Zit je in de 3e of 4e van het vmbo? Vul dan deze vragenlijst in. Kost je een paar minuutjes en je verdient 2 euro. Alvast bedankt!!

 


Meedoen


ADVERTENTIE
Hey doe jij dit jaar eindexamen? Volg dan @eindexamens op Instagram. Wij bereiden je vanaf nu al voor op die gevreesde weken in mei. Met tips, nieuws, info over studiekeuze en natuurlijk enorm veel mentale steun van ons en je lotgenoten!

Volg @eindexamens

voorbereidingsvragen

De schrijver van het boek ‘de donkere kamer van Damokles’ is Willem Frederik Hermans. Hij is geboren in het jaar 1921. Willem heeft een nare

jeugd gehad. Hij werd op school gepest en mocht helemaal niks van zijn ouders.

Hermans werd niet meteen schrijver van beroep: hij maakte eerst carrière aan de Universiteit van Groningen als fysisch geograaf. Hij stond bekend als een zeer kritische man die je zijn mening liet weten.

 

 

 

Zijn leven in jaartallen:

1921 - Geboren

in Amsterdam.

1933 - Naar het Barlaeus gymnasium

(hij wordt hoofdredacteur van de schoolkrant).

1939 -Op zijn verjaardag breekt de Tweede Wereldoorlog uit.

 

1940 - Het Algemeen Handelsblad publiceert zijn eerste verhaal. Zijn zuster en een huisvriend, die achteraf haar minnaar blijkt te zijn, plegen tijdens de meidagen zelfmoord. Hermans gaat studeren aan de Amsterdamse Universiteit.

1950 - Trouwt met Emmy Meurs en voltooit zijn studie.

1952 - Gaat werken bij de Rijksuniversiteit Groningen als lector in de fysische geografie.

1955 - Krijgt een zoon, Ruprecht.

1958 - De donkere kamer van Damokles verschijnt.

1963 - Regisseur Fons Rademakers verfilmt De donkere kamer van Damokles onder de titel Als twee druppels water. De film wordt op het

festival van Cannes voor de Gouden Palm genomineerd.

1973 - Hermans neemt ontslag bij de Groningse Universiteit en vestigt zich als fulltime schrijver in Parijs.

1977 - Ontvangt de Prijs der Nederlandse Letteren.

1983 - Omstreden lezingentournee door Zuid-Afrika, waar nog apartheid bestaat. Hierom verklaart de gemeente Amsterdam Hermans in 1986 persona non grata. Deze ban wordt pas in 1993 herroepen als Hermans naar Amsterdam komt als schrijver van het Boekenweekgeschenk.

1988 - Een gestoorde man gaat het echtpaar Hermans, aan de deur van hun Parijse appartement, te lijf met een bijl. Hermans houdt er armletsel aan over.

1991 - Verhuist naar Brussel.

1995 - Willem Frederik Hermans overlijdt te Utrecht. Op dat moment omvat de lijst van zijn publicaties meer dan 90 titels.

2. Zoek op wie de grote denkers van het existentialisme waren en welke visie op de mens deze filosofische stroming erop nahield.

Het existentialisme beschouwt iedere persoon als een uniek wezen, verantwoordelijk voor eigen daden en eigen lot.

Søren Kierkegaard kan beschouwd worden als de grondlegger van de existentiefilosofie. De term “existentialisme”, zoals die later door Karl Jaspers en Sartre gebruikt zou worden komt van hem. Hij zet zich daarbij af tegen de middeleeuwse combinatie van theologie en filosofie.

Friedrich Nietzsche zag als atheïst voor de mens een toekomst weggelegd waarin hij zijn eigen waarden bepaalde. Dit deed God dus niet voor hem. Van hem  is de constatering dat vele mensen vinden dat God dood is en hij verbaast zich erover dat er enkelen zijn die dat nog niet weten. De mens moet, bevrijd van alle angsten en één met de natuur, meester van zijn eigen lot worden en is alleen zichzelf verantwoording schuldig.

De filosofen die zich existentialist noemen hebben verschillende meningen over wat het existentialisme nu precies is. Over een aantal zaken zijn ze het wel eens met elkaar.

  • Existentie gaat vooraf aan essentie. Mensen definiëren dus hun eigen werkelijkheid.
  • Afwijzing van de rede als verdediging tegen angst. Existentialisten vechten de visie aan dat een mens vooral een rationeel wezen zou zijn.
  • Het absurde. Existentialisten zijn ertoe geneigd om de mens te zien als een wezen in een onverschillige, en zelfs hem vijandig gezinde omgeving, als vereenzaamd in een absurd universum. De werkelijkheid om de mens heen is ook niet rationeel.
  • Visie op God. In relatie tot het al dan niet bestaan van God neemt het existentialisme twee mogelijke posities in: de theologische en de agnostische visie.

3. Beschrijf kort wat de functie was van een donkere kamer in het tijdperk van voor de digitale fotografie.

Een donkere kamer  is een lichtdichte ruimte die geheel donker kan worden gemaakt zodat er met lichtgevoelige materialen kan worden gewerkt, met name voor de fotografie. Bij veel soorten zwart-wit materiaal kan wel bij speciaal rood, niet te fel oranje, of lantaarnpaalgeel licht worden gewerkt.

4. Zoek in het woordenboek de betekenis op van de uitdrukking ‘Het zwaard van Damocles hing hem boven het hoofd’ en ga ook na wie Damocles was.

Damocles was in de Griekse Oudheid iemand die tot de hofhouding van Dionysius de Oudere behoorde. Hij was een vleier die tegen Dionysius zei hoe jaloers iedereen wel op hem was.

Dionysius bood hem daarop op een dag een banket aan in zijn paleis. Eerst vond Damocles het fijn om in die luxe te leven, tot hij merkte dat er boven zijn hoofd door Dionysius een zwaard aan een paardenhaar was gehangen om het gevaar te laten zien waardoor iemand, die gelukkig of machtig is, voortdurend wordt bedreigd. Onmiddellijk verloor Damocles de wil om in voortdurende luxe te leven.

Damocles leeft dus nu voort met de uitdrukking  "Het zwaard van Damocles hangt hem/haar boven het hoofd", een continu dreigend en acuut (levens)gevaar, te midden van voorspoed, volkomen onbeheersbaar en onafwendbaar. 

5. Zoek de begrippen ‘oorlogsroman’, ‘psychologische roman’ en ‘ideeënroman’ op en formuleer op basis van wat je daar vindt voor deze genres een heldere definitie.

  • Oorlogsroman, is een roman waarin de oorlogsjaren of de effecten van die jaren op de naoorlogse generaties worden beschreven. Oorlogen laten diepe sporen achter, ook in de literatuur. Deze worden in een oorlogsroman verwerkt.
  • Psychologische roman, is episch genre waarbij de schrijver meer nadruk legt op wat er in het hoofd van de hoofdpersoon omgaat. Deze hoofdpersoon wordt dan ook zo diep mogelijk beschreven.
  • Ideeënroman, is het verhaal ondergeschikt aan de boodschap.

Verwerkingsvragen

6. Noteer kort de belangrijkste bijzonderheden over het ouderlijke milieu van Henri Osewoudt.

De moeder van Henri had ernstige psychische problemen. Zij heeft dan ook de vader van Osewoudt, haar man, vermoord in een vlaag van waanzin.

De sigarenwinkel was van de vader van Osewoudt. Als hij 18 jaar is, en met Ria getrouwd, zet hij zijn vaders zaak voort. Zijn moeder gaat bij hen inwonen.

 ook kan je concluderen dat Osewoudt in een middenstandsmilieu leefde. Hij leeft van een armoedig inkomen van de sigarenwinkel. Ria gebruikt haar man om haar ouders te onderhouden, want zij pakt zonder tegenspraak te dulden geld uit de kassa van Henri’s winkel.

7. In het leven van Henri Osewoudt spelen enkele vrouwen een belangrijke rol, namelijk zijn moeder, zijn vrouw Ria en Marianne Sondaar. Beschrijf kort welke betekenis elk van deze drie vrouwen voor hem heeft.

  • Moeder: De moeder van Henri wordt niet uitgebreid beschreven. Alleen dat ze erge psychische problemen heeft. Zoals al eerder genoemd heeft Henri haar op 18

jarige leeftijd in huis genomen.

Als Henri terugkomt in Den Haag hoort hij dat zijn moeder, samen met Ria,

zijn opgepakt door de Duitsers.

Willem Frederik Hermans laat Osewoudt  ook een paar momenten terug denken aan het moment dat zijn moeder zijn vader vermoord. De functie hiervan is dat je zelf ook weer aan het moment gaat terug denken en het is dus blijkbaar wel belangrijk.

  • Ria:

Ria is de volle nicht van Osewoudt en 7 jaar ouder dan hem.

Ze komt over als een onzekere vrouw, want Osewoudt beschrijft zijn vrouw dan ook als erg lelijk. En dat ze als ze een andere man had kunnen krijgen niet met hem getrouwd was.  Maar hij dacht zelf

ook dat hij met niemand anders het bed zou delen dan zijn volle nicht.

In voorschoten wordt zij vermoord door Osewoudt zelf, namelijk doodgestoken.

  • Marianne Sondaar: Marianne is een wanhopige vrouw. Zij is zelf jodin, Henri weet dit ook, en haar hele familie is afgevoerd. Maar op de een of andere manier is ze

nog vastberaden en hoopvol om de oorlog te overleven.

Ze is erg liefdevol tegenover Osewoudt. Ze heeft hem verteld dat ze van hem houdt en graag een toekomst met hem wil. Ze hoopt dat ze de oorlog overleefd en dan rustig en veilig kan leven samen met Henri.

8. In de roman zijn Osewoudt en

Dorbeck een soort dubbelgangers.

a) Beschrijf eerst de overeenkomsten tussen hen.

Dorbeck zit in het Nederlandse leger. Osewoudt was voor dienst afgekeurd omdat hij een centimeter te kort is. Dat is Dorbeck ook, maar hij had zich uitgerekt en zit zodoende er wel bij. Dus eigenlijk zijn ze van gelijke lengte.

Verder verschillen ze niet heel veel van uiterlijk. Ze hebben dezelfde lichaamsbouw en ogen etc.

b) Maak vervolgens een schema en breng de verschillen in kaart.

 

Osewoudt

 

Dorbeck

 

Blond futloos haar

 

Woeste zwarte krullen

 

 

Geen baardgroei

 

 

Volle zwarte baard

 

 

Mislukte versie

 

Geslaagde versie

 

Onzeker en voelt zich niet getraind voor de taken die hij uit moet voeren.

 

 

Daadkrachtig, vol moed, besluitvaardig & erg kundig

 

Hoge stem

 

Lage stem

            9. ‘Chaos’ en ‘misverstand’ zijn kernbegrippen in het werk van Hermans. In hoeverre spelen misverstanden een belangrijke rol in het verhaal?

In de bioscoop ziet Henri een oproep tot zijn eigen aanhouding. Als hij de zaal uitloopt, wordt hij gepakt. Tijdens het verhoor beweert een man dat hij Osewoudt kent, maar Osewoudt heeft die man nog nooit

eerder gezien.

Met de hulp van de illegaliteit en een arts komt hij in Breda aan. Hij meldt zich bij het hoofdkwartier van de Nederlandse Strijdkrachten. Daar arresteren zij hem, omdat men denkt dat hij een landverrader is. Hij wordt naar Engeland gebracht. Daar behandelt Selderhorst zijn zaak. Henri wordt van vele dingen beschuldigd en Dorbeck, die zal kunnen aantonen dat hij een verzetsheld is, is nergens meer te vinden.  Dus is Osewoudt nou een landverrader of een verzetsheld?

10. In hoeverre is er bij Henri Osewoudt sprake van ontwikkeling of verandering?

Hij is toch een klein beetje meer moed gaan ontwikkelen op het gebied van verzet. Het blijft natuurlijk een onzekere man en dat zal hij altijd blijven. Want hij ziet Dorbeck als zijn ideaalbeeld en hij kan nooit zoals hem worden, alhoewel hij veel gelijkenissen met hem heeft. Hij wordt wel veel dapperder, maar volgt wel de orders op van Dorbeck, dat kan ook weer een zwakte gezien worden.

Osewoudt gaat een volwaardige liefdesrelatie aan met Marianne Sondaar. Marianne verwacht dan ook een kind van hem. Die later in het verhaal overlijdt.

Hij gaat dus van een sigarenwinkelier met een lelijke vrouw, die ook nog eens zijn nicht is, naar een relatie met Marianne.

11. Iedere verteller vertelt subjectief, laat dingen weg in zijn verhaal, legt de nadruk op wat hij belangrijk vindt, ‘kleurt’ de werkelijkheid.

a) Door wiens ogen bekijk je in dit verhaal de werkelijkheid?

Je ziet de werkelijkheid van het verhaal door de ogen van Osewoudt. Je komt alleen te weten wat Osewoudt weet. Je stelt jezelf ook dezelfde vragen die Osewoudt zichzelf stelt.

b) Wat betekent deze wijze van vertellen voor de lezer?

Het wekt spanning op. Je weet alleen wat hij ook weet. Je weet niets meer en niets minder, dat maakt het erg spannend. Dus wat is nou de werkelijkheid?

c) Zijn er aanwijzingen in het verhaal dat deze vertellen onbetrouwbaar zou kunnen zijn?

Ja, want je zou kunnen twijfelen aan Osewoudt’s geestelijke gesteldheid. Alleen hij heeft Dorbeck ontmoet. Je weet niet hoe de andere personen tegen de werkelijkheid aankijken. Alleen de visie van Henri.

Je zou ook twijfelen op het moment dat Osewoudt zelf ‘twijfelt’.

12. In het verhaal komen vooruitwijzingen voor naar de slechte afloop voor de hoofdpersoon? Welke vooruitwijzingen heb je gezien?

Osewoudt werd altijd een beetje gezien als loser. Hij had geen baardgroei en daardoor gingen mensen hem al gauw onderschatten. Het was zo geen ‘echte’ man en die kan geen dingen verrichten als verzetsheld.

Osewoudt werd verdacht van allemaal moorden en is ook al een paar keer opgepakt. Dit kan nooit goed aflopen voor hem.

Niemand ziet Dorbeck. Je kan hieruit wel concluderen dat hij een soort van ‘gek’ is. Net zoals zijn moeder. En dat hij ook in een vlaag van waanzin iets aanricht.

13. Verklaar de titel van de roman en maak daarbij gebruik van je antwoorden bij vraag 3 en 4.

De donkere kamer van Damocles. De donkere kamer verwijst naar een doka waar foto’s in ontwikkeld worden. Foto’s spelen in dit verhaal een grote rol. De mensen die te maken hebben met de opdrachten van Dorbeck identificeren zich met foto’s die aan het begin van het verhaal door Osewoudt zijn ontwikkeld. Een foto van hem en Dorbeck moest volgens hem ook bewijzen dat Dorbeck bestond, hij bleef namelijk bij hoog en laag volhouden dat Dorbeck bestond, niemand geloofde hem echter. Toen zijn Leica-camera gevonden was, bleek de foto er dus niet in te zitten. Dit was omdat de foto gemaakt was in een kamer die te donker daarvoor was. Er zat geen flitslicht in de camera.

Damocles was een hoveling die van de tiran die hij diende een dag koning mocht zijn. Hij kreeg echter een zwaard boven zijn hoofd te hangen. Dit zwaard hing aan een paardenhaar. Hij wist dat het er hing, dit hing er om hem duidelijk te maken wat voor dreiging er boven een staatshoofd hangt. De dreiging die ook telkens boven het hoofd van Henri Osewoudt hangt.

14. Bespreek enkele belangrijke motieven in deze roman en formuleer op basis van deze motieven wat volgens jou het thema is van de roman.

  • De Leica, zijn camera. De foto’s, de Leica en de donkere kamer komen telkens terug. Het gaat hier om een grondthema, het wordt vaak onveranderd herhaald.
  • De zoektocht naar eigen identiteit. Henri Osewoudt is hevig opzoek naar zichzelf en naar  Dorbeck en de Dorbeck in zichzelf.
  • Eenzaamheid. Henri is niet gelukkig in zijn huwelijk, hij voelt zich eenzaam en zoekt andere vrouwen. Marianne is eenzaam, omdat ze haar hele familie verloren heeft, ze zoekt hulp en steun bij Osewoudt. Zo vullen ze elkaar aan.
  • Oorlog. Overal in dit boek is oorlog. Het verhaal kan dan ook alleen zich afgespeeld hebben in de oorlog.
  • De trams. Je leest dat er verschillende trams rijden voor de sigarenwinkel. Dit motief komt dan ook vaker voor in het

verhaal.

Je hebt een gele tram, die komt niet vaak voor, die zou je kunnen zien als

Dorbeck. De blauw tram, komt vaak voor, zou je kunnen zien als Osewoudt.

Precies bij het huis van Osewoudt snijden de trams elkaar.

Het thema van dit verhaal is zelf de werkelijkheid denken te weten en anderen er niet van kunnen overtuigen dat deze werkelijkheid de echte, en enige juist is.

Wat opvalt in zijn boek is, dat de realiteit ingewikkeld en chaotisch is.

Reflectievragen

15. De contacten tussen Osewoudt en Dorbeck vinden voornamelijk plaats in het donker, in de schemering of via de telefoon. Welke redenen kunnen hiervoor zijn?

Ten eerste is Dorbeck een dubbelspion. Je zou dus kunnen denken dat hij dit expres doet, zodat andere mensen niet achter zijn ‘tweede’ identiteit komen.

Ten tweede geeft de donkere/schemerige sfeer iets geheimzinnigs. Zo ontwikkeld zich de vraag wie die Dorbeck nou precies is, of die wel of niet bestaat of dat Osewoudt het zelf verzint? Je laat de lezer een eigen perspectief ontwikkelen over de situatie van Dorbeck en Osewoudt door het in een schemerige, vage positie te zetten.

16. Is Osewoudt in jouw ogen een psychopaat, een slachtoffer of een bedrieger?

Ik denk dat Osewoudt een slachtoffer is. Namelijk een slachtoffer van zichzelf en van zijn eigen keuzes.

Osewoudt weet dat Dorbeck in het verzet zit. In plaats van daarom het contact te stoppen, aangezien dat levensgevaarlijk is in de Tweede Wereldoorlog, gaat hij ermee door. Daar kiest hij dus zelf voor. Hij verbreekt het contact niet en zorgt er daarom zelf voor dat hij verder in de oorlog wordt getrokken. Hij mengt met het verzet en ook daar komt hij niet meer uit. Dat wil hij ook niet, hij voelt in deze tijd eindelijk eens zijn echte ik. Hij is meer zichzelf en voelt zich beter dan ooit daarvoor! Binnen het verzet komt hij steeds meer te weten en mag hij ook met steeds meer dingen meedoen. 

Het is dus zijn eigen fout geweest met het probleem mee te gaan, hij besloot zelf om er mee door te gaan. Hij had er ook mee kunnen stoppen, misschien had hij dan wel veel minder problemen gehad.

Maar aan de andere kant als hij niet mee was gegaan in het verzet, zou hij dan gelukkig zijn geweest? Voor altijd met Ria in de sigarenwinkel?

Hij laat zich meeslepen, omdat hij zich onzeker voelt en eigenlijk wel zielig is. Dus ik denk dat hij het slachtoffer van zichzelf is door de keuzes die hij maakt om te bewijzen wie hij is.

17. Welk beeld van het Nederlandse verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog heb je gekregen van lezing van deze roman?

Hermans schetst een slechter beeld over het verzet. Het komt vooral over als amateuristisch. Zeker als Osewoudt de opdrachten moet uitvoeren die Dorbeck hem opdraagt. Je krijgt een beeld dat Osewoudt geen idee heeft waar hij mee bezig is. Als je in het verzet zit moet je toch echt wel weten waar je mee bezig bent.

Ook weet je niet precies voor wie Osewoudt allemaal heeft gewerkt. Hij krijgt opdrachten, voert ze uit, en wacht op de volgende opdracht.

18. Welk etiket past het beste op deze roman? Maak gebruik van je antwoord bij vraag 5.

Ik denk dat het etiket wat je op ‘De donkere kamer van Damokles’ kan leggen een psychologische roman is. Want je bekijkt alles door de ogen van Henri, je weet alleen wat er in hem omgaat. Bestaat Dorbeck nou wel of niet? Dit zijn de twijfels die je krijgt door de manier waarop de gedachtes van Osewoudt worden beschreven.

19. Bekijk je antwoorden op vraag 14 en vraag 2.

a) In hoeverre past het thema bij de filosofie van het existentialisme?

Dit thema past zeer goed bij het existentialisme. Hermans laat in zijn werk de Osewoudt een zinloos leven leiden, dat vol mislukkingen en toevalligheden zit.

b) Hoe sta je hier zelf tegenover? Met andere woorden: wat vind je van het wereld- mensbeeld dat uit deze roman naar voren komt?

Uit deze roman komt eigenlijk een beetje naar voren dat iedereen zijn eigen werkelijkheid heeft. Alleen kan je anderen hier niet van overtuigen. De realiteit is ingewikkeld en chaotisch.

Ik denk dat dit ook wel een beetje zo is. Iedereen heeft ook een eigen werkelijkheid. Je hebt je eigen normen en waarden. Je leert dingen van je ouders en dat is de ‘waarheid’ voor jou. Sommige dingen die jij raar vindt, vinden andere mensen weer niet raar. Dat is hun werkelijkheid en die ontwikkel je zelf. Jij bent zo opgevoed en je vormt daardoor je eigen wereldbeeld.

20. Geef tenslotte je persoonlijke mening over dit boek (minimaal 100 woorden).

Ik vond het verrassende ontknoping. Ik had namelijk in gedachten dat de Leica de verlossende foto zou bevatten. Toen dit niet het geval bleek te zijn, had ik niet het gevoel dat Dorbeck nog op zou duiken. Ook vond ik het wel verrassend dat hij Marianne

nooit terug gezien heeft.

Er is in dit verhaal meer dan genoeg actie. Het is oorlog, dus arrestaties, moorden, wantrouwen, gevangenschap, verwoestingen en andere veranderingen kwamen vaak voor. Dit zorgde voor genoeg actie en spanning. Ik vind dit altijd leuk in een boek. Zo vind er een beetje

afwisseling plaats en word je nog meer meegetrokken in het verhaal.

Ook is er voldoende afwisseling in tijd en ruimte. Henri was op een gegeven moment op de vlucht, hij had geen vast adres, hierdoor was hij steeds in onbekende en nieuwe ruimten.

Zelf had ik dit boek nooit gekozen om te lezen, maar nu ik hem gelezen heb ben ik wel blij dat ik de kans heb gekregen om hem te mogen lezen. Het is een aangrijpend en mooi boek.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.