Het laatste examennieuws, de beste samenvattingen en uitlegvideo's per vak, tips om je optimaal voor te bereiden.

 


Alles over de eindexamens Alles over het CSE


Boekbespreking Nederlands:
De Geverfde Vogel, Jerzy Kosinski

I. De Auteur:
Jerzy Kosinski was een Amerikaanse schrijver van Poolse afkomst. Hij publiceerde zijn eerste boeken onder het pseudoniem Joseph Novak. Hij verwierf grote bekendheid met zijn twee realistisch-symbolische romans: The painted bird en Steps. In 1979 werd zijn roman Being there verfilmd. In 1982 was Kosinski het onderwerp van een controverse over de authenticiteit van zijn schrijverschap. Gekweld door zijn oorlogsherinneringen in Polen koos hij in 1991 vrijwillig de dood.

II. Inhoud:
In 1939 woont een jongen van zes met zijn ouders in een grote stad in Oost-Europa. Wanneer de oorlog uitbreekt, willen de ouders de jongen naar het oosten van het land sturen. De jongen wordt overal waar hij komt nagekeken omdat hij er heel anders uitziet. Eerst komt de jongen terecht bij een oude vrouw, Marta. Het jongetje moest deze vrouw helpen. Dan wordt de vrouw ziek. Op een morgen wordt de jongen wakker in de hut: het is er ijskoud, Marta zit nog net zoals gisteren in de zetel en haar hand voelt koud en stijf aan. ’s Nachts wil hij een lamp aansteken maar hij morst met de petroleum, het tapijt vat vlam en enkele ogenblikken later staat heel de hut in lichterlaaie. Dan vlucht hij naar het bos om zich te verschuilen. In een ander dorp wordt hij door een man meegenomen, die hem toont aan de andere bewoners. Olga de Wijze koopt hem van de man. Olga weet allerlei kwalen door planten te genezen en de jongen moet haar mee helpen met het bereiden van drankjes, zalfjes, poeders,... Op een dag wordt de jongen in de rivier gegooid door een man. De jongen komt nu bij een molenaar terecht, die de “Jaloerse” wordt genoemd. De molenaar heeft een knecht, wie hij verdenkt een seksuele relatie te hebben met zijn vrouw. Hij ranselt zijn vrouw daarom ook vaak af. Op een avond raakt de molenaar dronken en hij stapt op de knecht af met een lepel in zijn hand. Hij lepelt de knecht zijn beide ogen er uit. Toen hij s’avonds de molenaar en zijn vrouw hoorde snurken, sloop de jongen uit de boerderij weg. Het jongetje helpt daarna Lekh, een vogelvanger. Lekh verft levende vogels, die hij daarna weer laat vliegen. Hierdoor worden de vogels aangevallen door hun eigen soortgenoten. Lekh heeft een vriendin, Domme Ludmila. Op een dag wordt hij door deze gestoorde vrouw verkracht, boeren komen op het geschreeuw van de jongen af en nemen maar al te graag de plaats van de jongen in. De vrouwen van de boeren merken dit op en ze gaan hierop Ludmila te lijf. Lekh komt tussenbeide, maar het is te al laat, Ludmila is dood. De jongen besloot dan maar te vertrekken. De timmerman en zijn vrouw, bij wie hij hierna terechtkomt, dachten dat de jongen met zijn zwarte haren de bliksem aantrok. Toen het op een stormachtige middag begon te donderen, ging de jongen schuilen in de schuur. Plotseling slaat de bliksem in en het hooi vat vlam. De jongen rent dan weg omdat hij denkt dat het zijn schuld is. Hij vindt een hol, waar hij gaat schuilen voor de regen. Hij springt op de trein die elke ochtend voorbij het hol passeert. De trein reed het bos in en toen de jongen een vlak stuk zag, sprong hij van de wagon af. In het bos ontdekte hij een bunker, die bewoond werd door duizenden ratten. Aan de rand van het bos ontdekt hij een dorpje, toevallig dat waar hij de avond tevoren uit weggevlucht was. Een kennis van de timmerman herkent de jongen en de knecht van deze boer gaat de timmerman halen. De man is razend, slaat de jongen en laat hem de verkoolde resten van zijn schuur zien. Hierna krijgt de jongen een klap op zijn hoofd en hij raakt bewusteloos. Als hij terug bijkomt, is de timmerman bezig met een grote zak, waarin hij katten verdronk. Als hij hem niet zou verdrinken, zou hij de timmerman naar een bunker brengen met allerlei waardevolle spullen in, wat hij eigenlijk verzon. De jongen slaagt erin de timmerman in de bunker te laten vallen. De man werd verzwolgen door duizenden ratten. Met de kar en de os, waarmee de boer was gekomen, slaagde de jongen erin een ander dorp te bereiken. De jongen kwam terecht bij een smid, die een hoog aanzien had in het dorp. Op een dag werd de smid opgezocht door de partizanen. De smid, zijn vrouw , de twee knechten en zijn zoon werden gemarteld. Toen ze de hut binnendrongen roofden ze alles wat ze konden gebruiken. Tenslotte vonden de partizanen de jongen op de zolder, waar hij zich verscholen had. Er werd besloten de jongen uit te leveren aan de dichtstbijzijnde Duitse post. De Duitse officier van de post geeft een soldaat de opdracht de jongen af te maken en hij geeft hem ook nog een blik benzine mee. Bij het bos geeft de soldaat de jongen het teken dat hij mag weglopen. De soldaat draait zich om en wanneer de jongen in het bos is verdwenen lost hij een paar schoten. De winter valt en de jongen kan nergens terecht. Hij vindt een omgeslagen kar en een paard met een gebroken been. De jongen weet de eigenaar van het paard te vinden, maar het dier moest afgemaakt worden. De boer nam de jongen mee naar allerlei feestjes, waar hij een attractie was. Op één van zijn tochtjes door het bos ontdekt de jongen verschillende soorten munitie, die hij meeneemt. Op een zondag wordt de jongen weer eens lastig gevallen door een aantal dorpsjongens. Maar deze keer weet hij een jongen met een zware steen in het gezicht te raken. Hierna volgt een grote groep gewapende mannen de jongen. Hij vlucht naar de schuur met de groep nog steeds op zijn hielen. De jongen legt de munitie bij elkaar en ontsteekt een lange lont. Hij brak aan de achterkant van de schuur, enkele planken af en vluchtte naar het bos. Enkele ogenblikken later vindt de explosie plaats. Hij zwerft enkele dagen door het bos en dan ontmoet hij een boer. Deze man woonde langs de spoorweg. Regelmatig passeerden hier ook veewagens waar joden en zigeuners in zaten. Soms sprongen mensen van de wagons, in de hoop te kunnen vluchten. Op een dag overleeft een meisje de sprong. Een man genaamd Regenboog, neemt haar mee in huis. Op een nacht hoort de jongen geschreeuw. Het meisje werd verkracht door de man. Wat later zoeken de Duitse troepen de omgeving af naar partizanen. De jongen gaat schuilen in het korenveld, maar drie soldaten vinden hem toch. Ze brengen de jongen naar het dorp waar de bewoners hem bekogelen met allerlei vuiligheid. De jongen komt terecht bij de plaatselijke priester. De priester zoekt iemand die voor de jongen kan zorgen gedurende de oorlog. De jongen komt terecht bij een verschrikkelijke man Garbos. De jongen wordt veel geslagen, maar de priester komt hiervan op de hoogte en neemt hem terug mee. Enkele maanden later overlijdt de priester en Garbos komt de jongen terug eisen. Een jaar later is één van de misdienaars ziek en de nieuwe priester komt de jongen halen. Hij hoopte dat het ging meevallen, maar alles liep er mis. De bijgelovige kerkgangers beschouwden de jongen als een zigeunervampier en ze gooiden hem in de beerput achter de kerk. Hij slaagt erin uit de put te raken, maar tot zijn grote verbazing kan hij niet meer spreken. Het dorpshoofd plaatst de jongen bij een andere boer, Makar. Deze man heeft een zoon Anton en een dochter Ewka. Ewka houd van de jongen en ze krijgen een relatie. Omdat de jongen Ewka op een nacht seks ziet hebben met een geit en Makar staat te kijken besluit de jongen naar een ander dorp te gaan. In het volgende dorp ontmoet hij Labina, een mooie vrouw die zich prostitueert. Wat later kwamen de Kalmukken in het dorp aan, die plunderden en moordden. Wat later arriveert het Rode Leger in het dorp en zij schakelen de Kalmukken uit. De jongen mag met het Rode Leger meegaan. Hij maakt er nieuwe vrienden, Mitka en Gavrila. De jongen wil in het Leger blijven maar ze sturen hem toch naar het weeshuis. Zijn vrienden beloven dat ze hem zullen komen oppikken na de oorlog. In het weeshuis is er veel geweld en de jongen was bang om in slaap te vallen omdat ze dan pijnlijke grappen met hem zouden uithalen. Op een dag moet de jongen bij de directrice komen, die hem tot bij zijn ouders brengt. Hij gaat terug bij hen wonen, maar de dokters schreven hem berglucht voor en veel beweging, omdat hij te verzwakt was. De jongen gaat in de bergen bij een oude skileraar, zijn ouders zag hij maar éénmaal per week. De jongen valt op een dag in een diepe ravijn. Toen hij terug wakker werd in een ziekenhuis kon hij terug praten.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.