Het laatste examennieuws, de beste samenvattingen en uitlegvideo's per vak, tips om je optimaal voor te bereiden.

 


Alles over de eindexamens Alles over het CSE


Le rouge et le noir
Stendhal, 1830

Samenvatting


Julien Sorel is een arme timmermanszoon. Hij is niet bepaald een zoon waar zijn vader trots op is. Julien helpt niet mee in het kleine bedrijfje, in tegenstelling tot zijn broers; het interesseert hem niet. Hij wordt gedreven door een enorme passie voor Napoleon, Romeinse geschiedschrijvers en andere literatuur. Buiten Fouqué, die in de bergen woont en een houtzagerij bezit, heeft Julien geen echte vrienden, behalve de goede pastoor Chélan, die hem les geeft in onder andere Latijn, retorica en Franse geschiedenis. Wanneer de burgemeester van het lieftallige plaatsje Verrières, monsieur de Rênal, een gouverneur zoekt voor zijn kinderen, is deze al snel gevonden in de persoon van Julien, die dit te danken heeft aan de goede woorden die pastoor Chélan over hem heeft uitgesproken. Hij gaat in het huis van de burgemeester wonen, eet samen met de kinderen, die al snel dol op hem zijn en onderwijst hen. Ondertussen bloeit er een innige liefdesrelatie op tussen Julien en de vrouw van de burgemeester, Louise de Rênal. Deze liefde wordt zelfs zo groot dat zij hem meer liefheeft dan haar eigen kinderen. Wanneer zij te onvoorzichtig met hun gevoelens zijn geweest, vertrekt Julien naar het seminarie van Besançon, en wel op zo’n manier, dat zowel de burgemeester, Madame de Rênal als hijzelf vrijwel niet in hun eer worden aangetast.
Het hoofd van het seminarie, de strenge maar beschaafde pater Pirard, tevens goede vriend van pastoor Chélan, heeft veel goeds vernomen over Julien. Het blijkt waar te zijn. Julien is een uitblinker in alle vakken, spreekt vloeiend Latijn en ontvangt alle lof van pater Pirard en heeft het uiteindelijk prima naar zijn zin. Zijn seminariegenoten daarentegen, zijn nogal jaloers op de bewonderenswaardige Julien. Wanneer er een samenzwering tegen pater Pirard ontstaat, ziet hij zich genoodzaakt te vertrekken uit het seminarie, waar hij zo aan gehecht is. Julien vindt dit vreselijk, daar Pirard een vaderfiguur voor hem geworden was. Als pater Pirard een aanstelling krijgt in Parijs, kan Julien met hem mee om daar de secretaris van markies de la Mole te worden, een machtig en aanzienlijk iemand in Parijs. Julien heeft in het begin moeite zich te acclimatiseren tussen al deze mensen van zeer hoge afkomst, en hoe welsprekend Julien ook zijn mag, hij blijft een simpele boerenzoon. Huize de la Mole bestaat uit de markies en de markiezin met hun twee kinderen: graaf Norbert en freule Mathilde de la Mole. Mathilde begint gevoelens voor Julien te krijgen, die na lange twijfel worden beantwoord. Wanneer Mathilde zich een dwaas voelt over haar gevoelens voor Julien, is hij diep gekwetst en wil het liefst sterven. Hij krijgt een opdracht van mijnheer de la Mole om naar straatsburg af te reizen en een boodschap door te geven. Onderweg ontmoet hij prins Korasoff, een vriend die hij in Engeland, waar hij eveneens moest zijn vanwege een opdracht van de markies, heeft leren kennen. Julien vertelt hem zijn liefdesverhaal, en de prins raadt hem aan een goede vriendin van de freule te gaan beminnen, haar te overladen met liefdesbrieven. Dat doet Julien, en hij stuurt mevrouw de Fervaques de vele liefdesbrieven die hij van de prins had ontvangen en overgeschreven had. Langzaamaan maakt het trotse karakter van Mathilde plaats voor jaloezie en wantrouwen. Zij wil Julien weer terug, hem maken tot haar echtgenoot. Dan blijkt Mathilde zwanger te zijn van Julien. Samen besluiten zij een brief te schrijven aan de markies, die na het lezen van de brief buiten zichzelf is van woede. Een vooraanstaande jongedame met zoveel aanzien en vele aanbidders, die houdt van een boerenzoon! Wanneer deze schande bij meerdere mensen bekend is, ontvangt de markies een brief van madame de Rênal, waarin zij beweert dat Julien zich op wil werken in de maatschappij ten koste van vooraanstaande vrouwen die hij zou verleiden. Als Julien dit hoort wordt hij woedend op de vrouw die hij zo lang heeft liefgehad, en besluit per direct naar Verrières te vertrekken om haar om het leven te brengen. Na zijn moordaanslag, waarvan hij denkt dat deze gelukt is maar echter niet het geval is, wordt hij gearresteerd en in de gevangenis gezet. Door de verkleining van zijn lichamelijke leefwereld wordt zijn geestelijke leefwereld vergroot, en voelt hij zich ondanks alles gelukkig in zijn droomwereld. Hij verneemt van de cipier dat madame de Rênal nog in leven is het het goed maakt, en is hier uiteindelijk erg content mee wanneer zij hem komt opzoeken en elkaar weer in de armen te sluiten, tot groot ongenoegen van Mathilde. Bij aanvang van het proces is al bekend wat het vonnis zal zijn, aangezien Julien zelf aangeeft dat het een moordaanslag met voorbedachten rade was. Hij wordt veroordeeld tot de guillotine. Hij weigert, ondanks de vele smeekbeden van Mathilde, madame de Rênal en Fouqué, in hoger beroep te gaan, omdat de waarheid voor hem vaststaat, en hij in zijn nog goede fysieke en mentale toestand voor de dood kan kiezen. Hij smeekt Mathilde na zijn dood met een vooraanstaand man te trouwen en zijn toekomstige zoon bij de lakeien van madame de Rênal achter te laten, zodat zij hem kan opvoeden en Mathilde zonder te veel aangetast in haar eer te zijn haar leven kan vervolgen.
Julien vertelt Louise dat zij zijn zoon moet opvoeden en hij smeekt haar op zijn knieën dat zij geen einde haar leven moet maken als hij dood is; zij belooft het hem.
Na zijn terechtstelling wordt Julien begraven in een grot in de bergen, waar hij vroeger zo vaak heen geen en waar hij zo van genoten had. Mevrouw de Rênal hield zich aan haar belofte. Zij deed geen enkele poging zich van het leven te beroven; maar drie dagen na Julien stierf zij in de armen van haar kinderen.

Personen
Julien Sorel: een jongeman vol ambitie, heeft een grote bewondering voor Napoleon. Hij heeft alle eigenschappen van een typisch romantische held, vol gevoelens van eer, die in verzet komt tegen de maatschappelijke wantoestanden. Hij werkt aan een carrière die hem sociaal doet stijgen, en dat is niet gemakkelijk voor iemand uit de lagere burgerij. Met zijn superieure intelligentie en speculerend op de liefde van vooraanstaande vrouwen verzet hij zich tegen zijn lot. Hij heeft zijn moeder nauwelijks gekend; in madame de Rênal vindt hij iets van wat voor hem een moeder zou kunnen zijn.
Louise de Rênal: een beschaafde dame van rond de dertig jaar, houdt zielsveel van Julien. Ze is, in tegenstelling tot Julien, erg gelovig en hecht veel waarde aan God. Zij straft zichzelf wanneer zij inziet dat haar liefde voor de jonge Julien dwaas. In haar ogen is overspel niet goed te keuren, maar overvallen door de liefde blijft zij zich aan Julien vastklampen.
Mathilde de la Mole: een trotse freule die veel aanzien heeft bij de vooraanstaande mannen van Parijs. Zij is zich welbewust van haar afkomst en hecht veel waarde aan haar naam, totdat haar liefde voor Julien zo enorm is dat ze bereid is alles op te geven voor hem. In de korte pauze van hun verhouding veracht ze Julien, ze beschouwt hem als een minderwaardige boerenzoon. Wanneer zij zich uitlaat over de houding van Julien, is hij erg diep gekwetst en kan hij zich ternauwernood beheersen; hij zou haar graag hebben vermoord. In haar karakter komt de superioriteit van haar afkomst en de trots sterk naar voren, en wanneer Julien ten dode is opgeschreven is haar karakter onderhevig aan jaloezie en trouw voor de liefde van haar leven.
Monsieur Valenod: Directeur van de gevangenis en het armenhuis en later de vervanger van monsieur de Rênal als burgemeester. Hij heeft een grondige hekel aan Julien, en hij is dan ook degene die, zonder enige emotie, het doodvonnis over Julien uitspreekt.
Pater Pirard: hoofd van het seminarie waar Julien terechtkomt. Er ontstaat een intieme band tussen deze man en Julien, voor wie hij zich een vader gaat voelen.
Fouqué: Eigenaar van een houtzagerij, komt niet veel voor in het verhaal maar is de trouwste vriend die Julien zich maar kan wensen.

Ruimte
Het eerste deel van het verhaal speelt zich af in Verrières, een mooi stadje in de Franche-Comté. Verhaalruimten hierin zijn voornamelijk het huis en de tuin van de Rênals. Julien houdt er van om samen met madame de Rênal een wandeling in de prachtige tuin te maken. In de vakanties brengen zij hun tijd door in Vergy, waar de schoonheid van de natuur en de liefdesaffaire van Julien en Louise centraal staan.
Het tweede deel van het verhaal speelt zich voornamelijk af in Parijs, waar huize de la Mole zich bevindt. In de loop van het verhaal komen Londen en Straatsburg ook nog even aan bod, maar zijn voor het verhaal verder niet belangrijk. Het laatste deel van het verhaal speelt zich weer af in het gebied Besançon, waar Julien in de gevangenis zit en ook terechtgesteld zal worden.

Tijd
Het verhaal speelt zich af tussen 1825 en 1830, tijdens de Restauratie, een periode waarin de adel haar macht tracht te herstellen die zij na de Franse Revolutie verloren had. Het verhaal wordt ook gekenmerkt door de politiek, die veel aan bod komt. Dat moest ook wel, want als Stendhal volgens zijn uitgever deze roman tot `kroniek van 1830´ wilde maken, zouden zijn personen toch wel over politiek moeten praten.

Titelverklaring
Het rood en het zwart zijn symbolische kleuren. Je zou kunnen zeggen dat rood de kleur van de liefde is, en zwart de kleur van de dood. Tijdens de Restauratie heeft de kerk het eigenlijk voor het zeggen. En als mensen uit het lagere volk zoals Julien al een kans hebben carrière te maken, is dat alleen in het zwart van de priestertoog. In een eerdere periode zou de eerzuchtige Julien carrière hebben gemaakt in het rood van het soldatenuniform, als soldaat van Napoleon. Vandaar ook zijn enorme bewondering voor Napoleon. Napoleon Bonaparte was een gewone jongeman uit de burgerij die met succes een greep naar de macht heeft gedaan. Ook Julien was een gewone jongeman uit de burgerij.

Thema
Le rouge et le noir is niet alleen een roman over de liefde en verliefdheid, maar bevat eveneens een analyse van machtsstructuren. De schrijver komt tot de constatering dat iedereen alleen maar naar macht streeft. Op enkele individuen na blijken allen –zelfs de leden van aristocratie en geestelijkheid –òfwel ordinaire baantjesjagers òfwel niets ontziende machtszoekers te zijn.
Het verhaal heeft ook iets van het realisme in zich. Juliens reacties getuigen vaak van een realistische kijk op de dingen, soms zelfs van iets berekenends. Ondanks alle romantische gevoelens wordt hij gedreven door de ambitie om in deze voor hem uitzichtloze klassenmaatschappij carrière te maken.

Persoonlijk
Ik heb dit boek uitgekozen omdat ik het ten eerste een enorme uitdaging vond zo’n dik boek te lezen. Het is een van de meesterwerken uit de Franse literatuur en ik voelde me enigszins verplicht dit boek te lezen, aangezien mijn aankomende studie Franse taal en literatuur zal zijn. Ik heb geen moment spijt gehad van mijn keuze. Het boek leest sneller uit dan ik had gedacht, en ik ben verwonderd over het prachtige verhaal en het tragische lot van Julien Sorel. Ik werd meegesleurd door de indringende passages over liefde en ambitie. Ik ben zo vrij dit boek iedereen aan te raden, het is een van de meest fantastische en bewonderenswaardige literatuur aller tijden.

Verdiepingsopdracht
Vergelijk dit boek met een ander werk dat je gelezen hebt.

Ik vergelijk dit verhaal met de filosofische roman L’étranger van Albert Camus, omdat ik erg onder de indruk ben van Camus en zijn roman en ik opmerkelijke overeenkomsten zie tussen beide hoofdpersonen.
Julien en Meursault plegen beiden een aanslag. Meursault vermoordt een Arabier. Deze moord komt niet voort uit de wil iemand te doden, maar door een samenloop van omstandigheden. Het is de zon die de druk opvoert en Meursault er toe brengt te schieten. Voor Julien is dit bij lange na niet van toepassing. Hij is woedend op madame de Rênal en wordt wel zeker beheerst door de wil iemand te doden. Zijn aanslag komt dus ook voort uit de wil iemand te doden. Beiden worden opgepakt en gaan naar de gevangenis. Er volgt een proces. Dit proces neemt in L’étranger absurde trekken aan; Het lijkt erop dat Meursault niet vervolgd wordt vanwege de moord, maar omdat hij anders is dan de rest, niet gehuild heeft op de begrafenis van zijn moeder en niet in God gelooft. Ook bij Julien is dit atheïstische aspect aanwezig. Julien wordt berecht vanwege zijn moordaanslag met voorbedachten rade, hij geeft dat zelf ook aan en tevens dat hij de doodstraf verdient. Beiden hebben iets op met de waarheid; Meursault weigert te liegen in zijn proces en ook Julien zegt tegen zijn advocaat dat hij geen leugens moet vertellen tijdens het proces.
Opvallend vind ik ook dat wanneer zij beiden in de gevangenis zitten, hun leven overdenken en tot de slotsom komen dat zij eigenlijk gelukkig zijn geweest. Wat ik al eerder aangaf, de geestelijke wereld wordt vergroot naarmate de lichamelijke afneemt. Dit komt in beide boeken terug.
Wat ik misschien wel het meest opvallend vind aan de gelijkenis tussen Julien en Meursault, is dat zij beiden weigeren in hoger beroep te gaan. Dit houdt in feite in dat zowel Julien als Meursault de dood accepteert en eigenlijk zelfmoord pleegt.
Camus heeft Le rouge et le noir ook ooit gelezen. Of zijn idee over L’étranger verband heeft met dit verhaal, zullen we nooit weten. Camus heeft altijd ontkend geïnspireerd te zijn door deze roman. Feit is dat Camus Meursaults karakter met absoluut verschillende intenties heeft gevormd dan Stendhal Juliens karakter.

Stendhal
Stendhal is een van de ruim honderd pseudoniemen waarvan Henri Beyle (1783-1842) zich gedurende zijn leven van bediende. Hij publiceerde onder de meest uiteenlopende namen kritische beschouwingen en verhandelingen in kranten en tijdschriften. Zo schreef hij ter verdediging van Le rouge et le noir voor het Italiaanse literaire tijdschrift Antologia een artikel dat hij
tekende met het pseudoniem ‘Don Gruffo Papero’. Maar onder de naam Stendhal werd hij uiteindelijk beroemd, vooral door zijn twee meesterwerken Le rouge et le noir en La chartreuse de Parme. Deze beroemdheid viel hem pas na zijn dood ten deel, vijftig jaar na de voltooiing van zijn eerste grote roman: Le
rouge et le noir. ‘Mijn werk zal pas na mijn dood gewaardeerd worden,’ schreef hij zelf met profetische blik.
Henri Beyle is afkomstig uit de gegoede burgerstand; zijn moeder, die hij verafgoodde, stierf toen hij zeven was. Hij kon zijn vader, een advocaat, niet luchten of zien. Deze man met zijn benepen, burgerlijke ideeën vertegenwoordigde voor hem al wat reactionair was, al waar hij een afkeer van had. De vader vond voor de jonge Henry Beyle een draak van een gouverneur, pater Raillane. Deze weinig sympathieke geestelijke heeft er
vermoedelijk toe bijgedragen dat Beyle zijn hele leven niets op had met de kerk en haar leer. Op school legt hij een grote aanleg voor wiskunde aan de dag, een gevoel voor logica dat later zijn stijl en de opbouw van zijn zinnen zal bepalen. Om uit Grenoble, zijn geboortestad, weg te komen bereidt
hij zich voor op een wiskundige studie aan de École Polytechnique in Parijs.
Maar eenmaal in de hoofdstad aangekomen, meldt hij zich zelfs niet voor het toelatingsexamen. Hij wordt secretaris bij zijn neef Pierre Daru, een hoge ambtenaar op het ministerie van Oorlog. Deze stuurt hem als tweede luitenant naar het leger in Italië. Beyle bereikt Milaan juist op het moment dat Napoleon de slag bij Marengo wint (14 juli 1800). Hij is meteen weg van
alles wat Italië is: het vrouwelijk schoon, de landschappen, de
architectuur, de schilderkunst en de Italiaanse muziek. Cimarosa is zijn lievelingscomponist. Van nu af aan is Italië zijn tweede vaderland. Maar na enige tijd gaat het militaire leven hem vervelen en in 1802 keert hij naar Parijs terug. Hij neemt het besluit zich aan de letteren te wijden; hij wil ‘komedies schrijven zoals Molière en leven met een actrice’. Een tijdlang
stort hij zich in het theaterleven, en hij schrijft en bewerkt
toneelstukken.
Na de val van Napoleon, die hij zeer bewonderde, vertrekt hij opnieuw naar Italië en vestigt zich in Milaan. In het liberale milieu aldaar ontmoet hij vele beroemdheden, o.a. Lord Byron. In deze tijd schrijft hij voor het eerst onder het pseudoniem Stendhal: Rome, Naples et Florence (1817). In 1821 ziet
hij zich gedwongen Milaan te verlaten en terug te keren naar Parijs, omdat zijn verregaand liberale opvattingen hem –zelfs in zijn geliefd Italië- allesbehalve in dank worden afgenomen.
In 1822 verschijnt De l’Amour, in 1823 Racine et Shakespeare, een pamflet waarin hij de aanhangers van de romantiek verdedigt tegen de classicisten.
In 1828 krijgt hij het idee Le rouge et le noir te schrijven, dat hij aanvankelijk ‘Julien’ noemt. Dit werk voltooit hij in 1830, kort voor de juli-revolutie.
Als na de revolutie Louis-Philippe aan het bewind komt, wordt Beyle benoemd tot consul, aanvankelijk in Triëst, en later, vanaf 1831 in Civita Vecchia. Tussen 1833 en 1836 schrijft hij de onvoltooid gebleven roman Lucien Leuwen; hij begint aan het autobiografische Vie de Henry Brulard. Om gezondheidsredenen gaat hij in 1836 voor een paar jaar met verlof. In deze
periode ontstaat zijn tweede grote werk: La chartreuse de Parme, een roman die hij in nauwelijks vijftig dagen voltooit (1839). Na een hartaanval, in 1841, keert hij uit Civita Vecchia terug naar Parijs. Daar overlijdt hij in een hotelkamer op 23 maart 1842.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

P.

P.

Je had zeker een heel oog eindcijgfer voor Frans en bent inmiddels driedubbel doctorandus, of niet? Wat een verslag! Epatant! Mes compliments

9 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

M.

M.

Dag Luuk

Ik studeer als NLer in België de 2de graads lerarenopleiding Frans-economie (1e jaar) en moet ook o.a. voor littérature 'Le rouge et le noir' kennen. Wou zeggen dat het een mooie samenvatting is! Studeer je nu echt Franse taal en cultuur en hoe vind je dat?

Groetjes Marcel

11 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

H.

H.

ik snap de verhaal niet helemaal
wil je voor mij in ong 10 zinnen die verhaal maken

14 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast