Uitgever: Nijgh & van Ditmar
Eerste druk: 1999
Over Chiel van Zelst valt bar weinig te vertellen. Dit omdat hij weinig over zichzelf uitlaat. Hij is geboren in 1964. Een simpel rekensommetje maakt dat we hem maar 36 jaar maken. Waar hij geboren is wordt niet vermeld. Alleen dat hij werkt ( we gokken dat, dat werk niet alleen schrijven is) en woont in New York. 100.000 fietsventielen is zijn eerste werk. En de recensies lopen zwaar uiteen. De een noemt zijn werk een aanfluiting en nauwelijks literatuur. De ander noemt het een fantastisch aparte aanvulling van de literatuur met een grote knipoog naar de wilde jaren 80. Of zoals hij zo mooi zegt; “toen de stad nog niet af was”.
Voordat ik het verhaal ga proberen te beschrijven moet ik wel zeggen dat het verhaal eigenlijk kompleet ontbreekt. Er zijn ook andere gegevens in het boek die ik niet tot mijn beschikking heb. Zoals de naam van het hoofdpersoon. We nemen daarom maar aan dat hij het zelf is (dit staat ook overigens nergens in het boek aangezien het niet als autobiografie is gepubliceerd). Ook de tijd waarin het “verhaal” zich afspeelt is onbekend aangezien jaren tachtig niet precies een jaar aangeeft. Wel schat ik dat het verhaal zelf ongeveer ander half á twee jaar duurt.


Hoofdpersonen zijn dus: Chiel ( onder voorbehoud natuurlijk) en Astrid zijn vriendin.
Chiel is in dit verhaal een junk, vroeger een kraker en nu een topman in de firma Fietsjunk. Zijn bedrijf waar hij de hele dag mee bezig is. Dit houdt in hij steelt fietsen, en verkoopt ze voor geld. Voor zover ik uit het verhaal op kan maken is hij zowat aan elke soort drugs verslaafd die er bestaat. Hij heeft een HAT huis wat eigenlijk een soort van gemeenschappelijk tehuis is voor de minder bedeelden.
Astrid is Chiels vriendin een Junkwijf of Junkmeisje zoals Chiel haar noemt.
Ze is gespecialiseerd in winkel diefstal. Dat houdt in dat ze elke avond een winkel binnen stapt en een voorraad begint in te slaan voor de verkoop. Ze is vrij onstabiel en zegt dat ze last heeft van een tumor. Het gevolg daarvan is vaak knallende hoofdpijn, of rossebos zoals zij dat noemt.
Het verhaal….. Tja hoe zal ik beginnen. Eigenlijk is dat er niet. Het is meer van: elk hoofdstuk is een aparte dag waarin wordt besproken hoe Chiel weer aan geld komt. Drugs toedient, opgepakt wordt door de politie of gewoon weer eens niets doet. Mooi is wel hoe er wordt gesproken over de hulp instanties. Eigenlijk worden ze gezien als een meevaller en niets meer dan dat. Het boek begint met een gedeelte waarin Chiel beschrijft waarom hij niet werkt. Daarna een gedeelte waarin hij laat zien hoe hij leeft en daarna een gedeelte dat hij toch wel wat anders wil dan niets doen. Het verhaal eindigt dan ook vrij abrupt als ze een lening krijgen en daarvan een sokken kraam gaan opzetten.
Goed een verhaal is het niet echt te noemen. Maar bij nader inzien is dat eigenlijk wel logisch. Het boek doet me een beetje denken aan een dagboek of iets dergelijks. En daar zit ook nooit echt een verhaal in. Het boek is geschreven alsof het aan je verteld wordt. Hij vraagt ook dingen aan je zomaar tussendoor. Dit vind ik heel apart omdat je op die manier heel goed kan inzien wat iemand wil zeggen met een bepaalde situatie. Als ik een echte mening zal moeten geven in een woord, dan zou dat Bizar zijn. De schrijfstijl is heel grof en het boek overdondert je ook wel een beetje. Het begin is daarom even moeilijk maar dat wijd ik gewoon aan het feit dat het op een aparte stijl geschreven is. Het hele thema van het boek draait om da maatschappij, en hoe verrot die wel niet is, hij probeert te laten zien dat geld niet alles is, maar uiteindelijk krijgt hij zelf ook door dat dit niet waar is. Meer kan ik er echt niet over zeggen. Ik heb het boek met veel plezier gelezen en eigenlijk kan iemand alleen begrijpen wat ik bedoel als men het boek zelf leest in cijfers zou dit boek een 9 krijgen mede dankzij een grote originaliteit.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.