Annie door Kees van Kooten

Beoordeling 7
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 5e klas havo | 2731 woorden
  • 7 augustus 2006
  • 11 keer beoordeeld
  • Cijfer 7
  • 11 keer beoordeeld

Boek
Auteur
Genre
Taal
Nederlands
Vak
Eerste uitgave
2000
Pagina's
61
Geschikt voor
bovenbouw vmbo
Oorspronkelijke taal
Nederlands

Boekcover Annie
Shadow
Annie door Kees van Kooten
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Titel: Annie
Auteur: Kees van Kooten
Uitgeverij: De bezige bij
Plaats van uitgave: Amsterdam
Jaartal eerste druk: 2000

Samenvatting van de inhoud
Het verhaal begint aan het eind. Ze is dood. Dan denkt hij terug aan een uitspraak van haar. Vanuit die gedachte gaat hij door de laatste jaren heen.
Tijdens de vertellingen wordt duidelijk dat Kees heel veel van zijn moeder hield. Hij bezoekt haar heel veel, en doet ook veel voor haar. Hij repareert, koopt, organiseert en stelt van alles voor haar beschikbaar. Het moment dat er over zijn vrouw werd verteld was ik helemaal verbaasd dat hij een vrouw had. Veel terugkomende factoren zijn de boekenkast en de gedichten. Ze schreef overal gedichten over. Ze hoopte dat deze gedichte werden gepubliceerd. Als Kees ergens moest voorlezen of dichten uit eigen werk, zat zijn moeder altijd vooraan. Hij gooide er ook altijd een gedicht van haar tussendoor.
Annie gaat na jaren van uitstel eindelijk het verzorgingstehuis in. Ze wordt vergeetachtig en het is niet langer meer verantwoord om haar alleen te laten. Het oude huis waar ze al haar hele leven had gewoond, en alle planten en bomen die ze op had zien groeien worden vaarwel gezegd. Ze voelt zichzelf nog heel jong. Loopt hele stukken naar de winkels, die in de straat liggen, en wil het liefst alles nog zelf doen.

Als Kees voor het eerst in twaalf jaar, met een gerust hart op vakantie gaat, gaat het fout. In een behulpzame bui, valt Annie van de trap af. Ze raakt volledig verlamd. Kees en Anke, zijn zus, willen niet dat Annie nog terug gaat naar het tehuis, waar ze volledig afhankelijk zou worden. Ze besluiten om hun moeder rustig in te laten slapen.

Personages:
Hoofdpersoon: Annie, zij is een oude bejaarde vrouw, en de moeder van Kees van Kooten. Ze praat graag en schrijft graag gedichten. Ook leest ze heel veel.
Afzijdige: De zusters in het verzorgingstehuis, ze komen niet heel veel naar voren in het boek.
Helper: Kees en Anke van Kooten, zij zijn de kinderen van Annie. Ze houden erg van haar en proberen haar zoveel mogelijk te helpen.
Tegenstander: Er komt geen tegenstander in het boek voor.

Beschrijving van karakter en karakterontwikkeling
Het karakter van Annie blijft het boek hetzelfde, ze leest graag, praat graag, dicht over alles en houd veel van haar kinderen. Ook houd ze veel van de natuur en van haar huis. Zodra ze naar het verzorgingstehuis moet, neemt ze afscheid van het huis, ook van de plant die voor hun huis stond. Ze snoeide deze niet, omdat ze niet aan de natuur wou zitten.

Relatie tot andere personen
Annie was een lief persoon naar iedereen in haar omgeving. Ze praatte graag honderduit met de personen dicht bij haar. De vriendinnetjes die Kees soms had bleven nadat het uit was terug komen, omdat ze zo goed met Annie konden kletsen. Kees wou Annie graag voor zichzelf, hij kocht allemaal dingen voor haar, deed klusjes en ging met haar op vakantie.


Beschrijving van het wereldbeeld van de hoofdpersoon
Annie ziet de wereld in een liefhebbende manier. Ze geeft veel voor goede doelen en ze wil de natuur niet kapot maken. Ze wil zelfs geen vlieg dood maken, dit vindt ze zielig. Je kunt dus letterlijk zeggen: “ze doet geen vlieg kwaad”.

Wat is het perspectief?
Het verhaal is geschreven in de ‘ik’-vorm. Mijn moeder, Anke en ik, daarentegen heb ik Annie, achteraf realiseer ik me. Enzovoorts.
Ik denk ook dat het een autobiografisch vorm heeft. Omdat hij het leven van zijn moeder beschrijft in zijn ogen gezien. Hij vertelt alleen dingen waar hij zelf ook bij was.

Waarom heeft de schrijver voor dit perspectief gekozen?
Omdat hij het vanuit zijn ogen verteld, hij verteld zijn eigen verhaal, daarom is het in de ‘ik’-vorm geschreven.

Vergelijk fabel en sujet
De fabel en sujet zijn in dit verhaal redelijk gelijk. De gebeurtenissen zijn chronologisch met de gebeurtenissen verbonden en ze worden ondergaan of veroorzaakt door de personages. De volgorde van de gebeurtenissen in het verhaal zijn chronologisch, met soms een flash-back.

Welke verhaallijn(en) is / zijn er?
Er is maar 1 verhaallijn, het leven van Annie.

Indien er meerdere verhaallijnen zijn; is de relatie gelijkwaardig of ondergeschikt?
Niet van toepassing.

Geleding van de gebeurtenissen; delen, hoofdstukken.
Er zijn geen hoofdstukken of delen in dit boek.

Is er sprake van een open of een gesloten einde?
Er is sprake van een gesloten einde, Annie sterft. Hierna is het verhaal afgelopen.

Wat is de historische tijd?
1999, toen Annie overleed.

Hoe lang is de vertelde tijd?
Een paar weken.

Wat is de verhouding tussen de vertelde tijd en verteltijd?
De verteltijd is +/- 1 uur, de vertelde tijd is een paar weken.

Welke tijdmanipulaties heeft de schrijver gebruikt en wat is het effect hiervan?
Hij heeft flashbacks gemaakt, hierdoor begrijp je Kees beter en de manier waarop hij dingen bedoeld. Je weet hoe Annie is door die flashbacks.

Welke plaatsen zijn het belangrijkst?
In het ouderlijkhuis,het huis van Annie, en in het bejaardentehuis.

Welke functie heeft de ruimtebeschrijving?
Het geeft het boek sfeer:
‘Ze verlaat het oude huis om naar het nieuwe adres in de Adriaan van Loosjesstraat 600 meter verderop, het bejaardenhuis te gaan.’

‘Er is hier nu twee maal ingebroken ,het hele huis is scheefgegroeid en alles kraakt,klemt en laat los.’

‘Liefkozend strijkt zij lang het aan de bovenzijde gegutste latje dat mijn vader in 1958 over de hele lengte en aan beide zijden van de gang heeft aangebracht om ontvangen ansichten op te kunnen exposeren.
Ze zegt : “dag , dag lieverd” niet tegen Kees maar tegen haar huis.’

Je leest hier een paar stukjes tekst uit het boek, dit komt van de plek wanneer ze naar het verzorgingstehuis gaat. Door de beschrijving van het huis kom je in een sfeer terecht. Je ziet het huis voor je, je zit dan helemaal in het verhaal.

Noteer de algemene motieven
-Behulpzaamheid
-Veranderingen
-Moederliefde
-Verwerking

Noteer indien aanwezig: leidmotief, literair-historisch motief
Ik denk dat de naald een symbolische betekenis heeft. In een winkelstraat, met grote winkels erin, is geen enkele naald te vinden. Ik denk dat het een beetje cynisch bedoeld is. We leven in een tijd waarin alles elektrisch is en alles luxe moet. Helaas kun je met een computer geen knoop aan naaien.
In dit verhaal kom je volgens mij maar 1 keer iets elektronisch tegen: de stoeltjeslift in het bejaarde tehuis.

Verklaar de titel en het motto
De titel is niet moeilijk te verklaren. Annie slaat natuurlijk op de naam van zijn moeder. De absolute hoofdpersoon uit dit boek.
Het boek heeft geen motto.

Formuleer het thema.
Moederliefde, opoffering, behulpzaamheid, afhankelijkheid. (Kees houd heel erg van zijn moeder, hij offert veel vrije tijd en vakanties aan zijn moeder op. Zijn behulpzaamheid voor zijn moeder komt weer voor uit de liefde voor zijn moeder. Zijn moeder is erg afhankelijk van Kees, en later van de verzorgers in het verzorgingstehuis.)

Welke verwachtingen zijn bij de lezer gewekt en op welke manier?
Je verwacht een boek over het leven van Annie, als je de flaptekst hebt gelezen verwacht je dat het over Annie gaat. Verder door het plaatje op de voorkant, een oma met een man, waarschijnlijk Annie en Kees.

Noem de belangrijkste open plekken
Er zijn geen open plekken in het boek.

Welke vragen worden door de open plekken opgeroepen en hoe en waar worden ze ingevuld?
Niet van toepassing.

Welke manipulatietechnieken gebruikt de schrijver om de spanning te verhogen?
Er zit geen spanning in het boek.

Beschrijf de belangrijkste spanningsbogen.
Niet van toepassing.

Welke bijzonderheden of eigenaardigheden zijn je opgevallen in het taalgebruik?
Het boek is heel erg liefdevol geschreven. Het in normaal ABN geschreven, er komen geen rare woorden in voor. Ik heb niet wat eigenaardigs of bijzonders gevonden in het taalgebruik, behalve het liefdevolle.

Relatie tussen werk en leven van de schrijver
Kees van Kooten begon zijn literaire werk in 1967 toen hij voor het weekblad 'Haagse Post' columns ging schrijven. Deze verschenen onder de titel 'Treitertrends'. Dat was ook de titel van de eerste bundeling van deze teksten die in 1969 verscheen. In deze columns toont Van Kooten zich een meester in het op ironische wijze neerzetten van typetjes die zeer herkenbaar zijn, en in het op de hak nemen van modieuze trends. Zowel door de nauwkeurige observaties als door het taalgebruik dat hij zijn personages in de mond legt, komt Van Kooten tot heel treffende beschrijvingen van het moderne leven.

Vanaf 'Koot graaft zich autobio' (1979) werd Van Kooten door de literaire kritiek echter pas beschouwd als schrijver en begon ook de verkoop van zijn boeken duidelijk toe te nemen. Van 'Koot graaft zich autobio' werden in een periode van bijna twee jaar meer dan honderdduizend exemplaren verkocht. Sindsdien is ieder nieuw boek van Van Kooten een geheide bestseller.

Die toenemende aandacht van de literaire kritiek had te maken met het feit dat recensenten in de verhalen in 'Koot graaft zich autobio' ook een wat serieuzer Van Kooten meenden te ontwaren en in ieder geval een auteur die veel persoonlijker schreef dan voorheen. Waar in de eerste bundels 'Treitertrends' de schrijver nog op afstand bleef in zijn vaak hilarische schetsen van eigenaardige tijdsverschijnselen, is in 'Koot graaft zich autobio' een auteur aan het woord die vertelt over het leven met zijn gezin, over zijn jeugdherinneringen en (in zes verhalen) over zijn vader. Een aantal recensenten meende in het overlijden van de vader van de auteur de aanleiding te zien voor de verschuiving naar een meer persoonlijke manier van schrijven. In een interview dat in 1993 in het 'Brabants Nieuwsblad' verscheen, bevestigde Van Kooten deze lezing: 'Toen mijn vader was gestorven, ben ik gaan schrijven over wat ik voelde.' In andere beschouwingen over het werk van Van Kooten is er echter op gewezen dat de breuk tussen 'Koot graaft zich autobio' en het voorafgaande 'Koot droomt zich af' (1977) ook weer niet zo groot was. Ook in deze laatste bundel staan al teksten die de indruk wekken ontleend te zijn aan het eigen leven van de auteur.

Vanaf 'Koot graaft zich autobio' echter geeft de schrijver zich meer en meer bloot en stelt hij zich kwetsbaar op door de lezer toe te laten tot intieme gedachten en gevoelens en door innerlijke onzekerheid te verwoorden en te beschrijven hoe hij deze maskeert tegenover de buitenwereld. Een voorbeeld uit het latere werk is 'Hedonia' (1984), het eerste boek met slechts één lang verhaal, waarin de auteur gevoelens van jaloezie beschrijft wanneer zijn vrouw naar New York reist om daar Woody Allen te interviewen.

In 'Hedonia' nam Van Kooten een artikel op dat hij voor de 'Haagse Post' geschreven had en waarin hij een antwoord trachtte te geven op de vraag: 'Is Woody Allen natuurleuk'. Dit artikel, waarin hij Allen gekoketteer met zijn zwaarmoedigheid verwijt, zegt veel over Van Kootens eigen opvattingen over wat leuk is. Een vraag die ook centraal staat in het verhaal 'Hedonia' zelf, dat getypeerd kan worden als een zoektocht naar de kern van wat humor is. Duidelijk is dat er bij de schrijver Van Kooten sprake is van samenhang tussen afstand nemen van het opgelegde leuk zijn met veel effectbejag en het streven naar eerlijkheid, openhartigheid in de manier van schrijven. Humor komt daarbij als vanzelf voort uit de beschreven situatie.

Hoewel Van Kooten in interviews laat optekenen dat hij geen fantasie heeft ('Ik moet echt zoveel mogelijk dingen meemaken en die dan een beetje over- en onderdrijven.'), moet bij alle openheid en oprechtheid uiteraard toch niet uit het oog verloren worden dat de lezer te maken heeft met een verhaal, een literaire constructie. Van Kooten zèlf wijst in het verhaal "Prostatitis" in de bundel 'Veertig' (1982) op nog een ander gevaar, namelijk dat de openhartigheid ook zelf weer een pose is, waarmee de auteur zich tegenover de lezer beter probeert voor te doen dan hij is.

De enorme openhartigheid van de schrijver en de manier waarop hij op het randje van het sentimentele getuigt van zijn klein geluk met vrouw en kinderen, roept bij sommige recensenten een zeker gevoel van gêne op. Maar via relativerende opmerkingen en zelfspot weet Van Kooten meestal te voorkomen dat een dergelijk gevoel de overhand krijgt. In een interview in 'Humo' (27 april 1995) zegt Van Kooten overigens dat hij het schrijven over het eigen (familie)geluk heeft afgesloten: 'Ik wil niet blijven zeuren over kinderen en vaders en moeders.' De dood van zijn moeder leidde in 2000 echter nog wel tot het mooie 'Annie', zestig pagina's liefdevol opgetekende herinneringen

In 'Zwemmen met droog haar' (1991) speelt het gezin Van Kooten nog wel een heel belangrijke rol, maar is er tevens de confrontatie met de buitenwereld in de gedaante van een Roemeense vrouw, in haar vaderland van alle welvaart verstoken, die enige tijd bij het gezin in Nederland verblijft. Enerzijds is dit weer een uiterst persoonlijk verhaal over de irritaties die ontstaan naarmate het bezoek langer duurt ('Vis en visite blijven drie dagen goed'), anderzijds wordt met dit verhaal een moreel vraagstuk van wat ruimere orde aangeroerd: mag je als welvarende Nederlander wel kritiek hebben op mensen die het materieel zoveel minder hebben? In 'Verplaatsingen' (1993), dat bestaat uit een groot aantal al dan niet herschreven verhalen die eerder in 'Humo' verschenen, zoekt de schrijver nadrukkelijk de buitenwereld op en beschrijft hij bezoeken aan onder meer New York, Indonesië en Frankrijk.

Na een paar jaar waarin geen nieuw literair werk verscheen, publiceerde Van Kooten in 1999 een verhalenbundel en zijn eerste kinderboek. De verhalen in 'Levensnevel' staan, zo meldt de verantwoording, in het teken van 'het krimpende leven en de uitdijende dood'. Verhalen over ouder worden dus en de problemen die men dan krijgt om de snelle ontwikkelingen in de moderne tijd bij te houden. In een aantal verhalen schrijft Van Kooten ook over zijn bejaarde moeder die vergeetachtig wordt. Met de verhalen uit deze bundel keerde Van Kooten ook terug naar het theater: ze vormden de basis voor een vertelvoorstelling die door de VPRO ook op televisie werd uitgezonden. In 2002 beleefde zijn toneelstuk 'Wina zingt' zijn première.

Het jeugdboek 'Het schaampaard' wordt op het omslag uitdrukkelijk gepresenteerd als een product van 'Kees van Kooten, rijmschrijver' en 'Willem van Malsen, prentsnijder'. Van Kooten bedacht een verhaal over een paard dat niet in het openbaar haar behoefte durft te doen en dit geheel op rijm geschreven verhaal vol fraaie taalvondsten wordt in het boek gecombineerd met de op bijzondere wijze tot stand gekomen illustraties van Van Malsen. Tekst en beeld gingen ook een verbinding aan in 'Hilaria' (2001), een collage-achtig boek waarvoor Van Kooten eerder in tijdschriften verschenen verhalen en columns herschreef en combineerde met zelfgemaakte tekeningen en foto's.

Zijn succes als schrijver dankt Van Kooten - behalve aan het feit dat hij een bekende televisiepersoonlijkheid is - aan zijn vermogen tot observeren van situaties en het typeren van de mensen die daarbij betrokken zijn. Daarnaast is hij een woordkunstenaar die originele nieuwe woorden en formuleringen bedenkt, en bewust taal- en stijlfouten toelaat die goed aansluiten op de beschreven situatie of kenmerkend zijn voor een bepaald type personen. Als taalvirtuoos werd Van Kooten al in 1981 door Nico Scheepmaker onderscheiden met de Cestoda-prijs vanwege 'het moeiteloos beoefenen van de Nederlandse taal in al zijn genres'. Het Genootschap Onze Taal bekroonde hem met de Groenman-taalprijs. Van Kootens populariteit bij de lezers resulteerde in 1987 in de toekenning van de Publieksprijs voor het Nederlandse Boek. In 2004 volgde de Gouden Ganzenveer, een bekroning voor Van Kootens bijdrage aan de Nederlandse cultuur.

Bespreek de plaats van het boek met de algemene thematiek van de schrijver.
De plaats is eerst in het ouderlijk huis, de algemene thematiek van de schrijver is zijn eigen leven, het ouderlijk huis is daarin erg belangrijk.

Ga na wat het mens- en wereldbeeld van de schrijver is.
Kees reist veel, hij ziet organisaties als afpersers van oudere mensen. Hij vindt in het boek als hij in het ouderlijk huis komt een stapeltje post met allemaal organisaties die om geld vragen. De wereld ziet hij als iets groots en moois.

Leg uit waarom dit boek tot literatuur gerekend wordt.
Omdat Kees van Kooten van Annie een kunstwerk heeft gemaakt, hij heeft niet gelet op de smaak van de lezers en heeft er diepgang in gezet. Ook heeft hij je aan het denken gezet over het leven. Het personage Annie is niet voorspelbaar. Hij heeft van het boek Annie een kunstwerk gemaakt als eerbetoon en dat is hem goed gelukt.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Annie door Kees van Kooten"