ADVERTENTIE
Open Avond = ontdekken of jij hier past Leren is keuzes maken. Continu blijven zoeken, twijfelen, vallen en opstaan. Dát leren, dat leer je bij Hogeschool Inholland. Tijdens onze Open Avond op woensdag 30 oktober staan onze studenten en docenten klaar om al je vragen te beantwoorden. Kom langs en ontdek of jij hier past.

Meer info!
La chienne - Pierre Gripari

Een man van een jaar of twintig heeft een vader die boer is. Hij moet van zijn vader hard weken op de boerderij, maar hij gaat veel liever het bos in om te stropen. Hij voelde er niets voor om de rest van zijn leven te moeten werken op het land. Zijn vader sloeg hem veel omdat hij niet naar zijn vader luisterde.

Wanneer zijn vader overlijdt komt hij er samen met zijn oude moeder alleen voor te staan. De man moet hard werken om de boerderij goed te laten lopen.

Toen hij ’s nachts een keer ging jagen werd hij betrapt door de jachtopziener. Hij vluchtte en de opziener volgde hem, maar plotseling stopte de opziener en rende hij heel hard weg.

De volgende morgen kwam de jachtopziener bij hem aan de deur om hem te vragen wat hij die nacht bij het grote meer uitvoerde en waarom hij zijn hond op hem had afgestuurd.
De man ontkende dat hij bij het meer was geweest en vertelde de opziener dat hij helemaal geen hond had.

Zijn moeder werd erg ziek.
Toen hij weer een keer ’s nachts ging jagen in het bos hoorde hij een schot en een mannenschreeuw. Toen hij naar het meer liep zag hij de jachtopziener dood aan de oever liggen met een open gereten keel en met zijn geweer naast hem. Hij is bang en gaat naar huis, zijn moeder overlijdt nog diezelfde nacht.

De volgende ochtend laat de koning de man bij zich roepen. De koning vroeg hem of hij zijn jachtopziener wilde worden. De man wil dat wel en hij krijgt het bevel om ervoor te zorgen dat niemand anders dan hijzelf in het bos jaagt. Hij krijgt een geweer en moet iedere stroper die hij in het bos tegenkomt doodschieten.
Hij kon niet geloven dat zijn hobby nu zijn dagelijkse werk werd en dat hij er nog voor betaald zou krijgen ook.

Een tijdje later verkocht hij de boerderij en verhuisde hij naar het jachthuis.

In het eerste jaar dood hij twee stropers en daarna komt hij er geen één meer tegen.
Na ongeveer een jaar vraagt de koning hem of hij gehoord heeft over de hond en of hij het verhaal gelooft. De man heeft er wel van gehoord maar gelooft er niet in. De koning vertelt hem dat de hond van hem is en dat hij hem overdag binnen houdt en alleen ’s nachts los laat.
Daarna zegt de koning dat de man hem een dienst moet bewijzen. De koning zegt dat hij voortaan voor de hond moet zorgen en dat hij de hond die avond naar zijn huis zal sturen. De man moet de hond dan binnen laten, hem te eten geven en met hem praten. De koning zegt erbij dat de hond alles van de mensentaal begrijpt en dat, als hij de hond goed behandelt, niets te vrezen heeft. Bovendien mag niemand ervan weten.

Die avond kwam de hond inderdaad langs, de man deed de deur open en schrok zich een ongeluk, want zo’n beest had hij nog nooit gezien. Één en al spieren, één en al kracht en souplesse, grijs haar met een pisgele weerschijn en de ogen van een wolf, het was een wild dier.
Hij gaf de hond, zoals de koning hem had bevolen, te eten en daarna kwam de hond aan zijn voeten aan liggen. Na een paar minuten vroeg hij de hond of hij mee naar buiten ging.
De hond was erg intelligent en kon echt alles van de mensentaal begrijpen. Dit bleek bijvoorbeeld toen hij een wild konijn ving toen de voorraad op was en toen hij de slang mee nam die hem gebeten had, zodat de man de hond aan zijn verwonding kon behandelen.

Als de man het dorp in gaat om inkopen te doen, wordt hij verliefd op de dochter van de postkantoorhoudster. Eerst zijn er wat problemen, maar later trouwt hij met haar en trekt ze bij hem in. De vrouw was erg bang voor de hond.
Zes maanden na het huwelijk werd ze zwanger, maar ze zegt haar man dat ze bang is dat de hond hun kind zal verslinden als het geboren is.
Zij wil dat haar man de hond dood, maar de man zegt dat dat onmogelijk is omdat de hond niet van hem is. Ze wordt woedend, omdat hij gelogen had en zegt nu dat hij de hond moet doden of terug brengen, omdat ze anders zelf weg gaat.

Na de ruzie loopt de man diep het bos in, maar als hij merkt dat het al bijna avond wordt, bedenkt hij zich opeens dat zijn vrouw alleen thuis is en dat de hond elk moment kan arriveren. Hij gaat zo snel mogelijk terug naar huis en wanneer hij ongeveer vijfhonderd meter van zijn huis vandaan is, hoort hij een schot en een vrouwengil. Binnen vindt hij zijn vrouw dood met een open gereten keel en met het geweer naast zich. Ze had de hond gemist en de hond had haar gedood.
De man blijft met zijn geweer op de hond wachten maar die komt niet meer terug.
De volgende morgen gaat hij naar de koning en zegt hem dat hij de hond niet meer moet sturen. De koning is eerst boos maar zegt daarna dat het goed is en dat hij naar huis moet gaan en dat als de hond terugkomt dat hij hem dan moet doden.

De man zag de koning en de hond een hele tijd niet meer terug, maar hoorde later in het dorp dat de koning ziek was. De koning laat de man weer bij zich roepen en zegt hem dat hij de hond die avond zal sturen en dat hij hem dan moet doden.

Die avond krabt de hond inderdaad aan de deur en de man doet open en ze lopen naar de open plek vlakbij het grote meer. De man richtte zijn geweer op de hond en de hond kwam voor hem liggen en keek hem strak aan. De man doodde de hond en begroef hem.

Er wordt naar de koning gezocht, maar die wordt nooit meer gevonden.

De man verteld dit verhaal aan de erfgenaam van de koning en zegt hem ook dat hij maar een boer is en dat hij weg wil uit dit park, omdat hij bang is.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.