ADVERTENTIE
Open Avond = ontdekken of jij hier past Leren is keuzes maken. Continu blijven zoeken, twijfelen, vallen en opstaan. Dát leren, dat leer je bij Hogeschool Inholland. Tijdens onze Open Avond op woensdag 30 oktober staan onze studenten en docenten klaar om al je vragen te beantwoorden. Kom langs en ontdek of jij hier past.

Meer info!

Jan Wolkers, Kort Amerikaans

Voorwerk

Titelverklaring
De titel van het boek is ‘Kort Amerikaans’. Eric moest vroeger geld uitsparen om zijn haar te kunnen laten knippen. Hij liet het in een bepaald model knippen, namelijk het zogenaamde kort Amerikaanse kapsel. Als zijn haar dus weer helemaal kort was geknipt was zijn litteken heel goed zichtbaar. Hij werd heel erg gepest met zijn litteken en heeft daardoor helemaal geen vrienden. Zo raakt hij steeds verder in zijn eigen wereld en isolement. 

Opdracht

Kort Amerikaans is opgedragen aan Karina en Rosita. Er staat geschreven ‘Voor Karina & Rosita’.

Motto

There is no trap so deadly as the trap you set for yourselfRaymond Chandler The Long Goodbye

Raymond Chandler was een Amerikaanse schrijver van detective en misdaad romans. Hij schreef slechts 7 misdaadromans en ruim 24 korte verhalen, die tot klassiekers uitgroeiden en van grote invloed waren op andere schrijvers. Jan Wolkers werd dus geïnspireerd door deze citaat. Deze citaat is zeker op Eric van toepassing. Zijn dood is toch echt zijn eigen schuld, want de val waar hij inloopt, is door zichzelf uitgezet.

Samenvatting

De achttienjarige Erik van Poelgeest is in september 1944 ondergedoken voor de arbeidsdienst en woont op een zolderkamertje. Met zijn vriend Peter loopt hij in de Breestraat in Leiden. Ze bekijken een gewaagde bioscoopreclame. Erik gaat een postkantoor binnen en ontkomt zo aan een razzia, waarbij Peter wordt opgepakt. Als hij op weg naar zijn kamertje voorbij een teken- en schilderacademie loopt, besluit hij zich aan te melden als leerling. De kunstschilder Van Grouw neemt hem aan, hij zal er 's middags en 's avonds werken. 's Morgens werkt Erik op een soort atelier waar hij voor zijn patroon, jonkheer d'Ailleurs, lampenkappen beschildert met zeventiende-eeuwse zeeslagen. Behalve Erik werkt daar een blond joods meisje, de twintigjarige Elly. Zij is ondergedoken en woont bij de familie d'Ailleurs. De zestigjarige jonkheer vrijt stiekem met haar, als zijn vrouw slaapt en heeft ook op het atelier lichamelijk contact met haar, als Erik er niet is. Elly accepteert de toenadering omdat ze zich eenzaam voelt. De eerste tijd bemoeit Erik zich niet met haar, maar later geeft hij haar wat meer aandacht.

Als Erik de eerste keer de tekenacademie bezoekt om er te werken, is er niemand aanwezig en kan hij ongestoord het gebouw verkennen. Hij ontdekt een stilleven van De Spin, naast Erik de enige leerling van de academie, en ziet op de linkerslaap van de schedel een paarsbruine vlek. Dadelijk moet hij aan het grote litteken denken dat zich op zijn eigen linkerslaap bevindt. Daardoor heeft hij nerveuze spanningen en is hij veel gepest door vriendjes, broers en zusters: 'Vooral als mijn haar pas geknipt was en het gedeelte van het litteken bloot kwam dat eronder verborgen was, zag je het erg. Kort Amerikaans model, godverdomme. En dat om een paar dubbeltjes uit te sparen.' Daarom haat hij zijn vader. Erik schrikt van de vlek op het stilleven: 'Ik verkeer in gevaar (...). De man die dit geschilderd heeft moet van mijn komst op de hoogte zijn geweest .'Als hij verder kijkt, ziet hij in een kast een antiek geweer. Hij gaat ermee voor de spiegel staan en fantaseert dat hij als een held bejubeld wordt. In een bergruimte op zolder ontdekt hij een gipsen tors van een Griekse Venus (de godin van de schoonheid en de liefde). Hij neemt haar als geliefde en bevredigt zich met haar: 'Ik hoef niet langer alleen te zijn (...). Eindelijk heb ik een vrouw gevonden voor wie ik mijn hoofd niet af hoef te wenden uit angst dat ze mijn geschonden gelaat zal zien (...).'Door het sleutelgat bekijkt Erik het atelier van Van Grouw. Deze betrapt hem, maar is zeer vriendelijk. Hij is gekleed in het officiersuniform van de W.A. en is net als De Spin lid van de N.S.B.

Erik haalt Ans, zijn rooms-katholieke vriendinnetje, op en neemt haar mee naar zijn kamertje. Uit de boekhandel waar zij werkt, pikt hij een boek over animisme mee. Omdat ze bang is Erik kwaad te maken, laat ze zich tot geslachtsgemeenschap verleiden. Al gauw daarna heeft ze er spijt van en biecht ze alles aan de pastoor. Deze verbiedt haar verdere omgang. Als ze dit de volgende keer aan Erik zegt, is hij woedend. 'Wat een trut is het eigenlijk dacht Erik. En ze is nog rooms ook. Maar ze laat zich tongzoenen door de pastoor, dat wel.' Erik zegt haar dat ze het om het litteken uitmaakt. 

Op de academie maakt Erik kennis met De Spin, een vijfenveertigjarige, zonderlinge vrijgezel, die bij zijn doofstomme moeder in een klein huisje woont. Zijn kamer hangt vol flesjes aan touwtjes, die met elkaar verbonden zijn en niet beroerd mogen worden. Hij heeft een eigenaardige theorie over de zwaartekracht, samenhangend met het kleurenspel.

Elke dag komt Eriks moeder met de tram uit Oegstgeest om in een pannetje warm eten te brengen. Zo krijgt hij te horen hoe het met het ouderlijk gezin gaat. Op een dag vertelt ze hem bedroefd dat zijn broer Frans difterie heeft. Frans zit bij de ondergrondse, heeft meegedaan aan een overval op een distributiekantoor, is tijdens het onderduiken bij een gezin met difterie besmet geraakt en ligt in het academisch ziekenhuis. Aan De Spin vraagt Erik informatie over de ziekte. Deze praat met hem over de dood: 'Aan alle ziekten is iets te doen. Aan alle ziekten, behalve aan één: de ergste, de dood. Dat is een ziekte waar we allemaal door aangetast zijn, maar niemand loopt ermee naar de dokter. In iedere zaadcel zit een klein skeletje dat je bij een vrouw naar binnen schuift. Dat groeit en groeit en als het geboren wordt is de moeder nog blij ook. Ze hebben niet door dat ze met een doodgeboren kind zitten (...).' Wat later hoort Erik dat De Spin zijn hond vermoord heeft, omdat hij niet wilde praten. Later, als Erik weg is, pleegt De Spin zelfmoord: hij hangt zich op in het midden van zijn atelier. Erik bezoekt zijn broer in het ziekenhuis en is er, kijkend achter het glas, getuige van hoe hij sterft: met zijn gebalde rechtervuist omhoog geheven naar Erik. 'Hij heeft daarmee willen zeggen: "Wees sterk, hou je goed, met mij is alles in orde," denkt Erik.' Tijdens de begrafenis merkt Erik dat zijn streng calvinistische vader probeert de dood van zijn zoon te aanvaarden: 'Hij heeft tegen de verpleegster gezegd, dat hij naar de Here Jezus ging.' Erik denkt echter atheïstisch: 'Mijn ongeloof in God is mijn enige houvast aan hem.' 

In het huis van d'Ailleurs bezoekt Erik Elly en brengt een nacht bij haar door. Tevergeefs laat Elly d'Ailleurs, die met haar wil slapen, aan de deur kloppen. Voordat Erik 's morgens het huis verlaat, gaat hij naar het toilet en trekt de deur open: 'In de seconde dat de deur open was zag hij d'Ailleurs zitten. Zijn pyjamabroek hing op zijn voeten, op zijn schoot lag een groot boek, opengeslagen. D'Ailleurs keek hem aan met ogen bol van onbegrip (...).' Het einde van de oorlog is in zicht, de geallieerden naderen. De Grouw is ondergedoken en heeft Erik het beheer van de academie overgedragen. In de kasten vindt Erik voor maanden eten. Hij vraagt Elly om bij hem op de academie te komen wonen. Ze weigert eerst, maar als d'Ailleurs is opgepakt en zij bij twee oude dames is ondergedoken en vlucht, zoekt ze hem toch op. Eriks behoefte aan een (levende) vrouw is echter verdwenen: hij bevredigt zich met de tors: 'Ze heeft te lang gewacht. Ik kan er misschien niet meer aan wennen om met een levend wezen om te gaan. (...) Maar het was misschien toch zo gegaan, want het zit diep in me. Er is niets aan te doen. Zodra ik iemand gevonden heb die iets voor me betekent gaat die dood. De Spin is ook dood. 'Erik weigert Elly lichamelijk contact. Dan betrapt Elly hem tijdens een nacht, als hij zich weer met de tors bevredigt. Verontwaardigd en woedend gooit ze de tors aan stukken. 'Je bent een lafaard. Je bent bang voor het leven. (...) Die vlek op je kop is niet zo erg, maar je hebt een vlek hier, in je kop. ‘Daar ben je rot!' Erik knijpt daarop haar keel dicht. 

Op de dag van de bevrijding luiden de klokken. Drie mannen in blauwe overalls verschijnen met een geweer: ze willen de academie, bekend als fascistenplaats, zuiveren. Erik denkt dat ze een spelletje spelen en loopt hen met een geweer tegemoet. 'Hij liep snel en stootte het geweer naar voren. Hij werd zich niet bewust, dat nu hij werkelijk bedreigd werd, hij zijn gezicht niet afwendde. Door de verbrijzelde ruit keek hij de man, die in elkaar dook en hem vanuit zijn heup volschoot met lood, recht in het gezicht.' 

 

Analyse

Personages

De hoofdpersoon in ‘Kort Amerikaans’ is Eric van Poelgeest. Het is een rond karakter en je komt in het verhaal veel over Eric te weten. Eric is 18 jaar oud en zit ondergedoken in Leiden. Hij zit ondergedoken om aan de arbeidsdienst te ontsnappen. Alleen dat onderduiken van hem stelt nou niet heel erg veel voor. Eric ziet er onverzorgd uit, omdat net te lang heeft laten groeien. Dit doet hij omdat hij zo zijn litteken kan verbergen. Hij zit nogal met zijn litteken en zijn strenge calvinistische opvoeding. In de loop van het boek sluit Eric zich steeds meer af van de buitenwereld.

De bijfiguren zijn allemaal vlakke karakters en ik zal ze hieronder kort beschrijven.

  • Frans, de broer van Eric, sterft op 22-jarige leeftijd aan difterie.
  • Bettie is de oudste zus van Eric.
  • Vader van Poelgeest heeft een leeftijd van 55 jaar en is nog steeds erg sterk.
  • Moeder van Poelgeest komt elke dag een pannetje eten brengen voor Eric.
  • Peter wordt opgepakt bij een razzia als Eric postzegels aan het kopen is.
  • Van Grouw is de baas op de schilderacademie. Hij staat bekend als NSB’er. Op gegeven moment is hij gevlucht ui de academie, omdat de geallieerden steeds dichterbij komen en geeft daarom Eric de leiding over de academie.
  • Paul d’Ailleurs bezit een lampenkapatelier en is de baas van Eric. Eric schildert lampen bij hem. Hij is ongeveer 60 jaar oud en komt over als een norse man.
  • Ans is de 17-jarige Roomse vriendin van Eric. Ze is heel erg gelovig en een moederskindje. In ongeveer het midden van het boek wordt de relatie verbroken.
  • Elly is een 20-jarig blond Joods meisje. Zij zit samen met Eric ondergedoken in de schilderacademie. Aan het einde van het verhaal wordt zij gewurgd door Eric.
  • Kees de Spin is een eenzame man die ook schildert op de academie. Hij woont nog bij zijn moeder thuis. Hij is net als Van Grouw een NSB’er en hangt zichzelf op gegeven moment op.

 

Handelingen

Begin

Het begin is ‘ab ovo’, want heeft een normale chronologische volgorde. Het begint met een inleiding, namelijk dat Eric met zijn vriend Peter in de bioscoop zit. En daarna komt de rest van het verhaal.

Thema

Het thema van ‘Kort Amerikaans’ is eenzaamheid en isolement. Het litteken is een teken van isolement. Door te gaan schilderen probeert hij aan zijn eenzaamheid te ontkomen. Er gaan allemaal mensen om hem heen dood. Eric probeert te ontkomen aan de dood, maar ook dat lukt hem niet.

Genre

Het genre van ‘Kort Amerikaans’ is psychologische roman.

Motieven

De dood, door het hele verhaal heen gaan er mensen dood aan wie Eric zich hechtte. Hij voert de hele tijd een strijd tegen de dood, maar daar kan hij niet aan ontkomen. Dit loopt als een leidraad door het boek.

Isolement, Eric is erg vereenzaamd. Hij gaat twee keer met Ans naar bed, niet omdat hij wat in haar ziet, maar uit gebrek aan beter. In het einde van het verhaal komt Elly bij hem in wonen en hij weet niet of hij dat kan, met een levende vrouw samen wonen.

Het litteken, dat hij al heeft sinds hij een baby was staat symbool voor zijn eenzaamheid. Hij is door zijn litteken jarenlang gepest en is hierdoor heel eenzaam geworden. Ook steeds als hij iemand die nieuw ontmoet, denkt hij gelijk dat ze hem afstotelijk vinden door zijn litteken, waardoor hij steeds verder vereenzaamd.

Het waterpaard op de postzegel. Het waterpaard wordt in het boek als symbool voor de dood gebruikt. Terwijl hij de postzegels koopt wordt zijn beste vriend, Peter,  opgepakt bij een razzia. Daarna gaan er nog meer mensen dood aan wie Eric gehecht was, namelijk Frans, de Spin, Elly. De dood van Elly is overigens zijn schuld. Ook zegt van Grouw, als de postzegels uit Eric zijn tekenmap vallen, dat het waterpaard een Germaans symbool is en dat het vreemde wezen vroeger de mensen hun dood scheen aan te zeggen.

Godsdienst, Eric is een jongen die vanuit huis erg streng gelovig is opgevoed, namelijk gereformeerd. De vader van Eric vraagt ook steeds aan hem ‘hoe het tussen hem en God zit’.  Eric heeft tegen zijn ouders gezegd dat zijn broer Frans gestorven is met de bijbel in zijn hand. Terwijl dat helemaal niet zo was.

Seksualiteit, Eric probeert zijn eenzaamheid te verdrijven met seks. Hij heeft in het atelier seks met een torso. Dit geeft ook weer aan dat hij bang is voor levende dingen.

Pannetje met eten, het pannetje straalt gebondenheid uit met zijn ouders. Zijn moeder komt hem nog eten brengen ook al staat Eric op eigen benen.

Spanning

Een stuk waar veel vragen bij mij opkomen is het stuk waar Eric naar het huis van De Spin gaat. Er is een laken voor het raam gespannen. Waarom hangt dat daar? Heeft hij iets te verbergen? Ook de moeder van De Spin komt over als een rare vrouw. Ze komt absoluut niet op zijn kamer. Wat zal de relatie zijn tussen De Spin en zijn moeder? Dit zijn vragen die bij mij opkwamen. Daardoor wou ik graag verder lezen.

De idee

Jan Wolkers zat zelf ondergedoken en heeft lessen gevolgd aan "Ars Aemula Naturae". Zijn oudere broer, Gerrit, overleed in de oorlog aan difterie.

Allusie

In ‘Kort Amerikaans’ wordt heel veel verwezen naar de bijbel. Er worden een aantal bijbelcitaten of bijbelse verwijzingen genoemd,

bijvoorbeeld:

- ‘Als je ooit nog eens een vrouw krijgt mag ze wel Jobs geduld en Salomo’s

wijsheid hebben.’

- ‘Als Christus onbevlekt ontvangen is, is Maria bij zijn geboorte door hem ontmaagd’.

Ook wordt er verwezen naar de kunstschilder Sandro Botticelli. d’Ailleurs heeft veel bewondering voor zijn werken.

Slot

Het boek heeft een open einde. Het eindigt namelijk met het moment dat Leiden bevrijd wordt en een paar mannen naar de academie komen om te kijken of daar nog iemand zit. Eric pakt dan het geweer en stoot dat door het raam en kijkt een van de mannen lachend aan. Dan ontstaan er bij mij nog wel enige vragen, namelijk: Zal Eric iemand doodschieten? Zal hijzelf doodgeschoten worden?

Tijdsduur

Het verhaal wordt in een chronologische volgorde verteld. Soms komen er een paar herinneringen van Eric in voor. Dat zijn maar een paar flashbacks, dus niet heel veel.

Ruimte

Het verhaal speelt zich voor het grootste gedeelte af in Leiden. De ruimtes in het verhaal worden erg nauwkeurig beschreven. Vooral de het leerlingenatelier van de schilderacademie en het huis van De Spin.

Als Eric meegaat naar het huis van De Spin wordt er een griezelige sfeer opgeroepen. Het huis krijgt een oud, smerig uiterlijk.

Historische tijd

Het verhaal duurt ongeveer een half jaar en speelt zich in het laatste half jaar van de Tweede Wereldoorlog.  Namelijk van september 1944 tot de bevrijding in mei 1945. De aanwijzingen die je hiervoor krijgt zijn dat Van Grouw en De Spin NSB’ers zijn. Er wordt veel gepraat over dat de geallieerden Nederland gauw zullen bevrijden. Natuurlijk ook het onderduiken van Eric is een aanwijzing. En dat de tijd van het verhaal uitvoerig wordt besproken in het boek zelf.

Perspectief

In het boek is er sprake van een personele vertelsituatie. De hoofdpersoon wordt aangegeven met ‘hij’. ‘Hij’ is natuurlijk Eric van Poelgeest. Je komt alleen de gedachten van Eric te weten en niet van de andere personen in het verhaal. Je weet hoe Eric zich voelt in alle situaties en hoe hij daarover denkt. Dat bouwt ook weer spanning op, omdat je niet weet waarom andere personen in het verhaal dingen bepaalde dingen doen, want je weet hun gedachten niet.

Informatie over Jan Wolkers

Jan Wolkers in op 26 oktober 1925 geboren, te Oegstgeest. En is overleden op 19 oktober 2007, te Westermient. Wolkers was niet alleen een schrijver, maar ook beeldhouwer en schilder. Jan is afkomstig uit een gereformeerd milieu. In zijn tienerjaren  heeft hij hiervan afstand genomen. Hij komt uit een gezin met totaal elf kinderen. In de oorlog nam Jan les aan de Leidse schilderacademie ‘Ars Aemula Naturae’. Kort na de bevrijding heeft hij een tijdje in Parijs gewoond.

Werken van Jan Wolkers

Romans

1962 - Kort Amerikaans

1963 - Een roos van vlees

1965 - Terug naar Oegstgeest

1967 - Horrible tango

1969 - Turks fruit

1974 - De walgvogel

1977 - De kus

1979 - De doodshoofdvlinder

1980 - De perzik van onsterfelijkheid

1981 - Brandende liefde

1982 - De junival

1983 - Gifsla

1984 - De onverbiddelijke tijd

 

Novellen

1975 - Dominee met strooien hoed

2005 - Zomerhitte (Boekenweekgeschenk)

 

Verhalenbundels

1961 - Serpentina's petticoat

1963 - Gesponnen suiker

1964 - De hond met de blauwe tong

1981 - Alle verhalen

1984 - Sprookjes van de kust

1985 - 22 sprookjes, verhalen en fabels

1988 - Kunstfruit en andere verhalen

1989 - Jeugd jaagt voorbij

1991 - Wat wij zien en horen (samen met Bob en Tom Wolkers)

2003 - De achtertuin (boek bij televisieserie)

 

Essays

1987 - Een paradijsvogel boven het aardappelloof

1988 - De bretels van Jupiter

1990 - De drijfschaal van Van Gogh

1991 - Tarzan in Arles

1994 - Rembrandt in Rommeldam

1995 - Zwarte bevrijding (Boekenweek)

1996 - Icarus en de vliegende tering

1997 - Mondriaan op Mauritius

1998 - Het kruipend gedierte des aardbodems

2000 - Wolkers in Wolkersdorf

2001 - De schuimspaan van de tijd

 

Verhalen & Essays

2007 – Waddenboek

 

Toneel

1963 - Wegens sterfgeval gesloten, commedia della morte

1963 - De Babel

 

Gedichten

2000 - Jaargetijden

2003 - Wintervitrines

2008 - Verzamelde gedichten

 

Columns

1999 - Omringd door zee

2001 - De weerspiegeling

 

Lezing

1990 - Op de vleugelen der profeten / On the wings of the prophets

1999 - De nagels van God

2000 - Een cilinder vol zeegeruis

2003 - De grazige weiden

 

Dagboeken

2005 - Dagboek 1974

2006 - Dagboek 1969

2007 - Dagboek 1972

2007 - Dagboek 1976

2009 - Dagboek 1967

2010 - Dagboek 1975

2012 - Dagboek 1970

 

Brieven

2005 - Ach Wim, wat is een vrouw? (brieven aan een jeugdvriend)

2010 - Brieven aan Olga (brieven aan Annemarie Nauta)

 

Documentaires

1971 - Groeten van Rottumerplaat (autobiografisch)

1971 - Werkkleding (autobiografisch)

2007 - Rottumerplaat (verkorte versie van 'Groeten ..' in de serie Literaire juweeltjes)

 

 

Audio-cd

2006 - 2 Texel: Drummers Double Bill & Jan Wolkers[9]

 

Luisterboeken

1987 - Jan Wolkers leest

1989 - Twee verhalen, Jan Wolkers leest voor

1998 - Omringd door zee

2001 - Onbeperkt houdbaar

2003 - De achtertuin van Jan Wolkers

2005 - Mijn stem brandt in mij

2005 - Jan Wolkers leest De achtste plaag

2006 - Alleen op een eiland

2007 Turks fruit

 

Kunstboek

1999 - De spiegel van Rembrandt (voor kinderen)

2000 - Wandelen in dromen (agenda 2000 Teylers Museum Haarlem)

 

Biografie(ën) over Jan Wolkers

G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse, De Nederlandse en Vlaamse auteurs (1985)

Recensieopdracht

Recensie 1

Jan Wolkers'' eerste roman, Kort Amerikaans, zijn tweede boek na zijn debuut, de verhalenbundel Serpentina''s petticoat, begint met een razzia door de Duitsers, waarbij de enige vriend van de hoofdfiguur verdwijnt, en eindigt met het doodschieten van de hoofdpersoon op de bevrijdingsdag door de illegalen. Tussen die twee feiten spelen zich de laatste levensmaanden van Eric Poelgeest, de hoofdfiguur af; en in de vele gebeurtenissen uit die maanden zijn uiterst geconcentreerd aanwezig de twee hoofdproblemen van Erics leven: eenzaamheid en dood. Het verlies dat in het eerste hoofdstuk wordt beschreven en dat Eric eenzaam maakt, leidt snel en noodlottig rechtlijnig naar Erics definitieve eenzaamheid, waarna uitstoting van de overbodige mens uit het leven de enige consequentie is.

In de bespreking van de bundel is er hier op gewezen, hoe knap Wolkers zijn thema intensiveert, met name in het verhaal Vivisectie. Op gelijke wijze gaat hij in zijn roman te werk, met enkele duidelijke hoogtepunten. Zijn roman is een opeenvolging van situaties, die aan de problemen van de hoofdfiguur steeds meer diepte geven, zijn positie hachelijker maken. Het in Serpentina''s petticoat thematisch afwijkende verhaal De verschrikkelijke sneeuwman beschrijft hoe een jongen wraak neemt op het door hem gehate ouderlijke milieu: hij houdt zich blind, en zijn wrekend plezier is te ontdekken, hoe ongeblindeerd en klein de familieleden zich nu aan hem voordoen; blind doorziet hij hen allemaal, juist op hun hinderlijke zwakheden. Het ouderlijk milieu is ook de achtergrond van de vier andere verhalen en eveneens in het jongste nummer van De Gids gepubliceerde verhaal. Ook in Kort Amerikaans is het ouderlijk huis thematisch van zeer groot belang: daar ligt de oorsprong van Erics problemen, die accuut worden, nu hij zich van thuis heeft trachten lost e maken.

Eric van Poelgeest is een getekende: van kind af is hij geschonden geweest door een opvallend litteken op zijn hoofd. Het litteken heeft hem als kind al angst voor de mensen gegeven en hem van hen geïsoleerd. Hij weet, dat hij erop aan gekeken en erom gemeden wordt.

Vooral als mijn haar pas geknipt was en het gedeelte van het litteken bloot kwam dat eronder verborgen was, zag je het erg.

Kort Amerikaans model knipte zijn vader om geld uit te sparen.

Ik wordt nu nog nat van het zweet wakker en dan voel ik de ijskoude tondeuse op mijn slaap drukken. Hij verplettert mijn schedel.

Zijn jeugdsituatie is die van de onbegrepenheid en daardoor van isolatie. Een meesterlijke parabel van de eenzame benauwde in het ouderlijk huis staat in het zevende hoofdstuk. De kwalificatie die Eric op een ander toepast, geldt voor hem zelf; hij is altijd de derde man, de overbodige. Hij kan zich echter bij zijn situatie niet neerleggen. De roman is het verhaal van zijn voortdurend pogen, de eenzaamheid te doorbreken. Maar wie hij wint, verliest hij weer door de dood, en daardoor wordt zijn situatie nog meer toegekneld. Zijn litteken blijkt een litteken van de dood: een brandmerk van de vergankelijkheid voor de anderen en voor hem zelf.

De roman kent twee hoogtepunten, waarin het thema zo uitgediept wordt, dat het een haast volkomen karakter krijgt. Daar is allereerst de ontmoeting met de schilder De Spin, de man die in een geblindeerd huis woont met een doofstomme moeder. Hij is Erics lotgenoot, en de lezer ziet Erics problematiek haast karikaturaal en daardoor zo treffend weerspiegeld in het leven van De Spin. De man wandelt langs de grens van de waanzin, heeft zich in zijn eenzaamheid en uitgestotenheid een eigen, omgekeerd wereldbeeld gebouwd. Hij is lid geworden van de N.S.B., maar zelfs daar wordt hij niet geaccepteerd. Zijn enige levensgenoot, zijn hond, heeft hij vermoord, omdat het beest niet wilde spreken, zijn isolement niet kon doorbreken. Tussen Eric en De Spin groeit een zekere sympathie door een weten van lotsverbondenheid. De Spin verhangt zich echter, waarmee ook om Erics hals de strop nauwer wordt aangehaald.

Een tweede hoogtepunt vormen de hoofdstukken waarin het sterven en de begrafenis van Erics oudste broer worden beschreven. Zij hebben de beste en aangrijpendste bladzijden van de roman opgeleverd. Erics gezamenlijke ervaringen in die hoofdstukken zijn een genadeloze confrontatie met de dood. En in Peter, de broer, sterft voor hem ook het ouderlijk milieu af. Met Peter wordt een verleden begraven; het afscheid van hem is het verbreken van een laatste band; Eric is zelfstandig geworden en daarmee heeft zijn eenzaamheid een definitieve gestalte gekregen. De weg naar de totale afzondering en naar de eigen dood ligt open. In deze bladzijden treft ook bijzonder Wolkers'' groot stilistisch vermogen: zijn taalgebruik is van een grote directheid en doeltreffendheid en van een zekere ongegeneerdheid zelfs. Erics wil tot genadeloze beleving heeft een genadeloos taalgebruik tot gevolg. Er wordt niet literair verdoezeld, maar onmiddellijk uitgesproken. Die onmiddellijkheid, die geen piëteit kent, brengt een haast macabere humor mee, zoals op een der meest trieste ogenblikken van het boek: het bezoek van Eric en zijn familie aan het lijkenhuisje, waar Peter tussen anderen ligt opgebaard. Bijzonder suggestief werken in de roman Erics monologen en gedachten en dat door de objectieve wijze waar op die gegeven worden; ze vormen als het ware brokken intense beleving, waarin de buitenwereld in de geestelijke situatie van het ogenblik betrokken wordt: de uiterlijke wereld krijgt de gestalte van de innerlijke van de hoofdfiguur, wat aan de roman zijn onmisbare totaliteit geeft. Die totaliteit, dat één-zijn van wereld en hoofdfiguur, de buitenwereld is het steeds veranderend beeld van wat in de hoofdfiguur omgaat, treft op veel plaatsen in de roman. karakteristiek is bijvoorbeeld de volgende passage:

Toen hij opkeek zag hij zijn vader en moeder langs de Rijnsburgerweg lopen op weg naar het ziekenhuis. Ze liepen voorbij het huis waarop in een tegeltableau stond: Eben Haëzer. Eben Haëzer, dacht hij, dat betekent: tot hiertoe heeft de Here ons geholpen, tot daartoe wel, maar ze lopen er voorbij, ze gaan te ver. Hij zal ze in de steek laten. Zijn ouders bleven staan. Aarzelden ze voor de afgrond zonder de hulp van boven? Zijn vader haalde een nog opgevouwen witte zakdoek uit zijn jaszak, sloeg die onhandig open en gaf die aan zijn vrouw. Toen liepen ze beiden door, langzaam en onzeker, als wisten ze dat ze toch te laat zouden komen. Misschien zijn ze wel door de politie gewaarschuwd, dacht hij. Ze weten nog niet dat hij dood is. Moeder heeft de tram niet willen nemen omdat ze aanhoudend huilt. Daar schaamt ze zich voor. Zijn ouders verdwenen achter het in klimop verpakte huis Pomona. Als God bestaat, mag hij ze niet in de steek laten, dacht hij. Ze hebben altijd op hem vertrouwd. Wij zijn nergens tegen ingeënt omdat ze op God vertrouwden. De dood loert dubbel op ons. We lopen veel meer gevaar dan de mensen die schijt aan God hebben. Hij is niet alleen hun god, maar ook hun dokter. Ze denken dat hij het homeopatisch boek dat ze soms consulteren als aanhangsel bij de bijbel heeft geschreven ter voorkoming en verzorging van hun kwalen. Als God niet bestaat moet hij voor hen doen alsof.

De roman speelt in het laatste jaar van de oorlog. Heel veel gebeurtenissen uit de roman zijn gevolg van de oorlogsomstandigheden. De personen vertegenwoordigen ieder een grote groep mensen, die, elk op zijn wijze en vanuit zijn karakter, hun houding tegenover dat gebeuren en de vijand hebben bepaald. Er nog van afgezien, dat bepaalde typen slechts schematisch blijven: De WA-man van Grouw, de lafaard d’Ailleurs (beider rol in het totaal van het romangebeuren is trouwens weinig functioneel), moet gezegd worden, dat het oorlogsgebeuren te weinig op het hoofdthema van het boek betrokken is, waardoor met name Erics dood op de dag van de bevrijding te weinig sprekend wordt. oorlogsgebeuren en hoofdthema''s zijn naast elkaar blijven staan. Ze hadden, en dat zal de auteur, gezien het slot van zijn boek, ongetwijfeld beoogd hebben, elkaar moeten doordringen. De achtergrond van de oorlog had Erics hachelijke situatie, die zich juist van een eigen bevrijding af ontwikkelde, moeten accentueren. Het is opvallend, dat de hoogtepunten van het boek zich geheel los van de achtergrond afspelen. Het gevolg is dat Wolkers'' roman op sommige plaatsen een verbrokkelde indruk maakt, zelfs nu en dan de idee geeft, uit losse verhalen, die thematisch overigens wel samenhang vertonen, te zijn opgebouwd. Met name in het begin van de roman is dat het geval. De wijze waarop de auteur Eric in de lugubere omgeving van een kleine academie voor beeldende kunsten doet belanden, maakt een wat geforceerde indruk. de vanzelfsprekendheid van het gebeuren, eigen aan elke grote roman en ook aan delen van Wolkers'' werk, is hier en op nog enkele plaatsen zoek.

Bij een vermelding van Dominee met strooien hoed is er hier op gewezen hoe Wolkers haast a-literair schrijft, met een bijna schaamteloze directheid van toon en woordkeus, die hun kracht danken aan hun natuurlijkheid en hun precies functioneren binnen het geheel van het verhaal. Dat geldt ook voor Kort Amerikaans. Wie bepaalde passages niet ziet binnen het geheel van de roman, de daar gehanteerde directheid van beschrijving en woordkeus los maakt en niet ontdekt hoe alle gebeuren vanuit één beleving wordt beschreven en door enkele hoofdthema''s bepaald is, zal wellicht aan enkele hoofdstukken aanstoot nemen. Wie kan lezen, zal echter bemerken, dat die hoofdstukken zich wezenlijk in niets onderscheiden van de rest van de roman; dat ze door een gelijke wanhoop, verlossing te zoeken uit het isolement en door een gelijke deernis zijn bepaald. Als men de hoofdgedachte, die Kort Amerikaans bij de lezer achterlaat, zou moeten weergeven, kan dat het best gebeuren in enkele woorden van de hoofdfiguur, als neergeschreven op bladzijde 154. Ik geloof dat men in de daar gegeven uitspraak de kern van het boek kan zien:

De mens is een zielig geval. Als er alleen dieren bestonden zou je in God geloven. De mens verpest alles. God heeft de mens geschapen als bewijs van zijn macht, zegt vader. Maar de mens is te veel En wie te veel bewijst niets. De mens is een kale neet. Met kleding moet hij zich tegen de kou en de hitte beschermen. Hij heeft niet eens een pels. God heeft zijn werk halverwege in de steek gelaten. Hij zag dat het toch op niets zou uitlopen.

Eric is de mens die te veel is en zich te veel weet, door zijn getekendheid niet in staat met de andere mens in levensgemeenschap, maar alleen in doodsgemeenschap te treden. Steeds komt hij op den Dood, moet dan met zijn leven weer van voren af aan beginnen en tenslotte met de Inzet zijn eigen leven betalen. Leven is voortdurend het leven verliezen, alleen en zonder hulp.

Het is Wolkers'' grote verdienste en een bewijs van zijn onmiskenbaar talent als schrijver die waarheid in een roman verbeeld te hebben, op een geheel oorspronkelijke wijze, zonder, en dat in een thematisch zo gebonden roman, in monologen of beschouwingen in het moderne getheoretiseer te vervallen. De beeldhouwer Wolkers heeft zich in zijn twee tot op heden verschenen boeken een ras-schrijver getoond. En een ontmoeting met zo'n auteur is tegenwoordig te zeldzaam om er niet blij over te zijn.

Recensie 2

Tien spraakmakende Nederlandse romans uit de afgelopen vijftig jaar verschijnen opnieuw in de serie De Leeslijst. Spreken ze nog steeds tot de verbeelding?

De schrijvers

Abdelkader Benali (1975) en Esther Gerritsen (1972) nemen de proef op de som.

Deze week: Jan Wolkers' Kort Amerikaans (1962).

De Tweede Oorlog ligt ver weg in de vorige eeuw, dus iets van de toen beleefde atmosfeer onttrekt zich aan de actuele lezer en dat is jammer. Maar het litteken van Eric dat als een Kainsteken door het boek zweeft, de naakte vrouw voor de Trianonbioscoop, de hand die de harige voor inglijdt, de excentrieke maker van

lampenkappen staan op het netvlies gebrand. Die beelden blijven.

Het genoegen van een rilling over de ruggenwervels, die enkel en alleen veroorzaakt kan worden door meesterlijke literatuur (mooie zinnen, scherpe observaties, helder verwoorde innerlijke strubbelingen), dat is wat Kort Amerikaans 43 jaar na publicatie veroorzaakt. Meer lijkt niet nodig voor een

roman om te overleven.

Als Eric de torso van het Venusbeeld met zijn vingers streelt, elke welving en golf in haar traceert, weet de lezer dat dit niet zonder gevolgen zal zijn en er slaat een vonk van opwinding en bevreemding over. Kunst als substituut voor leven omdat kunst geiler, prikkelender, fantastischer is. Daar staat de lezer te trappelen van vreugde omdat hij even wordt binnengelaten in dat schemergebied waar het verhaal feit is geworden, precies waar de Grieken met hun mythen van droomden. Het is raar wat Eric doet en tegelijkertijd, in dat verstikkende, bezette, grijze Leiden, begrijpelijk: het gevoos met die mooie

Venus. Dit moment maakt het boek van Wolkers uniek.

Het is de eerste van Wolkers en we zullen het weten. Hij komt met verbaal

wapengekletter binnen, er is bloed, zinnen die we nu meesterlijke oneliners zouden noemen ('Peace in our time!', 'Dat soort pies, daar heb ik iedere dag een pot vol van'). Eric die d'Ailleurs betrapt in het toilet waar hij met zijn broek op zijn knieën naar de Venus van Botticelli kijkt. De zoektocht van een jonge man naar intimiteit (niet moeilijk om daar Jan Wolkers zelf in te ontdekken). Een boek vol schrammen en macabere eigenaardigheden van de personages dat het werk van Wolkers zo eigen maakt, en dat allemaal verteld in een amalgaam van rechttoe rechtaan Nederlands en de tale Kanaans (straks voor

ons onbegrijpelijk door de nieuwe bijbelvertaling).

Waarom is Kort Amerikaans meer dan een echo van een jonge ziel hunkerend naar intimiteit in een versteende wereld? Een verslag van hoe iemand langzaam rondtolt in eenzaamheid tot ook zijn laatste toevluchtsoord (de Venus) aan gruzelementen gaat? Is de wijze waarop hij de vrouwen afbeeldt niet te symbolisch, staat die niet te veel in dienst van wat de man erin wil zien? Zijn houding tot de vrouwen wordt in deze tijd macho genoemd, hij zou nog niet door

de centrifuge van de emancipatie zijn gegaan.

Je zou het ook kunnen omdraaien. Door zo over het vlees te schrijven, bevrijdt hij de mens uit zijn remmingen. Waarom worden mooie boeken altijd gehaat door ideologen? Omdat ze zich niets aantrekken van wat de mensen in hun overkokende hoofden wensen. Omdat het leven wordt geportretteerd en dat is, het spijt me

voor de kinderen, tragisch en niet emancipatorisch.

Als iemand gerechtigheid zoekt, laat dit dan een vorm van literaire gerechtigheid zijn. Lees dit boek en ontdek hoe een jonge auteur de taal van zijn geloof mengt met de taal van zijn hartstocht en ons regelrecht zijn duistere wereld insleurt.

Als iemand gerechtigheid zoekt, laat dit dan een vorm van literaire gerechtigheid zijn. Lees dit boek en ontdek hoe een jonge auteur de taal van zijn geloof mengt met de taal van zijn hartstocht en ons regelrecht zijn duistere wereld insleurt.

 

Recensie 1

Bron: De Tijd/De Maasbode

Publicatiedatum: 03-11-1962

Recensent: Kees Fens

Recensietitel: Het litteken van de dood

 

Recensie 2

Bron: de Volkskrant

Publicatiedatum: 18-03-2005

Recensent: Abdelkader Benali

Recensietitel: Vozen met een venusbeeld

 

 

Recensie 1

De recensent legt vooral de nadruk op dat er veel verbanden in het verhaal zitten. Hij neemt bijvoorbeeld Jan Wolkers zijn eerder geschreven boek Serpentina'’s petticoat. ‘Het ouderlijk milieu is ook de achtergrond van de vier andere verhalen en eveneens in het jongste nummer van De Gids gepubliceerde verhaal. Ook in Kort Amerikaans is het ouderlijk huis thematisch van zeer groot belang: daar ligt de oorsprong van Erics problemen, die accuut worden, nu hij zich van thuis heeft trachten lost te maken’. Je kan merken dat  in ‘Kort Amerikaans’ het ouderlijk huis/situatie erg belangrijk voor Eric is. Zijn moeder komt hem elke dag een pannetje met eten brengen. Ze wil hem eigenlijk nog niet ‘loslaten’ en zijn eigen gang laten gaan.

‘De roman is het verhaal van zijn voortdurend pogen, de eenzaamheid te doorbreken’. Eric probeert bijvoorbeeld minder eenzaam te zijn door seks te hebben met Elly en Ans. Het is niet de liefde bedrijven, want in het atelier heeft hij ook ‘seks’ met een torso. Dit geeft aan dat hij dus bang is voor levende dingen.

‘Een tweede hoogtepunt vormen de hoofdstukken waarin het sterven en de begrafenis van Erics oudste broer worden beschreven. Zij hebben de beste en aangrijpendste bladzijden van de roman opgeleverd.’ Hier ben ik het zeker mee eens. Dit waren de mooiste stukken van het boek. Toen de broer van Eric stierf vond ik dat een emotioneel moment. Het deed mij denken aan mijn oma. Ik heb haar ook in het ziekenhuis zien liggen, niet meer met haar kunnen praten. Dit stuk greep me dan ook erg aan.

 

Recensie 2

In de tijd van de Tweede Wereld oorlog speelt het boek zich natuurlijk af. ‘De Tweede Oorlog ligt ver weg in de vorige eeuw, dus iets van de toen beleefde atmosfeer onttrekt zich aan de actuele lezer en dat is jammer’.  Hier ben ik het niet helemaal mee eens. Natuurlijk zit er wel een deel van waarheid in, want gaan wij nooit ervaren hoe het vroeger was. Maar de manier waarop dingen worden beschreven in het boek van Wolkers vind ik dat je wel wordt mee getrokken in de tijd. Er zijn natuurlijk meer literaire werken geschreven over de Tweede Wereldoorlog.

‘Als Eric de torso van het Venusbeeld met zijn vingers streelt, elke welving en golf in haar traceert, weet de lezer dat dit niet zonder gevolgen zal zijn en er slaat een vonk van opwinding en bevreemding over’. Dit vond ik echt een raar deel uit het verhaal. Een jongen die ‘seks’ heeft met een torso. Natuurlijk komt ook weer het gevoel bij je op, dat er een steekje los zit bij Eric. Dat is het gevoel dat geschept moet worden en dat zie je ook zeker in het einde van het verhaal. Hij wurgt Elly en daarna wordt hij zelf vermoord, omdat hij zo vervreemd is van alles.

‘Zijn houding tot de vrouwen wordt in deze tijd macho genoemd, hij zou nog niet door de centrifuge van de emancipatie zijn gegaan’. Als je kijkt naar de manier waarop Eric Elly en Ans behandeld vind ik daar raar gedrag. Zo ga je niet om met vrouwen. Hij gebruikt te alleen om seks met ze te hebben en heeft totaal geen gevoelens voor hen. Hij kan niet omgaan met levende vrouwen.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.