Watership down door Richard Adams

Beoordeling 6.7
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 3e klas havo | 3266 woorden
  • 25 juni 2007
  • 10 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.7
  • 10 keer beoordeeld

Boek
Vertaald als
Waterschapsheuvel
Auteur
Genre
Taal
Nederlands
Vak
Eerste uitgave
1972
Pagina's
480
Geschikt voor
bovenbouw havo/vwo
Punten
3 uit 5
Oorspronkelijke taal
Engels
Literaire thema's
Verfilmd als

Boekcover Watership down
Shadow
Watership down door Richard Adams
Shadow
1. Verwachtingen vooraf.
Ik dacht in het begin dat er niet zoveel aan zou zijn, maar dat komt natuurlijk doordat je het moest lezen voor Nederlands. Ook vond ik het erg dik boek en ik dacht dus dat ik het echt nooit uit zou krijgen. Toen ik de achterkant had gelezen, leek het me nog niet zoveel aan. “Wat kunnen konijnen nou beleven.” Dacht ik.

2. Samenvatting.
Dit verhaal begint in een grote konijnen kolonie. Op een Avond zitten de 2 konijnen Hazelaar en Vijfje gezellig samen buiten. Vijfje verteld Hazelaar over een visioen dat hij die zelfde dag nog had gehad. Vijfje is een erg klein helderziend konijn. Hazelaar is een konijn van normale lengte. Vijfje heeft het visioen gehad dat er een groot zwart kwaad zal komen dat de hele kolonie zal uitmoorden. Vijfje zegt tegen Hazelaar dat ze allemaal moeten wegtrekken. Hazelaar gaat naar het opperkonijn maar die wil er niks van weten. Maar de schildwacht van het opperkonijn heeft het allemaal wel gehoord en wil wel mee. Hij zal zo veel mogelijk konijnen van de Auwsla vragen om mee te gaan. De Auwsla is eigenlijk een soort van politie en leger van de konijnen. In de Auwsla zitten alleen de sterkste en grootste konijnen van een kolonie. Ze zouden er wel wat aan hebben als Kopstuk konijnen van de Auwsla mee zou nemen. Ze zouden die avond in het geheim verzamelen en vertrekken. Iedereen die wil moet maar komen. Ze zullen vertrekken en een nieuwe kolonie stichten. Als eerst komen natuurlijk Hazelaar en Vijfje die nog een ander konijn meenemen die potje heet. Potje is een erg klein grijs konijntje. Later komen ook nog Wegedoorn; een konijn dat wel wat aan de grote kant is maar niet groot genoeg voor de Auwsla. Braam, dat is een erg slim konijn, Paardebloem is een goede verteller en dan zijn er nog eikel en havikskruid; 2 konijnen van normale lengte. Als ze net willen vertrekken komen Kopstuk en Zilver er nog aan. Zilver is een groot konijn met een zilverkleurige vacht. Hij is ook het neefje van het opperkonijn maar word altijd gepest met zijn grijze vachtkleur. Daarom besluit hij mee te gaan. Net als ze weg willen gaan komen er nog 3 konijnen aan. Het is kapitein Hulst van de Auwsla met nog 2 konijnen. Hij wil de konijnen arresteren en ze krijgen een kans om normaal terug te gaan naar de kolonie. Maar daar willen ze niets van weten en Kopstuk valt hem meteen aan. Kopstuk en zilver winnen het van de drie konijnen en ze gaan er met zijn allen snel vandoor.
Ze lopen door een bos en schieten al flink op als ze een Ledri tegenkomen. Dat dier is de vijand van konijnen. Zij noemen dat 1 van de 1000 konijnen kunnen maar tot 4 tellen alles boven de vier word veel of 1000 genoemd. Een vijand van de konijnen heet dus 1 van de 1000. Ze ontkomen aan de Ledri door snel weg te rennen en komen bij een kleine rivier. Ze willen er eigenlijk rusten maar 1 van hen ontdekt een Hond in het bos. Dat is ook 1 van de 1000. De hond is hen op het spoor en het konijn braam vind een stukje hout en laat hen daarmee naar de overkant drijven. De konijnen hadden zoiets nog nooit gezien.

Na een reis zonder veel gedonder en ruzie komen ze uiteindelijk op een mooie plaats en besluiten daar een kolonie te stichten. Ze beginnen te graven met kleine holen. Want mannetjes konijnen graven nooit dat doen de vrouwtjes altijd en die zijn er nu niet. Na een tijdje staat er een konijn met de naam Sleutelbloem bij hen en die zegt dat er aan de andere kant van het kleine bosje waar ze tegenaan zitten een kolonie is. Als ze willen mogen ze daar komen. Ze willen eerst niet maar als het begint te regen gaan ze er toch maar naartoe. Ze komen aan bij een grote kolonie met allemaal zichtbare holen. Maar bijna de hele kolonie is leeg. Als ze er even omlopen komt Sleutelbloem op hen af die hen naar binnen laat. Ze komen in een grote ondergronds ruimte waarin alle konijnen van de kolonie zijn. Deze konijnen waren wel een beetje vreemd want ze waren allemaal heel groot en ze hadden een glimlach op hun gezicht. Een begrip dat konijnen helemaal niet kennen. In de kolonie is het erg gezellig maar alleen Vijfje voelt zich er niet op zijn gemak. Hij vindt het er gevaarlijk en vind dat ze zo snel mogelijk weg moeten. Hij gaat helemaal vreemd en druk doen. Hazelaar laat hem maar met rust. Later gaan ze nog eten halen. Op een plek in het land ligt allemaal groente en fruit. Ze slepen het naar het hol en eten ervan. Een paar avonden later zijn Kopstuk en Hazelaar in het bosje ze zoeken Vijfje op die daar nog steeds zit. Plotseling komt Kopstuk vast te zitten in een strik. Vijfje en Hazelaar willen hem loshalen maar het uitgraven van de ijzeren draad lukt niet goed. Vijfje gaat hulp halen bij de kolonie maar alleen hun konijnen willen komen. De rest van de kolonie wil er niets van weten en Sleutelbloem zegt dat hij onmiddellijk zijn mond moet houden. Het lukt hen uiteindelijk om de draad uit te graven en het paaltje door te knagen Ze gaan er snel vandoor want ze hebben de bedoelingen van de konijnen door. De boer legt namelijk overal strikken neer maar ook groente en fruit zodat de konijnen lekker vet worden. De konijnen van de kolonie weten dat allemaal en ze dacht dat als deze konijnen eerst in die strikken zouden stappen dat zij dan wat langer zouden blijven leven. Er gaat nog een konijn mee, zijn naam is Aardbei.
Ze gaan verder met hun reis en komen na het oversteken van een weg en het doortrekken van de heide aan op een groepje heuvels en stichten bovenop de heuvel een nieuwe kolonie met de naam Waterschapsheuvel.

Het is al een mooie kolonie aan het worden als de hele groep besluit om onder aan de heuvel wat gras te gaan eten wand daar is het gras zo lekker. Als ze onderaan de Heuvel zijn horen ze ineens een konijn jammeren. Ze denken meteen aan het zwarte konijn van Inlé. Het zwarte konijn is een konijn dat de konijnen ophaalt die moeten sterven en hij neemt ze mee naar het hiernamaals. Hij roept Kopstuks naam en die is helemaal bang. Maar Hazelaar besluit om eropaf te gaan. Hij vindt daar 2 konijn, een zekere Grasklokje en Kapitein Hulst van de Auwsla. Hulst is gewond en word meegebracht naar boven om daar te worden verzorgd. Daar vertelt hij dat de hele kolonie is vergast en alleen hij en Grasklokje konden nog ontkomen. Vijfje had dus toch gelijk over het gevaar.
De kolonie gaat verder goed maar Hazelaar ziet toch een probleem. Er zijn geen wijfjes in de kolonie dus kunnen ze zich niet voortplanten. Daarom wil Hazelaar bevriend raken met andere dieren dan kunnen die voor hen naar een andere kolonie zoeken waar nog wijfjes over zijn die ze mee kunnen nemen naar hun kolonie. Eerst raken ze bevriend met een muis en later nog met een grote zeemeeuw die Keehaar heet. Keehaar heeft een gewonde vleugel en heeft hulp nodig. Als hij is verzorgd gaat hij voor hen op zoek naar andere konijnen. Als hij terug komt zegt hij dat hij aardig dicht bij een grote boerderij heeft gevonden waar ook konijnen zitten. En een grote konijnenstad zoals hij dat noemt. Ze besluiten om Hulst met Aardbei en Zilver naar de grote kolonie te sturen om te vragen of ze wijfjes mee mogen nemen. Als ze een tijdje weg zijn wil Hazelaar ook wel weer eens wat avontuur en besluit om samen met potje naar de boerderij te gaan om de tamme konijnen te halen. De konijnen willen nog even nadenken en een paar dagen later gaat Hazelaar weer terug maar dan met een hele ploeg konijnen om de 2 tamme vrouwtjes konijnen op te halen. En ook nog 2 mannetjes. Het gaat erg goed en maar 1 van de 2 mannetjes moeten ze achterlaten. De 2 vrouwtjes gaan in ieder geval mee en dat is het belangrijkste. Maar op de terugweg komt er een man met een geweer achter hen aan. Hazelaar wil de man weglokken om de andere konijnen te redden. Maar Hij wordt geraakt door het geweer en valt ergens een bosje in. De konijnen keren terug en iedereen is verdrietig. In plaats van een vrolijke welkomstbijeenkomst is er nu rouw in de hele kolonie. Ze horen nog maar weinig van Keehaar over Hulst en zijn mannen. En Hazelaar is weg. Hulst en zijn mannen keren toch terug en op de avond dat hulst en zijn mannen terugkeren, rent Vijfje het veld in en gaat met een ander konijn naar een bosje en vind daar in een buis Hazelaar. Zijn poot is geraakt. Hij brengt Hazelaar naar boven en ze gaan naar het verhaal luisteren van Hulst.
Hulst vertelt:’Toen we daar aankwamen kwam er een groot konijn op ons af. Als dat konijn er niet was geweest wisten we niet dat er een kolonie was zo goed was hij bedekt. Het konijn bracht ons naar binnen naar de raad van oude konijnen en naar hun opperkonijn, Generaal Guldenroede. Generaal Guldenroede is groot echt enorm. En we mochten niemand meenemen en werden daar vastgehouden. We waren geen gasten maar gevangenen. Ik heb daar nog met een wijfje gepraat en die vertelde dat het in de kolonie erg slecht ging en dat ze allemaal graag weg wilden van Guldenroede. Uiteindelijk zijn we ontsnapt en zijn hier aangekomen.’
Als de poot van Hazelaar een beetje genezen is maken ze een plan om alsnog wat wijfjes uit Efrafa te halen. Efrafa is de naam van de grote kolonie. Als ze op weg zijn komen ze nog een vos tegen die Kopstuk door een troep vreemde konijnen heen jaagt. Het zal wel de Auwsla zijn van Efrafa.

Kopstuk gaat naar binnen bij Efrafa. Hij zal daar wijfjes gaan zoeken die hij kan overhalen om met hem mee te gaan. Hij komt daar aan en mag meteen in de Auwsla van de rechter achterpoot komen. Hij noemt zichzelf Thlayi. Hij wordt ingedeeld bij kapitein Nervel. Efrafa is een erg vreemde kolonie. Omdat Generaal guldenroede niet ontdekt wil worden door mensen mogen de konijnen niet naar buiten om te eten. Dat mogen ze maar 2 keer daags. Poepen Hraka zoals zei dat noemen doen ze in een greppel en daar gooien ze weer zand overheen. In Efrafa mogen ook geen nieuwe holen gegraven worden daarom zitten sommige konijnen soms wel met 6 of 7 konijnen in 1 hol. Er zijn veel meet wijfjes dan mannetjes en buitenstaanders mogen er niet om blijven zwerven. Maar nu verder met Kopstuk. Kopstuk leerde een groep wijfjes kennen die erg rebels waren en die wel met hem mee wilden. Toen hij 1 van die wijfjes bij zich in het hol riep legde hij zijn plan uit. Keehaar zou de schildwachten die buiten de wacht houden zodat niemand ontsnapt aanvallen, dan zouden zij zonder aandacht kunnen ontsnappen omdat er dan zoveel chaos was. Maar de eerste avond avond gaat het mis omdat Generaal Guldenroede hem allemaal moeilijke vragen gaat stellen. Maar de 2e avond lukt het wel om te ontsnappen. Ook neemt hij nog een ander konijn mee die helemaal is toegetakeld en helemaal mishandeld. Maar Generaal Guldenroede komt er snel achter. De generaal gaat in de achtervolging. Maar als de generaal begint in te lopen met zijn mannen komen de andere konijnen er weer bij. De generaal wil Kopstuk net aanvallen als daar Keehaar aan komt die begint te vechten met het enorme konijn. Keehaar weet Guldenroede af te slaan en ze kunnen doorrennen naar de rivier. Op de rivier ligt een boot met een half doorgeknaagd touw en bij dat touw staat Hazelaar. Hij houdt het touw met zijn bek vast omdat hij het al heel erg ver heeft doorgeknaagd. De konijnen springen allemaal in de boot en Hazelaar bijt het touw door. Ze zijn ontsnapt aan guldenroede. Maar het avontuur is nog niet voorbij. De boot gaat niet meer naar de overkant, Braam heeft het verkeerd gezien. In deze rivier zit stroming dat zat er niet in het kleine slootje. Uiteindelijk komen ze tegen een brug aan en ze zwemmen onder de brug door en spoelen aan. Die nacht slapen ze in het bos daar in de buurt en de volgende dag trekken ze verder terug naar waterschapsheuvel. Ze komen nog 1 patrouille van Efrafa tegen maar die kunnen ze met dreigen wegwerken. Als ze terug zijn heeft 1 van de wijfjes die van de boerderij komen jongen geworpen. Na een tijdje komt er weer een muis binnen die ze al kenden en die muis moet ze iets vertellen. Er zaten konijnen aan de voet van de heuvel. En 1 van hen was erg groot. Ze beginnen te graven boven een grote zaal onder de grond die zij hebben gemaakt. Het hol van klaver grenst daar ook aan. Hazelaar en Paardebloem hebben een idee en vertrekken snel naar de boerderij om de hond te halen. Ze moeten het touw van zijn hals los knagen. Op dat moment komt Generaal Guldenroede door het dak heen. Ze hebben geen hulp meer van Keehaar want die is al naar zee vertrokken. Ze graven vlak voordat hij komt het hol van klaver dicht en wachten af als Guldenroede in de modder begint te woeden. Hazelaar heeft ondertussen het touw van de hond bijna los geknaagd maar er komt een kat achter Paardebloem die hem besluipt. Hazelaar begint waarschuwend op het houten hok te stampen. De hond wordt wakker en rent achter Paardebloem aan en Hazelaar raakt in gevecht met een kat. Bij de weg waar Paardebloem over moet steken wordt hij opgewacht door Braam en samen lokken ze de hond. Ondertussen is Kopstuk in een druk gevecht met de Generaal beland. Ze hebben allebei problemen, de generaal heeft nog nooit verloren maar Kopstuk is sterker. Hij laat hem schrikken Met het verhaal dat het opperkonijn nog moet komen. Bij konijnen is het meestal zo dat het grootste en sterkste konijn het opperkonijn is. De gewonde Guldenroede vlucht naar buiten. Want een beter konijn dan Kopstuk moet wel enorm zijn. Als ze buiten zijn komen er ineens 2 konijnen aanrennen die gauw onder de grond verdwijnen gevolgd door een grote hond die elk konijn verscheurd. De kolonie is Gered en later word de gewonde Hazelaar teruggebracht door een klein meisje in een auto. En ze leefden nog lang en gelukkig in vrede samen met Efrafa.

2. Gevoelens bij het verhaal
De gevoelens die ik bij het verhaal kregen waren vooral spanning. Ik vond het niet emotioneel of zo

3. Belangrijkste woord en zin.
Belangrijkste zin: “Hazelaar was degene die antwoordde: ‘Vijfje en ik zullen de kolonie vanavond verlaten.’ Zei hij weloverwegend. ‘Ik weet niet precies waar we heen zullen gaan, maar we zullen iedereen meenemen die bereid is om mee te gaan’” Op bladzijde 19
Waarom: Met deze zin begint het hele verhaal en dankzij dit besluit zal het hele verhaal zich afspelen.

Belangrijkste woord: “veiligheid.” Alle bladzijden wel.
Waarom: In het verhaal hebben ze het daar steeds over en veel avonturen worden beleefd om zich in veiligheid te brengen. Konijnen zijn altijd in gevaar.

4. Verklaar de titel
Waterschapsheuvel is een logische titel. Waterschapsheuvel is de naam van de heuvel en de kolonie van de konijnen. De titel zegt alleen niet zo veel over het verhaal. Als je de titel leest weet je nog niet waar het verhaal over gaat.

5. Genre
Het Genre van het verhaal is vooral spanning. Gewoon een leuk leesboek, ik denk dat het in ieder geval dat het als een leesboek is bedoeld. Het is dus een Avonturen Roman. Maar het zou ook een Maatschappij Kritische Roman kunnen zijn omdat er toch wel wat Kritiek word geleverd op verschillende manieren van leven en als je dat naar de mensen verplaatst kan dat heel goed

6. Hoofdpersonages
Hazelaar: Het hoofdkonijn van Waterschapsheuvel. Hij neemt alle beslissingen en heeft ook lef.
Kopstuk: Het grote en agressieve konijn van de groep. Hij is ook nog sterk en help Hazelaar soms met zijn beslissingen.
Vijfje: Een erg klein konijn. Dit konijntje is helderziend en kan met visioenen in de toekomst kijken.
Generaal Guldenroede: Dit is de leider van Efrafa. Hij is erg groot en erg sterk. Als klein konijn leefde hij met zijn ouders en broertjes in een moestuintje. Toen zijn Vader dood werd geschoten kwam hij na een lange vlucht helemaal alleen in het oude Efrafa terecht. Hij heeft het verplaatst en afgesloten.

Dit zijn wel de belangrijkste konijnen van het hele verhaal. Hazelaar, Vijfje en Kopstuk zijn natuurlijk vrienden en zitten in dezelfde kolonie. Hun grote vijand is Natuurlijk Generaal Guldenroede.

7. Vertelperspectief
Het is een Hij/Zij verteller. Het is zeg maar iemand die het verhaal vertelt maar die niet weet wat er nog gaat gebeuren. Zeg maar iemand die Live verslag doet en daar later een boek over schrijft vanuit zijn zicht van dat moment dat hij het zag.

8. Tijd
Het verhaal speelt zich af in 1 of 2 jaar. Konijnen kunnen dat natuurlijk niet bijhouden maar er komen 2 zomers in voor. Het verhaal is wel chronologisch want het speelt zich steeds af in volgorde van tijd. Flashbacks hebben ze er niet. Er zijn wel sprongen in de tijd want er wordt ergens een zeisoen overgeslagen.

9. Ruimte
De Heuvels zijn natuurlijk ook erg belangrijk en de boerderij in de buurt van de kolonie. In het boek zit ook een kaart waarin je alles kunt opzoeken. Ze komen door veel verschillende landschappen. Ook de grote rivier in de buurt van de kolonie Efrafa is erg belangrijk, ruimte is in ieder geval elk belangrijk in dit boek. Het verhaal hangt af van de ruimte waar het zich afspeelt.

10. Thema en motieven
Het is niet alleen een goed verhaal het is ook een verhaal met een moraal. Het gaat over Leiderschap, democratie, vriendschap en moed.

11. Slotevaluatie
Mijn leesproces ging erg goed. Ik had het boek al snel uit. Als ik me even verveelde ging ik uit dit boek lezen of als ik ’s avonds op bed ging ook. De opbouw van het verhaal was goed. Er waren veel spannende gebeurtenissen dus je verveelde je niet. Alleen van de gedachten en de gevoelens kreeg ik niet zo veel mee. Het taalgebruik was wel normaal en niet zo ouderwets. En het thema en het motief kon ik er maar moeilijk in vinden

Ik herken eigenlijk niets van mijn eigen leven hierin. Dat kan ook moeilijk want dit gaat over konijnen en zulke dingen maak je niet mee. Je kunt het gewoon niet vertolken naar mijn leven.

Wat me vooral van het verhaal zal bijblijven is toch wel het goede verhaal.

12. Richard Adams
(19 mei 1920) is een Engelse schrijver.
Zijn bekendste boek is ongetwijfeld Waterships Down, het verhaal over een kleine groep konijnen die na een visioen van één van hen overhaast hun kolonie ontvluchten en na veel omzwervingen de perfecte locatie voor een nieuwe kolonie vinden op Waterschapsheuvel (Watership Down), tevens de titel van het boek in het Nederlands.

Biografie
Richard Adams werd geboren in Newbury, Engeland. Hij studeerde geschiedenis in Oxford. Vervolgens was hij voor lange tijd ambtenaar. Op latere leeftijd besloot hij een verhaal, dat hij zijn kinderen tijdens een lange autorit naar een Shakespeare-voorstelling was begonnen te vertellen, op schrift te zetten. Het boek, Waterschapsheuvel, werd een succes en luidde daarmee het einde van zijn overheidsbaan en het begin van een succesvolle schrijverscarrière in.

Bibliografie
Waterships down (1972)
Shardik (1974)
The plague dogs(1977)
maia (1984)

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Watership down door Richard Adams"