de werkelijkheid.  Paulina probeert altijd de personages te beoordelen Dit kenmerkt haar naïviteit en deze beoordelingen zijn dan ook meestal onjuist. Zo was Eduardo helemaal niet te vertrouwen.. Ook wilde de familie haar niet alleen maar stimuleren in haar studie, maar het blijkt dat ze haar wilden gebruiken om het geld van Cremieux weg te brengen. Toen ze hierachter kwam wist ze nog maar de halve waarheid. Ze hoorde immers pas op het laatst van Michel,  dat ze het geld niet naar een joodse stichting voor kinderbescherming, maar naar de voormalige SS-er Müller gebracht had.

Paulina handelde anders dan ze zou doen, wanneer ze de waarheid had geweten. Maar de dingen waren niet zo als ze leken te zijn.



Motieven:



Spiegels

In de badkamer die Paulina tot haar beschikking krijgt zijn grote spiegelwanden. Later hoort Paulina van Ada Langenmuur een verhaal over een Duits meisje, die als au pair ergens een koffer met oude kranten moest afleveren. In de koffer zat ook een foto van haarzelf, spiernaakt in de badkamer. De spiegels waren half-doorzichtig. Daar door kon de heer des huizes haar bespieden. In het verhaal zaten zoveel details dat Paulina wel zeker wist dat het over het huis van de generaal  ging. Of het verhaal waar is weten we niet; dit wijst weer naar de onmiskenbaarheid van de werkelijkheid.  

Een interessante interpetatie van dit motief: 'er wordt gesuggereerd, dat spiegels van achteren gezien ramen zijn, met uitzicht op de wereld, die zich onbespied laat. De wereld achter de spiegels arrangeert bovendien wat voor de spiegels gebeurt.'(bron: Trouw, Tom van Deel)



Schoonheid/ uiterlijk vertoon

Paulina wordt door Germaine, de vrouw van de Generaal,  aangespoort  zich op te maken en zich chique te kleden. Bovendien wordt Paulina door de generaal en zijn vrouw gewezen op een essay van Blaudaire  (Paulina leest dit)

In dit essay prijst Blaudaire, het zich opmaken van een vrouw, aan als een kunstvorm. De vrouw wordt hierdoor een standbeeld en stijgt boven de natuur uit. Hij verkiest hij het kunstmatige boven de natuur. (korte samenvatting van wat er op blz 183 t/m 185 van het boek staat)

Link met het thema: Doordat Germaine en Emile te kennen geven dat ze de visie van deze filosoof ondersteunen, sporen ze Paulina aan om mee te doen aan uiterlijkheden .  En dus mee te doen aan schijn. Schijn is anders dan de werkelijkheid, die men vaak niet kent.



Diana:

-Paulina heeft in de eerste plaats een Diana-figuur (lees: ze heeft net zo'n figuur als de voormalige kroonprinces van Engeland). Hierdoor is ze, vooral in Frankrijk (het land van de kleine en donkere mensen), een opvallende verschijning. Een voorbeeld hiervan is terug te vinden op bladzijde 39/40 van het boek. Ze staat voor het Louvre en wordt aangesproken door een kleine Aziatische  man. Hij vraagt of ze weet waar de Eiffeltoren is. Eigenlijk is dit slecht een truck om haar aandacht te trekken.  Hij wil haar aandacht, omdat ze er zo knap uit ziet.   

Connectie met het thema: Paulina wordt beoordeeld op haar uiterlijk; de schijn. Mensen vinden haar bij voorbaad aantrekkelijk, zonder dat ze weten hoe ze werkelijk is.

- Ook wijs Diana naar de gelijknamige figuur uit de Griekse mythologie. Diana stond bekend als de dappere godin van de jacht en de kuise maangodin. Ook was ze berucht om haar wraakzucht. De overeenkomst tussen Paulina en deze godin is, dat Paulina ook kuis en dapper is. Ze heeft alleen geen wraakzucht (eigenlijk is Paulina juist heel zelfbeheerst en verwijt de familie de Lune niets)



De oude Nederlander:

Tweemaal komt Paulina een oudere landgenoot tegen. Twee keer duikt deze personage op in het boek. Veel recensenten viel het op, dat deze persoon Hermans zelf is.

De eerste keer 'loopt Hermans het boek binnen' , wannneer Paulina op weg is naar de familie de Lune. Hij verzekert haar dan, dat hij ervoor zal zorgen, dat het beter met haar zal gaan.

'met andere woorden zegt hij dat de oorspronkelijke opzet van de roman- het ging bij de Pauchards heel slecht- zou wijzigen. Eigenlijk geldt dit alleen maar voor de materiele omstandigheden waarin zij komt de verkeren, want voor de rest gaat het niet veel beter' (bron: prisma uittrekselboek3, bladzijde 208)

De tweede keer, dat Hermans in het boek verschijnt is helemaal aan het eind van het boek. Hij voert dat een gesprek met Paulina, naar aanleidin van het boek Madame Bovary. Het gesprek gaat over de relaties tussen personages en schrijvers.  

Beide voorvallen wijzen naar een aspect, dat Hermans vaak in zijn boeken gebruikt, namelijk: de wetmatigheid van de ontwikkeling van de roman. Een schrijver kan de gebeurtenissen naar zijn hand zetten.  (Dit kan een thema zijn in zijn boeken, maar volgens mijn is het hier slechts een belangrijk motief)



Orpheus & Euridike

De avond voordat Paulina het geld van Cremieux weg gaat brengen, bezoekt ze samen met Michel een opera over Orpheus en Euridike. Deze welbekende mythe gaat over Orpheus, die zijn vrouw verloren heeft aan Hades (god van de onderwereld). Hij mag Euridike terughalen uit de onderwereld, onder voorwaarde dat hij bij de terugtocht niet om zal kijken. Orpheus maakt de fout toch om te kijken en daardoor Euridike voorgoed verloren is.

Verband tussen deze mythe en het boek: Paulina zou de volgende dag op reis gaan. Haar toch is evenzo riskant als de tocht, die Orpheus moest maken. Deze opera benadrukt dus de gevaren, die Paulina te wachten staan. De opera, die Paulina bezoekt, loopt niet af als verwacht. In het boek staat op bladzijde 289: 'Iedereen wist immers hoe het af zou lopen' Het liep echter niet af, zoals iedereen dacht; de werkelijkheid is onmiskenbaar. (dit motief wijst dus naar het thema.)  

De schrijver verleende zichzelf dus het recht om een al eeuwenoude mythe te veranderen; de schrijver zet de gebeurtenissen naar zijn hand.(dit speelt ook bij het motief: de oude Nederlander).



Mening:

Nooit eerder heb ik een boek van Hermans gelezen. Het enige wat mij over hem bekend was, was zijn strenge gezicht en zijn reputatie. Van alle kanten hoor je namelijk dat hij moeilijke literatuur schrijft. Ik koos dit boek dan ook in overmoed en verwachtte dat het boek niet eenvoudig zou zijn om te lezen.

Deze verwachting kwam gelijk bij de eerste zin van het boek uit: 'het eerste waar Nederlanders aan denken, als ze iets willen krijgen dat hun eigen land niet oplevert, is het niet zelf te gaan maken, maar het op te zoeken in den vreemde' Deze zin is uit één hoofdzin en vier bijzinnen (!) en verontrustte mij zeer. Overmoedig als ik was, las ik verder.

Het taalgebruik uit het boek bleek verder niet zo ingewikkeld te zijn als deze eerste zin, maar zeker niet gemakkelijk. Hermans gebruikt soms woorden, die ik in de spreektaal nauwelijks ben tegengekomen. Ook bleef hij betrekkelijk veel samengestelde zinnen gebruiken . Tot mijn verbazing ondervond ik dit als niet echt storend en ik heb het idee dat ik het boek ook aardig begrepen heb.

Deze roman boeide mij zeer. Wat ik vooral interessant vond waren de lange dialogen. Paulina converseert veel met de leden van de familie de Lune. Ze praat het meest met Eduardo, Michel en Emile. Paulina is nooit de persoon, die het meest praat. Dit komt volgens mij doordat de leden van de familie de Lune zeer met zichzelf ingenomen zijn; ze praten voornamelijk over zichzelf en hun familie en lijken niet echt geïnteresseerd in Paulina. Voor mij als lezer is dit alleen maar fijn, omdat je, doordat ze veel over zichzelf vertellen, veel van hun visies te weten komt.

Paulina is de personage waar ik mij het beste mee kan identificeren. Dit is ook wel logisch, want zij is de enige waar je de gedachten van kent. Ik kon me dan ook een duidelijk beeld van haar vormen. Daar komt nog eens bij dat Paulina óók nog eens een meisje is (net als ik) en van ongeveer mijn leeftijd is. Het personage dat mij het meest intrigeert is Eduardo. Ik kan me namelijk niet echt voorstellen wat het hem beweegt om zo egoïstisch en oneerlijk te handelen. Mijn fascinatie voor Eduardo is natuurlijk ook voor een gedeelte veroorzaakt door het feit dat Paulina zich veel met hem bezighoudt.

De meeste sympathie kan ik opbrengen voor Michel, omdat hij lief en eerlijk is (in ieder geval eerlijker dat alle andere antagonisten). Ook behandelt hij Paulina met respect.

Als je enkel kijkt naar de gebeurtenissen van het verhaal, gebeurt er betrekkelijk weinig. Deze roman gaat dat eigenlijk slechts over een meisje, dat bedrogen wordt door een voorname, rijke familie. Dit realistische verhaal wijst op de gevaren van het au pair-zijn: als je au pair wordt kun je in allelei rare milieu's terecht komen. Ik heb dit als erg alarmerend ervaren; mijn nichtje gaat namelijk misschien volgend jaar als au pair naar Amerika.

Onder dit realistische verhaal zitten ingewikkelde waarheden verborgen. In Elsevier noemde Doeska Meijsing het boek; 'een superieur ontworpen labirint, waaruit niet valt te ontsnappen'.

Ik vind dit een hele treffende benaming van heb boek, want Paulina en daarmee de lezer bewandelt ook als het ware de wegen van een labyrint. Eerst is Paulina bij de familie Pauchard; dit pad loopt dood. Daarna komt ze bij familie de Lune, dit, veel langere, pad loopt ook dood.

Paulina ontsnapt echter wèl uit het labyrint, omdat ze aan het eind van het boek een zekere onverschilligheid laat zien en gewoon naar huis gaat. Als lezer heb ik niet kunnen ontsnapt, want ik zit nog steeds met vragen.  Ik vraag me bijvoorbeeld nog steeds af of Paulina nou echt bespied is en of Eduardo nou zo gehandeld heeft uit egoïsme of om zijn grootvader te sparen.

Het einde van het boek was voor mij dan ook niet bevredigend, maar het had niet bij het thema gepast, als het boek (de onmiskenbaarheid van de werkelijkheid) een compleet gesloten einde had gehad.  Ook heeft Hermans hiermee bereikt, dat de lezer over het boek blijft nadenken. Dat vind ik voor een schrijver een hele prestatie.    



Verantwoording.



Tijdens het maken van mijn boekverslag heb ik gebruik gemaakt van het prisma uittrekselboek3, waarin een uittreksel van au pair in staat. Dit uittreksel is geschreven door Herman Blom en Ritske van Veen.

Dit vind ik een zeer betrouwbaar uittreksel en ik heb er ook veel aan gehad. Vooral de uitgebreide  samenvatting was handig, want daarin kon ik veel sneller iets terugvinden dan in het boek zelf. Ook de bespreking van het thema vond ik goed. Ik vermoedde al eerder dat het thema de onmiskenbaarheid van de werkelijkheid was. Er stond namelijk in het leerboek (op niveau literair 5/6 vwo) dat dit één van de veelgebruikte thema's van hem was. Toen dit in het uittreksel stond was ik zeker. In het uittrekselboek stond nog een thema (wetmatigheid van de ontwikkeling van de roman) dit heb ik toen maar als motief gekozen.

Echt letterlijk heb vrijwel niets van dit uittreksel overgeschreven, heb ik dit wel gedaan, dan staat dit bij het citaat vermeld.



Ook heb ik in de bibliotheek in Oldenzaal twee recensies, verzameld op  'de Literom',  gelezen.

Het waren een uittreksels van Tom van Deel (uit de Trouw) en van Doeska Meijsink (uit de Elsevier)  Deze heb ik niet uitgeprint, maar van de zaken die mij aanspraken heb ik aantekeningen gemaakt.

Ik heb niet echt veel, maar wel iets van hen gebruikt. Is dit het geval, staan hun uitspraken geciteerd.



De biografie en bibliografie van Hermans heb van internet gehaald. Ze stonden respectievelijk op de pagina's: http://www.iaehv.nl/users/jcobsg/hermabrio.html en http://www.schrijversnet.nl.hembiblio.html



Tenslotte heb ik mijn leerboek: Op niveau literair 5/6 VWO gebruikt.

Ten eerste voor de stroming van de schrijver en voor zijn engagement.

Verder heb ik de theorie, die bij afdeling C:  verhaalanalyse gebruikt als ondersteuning voor het maken van mijn boekverslag. Vooral aan de richtlijnen voor het vormen van je eigen mening heb ik veel gehad. (par. 1.3: tekstbeleving: een persoonlijke reactie).   

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

E.

E.

een van de figuren heet niet eduardo maar edouard in het verhaal.. ik denk dat deze fout ligt aan automatische spel check.
Edouard is een belangrijk figuur en zo'n fout is dus nogal cruciaal

12 jaar geleden

T.

T.

bedankt
goed uitreksel dat van au pair

heb er veel aan gehad

thomas


18 jaar geleden