Titel: De vliegeraar
Auteur: Khaled Hosseini
Uitgeverij: De Bezige Bij
Plaats van uitgave: Amsterdam
Jaar van uitgave: 2008
Jaar van eerste uitgave: 2003
Plaats van eerste uitgave: New York
Aantal bladzijden: 351 bladzijden
Genre: psychologische roman
Samenvatting
In 2001 krijgt de 38-jarige verteller Amir een verzoek van een oude vriend van zijn vader Rahim Kahn om terug te keren naar Afghanistan. Hij krijgt dan de mogelijkheid iets recht te zetten. Amir weet dat het gaat om een dag in 1975, toen zijn leven een totaal andere wending kreeg. Amir was toen 12 jaar oud.
Amir is de zoon van de welgestelde Baba: zijn moeder is bij zijn geboorte overleden en Amir wordt gezoogd door dezelfde min als zijn arme vriendje Hassan, die bij hen in huis woont samen met zijn mismaakte vader Ali. Zijn eigen moeder is weggelopen toen Hassan heel jong was: ze was veel te mooi en te jong voor de oude Ali en ze was er met een andere man vandoor gegaan. De lichamelijke handicap voor Hassan is dat hij een heel lelijke hazenlip heeft: hij lijkt altijd te lachen.


Amir en Hassan zijn vriendjes, tenminste, Hassan doet alles voor zijn vriendje Amir en die maakt in zekere zin ook een beetje misbruik van hem. Bij het kaartspel is Hassan eigenlijk veel beter maar hij weet dat het voor hem verstandig is om Amir te laten winnen. Vader Baba is iemand die houdt van strakke regels en Amir is eigenlijk een beetje een weke jongen die tegen de zin van zijn vader van lezen en verhalen schrijven houdt. Ook vindt hij voetballen helemaal niet leuk. Hij krijgt van de vriend van zijn vader, Rahim Khan, een boekje waarin hij verhalen schrijft. Hij leest de zelfbedachte verhalen aan zijn ongeletterde vriendje voor: die vindt dat heel mooi. Amir is toch een beetje een doetje en wordt later lastiggevallen door drie jongens uit zijn eigen milieu die rijk zijn, o.a. Assef en Kamal. Op een bepaald moment vallen ze hem lastig, maar Hassan, die een kei is in katapult schieten, zorgt ervoor dat ze hem met rust laten. Hij dreigt Assef een oog uit te schieten en die laat hem dan gaan. Baba heeft veel op met Hassan en geeft hem een keer voor zijn verjaardag een heel mooi cadeau: bij een plastisch chirurg mag hij zijn hazenlip laten verhelpen en de operatie die wel bloederig en pijnlijk is, slaagt heel goed. Inmiddels is in 1973 de monarchie afgeschaft en is Afghanistan een republiek geworden.
Hassan is ook een heel goede vliegeraar. Dat wil zeggen, hij helpt Amir bij het traditionele vliegerspel in de winter. Het is de bedoeling dat je de vlieger van de tegenstanders naar beneden haalt en het allermooiste is het wanneer je daarna die neergestorte vlieger in je bezit kan krijgen. Wanneer in een van de beslissende vliegergevechten de laatste twee vliegeraars Assef en Amir zijn, is het natuurlijk fantastisch dat Amir wint. Hassan begint te rennen om de blauwe vlieger te pakken te krijgen en dat lukt. Maar Assef komt op zijn pad en krijgt nu de kans om wraak te nemen voor het katapultincident. Terwijl Kamal Hassan beet houdt, verkracht Assef de jongen op een zeer pijnlijke manier. Amir ziet van een afstandje toe maar durft niet in te grijpen en doet ook alsof hij niets ziet. Dat is toch een vorm van verraad en hij kan daarom in de komende maanden Hassan maar moeilijk onder eigen komen. Ook die mijdt zijn vriendje zoveel mogelijk. Maar wanneer Amir er bij zijn vader Baba op zinspeelt dat Hassan weg moet uit hun huis, wordt hij woedend. Dat zal niet gebeuren. Amir hoort zijn vader wel eens verzuchten tegen zijn vriend Khan dat Amir wat meer zou moeten hebben van Hassan. Dat maakt hem eigenlijk heel jaloers. Hij kan er slecht mee leven en verzint iets. Het horloge dat hij van zijn vader heeft gekregen en een handvol geld verstopt hij onder de matras van Hassan. Dan klaagt hij over zijn gestolen horloge en dat wordt teruggevonden onder de matras. Dat is diefstal en dat is nu eenmaal de ergste zonde die je volgens Baba kunt bedrijven. Amir vindt dat Hassan die bekend heeft vanwege de ultieme vriendschap het huis uit moet, maar Baba wil daar niets van weten. Toch besluiten Ali en Hassan uit eergevoel weg te gaan: Hassan heeft alles aan Ali verteld en die heeft dan een hekel aan Amir. Baba heeft dat standsverschil nooit laten merken. Het lijkt een goede baas en weldoener te zijn: zo laat hij een weeshuis bouwen in Kabul.
In 1981 zijn de interne verhoudingen in Afghanistan sterk verslechterd. De koning is sinds 1973 ingeruild voor een republiek maar daarna vallen de Sovjets in de jaren ‘80 het arme land binnen. Baba en Amir moeten vluchten. Ze doen dat eerst in een overdekte vrachtwagen. Bij een controle onderweg wil een Russische soldaat een Afghaanse vrouw verkrachten, maar Baba toont zijn ware moed. Hij staat dat niet toe: even dreigt hij te worden doodgeschoten maar een andere soldaat neemt het voor hem op. Ook worden ze bedrogen door degene die hen het land wil uitsmokkelen voor veel geld. In Pakistan blijkt de afgesproken vluchtweg niet door te gaan, maar in een afgesloten tankwagen vluchten ze later verder. Dan blijkt dat Kamal ook in de tankwagen zat en het niet heeft overleefd. Diens vader pleegt dan zelfmoord. Het is dus een verschrikkelijke toestand onderweg en berooid komen ze in Pakistan aan.
In het volgende hoofdstuk is Amir al in Amerika. Baba en hij moeten onder aan de maatschappelijke ladder beginnen. Amir kan wel studeren omdat zijn vader een baantje op een benzinestation heeft aangenomen. In hun vrije tijd handelen ze in tweedehands goederen die ze de ene dag goedkoop kopen en de andere dag met enige winst verkopen. Maar het is op die markt vooral een aangelegenheid waarbij Afghanen elkaar kunnen ontmoeten. Er wordt lekker over en weer geroddeld. Op één van die markten ontmoet Amir een beeldschoon meisje Soraya, maar de rituelen verbieden dat ze elkaar rechtstreeks aanspreken. Met Soraya is in Afghanistan iets gebeurd wat alle leden van de gemeenschap weten, waardoor ze besmet verklaard is. Er kijkt geen man naar haar om omdat ze in het verleden met een man was weggelopen. Haar vader, een generaal, had haar later teruggehaald. Ze had dus seks voor het huwelijk gehad en dat is voor een Afghaanse man onverdraaglijk. Niet voor de zich steeds meer schrijver voelende Amir. Hij krijgt steun van Soraya’s moeder, die hem wel ziet zitten als schoonzoon. En het komt er natuurlijk van dat ook de strenge vader zijn zegen geeft aan het huwelijk. Het wordt in 1990 een enorm feest volgens de Afghaanse rituelen. Terwijl Amir zich steeds meer bekwaamt in het schrijverschap wil Soraya liever lerares worden. Het huwelijk is eerst heel romantisch, maar als de kinderen uitblijven door de onvruchtbaarheid van Soraya wordt het allemaal wat zakelijker, maar er is wel sprake van liefde tussen hen. De eerste roman van Amir wordt door een Amerikaanse uitgever uitgegeven en hij verdient daar een mooie cent mee, omdat de recensies erg goed zijn. In Amerika van voor 2001 kan hij vrijuit over zijn boek spreken. Intussen is Baba aan de gevolgen van longkanker overleden. Hij heeft de ziekte lang verborgen kunnen houden voor Amir, ook heeft hij lang tegenstand geboden, maar uiteindelijk wordt hij en uitgemergeld slachtoffer van de kanker.
In juni 2001 wordt hij gebeld door de oude vriend van zijn vader, Rahim Khan. Hij vraagt hem naar Pakistan te komen. Amir besluit te gaan, omdat zijn vaders vriend heeft verteld dat hij iets recht kan zetten. Bovendien heeft hij een grenzeloze bewondering voor de man. In Pakistan vertelt Khan wat er gebeurd is in de tussentijd. Hij was in Baba’s huis gaan wonen en had Hassan en Ali weer als bedienden aangenomen. Dat is een klap in het gezicht van Amir. Maar de vertelling gaat door. Hassan heeft een vrouw gekregen en daarbij een zoontje verwekt. Tot Hassans grote verrassing was op een zeker moment zijn moeder die nu erg verlopen en oud was, teruggekeerd naar haar zoon. Ze was in het huis blijven wonen en was gek op haar kleinzoon Sohrab geworden. Die had een heerlijke oma aan haar gehad. Later was ze gestorven. Maar uit Rahim Khans woorden blijkt nu dat de oude Ali onvruchtbaar was geweest en dat Hassan het kind was van Baba. Die had het bij de moeder van Hassan verwekt en daarmee is Hassan dus een halfbroer van Amir. Het is een geweldige schok voor Amir maar hij kan nu wel de reactie van zijn vader Baba beter begrijpen wanneer die vroeger zo voor Hassan opkwam. Het slechte nieuws gaat verder: ook Rahim Khan is in een fase van een terminale ziekte gekomen en hij moest daarom nu Amir waarschuwen. Want Hassan en diens vrouw zijn door Talibanstrijders om een kleinigheid doodgeschoten, en Sohrab zit als gevolg daarvan nu in een weeshuis opgesloten. Rahim Khan beweert in Pakistan Amerikaanse vrienden te hebben die bereid zijn om de jongen te adopteren. Maar Amir moet hem nu eerst uit het weeshuis gaan halen.
Met de zeer vervelende taxichauffeur Farid gaat Amir op weg naar Kabul en onderweg ziet hij de verschrikkingen die de Taliban hebben aangericht. Al het kleine vermaak is ook verboden: vliegerwedstrijden mogen niet meer. Farid denkt dat Amir een van die landslui is die hun grondbezit komen verkopen om weer naar Amerika te vluchten. Amir komt achter de plek van het weeshuis waar Sohrab zou zitten, maar die is echter uitgeleend aan een machthebber van de Taliban, die maandelijks jongens of meisjes uit het weeshuis komt halen voor de bevrediging van zijn seksuele behoeften. De man die het weeshuis leidt, kan niet anders dan dit toestaan, omdat immers anders alle kinderen de dupe zouden zijn.


Nu moet Amir met Farid naar de man op zoek die zich vaak in het stadion ophoudt. Tijdens de pauze in een voetbalwedstrijd is Amir er getuige van hoe ter verhoging van het volksvermaak en ter verhoging van de sfeer een overspelige man en vrouw in een put van het voetbalveld worden gestenigd, waarna de wedstrijd na de rustpauze weer hervat wordt. Gewoon wat zand erover. De Taliban zijn wreder dan de Russen.
Dan gaat hij naar het huis van de Talibanstrijder die Sohrab in zijn bezit zou hebben. Die man herkent hem als Amir en het blijkt de gemene Assef te zijn. Die ziet zijn kans schoon om nu ook Amir af te tuigen. Hij kan het kind mee krijgen, maar dan moet hij hem wel verdienen. Sohrab, die in de kamer getuige is van de afranseling met boksbeugels die Amir krijgt, heeft op een bepaald moment een katapult en schiet een kogel van de tafelpoot in het oog van Assef. Assef raakt zwaar gewond en daardoor weten ze te ontvluchten. Amir is er slecht aan toe en met hulp van Farid, die nu inziet dat Amir geen slechte bedoelingen heeft, komt hij in het ziekenhuis terecht. Daar kunnen ze hem redden, maar hij is zwaar gewond. Zo heeft hij o.a. een gespleten bovenlip. Hij zal er een litteken aan over houden. Toch zal de Talibanstrijder Assef naar hem op zoek zijn en hij kan niet te lang in Kabul blijven. In de taxi vluchten ze weer naar Pakistan, waar Rahim Khan ondertussen verdwenen is. Hij mag niet gezocht worden en heeft geld achter gelaten dat Amir kan gebruiken om naar Amerika terug te gaan. Intussen heeft Amir contact gehad met Soraya, die helemaal niet weet wat er allemaal gebeurd is in Afghanistan. In Pakistan blijkt het Amerikaanse echtpaar dat beloofd had Sohrab te zullen adopteren helemaal niet te bestaan. Het was een list van Khan om Amir zover te krijgen dat hij voor Sohrab zou zorgen. Hij was op de hoogte van het verraad van Amir en hij beseft dat dit de enige manier is om iets terug te doen voor Hassan. Amir zal het vragen aan Soraya: die schrikt wel even. Amir hoort van een advocaat hoe moeilijk het zal zijn om Sohrab weg te krijgen: hij krijgt het advies om de jongen eerst in een Pakistaans weeshuis te plaatsen en vandaar uit pogingen te doen, maar Sohrab wil niet meer in een weeshuis en dat had Amir hem plechtig beloofd. Terwijl Soraya in Amerika met relaties wat voor elkaar weet te boksen, is Sohrab ten einde raad. Tijdens een telefoongesprek van Amir met Soraya waarin ze meedeelt dat ze denkt dat ze hem wel kan adopteren in Amerika, heeft Sohrab zijn polsen doorgesneden. Gelukkig wordt hij op tijd gered en knapt hij daarna op. Fysiek, want mentaal is hij zijn vertrouwen weer helemaal kwijt.
Daarna gaan ze naar Amerika. Maar op 9/11/2001 gebeurt de ramp met de Twin Towers en de stemming in Amerika verandert. Bush valt Afghanistan binnen. Amirs schoonvader gaat naar Afghanistan terug: hij wordt minister. In maart 2002 gaat Amir met Sohrab tijdens een feestje vliegeren. Hij voelt zich als een kind. Als de vlieger van de tegenstander wordt geraakt is het Amir die gaat rennen om het voorwerp te pakken te krijgen. Dat is ook eindelijk het moment waarop Sohrab weer kan lachen en vertrouwen toont in een nieuwe toekomst.
Verhaaltechniek
Ruimte
Het verhaal speelt zich tot 1981 af in Kabul, Afghanistan. Dan wordt de koning afgezet en komen de Russen. Daarom vluchten baba en Amir naar Amerika. Amir trouwt daar, maar dan krijgt hij een telefoontje en dan gaat hij weer terug naar Afghanistan om het goed te maken.
Het verhaal speelt zich af in het heden, maar er zijn wel flashbacks naar vroeger, naar Hassan, hoe het was voordat de Taliban de macht overnamen en de reis naar Pakistan.
Verhaalfiguren
- Amir: hij is de ik-figuur in het verhaal, de hoofdpersoon. Hij is nogal laf en achterbaks: hij laat Hassan stikken op het moment dat die hem het hardste nodig heeft. Ook haalt hij een truc uit om Hassan uit huis te krijgen, omdat hij niet meer zonder schuldgevoelens naar hem kan kijken.
- Hassan: hij is de Hazara-bediende van Amir en ook zijn beste vriend. Hij doet alles voor Amir en laat hem nooit in de steek.
- Baba: de vader van Amir. Hij houdt eigenlijk meer van Hassan dan van Amir, maar dat kan hij niet goed uiten omdat Hassan niet zijn officiële zoon is.
- Ali: de vader van Hassan. Hij moet ermee leven dat zijn zoon niet zijn eigen zoon is, maar van zijn baas. Ook moet hij het meemaken dat zijn zoon verkracht is en vervolgens door zijn vriend in de steek is gelaten. Daardoor heeft hij een Betje een hekel aan Amir gekregen, maar die vind dat juist helemaal niet erg: hij is juist blij dat er eindelijk iemand is die hem de schuld geeft.
- Rahim Khan: de leermeester van Amir en een vriend van Baba.
- Sohrab: het zoontje van Hassan en diens vrouw. Op ongeveer zijn tiende wordt hij wees. Vervolgens gaat hij naar een weeshuis, waar hij door Assef opgehaald en verkracht wordt. Daar wordt hij weggehaald door Amir, nadat hij Assef een oog heeft uitgeschoten met zijn katapult. In het hotel probeert hij zelfmoord te plegen, omdat hij misschien weer naar een weeshuis moet. Dat knakt zijn vertrouwen in Amir, en het eerstvolgende (half) jaar spreekt en lacht hij niet meer, pas als ze gaan vliegeren lacht hij weer.
- Farid: de man die Amir door Afghanistan rondleidt. Hij heeft op het begin een hekel aan Amir, maar later trekt hij wel bij.
- Assef: een oude vijand van Amir en Hassan, hij had Hassan verkracht en nu haalt hij zijn seksuele genot bij kleine jongens en meisjes uit het weeshuis.
- Soraya: de vrouw van Amir, zij was weggelopen met een man maar werd na ongeveer een maand weer teruggevonden. Daarna wilde niemand meer met haar trouwen, maar Amir wel.
Vertelwijze
Het verhaal wordt verteld vanuit een ik-perspectief. De ik-persoon is Amir. Dat zorgt ervoor dat het verhaal nogal subjectief is, maar je kunt wel je eigen mening vormen en je ziet ook duidelijk zijn schuldgevoelens.
Motieven
- Vriendschap: de vriendschap tussen Amir en Hassan, tussen baba en Ali, tussen baba en Rahim Khan en later de vriendschap tussen Amir en Sohrab
- Haat: Amir en Hassan haten Assef, maar ze zijn ook bang van hem. Soms haat Amir zichzelf ook, maar ook Hassan omdat zijn vader hem beter lijkt te vinden dan Amir zelf.
- Jaloezie: Amir is jaloers op Hassan omdat zijn vader hem beter vond dan Amir. Hassan krijgt de mooiere cadeautjes, en Amir wordt altijd vergeleken met Hassan, ook al is die een Hazara.
- Schuld: wanneer Amir terugkeert naar Afghanistan is dat om een schuld in te lossen aan zijn oude vriend Hassan
- Eergevoel: vanwege zijn eergevoel gaat Amir uiteindelijk toch terug naar Afghanistan, om zijn schuld bij Hassan in te lossen.
- Seksueel misbruik: Assef verkrachtte Hassan toen die de blauwe vlieger ging halen, en jaren laten heeft hij ook Sohrab en nog andere kinderen verkracht.
- Poging tot zelfmoord: Sohrab probeert zelfmoord te plegen wanneer Amir hem vertelt dat hij misschien terug moet naar een weeshuis.
- Liefde: de liefde tussen Amir en Soraya. Zij houden van elkaar terwijl ze allebei minder mooie dingen op hun kerfstok hebben.
- Kinderloosheid: omdat Amir en Soraya samen geen kinderen kunnen krijgen, is het geen moeilijke keuze om Sohrab te adopteren.
Thema
Dit verhaal heeft eigenlijk twee thema’s, namelijk verraad – jaloezie – schuld en vader - zoon relaties.
Verraad: Amir pleegt heel vaak verraad. Hij verraad Hassan op het moment dat die hem het hardste nodig heeft, namelijk als die verkracht wordt door Assef. Dat voelt als een verraad van hun vriendschap. Daarom bedenkt hij eerst allerlei trucs om Hassan te ontlopen, maar wanneer dat niet werkt voor zijn schuldgevoel doet hij alsof Hassan van hem gestolen heeft.
Vader-zoon relaties: de vader-zoon relatie tussen Ali en Hassan is erg goed, terwijl later blijkt dat Hassan niet de zoon van Ali is. Baba geeft aan Hassan allemaal mooie cadeaus om het goed te maken dat hij hem niet zijn echte zoon kan laten zijn, al weet Hassan dat zelf niet. De relatie tussen baba en Amir is slecht, omdat Amir totaal niet aan het idee van zijn vader voldoet hoe een jongen hoort te zijn. Later in Amerika wordt de relatie beter, dan gaat baba ook werken om de studie van Amir te bekostigen. De band tussen Hassan en Sohrab was heel goed, Hassan deed heel veel dingen samen met zijn zoon en hij vertelde hem ook veel over vroeger en over Amir.
Titelverklaring
Hassan is de beste vliegeraar van heel Kabul, voordat hij weggaat. Als hij de blauwe vlieger van de tegenstander gaat halen, wordt hij door Assef verkracht. Amir ziet dat maar grijpt niet in en heeft daardoor een ontzettend schuldgevoel. Jaren later wil Hassans zoontje niet meer met Amir praten en pas als ze gaan vliegeren, kan Sohrab weer lachen. Dat is ook het teken van vertrouwen in Amir, nadat die hem eerst heeft verraden door te overwegen Sohrab in een weeshuis te stoppen zodat de adoptie gemakkelijker zou gaan terwijl hij had beloofd dat Sohrab nooit meer naar een weeshuis zou moeten.
Schrijfstijl
Het verhaal is geschreven vanuit een ik-perspectief. De hoofdpersoon, Amir beleeft alles en je ziet alles ook alleen vanuit zijn beleving. Soms zijn er in de tekst Afghaanse of Arabische woorden gebruikt. Deze woorden staan achter in het boek in een woordenlijst. Hosseini is zelf geboren en opgegroeid in Kabul, en dat kan je ook merken uit zijn beschrijving van de stad.
Beoordeling
Ik vond het een heel mooi boek. Het was echt supermooi geschreven. Ik had al eerder iets van Hosseini gelezen, namelijk de eerste paar hoofdstukken uit zijn boek ‘Duizend schitterende zonnen’. Ook dat vond ik heel mooi geschreven, heel beeldend en ook heel menselijk: zijn personages zijn geen superhelden, maar juist heel gewone mensen met alle twijfels en onzekerheden die daarbij horen.
Het verhaal is vrij actueel, het gaat over de huidige situatie in Afghanistan en ook de aanslagen van 11 september zijn er mooi in verwerkt.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

K.

K.

een bijzonder mooi boek verslag, de samenvatting spreekt boekdelen.

bedankt voor het uitbrengen van je verslag!

Koen

11 jaar geleden

K.

K.

prachtig verslag, vooral dat van die heerlijke oma.

8 jaar geleden