Monsieur Ibrahim et les fleurs du Coran door Éric-Emmanuel Schmitt

Beoordeling 3.7
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 4e klas vwo | 1334 woorden
  • 11 juni 2015
  • 26 keer beoordeeld
  • Cijfer 3.7
  • 26 keer beoordeeld

Boek
Vertaald als
Meneer Ibrahim en de bloemen van de koran
Auteur
Genre
Taal
Nederlands
Vak
Methode
Eerste uitgave
2002
Pagina's
85
Geschikt voor
onderbouw
Punten
1 uit 5
Oorspronkelijke taal
Frans
Onderwerpen

Boekcover Monsieur Ibrahim et les fleurs du Coran
Shadow

'Hoe lukt u dat toch, meneer Ibrahim, om gelukkig te zijn?'

'Ik weet wat er in mijn koran staat.'

'Misschien moet ik uw koran maar eens inpikken. Ook al hoor je dat niet te doen als je joods bent.'

'Ach Momo, wat zegt jou dat nou, joods zijn?'

'Weet ik veel. Voor mijn vader betekent het de hele dag somber zijn. Voor mij.…

'Hoe lukt u dat toch, meneer Ibrahim, om gelukkig te zijn?'

'Ik weet wat er in mijn koran staat.'

'Misschien moet ik uw koran maar eens inpikken. Ook al h…

'Hoe lukt u dat toch, meneer Ibrahim, om gelukkig te zijn?'

'Ik weet wat er in mijn koran staat.'

'Misschien moet ik uw koran maar eens inpikken. Ook al hoor je dat niet te doen als je joods bent.'

'Ach Momo, wat zegt jou dat nou, joods zijn?'

'Weet ik veel. Voor mijn vader betekent het de hele dag somber zijn. Voor mij.. is het alleen maar iets waardoor ik niet iets anders kan zijn.'

Meneer Ibrahim stak me een pinda toe.

'Je hebt geen goede schoenen, Momo. Morgen gaan we schoenen kopen.'

 

In het Parijs van de jaren zestig van de vorige eeuw raakt Momo, een joods jongetje van twaalf jaar, bevriend met de oude Arabische kruidenier in de rue Bleue. Er ontrolt zich een prachtig verhaal dat de grenzen van de religies overstijgt.

Monsieur Ibrahim et les fleurs du Coran door Éric-Emmanuel Schmitt
Shadow

Monsieur Ibrahim et les fleurs du Coran is een roman. Het thema van het boek is vriendschap en godsdienst.



De hoofdpersoon in het boek is Moïse, een 11-jarige joodse jongen. Hij woont samen met zijn vader in een achterbuurt van Parijs. Het grootste deel van het boek speelt zich ook hier af. Het verhaal speelt zich af in de jaren 60. Het boek gaat voornamelijk over de armere Parijzenaren maar er komen ook hoeren in voor. Verder hebben we nog Meneer Ibrahim die altijd klaar staat voor Moïse met wijze woorden en iets om in te geloven.



Het boek was in het begin erg moeilijk om te lezen maar werd steeds makkelijker totdat het op een gegeven moment met wat inspanning goed te lezen was.



De gebeurtenis uit het boek wat ik mij nog het best herinner is wanneer Meneer Ibrahim en Moïse bijna zijn aangekomen bij hun bestemming en Meneer Ibrahim Moïse vraagt om uit te stappen, hierna krijgt Ibrahim een auto-ongeluk en overlijdt hij, terwijl Moïse alleen achterblijft. Het best herinner ik mij het moment waarop een man op een brommer Moïse kwam halen om hem naar Ibrahim te brengen.



Ik heb door dit boek niet echt iets nieuws opgestoken of geleerd om in mijn eigen leven te gebruiken, behalve dan dat je moet blijven lachen wat er ook gebeurt.



De titel van het boek, Meneer Ibrahim en de bloemen in de Koran, slaat op de Koran van Meneer Ibrahim. Hij heeft namelijk achter in zijn Koran een paar gedroogde bloemen zitten, een stukje schoonheid. En gedurende het boek zegt meneer Ibrahim steeds: Ik weet wat er in mijn Koran staat. In zijn koran staat een stukje schoonheid dat opgeslagen is voor later.



Toen ik begon met het lezen van dit boek vond ik het vooral een heel raar boek. Dit kwam voornamelijk door de eerste zin: “Toen ik elf was, brak ik mijn spaarvarken en ging ik naar de hoeren kijken” Voor de rest snapte ik bijna niks van wat er op die pagina stond. Hierdoor vond ik het een erg saai en vooral raar boek. Na een paar weken, toen we iets verder in het verhaal waren, en ook elke pagina telkens hadden besproken, begon ik iets meer van het boek te begrijpen, wat het boek er onmiddellijk veel beter op maakte. Uiteindelijk vind ik het een best goed boek, ook al zal ik het uit mezelf nooit gaan lezen. In de toekomst zal ik waarschijnlijk ook niet snel een soortgelijk boek gaan lezen, in het Nederlands of het Frans. Maar overal een interessant boek over hoe je gelukkig moet zijn zonder iets te bezitten.





Samenvatting:



Toen de joodse jongen Momo elf was ging hij voor het eerst naar de hoeren, hij wilde een man worden.



Het was rond dezelfde tijd dat hij meneer Ibrahim leerde kennen. Hij was de Arabier in de straat en had een winkel waar je van alles kon vinden. Momo stal eten uit zijn winkel. Meneer Ibrahim wist dat wel en zei tegen Momo dat hij liever heeft dat hij bij hem steelt dan bij iemand anders. Daarom kreeg Momo af en toe wat eten van meneer Ibrahim en kwam vaak bij hem langs. Hij bouwde daardoor een band op met hem. 



Momo moet voor zichzelf en zijn vader zorgen. Zijn vader zit vaak depressief in zijn stoel en leest één van zijn boeken. Momo krijgt van hem geld om eten te kopen, maar het is heel weinig. Daarom is hij genoodzaakt af en toe eten te stelen. Momo's vader voert niet vaak gesprekken met hem. Als zijn vader tegen hem praat gaat het vaak over Popol, de broer van Momo. Popol was een fantastische jongen volgens Momo's vader, daar zou Momo nooit aan kunnen tippen. Hierdoor voelt Momo zich nog minder gewaardeerd door zijn vader. 



Ondertussen begint de band tussen Momo en meneer Ibrahim steeds sterker te worden. Ze maken wandelingen, praten veel en Momo leert over de koran en de soefibeweging waar meneer Ibrahim bij hoort. Meneer Ibrahim wordt voor Momo echt zijn steun en toeverlaat en hij heeft hem ook erg nodig als zijn vader plotseling weg gaat. Hij kan bij meneer Ibrahim als Momo's vader vertrekt. Hij is ontslagen van zijn werk en ziet het niet meer zitten. Hij laat Momo achter met het restje geld dat hij nog over had. Momo vindt het verschrikkelijk dat hij in zijn leven twee keer in de steek gelaten is, de eerste keer door zijn moeder en de tweede keer door zijn vader. 



Daarom houdt Momo de schijn op dat zijn vader er nog steeds is, maar meneer Ibrahim heeft al snel door dat zijn vader niet meer thuis is. Dat wordt al helemaal duidelijk als er politiemannen op de stoep staan om aan Momo te vertellen dat zijn vader zelfmoord heeft gepleegd.



Niet lang daarna komt een vrouw Momo opzoeken. Ze zegt dat ze de moeder van Mozes is. Momo heeft zin in een geintje en zegt tegen zijn moeder dat Momo een afkorting van Mohammed is, terwijl hij heel goed weet dat dit zijn moeder is. Hij vraagt zijn moeder naar de broer van Mozes, Popol, maar de vrouw zegt dat ze voor Mozes nooit een zoon heeft gehad. Hier schrikt Momo enorm van. 



Omdat Momo nu alleen woont en geen vader meer heeft besluit Meneer Ibrahim Momo te adopteren en de moeder van Momo gaat gelukkig akkoord. Samen besluiten meneer Ibrahim en Momo dat ze naar het vaderland van meneer Ibrahim zullen reizen. Ze kopen een auto, waarbij meneer Ibrahim een rijbewijs laat zien dat eigenlijk een Arabisch briefje van een vriend is. Meneer Ibrahim betaald contant en krijg de auto direct mee. Als ze eenmaal in de auto zitten weet meneer Ibrahim niet hoe hij deze moet besturen. Momo vraagt of het niet in de koran staat; hoe je een auto moet besturen. Hierop moet meneer Ibrahim lachen. Hij zegt dat de koran geen gebruiksaanwijzing is. Uiteindelijk lukt het Momo en meneer Ibrahim de auto goed te besturen. En kunnen ze op weg. Onderweg verbaast Momo zich over de pracht van alle landen waar ze doorheen komen. Meneer Ibrahim wijst hem op de geur van elk land. Ze doen ook spelletjes waarbij Momo met zijn ogen dicht een godshuis binnen moet lopen en dan aan de geur moet raden of het een katholieke kerk, een synagoge of bijvoorbeeld een moskee is. 



Als ze er bijna zijn wil meneer Ibrahim eerst zelf even polshoogte nemen in het dorp waar ze naartoe gaan. Momo blijft wachten bij een boom. Hij wacht heel lang en gaat dan toch lopen naar het volgende dorp omdat hij zich afvraagt wat er gebeurt is. Daar komen mensen op hem af rennen en nemen hem mee naar meneer Ibrahim die een ongeluk heeft gehad met de auto. Meneer Ibrahim overlijdt daar aan zijn verwondingen en Momo gaat, na veel tijd doorgebracht te hebben met Abdoellah, een vriend van meneer Ibrahim, weer terug naar Parijs. Meneer Ibrahim wordt in zijn geboorteland begraven; op zijn sterfbed gaf hij zelf aan dat hij klaar was om te sterven, hij heeft een goed leven gehad.



Terug in Parijs merkt Momo dat hij al het geld van meneer Ibrahim geërfd heeft, inclusief zijn kruidenierswinkel en koran. Voorzichtig haalt hij het boek uit de envelop van de notaris. Hij zal eindelijk ontdekken wat erin staat. In de koran zitten twee gedroogde bloemen en een brief van zijn vriend Abdoellah. 



Momo trouwt, krijgt kinderen en wordt de nieuwe Arabier van de straat. Hij gaat elke maandag bij zijn moeder en haar man eten met zijn vrouw en kinderen, maar doet nog steeds alsof hij Mohammed heet. Zijn kinderen noemen zijn moeder oma, en hij ziet aan haar dat ze daar helemaal blij van wordt. Hij laat het maar zo. 


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Monsieur Ibrahim et les fleurs du Coran door Éric-Emmanuel Schmitt"