Thinner door Stephen King

Beoordeling 5.5
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 3e klas vmbo | 3266 woorden
  • 14 oktober 2006
  • 23 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.5
  • 23 keer beoordeeld

Boek
Vertaald als
De vervloeking
Auteur
Taal
Nederlands
Vak
Eerste uitgave
1984
Pagina's
352
Oorspronkelijke taal
Engels
Verfilmd als

Boekcover Thinner
Shadow
Thinner door Stephen King
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Titel: De vervloeking
Oorspronkelijke titel: Thinner
Auteur: Stephen King
Vertaling door: Thomas Nicolaas
Uitgeverij: A.W. Bruna Uitgevers B.V.
Plaats van uitgave: Utrecht.
Jaar van uitgave: 2005
Druk: Dertiende druk
Aantal bladzijden: 253 bladzijden

Voorkant van het boek:
Op de voorkant van het boek staat een afbeelding van een auto die een een persoon – waarschijnlijk een zigeunerin – aanrijdt. Het is een blauwe auto met felle koplampen. Daaronder staat een foto van een gezicht, met alleen de ogen zichtbaar. Op de achterkant staat een foto van datzelfde gezicht, maar dan alleen de rechterkant van het gezicht ( het rechteroog en de rechterkant van de neus ) zichtbaar. Ook staat er op de voor- en achterkant met grote groene en witte letters Stephen King De Vervloeking.

Hoofdpersoon:
De hoofdpersoon uit dit boek is Bill Halleck, en zijn vijand is Taduz Lemke, een zigeuner. De hoofdpersoon is in het boek veel veranderd. Eerst was het een dikke man met nette kleding. Hij was advocaat, dus vandaar die nette kleding. Maar aan het eind van het boek is Bill een vreselijk magere, enge man met veel te grote kleding.


Onderwerp:
Het onderwerp van dit boek is wraak.

Thema:
Het thema is: Als je iemand iets aan doet, wordt er wraak genomen.

Voorbeelden hiervan:
Voorbeelden zijn bijvoorbeeld: Toen Bill de zigeunerin aanreedt, nam haar vader Taduz Lemke wraak door Bill te vervloeken. Bill was daar niet blij mee en vroeg zijn vriend Ginelli om weer wraak op de zigeuner Taduz Lemke te nemen. Daar was de andere dochter van Taduz niet blij mee en die nam dus weer wraak op Ginelli.

Herkenbaar thema?
Dit thema komt in het echte leven ook vaak voor, als iemand bijvoorbeeld een vervelende grap met je uithaalt wil je natuurlijk hetzelfde terug doen, maar dan misschien nog erger.

Tijd:
Dit verhaal speelt zich af in deze tijd. Dat kun je merken doordat Bill vaak vloekt, en hij gebruikt woorden die wij in deze tijd vaak gebruiken. Ook is er een McDonald’s in het verhaal.


Spannendste gebeurtenis:
De spannendste gebeurtenis is het verhaal van Ginelli. Hij vertelt hoe hij wraak heeft genomen op de zigeuners. Het is een lang verhaal. Hij vertelt dat hij eerst naar het vliegveld ging en daar drie pakketjes kreeg van zijn contactpersoon. In één klein pakketje zat een biefstuk, in een ander klein pakketje een stapel kogels en in het grote pakket zat een geweer. Toen ging hij midden in de nacht naar het zigeunerkamp, liep naar de bewakingshonden en gaf ze een spuitje waardoor ze – pijnloos – dood gingen. Toen liet hij een briefje achter met de tekst “volgende keer zouden het je kleinkinderen kunnen zijn, oude man. William Halleck zegt neem het weg”. De volgende dag ging Ginelli naar zijn auto, en zag daar een lijk in liggen met een dood varken op zijn schoot. Op zijn voorhoofd stond – met bloed geschreven: – “Nooit”.

Begin:
In het begin van het boek lees je over de rechtszaak. Die was er omdat Bill de zigeuner had aangereden omdat zijn vrouw hem aftrok terwijl ze in de auto reden. Bill had de rechtszaak gewonnen, en daar was de zigeuner kwaad over. De zigeuner – Taduz Lemke, met zijn door de kanker aangetaste neus – fluisterde magerder door Bill zijn oor en streelde met zijn vinger over Bill zijn gezicht. Daarna werd er geschreven over Bill zijn uiterlijk, zijn baan en waar hij vandaan kwam. Ook stond er dat hij een vrouw en een dochter heeft.

Einde:
Het einde van het boek was vreemd. Eerst ging Bill naar een bankje in een park, waar hij had afgesproken met Taduz Lemke om zijn vloek weg te nemen. Taduz maakte een snee in een taart en zei wat “magische woorden”. Toen gaf hij een mes aan Bill en Bill stak het mes in het gat in zijn hand. Dat gat heeft hij gekregen doordat de dochter van Taduz een gat in Bill zijn hand schoot met een lagerkogel en katapult. Het bloed druipte uit het gat van zijn hand in de snee van de taart, en er druipte ook een ander soort slijm uit het gat. Opeens verdween het gat in Bill zijn hand en de snee in de taart verdween ook. Toen, na wat gebeld te hebben, ging Bill terug naar zijn huis en legde de taart op tafel neer. Hij wist dat degene die de taart opat dezelfde vloek als Bill zou krijgen – magerder worden – en hij wist ook dat zijn vrouw waarschijnlijk de taart op zou eten. Dat deed zijn vrouw. Toen ging Bill slapen. De volgende morgen zag hij dat er twee schoteltjes en vorkjes op het aanrecht lagen, en hij zag dat zijn dochter weer thuis was. Toen was hij zo verdrietig dat hij ook zijn dochter de vloek heeft gegeven dat hij zelf ook een punt van de taart nam, waardoor al de moeite dat hij heeft gedaan om de vloek weg te krijgen voor niets is geweest.

Vond je het einde leuk?
Ik vond het einde niet leuk omdat iedereen toch dood ging. Maar Bill wou wraak nemen op zijn vrouw – omdat het ook haar schuld was dat de zigeunerin is aangereden – en toen ging zijn dochter ook dood.

Plaats:
Het verhaal speelt zich af in verschillende delen van Amerika. Vlakbij Route 37-A was het zigeunerkamp aan het einde van het boek. Op die plek heeft Ginelli de zigeuners bang gemaakt. In Fairview woont Bill, zijn vrouw Heidi en zijn dochter Linda. Hij verlaat het huis voor een tijd als hij achter de zigeuners aangaat. Ze wonen in de Lantern Drive. South Portland was de plek waar hij naartoe ging toen hij weg ging uit Fairview om de zigeuners te zoeken. Natuurlijk bleef hij niet daar maar hij ging ook naar andere steden en hotels.

Opbouw:
I. Inleidende alinea, over Bill, zijn vrouw en dochter en het ongeluk.
II. Bill wordt magerder, het onderzoek en de kliniek.
III. De detectives, de zoektocht naar de Zigeuners en het vertrek van Bill.
IV. Het verhaal van Leda over Cary Rossington.
V. Ginelli en het verhaal van Ginelli.
VI. Het ongedaan maken van de vloek, de Taart.
VII. De terugkeer van Bill, die de vloek meebrengt naar huis.

Samenvatting van het boek:
I.
Dit boek, de Vervloeking, gaat over William Halleck, die Bill genoemd wordt. De enige persoon die hem William noemt is Ginelli, die later in het boek komt. Bill is een te dikke advocaat die woont in de Lantern Drive in Fairview, Connecticut. Volgens zijn dokter, dokter Houston, loopt hij gevaar om rond zijn achtendertigste een hartaanval te krijgen. Zijn vrouw Heidi, die graag ziet dat Bill afvalt, was heel blij toen Bill op een morgen drie pond lichter was. Ook zijn dochter Linda was blij dat Bill die morgen “nog maar 246 pond ( 112 kilo ) woog”. Hoe vrolijk ze daar ook over waren, Bill dacht nog steeds aan het ongeluk van een paar weken geleden. Aan het einde van een gezellige dag reedt Bill met Heidi naar huis. Wat Bill nooit gedacht had dat Heidi zou doen deed ze toch, ze trok Bill af in de auto. Daardoor verloor Bill concentratie tijdens het autorijden, en hij zag ook niet dat er opeens een zigeunerin overstak. Bill schrok en remde, maar er kwam ook een auto van de andere kant aan rijden en de twee auto’s botsten tegen elkaar, met de zigeunerin ertussen. De zigeuner Taduz Lemke, de vader van de verongelukte zigeunerin had Bill aangeklaagd, maar Bill won de rechtszaak gemakkelijk. Dat kwam doordat zijn vriend de rechter was, en iedereen vond toch dat de zigeuners vies en verachtelijk waren. Na de rechtszaak kwam Bill de zigeuner Taduz tegen. De zigeuner, met een weggerotte neus, streelde met zijn vinger over de wang van Bill en fluisterde “magerder” in Bill zijn oor. Bill werd misselijk van de walgelijke zoetheid van zijn adem.

II.
Nog steeds bleef Bill langzaam afvallen. Soms drie pond, en soms zelfs vijf pond. Ze waren er blij mee, maar vonden het toch vreemd dat Bill opeens afviel. Zelfs terwijl Bill elke morgen een groot ontbijt at, brood met eieren en spek, en ook in de middag ging hij langs de McDonald’s. Ondanks dit alles bleef hij afvallen. Op een gegeven moment wou Heidi dat Bill naar de dokter ging, maar dat wou Bill niet. Maar omdat Bill na een tijdje toch heel veel was afgevallen ging hij toch maar langs zijn dokter. Maar dokter Houston had geen verklaring voor het plotselinge afvallen van Bill, en Houston vond dat Bill kerngezond was. Maar nadat hij na een tijdje nog maar 81,19 kilo woog, maakte hij nog een afspraak met dokter Mike Houston om stofwisselingstesten te doen. Houston stuurde Bill naar de Henry Glassman-kliniek om daar de testen te doen. Toen hij naar de Glassman kliniek ging woog hij nog maar 78,02 kilo, veel minder dan de 112 kilo in het begin van het boek. Maar in de Glassman kliniek konden ze ook niets vinden, maar toch bleven ze tests doen, wat Bill eigenlijk niet wou. Eerst dacht Bill dat hij misschien kanker had, maar nu denkt hij dat hij vervloekt is. Vervloekt door de zigeuners, de familie van de zigeunerin die hij heeft aangereden. Als wraak op de aanrijding. Bill begon zich nog meer zorgen te maken, en hij wou de zigeuner opzoeken en hem vragen – of dwingen – om de vloek weg te halen.

III.
Bill hoorde, op een veel te hete dag, dat zijn vriend en politieagent Cary Rossington onderzocht werd naar huidkanker. Bill schrok ervan om dit te horen en hij ging gelijk naar het huis van Rossington, waar ook zijn vrouw Leda woont. Hij klopte aan en na een tijdje werd er opengedaan door Leda Rossington. Leda schrok van het zien van de vermagerde Bill, maar probeerde dat niet te laten merken. Bill vroeg of hij naar binnen mocht komen, en Leda wou dat eigenlijk niet maar Bill had haar toch over kunnen halen. Bill vroeg wat er aan de hand was met Cary, en of het waar was dat Cary Rossington huidkanker had. Leda vertelde Bill dat het geen huidkanker was, maar ze zei dat het de schuld van de zigeuners was. Bill schrok en Leda vertelde dat nadat Cary de zigeuners uit de stad had geschopt ( er werd geklaagd door de burgers dat de zigeuners te veel lawaai maakte ) hij de oude zigeuner met de aangetaste neus tegenkwam terwijl hij over de markt liep. De zigeuner raakte Cary aan op zijn gezicht en fluisterde iets, en liep toen weg. Leda vertelde dat ze aan Cary vroeg wat de oude man in zijn oor fluisterde, maar dat wou Cary haar niet vertellen. Na een paar weken, vertelde Leda, liep ze naar Cary en zag hem huilend zitten op de rand van hun bed. Leda liep naar hem toe en vroeg wat er met hem aan de hand was. Cary trok zijn shirt uit en Leda schrok toen ze zijn rug zag. Bill vroeg wat er te zien was op zijn rug. Leda wachtte, en zei toen dat er schubben op zijn huid groeide. Ze vertelde dat Cary bleef zeggen dat het kanker was, maar ze merkte dat Cary wist dat het de zigeuners waren. Dat wist Leda ook. Op een gegeven moment, vertelde Leda, ging Cary naar het ziekenhuis en liet zich testen op huidkanker. Cary kwam niet meer terug, maar bleef in het ziekenhuis, en gaf niet toe dat de zigeuners er iets mee te maken hadden. Nadat Bill dit verhaal hoorde van Leda wist hij het zeker: Er was een vloek, en hij moest naar de oude zigeuner om de vloek ongedaan te maken.

IV.
Op een dag, toen Heidi boodschappen deed, besloot Bill om zijn huis te verlaten en op zoek te gaan naar de oude zigeuner. Hij heeft van tevoren al contact opgenomen met Kirk Penschley, de baas van een detectivebureau om op de zigeuners op te sporen. Hij liet wel een lange brief achter voor Heidi, maar hij had er niet in geschreven waar hij naartoe ging. Volgens Penschley waren de zigeuners naar de kust gegaan, dus Bill ging naar Maine en nam een stuk of 50 namen van kustplaatsen mee. Hij kreeg ook foto’s van de zigeuners van Penschley, die hij liet zien aan iedereen die hij tegenkwam. Hij vroeg aan een serveerster naar plaatsen waar de zigeuners waarschijnlijk naartoe waren gegaan. Hij vroeg naar arme plaatsen, want daar had hij de meeste kans om zigeuners tegen te komen. Hij ging – na aanbeveling van de serveerster – naar Old Orchard Beach, waar de zigeuners waarschijnlijk konden zijn. Hij ging daar naar een bar en vroeg aan een man genaamd Lonnie of hij wist waar de zigeuners waren. Lonnie zei dat er zigeuners waren bij Key West. Dus Bill zette zijn zoektocht door en ging naar Key West, en daar hoorde hij dat de zigeuners vlakbij Bar Harbor waren, in een zigeunerkamp. Hij parkeerde zijn auto langs de weg van Route 37-A en liep naar het zigeunerkamp. Bill was verschrikkelijk dun, je kon hem bijna niet meer herkennen. Toen hij in het zigeunerkamp liep, kwamen de zigeuners in een kring om hem heen staan. De oude zigeuner – Taduz Lemke – vroeg aan Bill wat hij hier deed. Bill vroeg de oude zigeuner of hij de vloek ongedaan kon maken. Bill zei dat er onbalans was; dat het ook de schuld was van de zigeunerin zelf dat ze aangereden werd. Zij liep namelijk zomaar over de straat terwijl er twee auto’s op haar afkwamen. En nu heeft Bill een vloek, terwijl het niet alleen zijn schuld is. Daarom vond Bill dat het onbalans was. Bill vond dat de balans hersteld zou worden als zijn vloek opgeheven werd. Maar de oude zigeuner dacht daar anders over, hij vond dat er geen onbalans was. Dat was ook wat hij tegen Bill zij: “Geen onbalans, man uit de stad. Geen onbalans”. En de oude zigeuner zei niets meer. Zijn dochter pakte haar katapult en deed er een lagerkogel in. Ze schoot ermee op Bill, en de ronde kogel ging dwars door zijn hand heen. Maar Bill voelde geen pijn, althans, nog niet. Zijn hart klopte in zijn keel, en Bill voelde zich misselijk. Maar hij voelde geen pijn. Hij liep terug naar zijn huurauto, en reed naar het hotel terwijl zijn hand bloedde. Hij kon dwars door het gat in zijn hand keken. Hij besloot om Richard Ginelli te bellen, een man die overal wel een oplossing voor had. Het was ook een crimineel, drugsdealer en deinsde nergens voor terug. Maar hij was vooral een goede vriend. Bill wist dat als hij problemen had dat hij Ginelli kon bellen, dat had Ginelli ook al meerdere keren aangeboden. Hij vertelde alles aan Ginelli, alles over de zigeuners en de vloek. Bill vroeg aan Ginelli of die een dokter kon sturen. Dat deed Ginelli, en midden in de nacht kwam er een dokter langs het hotel waar Bill verbleef. De dokter keek naar zijn hand, gaf Bill een drankje en deed hem een verband om. Hij vertelde dat hij twee keer per dag dat drankje moest drinken zodat hij minder pijn voelde. De dokter ging weg en Bill ging slapen. Hij droomde over de oude zigeuner.

V.
De volgende morgen stond Ginelli voor de deur van Bill zijn hotelkamer. Hij klopte op de deur maar niemand deed open. Ginelli riep Bill, en Bill werd wakker en deed de deur open. Ginelli schrok van de aanblik van de vermagerde Bill en vroeg of de zigeuners hem soms vergiftigd eten hadden gegeven. Hij liet Bill rusten en ging op de zigeuners af. Na drie dagen kwam Ginelli terug, met gescheurde kleding. Hij vertelde wat hij had gedaan. Hij vertelde dat hij eerst naar het vliegveld ging en daar drie pakketjes kreeg van zijn contactpersoon. In één klein pakketje zat een biefstuk, in een ander klein pakketje een stapel kogels en in het grote pakket zat een geweer. Toen ging hij midden in de nacht naar het zigeunerkamp. Hij liep naar de bewakingshonden en gaf ze een spuitje waardoor ze – pijnloos – dood gingen. Toen liet hij een briefje achter met de tekst “volgende keer zouden het je kleinkinderen kunnen zijn, oude man. William Halleck zegt neem het weg”. De volgende dag ging Ginelli naar zijn auto, en zag daar een lijk in liggen met een dood varken op zijn schoot. Op zijn voorhoofd stond – met bloed geschreven: – “Nooit”. De volgende dag – vertelde Ginelli – verkleedde hij zich. Hij trok zwarte kleding aan en schminkte zijn gezicht zwart. Midden in de nacht liep hij weer naar het zigeunerkamp en sloeg een bewaker bewusteloos. Hij liep naar een struik, ging erachter liggen en schoot met zijn geweer alles kapot dat hij zag. Een kampeerwagen (waarvan hij wist dat er niemand in zat ) schoot hij ook kapot. Er raakte niemand gewond, maar iedereen was wel geschrokken, behalve de oude zigeuner Taduz Lemke. Die was alleen maar kwaad.

VI.
Nadat Ginelli dit verhaal vertelde aan Bill gingen ze beiden slapen. De volgende morgen werd Ginelli gebeld door de oude zigeuner die hem vertelde dat hij de vloek weg zou nemen, als Ginelli de andere zigeuners met rust zou laten. De oude zigeuner zei dat Bill diezelfde middag naar een park moest gaan en daar op een bankje moest wachten tot hij er was. Ginelli vertelde het aan Bill en Bill ging naar het park, zitten op het bankje. Bill viel op het bankje in slaap, totdat Taduz Lemke hem aantikte. Taduz, de oude zigeuner, pakte een taart en maakte een snee in de taart, terwijl hij wat woorden in het Rom zei, de taal van de zigeuners. Hij gaf het mes aan Bill, en zonder wat te zeggen stak Bill het mes in de korst in zijn hand, waar het gat zat. Er vloeide bloed uit zijn hand, en ook een andere vloeistof. Een soort pus. Het stroomde in de snee van de taart en de snee in de taart verdween op magische wijze. Ook verdween opeens het gat in Bill zijn hand, zonder ook maar een schrammetje achter te laten. Bill voelde zich opeens heel opgelucht en beter, hij voelde zich alsof de vloek uit zijn lichaam was gestapt. Dat was ook zo, en de vloek zat nu in de taart. Taduz Lemke gaf de taart aan Bill en liep weg. De taart voelde warm aan en klopte, als een levend wezen.

VII.
Bill wou naar de auto waar Ginelli in zat om terug naar zijn hotelkamer te gaan, maar hij zag dat Ginelli dood in de auto lag. Hij had een kogel door zijn hoofd. Bill ging terug naar zijn hotelkamer ( hij reed zelf ) en ging slapen. Na een beetje uitgerust te zijn belde hij zijn vrouw en vertelde dat hij naar huis kwam. Zijn vrouw vroeg of hij aangekomen was, en Bill vertelde dat hij deze morgen drie kilo was aangekomen. Dat was ook zo: Bill begon langzaam weer meer gewicht te krijgen. Bill ging terug naar zijn huis en legde de taart op tafel neer. Hij wist dat degene die de taart opat dezelfde vloek als Bill zou krijgen – magerder worden – en hij wist ook dat zijn vrouw waarschijnlijk de taart op zou eten. Dat deed zijn vrouw. Toen ging Bill slapen. De volgende morgen zag hij dat er twee schoteltjes en vorkjes op het aanrecht lagen, en hij zag dat zijn dochter weer thuis was. Toen was hij zo verdrietig dat hij ook zijn dochter de vloek heeft gegeven dat hij zelf ook een punt van de taart nam, waardoor al de moeite dat hij heeft gedaan om de vloek weg te krijgen voor niets is geweest.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Thinner door Stephen King"