Over de schrijfster: Jessica Durlacher (1961-)

Jessica Durlacher werd op 6 september 1961 geboren in Amsterdam. Ze is een dochter van de schrijver G.L. Durlacher, een joodse oorlogsoverlevende die enkele boeken over zijn oorlogservaringen heeft geschreven. Haar vaders verleden heeft Durlachers latere werk beïnvloed. Na een opleiding aan het Stedelijk Gymnasium in Haarlem ging Durlacher Nederlandse taal- en letterkunde studeren aan de Universiteit van Amsterdam. Ze werd critica en columniste en was redacteur van het literaire tijdschrift De Held, dat ze tijdens haar studie met anderen had opgericht. Ze is met mede-schrijver Leon de Winter getrouwd en heeft twee kinderen.

Durlacher debuteerde in 1997 met Het Geweten, een verhaal over de tweede generatie van joden na de oorlog, waarvoor zij de Debutantenprijs en Het Gouden Ezelsoor ontving. De Dochter, een tweede roman over nakomelingen van oorlogsslachtoffers, volgde in 2000. Het werd genomineerd voor de Literatuurprijs Nordrhein/Westfalen en voor de NS Publieksprijs. Verder hield Durlacher in 2001 de lezing voor de Nationale Herdenking en verscheen ter gelegenheid van het zestigjarig bestaan van De Bezige Bij een bundel van haar verhalen en beschouwingen. In 2004 verscheen Emoticon. Na drie novelles schreef Durlacher in 2010 De Held, waarvoor ze de Opzij Literatuurprijs won.

Samenvatting

Max Lipschitz is een jonge student literatuurwetenschappen van joodse afkomst die begin jaren tachtig in Amsterdam woont. Zijn vader, die in verschillende concentratiekampen heeft gezeten en daar zijn ouders heeft verloren, wil het nooit over de oorlog hebben. Als zijn tweelingzus, Judith, uit Amerika op bezoek komt, blijkt dat zij heel anders omgaat met haar verleden. Ze praat onophoudelijk over haar kampverhalen en wil graag met de hele familie een bezoek brengen aan het Anne Frankhuis.

Bij het Anne Frankhuis ontmoet Max een jonge medewerkster, Sabine Edelstein, die ook tot de ‘tweede generatie’ van joodse oorlogsslachtoffers behoort. De twee krijgen een verhouding. Max verbaast zich over Sabines fascinatie met de oorlog. Zij vraagt aan zijn vader alle dingen over onderduiken en het kampleven die Max nooit mocht weten en praat steeds over haar eigen vaders verleden.

Sabine vertelt dat haar vader, Hans Edelstein, als jongen van een jaar of zestien met zijn ouders op een boerderij was ondergedoken.  Een meisje, Lisa Stern, verbleef er ook. Hans en Lisa werden verliefd op elkaar, tot ergernis van de zoon van de boer, Minne. Uiteindelijk werd Minne zo jaloers en bitter dat hij Hans en Lisa, en daarmee ook de andere onderduikers en zelfs zijn eigen ouders, aan de Duitsers heeft verraden. Hans heeft de oorlog overleefd, maar zijn ouders heeft hij verloren. Ook van Lisa heeft hij niets meer vernomen.

Max ergert zich aan Sabines trotse houding tegenover het oorlogsleed van haar vader. Zij vindt hem een held; Max vraagt zich af waarom ze ‘slachtoffer [zijn] van de geschiedenis’ als een soort kwaliteit beschouwt.

Als zijn tante Judith overlijdt, gaat Max met zijn vader mee naar Israël voor de begrafenis. Zijn moeder gaat niet mee; ze heeft er genoeg van gehad dat Judith haar altijd heeft laten merken ‘wat voor een domme sjikse ze me vond’ en wil er niets mee te maken hebben. Tot Max’ verbazing verschijnt ze echter op tijd voor de begrafenis in Jeruzalem – samen met Sabine. Max en Sabine nemen samen een vakantie in Israël.

Na hun terugkomst in Nederland besluiten Max en Sabine te gaan samenwonen. Sabine trekt bij Max in. Op een ochtend stelt ze voor Sjabbes te gaan vieren. Max stemt aarzelend in – geen van beide heeft ooit veel gedaan aan joodse feestdagen – maar als hij ’s middags thuiskomt, treft hij Sabine niet aan. In plaats daarvan ligt er op haar bed een briefje. Sabine schrijft dat het nooit iets kan worden tussen haar en Max en dat ze is vertrokken om nooit meer terug te komen.

 

Ruim vijftien jaar later bezoekt Max als uitgever de Frankfurter Buchmesse. In een lange flashback blijkt dat hij na Sabines verdwijning heeft geprobeerd haar via haar moeder te vinden, maar dat die ook niet wist waar ze heen was. Sindsdien heeft Max zijn dromen van schrijverschap opgegeven en is uitgever geworden. Hij heeft Sabines verdwijning nooit kunnen verwerken en vraagt zich vaak af waarom en waarheen ze is weggegaan.

In Frankfurt is Max een door hem uitgegeven boek aan het promoveren als hij ontdekt dat ook Sabine in Frankfurt is. Ze is fotografe en heeft een fotoboek gepubliceerd. Max gaat via Sabines uitgever op zoek naar haar en krijgt haar adres in Los Angeles.

Als Max op een avond door Frankfurt rijdt, ziet hij plotseling Sabine met een oude man in een taxi stappen. Hij achtervolgt haar. Sabine heeft geen zin om hem te zien, maar Max overhaalt haar en de man met wie ze is, Sam Zaidenweber, om met hem te gaan eten. Hij ontdekt dat Sam een Nederlandse jood is die na de oorlog naar Amerika is geëmigreerd en nu als filmproducent in Hollywood werkt. Sabine is naast fotografe ook zijn persoonlijke assistente.

Sam vertelt dat hij bezig is zijn memoires te schrijven over de filmindustrie. Hij wil graag een Nederlandse uitgever en hij en Max besluiten samen te werken. Korte tijd later komt Max zelf naar Los Angeles, zogenaamd om professionele redenen, maar eigenlijk om bij Sabine te zijn. Ze krijgen opnieuw een verhouding. Sabine wil hem echter niet vertellen waarom ze hem heeft verlaten.

Als Sam zijn boek voltooit, laat hij het door Max en Sabine lezen. Het is wel de beloofde autobiografie, maar gaat niet over Sams tijd als filmproducent. Het is het verhaal van zijn onderduiktijd en van zijn ervaringen in concentratiekampen nadat hij is verraden.

Max schrikt als hij zich realiseert dat Sams verhaal bijna precies hetzelfde is als dat van Sabines vader. Hij vraagt zich af wat er gebeurd kan zijn. Misschien is Sam Sabines echte vader, of misschien heeft ze hem nooit de hele waarheid verteld en is ze niet de dochter van de joodse onderduiker, maar van de verrader in het verhaal. Sabine is zichtbaar ontsteld als ze ziet wat Sam geschreven heeft en dat hij het boek aan haar heeft opgedragen. Als Max bij haar huis langskomt, is ze niet thuis. Weer ligt er een briefje voor hem, maar Max hoeft het niet te lezen. Hij weet dat ze weer is verdwenen.

Max is nu geïnteresseerd in Sabines verleden. Via Sam komt hij achter het adres van Lisa Stern, die in Israël woont. Max gaat naar haar toe en vraagt naar informatie over haar onderduiktijd. Lisa bevestigt wat Max al vermoedde: Minne, die haar heeft verraden, is Sabines vader.

Lisa vertelt dat Sabines moeder jaren geleden naar haar toe is gekomen en naar Minne heeft gevraagd. Max begrijpt nu waarom Sabine de eerste keer verdwenen is. Ze heeft van haar moeder gehoord wie haar vader was en kon het niet verdragen. Om het goed te maken is ze naar Sam, haar vaders slachtoffer, toe gegaan, maar ook aan hem heeft ze nooit de waarheid verteld.

Max is aanvankelijk woedend op Sabine. Hij vindt dat ze hem allang de waarheid had moeten vertellen. Toch begrijpt hij dat zij niets aan haar vaders verraad heeft kunnen doen. Hij begint in te zien dat noch zij, noch hij iets te maken heeft met het verleden van hun ouders. Dat hij de zoon is van een kampoverlevende en zij van een verrader, zegt niets over wie ze zelf zijn. Max besluit Sabine te vergeven.

Thema

De Dochter gaat over identiteit en hoe mensen daarmee omgaan. Daarbij komen thema’s als schuld en slachtoffer- en daderschap aan bod. 

Eigenlijk zijn er twee paren van personages die verschillende denkbeelden over de oorlog vertegenwoordigen: Sam en Simon, overlevenden van de oorlog, en Max en Sabine, leden van de tweede generatie.

Aan het begin van het verhaal zit Max in hokje B. Hij probeert de oorlog achter zich te laten en vindt het irritant dat sommige leden van de tweede generatie  -- waaronder zijn zus Lana, die in hokje D zit -- ‘trots zijn op ellende’. Sabine daarentegen baseert haar identiteit op haar vaders oorlogsverleden en leeft geheel in hokje D. Ze werkt bij het Anne Frankhuis en gedraagt zich zo joods mogelijk, bijvoorbeeld als ze koosjer wil eten en besluit dat ze voortaan sjabbes wil gaan vieren ondanks dat haar familie dat nooit gedaan heeft.

Ook Simon en Sam vormen een tegenstelling. Simon negeert zijn verleden totaal, maar het lukt hem niet om het daardoor ongedaan te maken. Sam accepteert wat er is gebeurd, verwerkt het door er een boek over te schrijven en gaat verder met zijn leven.

De gestructureerde indeling in identiteiten en manieren van omgang daarmee stort in als Sabine haar vaders ware verhaal ontdekt. Opeens past ze niet meer in de categorie rondom welke ze haar leven heeft opgebouwd. Nu weet ze niet meer waar ze past en dus ook niet wie ze is. Haar oplossing is om haar verleden te ontvluchten. Dat lukt gedurende meer dan tien jaar, maar uiteindelijk komt de waarheid aan het licht. Pas jaren na haar ontdekking begint Sabine haar schuldgevoel te verwerken en kan ze doorgaan met haar leven als lid van hokje A.

Een belangrijk element van dit thema van identiteit is de vraag in hoeverre kinderen te maken hebben met wat hun ouders hebben gedaan. Sabine voelt zich schuldig om haar vaders verleden, maar het is steeds de vraag in hoeverre zij werkelijk schuldig is aan zijn misdaden. Zelf heeft ze niets misdaan. Aan het slot van het verhaal besluit Max dat Sabine onschuldig is; wat haar vader tijdens de oorlog heeft gedaan, heeft niets met haar te maken.

Maar als een kind van een oorlogsmisdadiger zelf geen dader is, dan zijn de kinderen van kampoverlevenden ook geen slachtoffers. Dit is een belangrijke gedachte in het boek. Max ergert zich vreselijk aan jonge joden van de ‘tweede generatie’ die aanspraak willen maken op het oorlogslijden van hun ouders. Zijn zus Lana is hier één van: ‘Ik kreeg steeds vaker ruzies met Lana, die begonnen was haar joodse roots te zoeken. [...] Ze deed alsof haar leven geofferd was aan haar tweedegeneratietrauma, een woord waarvoor ik allergisch was.’ Een ander voorbeeld is Nora, een jonge schrijfster wiens boek Max uitgeeft. Ze is bij hem in Frankfurt als hij Sam en Sabine ontmoet. Nora zegt recentelijk ontdekt te hebben dat haar eigen moeder van joodse afkomst is. Als Sam vertelt dat hij zijn familie in de oorlog verloren heeft, ergert Max zich aan Nora’s reactie: ‘Nora’s gezicht kleurde en vertrok toen van schrik, daarna knikte ze vol begrip, met halfdichte ogen. Waarschijnlijk herinnerde ze zich opeens haar hervonden joodse roots. Het irriteerde me.’

Max vindt het irritant dat er zoveel aandacht wordt besteed aan iemands afkomst en het oorlogsverleden van zijn familie. Als je joods bent, dan ben je speciaal, een ‘ingewijde’. Je bent zielig en dus moet je een goed mens zijn. Nakomelingen van oorlogsmisdadigers daarentegen zullen net als hun ouders slecht en fout zijn. Aan het eind van het boek, als Max Sabine opbelt, zegt hij niet dat hij haar vergeeft, maar vraagt of zij hem kan vergeven omdat hij haar haar vaders verleden eerst kwalijk nam. Hij legt de nadruk niet op de daden van hun ouders, maar op wat zij zelf hebben gedaan.

Personages

in De Dochter zijn de personages onbelangrijk. Zij vertegenwoordigen slechts denkbeelden over de oorlog. Het verhaal gaat niet over personen, maar over ideeën. Deze denkbeelden komen vooral tot uiting in de personages Max, Sabine en Sam.

Max is aan het begin van het verhaal een jonge student literatuurwetenschap. Later wordt hij uitgever en geeft zijn droom om schrijver te worden op, maar aan het eind van het verhaal besluit hij toch weer te proberen te schrijven. Max is een ronde karakter over wie de lezer veel informatie krijgt. Hij is een vrij onopvallende, niet-bijzondere persoon, maar zijn levensverhaal is interessant vanwege zijn relatie met Sabine. Max wil de oorlog het liefst vergeten en hoeft niets van de tweedegeneratieobsessie die sommige jonge joden hebben, maar toch is hij er tegen zijn wil in geïnteresseerd. Hij schrijft: ‘Er is een periode in mijn leven geweest dat ik alles wilde weten. [...] Ik las [boeken over de oorlog] allemaal in het geniep en ik praatte er met niemand over, ook niet met mijn vader. Vooral niet met mijn vader. [...] Ik kon hem niets vragen. Bang dat hij mijn gretigheid zou zien, mijn intense nieuwsgierigheid zou ruiken. [...] Bang dat ik niet genoeg kon huilen en dat de grimassen op mijn gezicht als lachen zouden worden uitgelegd.’ Max is gefascineerd door zijn vaders oorlogsverleden, maar vreest dat hij er geen begrip voor zal kunnen hebben.

Dit staat tegenover Sabines obsessie met de oorlog. Zij voelt zich door haar vaders zogenaamde verleden juist ‘ingewijd’ en speciaal. Ze houdt ervan haar vaders verhaal te vertellen en is bijna trots op zijn ellende. Sabine vond ik geen sympathieke personage, zowel door haar egocentrische fascinatie met de oorlog als door haar karakter: ze heeft vaak een slechte bui, is erg dramatisch en is eigenlijk een zeurpiet. Toch had ik wel medelijden met haar vanwege haar lastige positie. Als ze haar hele leven heeft gedacht dat haar vader een goed mens is, komt ze erachter dat hij al die jaren heeft gelogen en dat hij in werkelijkheid een verrader was. Het is begrijpelijk dat ze zich dan schuldig voelt en niet weet wat ze moet doen. Naast Max is Sabine de enige andere ronde karakter in het boek.

De twee andere belangrijke personages in het verhaal hebben een vergelijkbare achtergrond, maar gaan er totaal anders mee om: de vader van Max, Simon Lipschitz, en Sam Zaidenweber. Simon probeert zijn verleden te negeren. Hij praat er nooit over, vertelt zijn kinderen niets, en probeert het nooit te verwerken. Als Judith op bezoek komt, herinnert zij hem aan alles. Simon kan er niet mee omgaan. Sam daarentegen heeft besloten van zijn leven te maken wat hij kan. Hij accepteert het verleden en besluit het achter zich te laten om in Amerika een nieuw leven op te bouwen. Als hij er klaar voor is om zijn oorlogsleed te verwerken, doet hij dat door zijn boek te schrijven. Uiteindelijk gaat Sam beter met zijn leed om dan Simon.

Vertelwijze

De Dochter wordt door Max als autobiografie verteld. Hij schrijft het hele verhaal van zijn relatie met Sabine in 1999, als hij in Frankfurt Sams boek aan het promoten is. Omdat het verhaal een herinnering aan vroeger is, is het in de verleden tijd geschreven (hoewel er constructies zoals ‘Ik herinner het me nog steeds’ en ‘Ik denk dat het zo was’ voorkomen), met uitzondering van drie hoofdstukken. Eén is hoofdstuk 26, waarin Max bij de begrafenis van zijn tante Judith is. De andere zijn de laatste twee hoofdstukken. Daarin stapt Max plotseling op de tegenwoordige tijd over. Zo moet de lezer de indruk krijgen dat het verhaal waargebeurd is en dat Max nu bij de tijd is aangekomen waarin hij het schrijft.

Titel, ondertitel en motto

De titel van De Dochter slaat op Sabines identificatie van zichzelf. Voordat ze de ware identiteit van haar vader ontdekt, draait haar persoonlijkheid om het feit dat zij tot de ‘tweede generatie’ behoort als dochter van een Holocaustoverlevende. In tegenstelling tot Max, die zich weinig aantrekt van de oorlog, stelt Sabine de oorlog centraal in haar leven. Ze lijkt er wel trots op te zijn dat zij via haar vader aanspraak kan maken op ‘een geschiedenis vol tragedie’.

Nadat ze ontdekt dat haar vader in werkelijkheid geen jood, maar een verrader was, laat Sabine haar leven niet minder, maar zelfs nog meer draaien om haar identiteit als zijn dochter. Ze kiest haar woonplaats, baan en gezelschap op grond van haar vaders verleden. Voor haar is de oorlog nog steeds een bepalende factor in haar leven. Pas aan het eind van het boek wordt gesuggereerd dat mensen onafhankelijk (moeten) zijn van wat hun ouders gedaan hebben.

Het boek heeft geen ondertitel of motto.

Opbouw

De Dochter is verdeeld in drie delen, die weer in hoofdstukken worden onderverdeeld.

Het eerste deel begint met de ontmoeting van Max en Sabine en eindigt met Sabines eerste verdwijning. Het tweede begint als Max in Frankfurt op de Buchmesse is en eindigt als Max beseft wie Sabines vader werkelijk is. Het derde begint weer met een bezoek aan de Buchmesse en eindigt als Max besluit contact op te nemen met Sabine.

De drie genummerde delen zijn verdeeld in in totaal 131 zeer korte hoofdstukken, die geen titel hebben.

Historische tijd

In De Dochter is de historische tijd van groot belang voor het verhaal. Omdat het gaat over de nakomelingen van mensen die in hun jeugd de Tweede Wereldoorlog hebben meegemaakt, moet het zich in de periode vanaf ongeveer 1975 afspelen. De Dochter beslaat dan ook de periode 1981-1999. Dit blijkt uit verschillende details van het verhaal. Zo staat in deel I dat een vriend van Max ‘iets slims met computers aan het doen [was]. In die tijd was dat nog vrij uitzonderlijk.’

Plaats en ruimte

De Dochter speelt zich op verschillende plaatsen af. In deel I gebeurt bijna alles in of rond Amsterdam, met de uitzondering van de begrafenis van Judith in Israël. Deel II begint in Frankfurt. Daarna is er flashback die zich in Nederland afspeelt. De rest van deel II gaat over Max’ tijd in Los Angeles. Deel III speelt zich geheel in Frankfurt af, hoewel er een flashback voorkomt waarin Max naar Nederland en Israël gaat.

De plaats is meestal van belang voor de handeling. Zo is de keuze van Amsterdam als woonplaats van Max belangrijk omdat het Anne Frankhuis daar is. Ook Los Angeles is belangrijk voor het verhaal. Max legt uit dat hij zich in Los Angeles anders voelt dan in Nederland. ‘Het gevoel was: vervliegen. Ik leek te vervliegen in L.A. [...] Alles was hier vers en nieuw, onbezwangerd met verleden, en de lessen die daaruit getrokken moesten worden. Van dat verleden, het verleden van Europa, van mijn ouders, voelde ik me hier verder weg dan ik me ooit had gevoeld. Tegelijkertijd scheen het me meer onder handbereik dan thuis, omdat het hier uitsluitend een product was van mijn eigen herinnering, mijn eigen verbeelding.’ Sam en Sabine hebben in L.A., waar er veel minder is om hun aan de oorlog te herinneren dan in Nederland, hun verleden ontvlucht.

De plaats is meestal van belang voor de handeling. Zo is de keuze van Amsterdam als woonplaats van Max belangrijk omdat het Anne Frankhuis daar is. Ook Los Angeles is belangrijk voor het verhaal. Max legt uit dat hij zich in Los Angeles anders voelt dan in Nederland. ‘Het gevoel was: vervliegen. Ik leek te vervliegen in L.A. [...] Alles was hier vers en nieuw, onbezwangerd met verleden, en de lessen die daaruit getrokken moesten worden. Van dat verleden, het verleden van Europa, van mijn ouders, voelde ik me hier verder weg dan ik me ooit had gevoeld. Tegelijkertijd scheen het me meer onder handbereik dan thuis, omdat het hier uitsluitend een product was van mijn eigen herinnering, mijn eigen verbeelding.’ Sam en Sabine hebben in L.A., waar er veel minder is om hun aan de oorlog te herinneren dan in Nederland, hun verleden ontvlucht.

Tijdsduur

In totaal speelt het verhaal zich over een periode van achttien jaar af, van 1981 tot 1999. Wanneer het gedeelte dat tijdens de oorlog gebeurt wordt meegerekend, duurt het verhaal zo’n 55 jaar. Hiervan worden slechts enkele beschreven. Deel I gaat over de eerste maanden van de relatie van Max en Sabine, beginnend in 1981. Deel II beschrijft voornamelijk de periode waarin Max en Sabine samen in Los Angeles zijn, in 1998-99. Deel III speelt zich in 1999 af. Verder komen er enkele hoofdstukken voor waarin Sam zijn oorlogservaringen beschrijft, die zich in de jaren veertig afspelen.

Tijdsvolgorde

In De Dochter komen enkele opvallende en belangrijke afwijkingen in de tijdsvolgorde voor. Ten eerste komt er tussen Sabines eerste verdwijning aan het eind van deel I en het begin van deel II een tijdsprong van zestien jaar voor. Daarna komt er in deel II een enkele hoofdstukken durende flashback voor, waarin Max zijn vergeefse zoektocht naar Sabine beschrijft. Tussen deel II en deel III komt een tijdsprong van enkele maanden voor. De tussenliggende tijd wordt weer in een flashback beschreven.

Het verhaal draait om de relatie van Max en Sabine. Daarom wordt de tijd dat ze niet samen zijn, weggelaten. De drie delen geven ieder één van de drie periodes in hun relatie weer. De flashbacks aan het begin van deel II en III geven aanvullende informatie over de tussenliggende periodes.

Perspectief

Het hele boek wordt door Max in de eerste persoon verteld, met uitzondering van enkele hoofdstukken die afkomstig zijn uit Sams boek. Max vertelt het verhaal achteraf, in 1999, kort nadat hij Sabine voor de tweede keer heeft teruggevonden. Het is geschreven als een soort autobiografie. Max verwijst in het boek zelfs naar het feit dat hij bezig is het boek te schrijven: in het één na laatste hoofdstuk zegt hij in een telefoongesprek met Sam terloops dat het Sabine is die hem heeft geïnspireerd om te schrijven en dat hij bezig is met een project. Het wordt gesuggereerd dat dit project De Dochter is.

Genre

De Dochter is psychologische roman met elementen van een oorlogsroman. Het gaat over (de verwerking en de gevolgen van) de oorlog, maar behandelt vooral de ideeën van verschillende personages daarover. Eigenlijk zijn er twee paren van personages die verschillende denkbeelden over de oorlog vertegenwoordigen: Sam en Simon, overlevenden van de oorlog, en Max en Sabine, leden van de tweede generatie.

Max probeert de oorlog achter zich te laten en vindt het irritant dat sommige leden van de tweede generatie trots zijn op het leed van hun familie. Sabine daarentegen baseert haar leven op haar vaders oorlogsverleden, zowel vóór als na haar ontdekking dat hij een verrader was. Ook Simon en Sam vormen een tegenstelling. Simon negeert zijn verleden totaal, maar het lukt hem niet om het daardoor ongedaan te maken. Sam accepteert wat er is gebeurd en gaat verder met zijn leven.

De focus op denken en ideeën, die zowel voorkomt in de dialogen tussen personages als in de lange narratieve monologen van Max, maakt De Dochter tot een psychologische roman.

Persoonlijke leeservaring

Ik vond De Dochter een interessant en goed boek. Ten eerste zette het aan tot denken over de nakomelingen van degenen die in de oorlog aan de verkeerde kant stonden, wat bijzonder is omdat de meeste oorlogsboeken draaien om de (nakomelingen van) slachtoffers, niet daders. Enerzijds kon ik begrijpen dat Sabine zich schuldig voelde vanwege haar vaders collaboratie, anderzijds vond ik dat zij niets te maken had met zijn verleden en dat men haar niet moest aanspreken op misdaden waar zij niets aan kon doen. Ten tweede vond ik het punt van Max interessant. Volgens hem zijn veel nakomelingen van oorlogsslachtoffers trots op hun familieleed. Ze voelen zich speciaal vanwege hun tragische geschiedenis. Dit is een verschijnsel dat ik zelf weleens heb gezien, maar niet onder woorden wist te brengen. Ten derde vond ik de bijzondere vorm van de roman – een autobiografische herinnering aan vroeger – leuk. Max zegt bijvoorbeeld tegen zichzelf: ‘Of nee, dat zei ik niet. Wees eerlijk. Het is ook al zo lang geleden. Zeventien jaar! Ik mummelde wat. Ik zei: “Mmm-mm.” Niet iets om trots op te zijn.’ Dit maakte het verhaal apart en leuk.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.