Gegevens van het boek
Auteur: Edgar Wallace (1875 – 1932)
Oorspronkelijke titel: The Flying Squad
Voor het eerst gepubliceerd in: 1928
Nederlandse titel: De Vliegende Brigade
Uitgeverij: A.W. Bruna & Zoon, Utrecht/Antwerpen, 1968, 2e druk, Zwarte Beertjes Pocket 1162
Aantal pagina’s: 191
Genre: detectiveroman

Samenvatting van het boek
In een achterbuurt van Londen woont de Jood Elijah (“Li”) Yoseph. Hij woont in een oud en vervallen houten huis, dat Lady’s Stairs heet en vlakbij de rivier de Thames ligt. Li is een heler en smokkelaar en staat in de buurt bekend als een vreemde snuiter die veel in zichzelf praat. De smokkelwaar wordt per boot aan- en afgevoerd. Li krijgt bezoek van Mark McGill die ook smokkelaar is. McGill wil, dat Li Ann Perryman, de zuster van zijn voormalige compagnon Ronnie Perryman, vertelt, dat de recente dood van Ronnie de schuld is van de politie. Ann is na de dood van haar broer vanuit Parijs - waar ze als lerares werkt - naar Londen gekomen om een onderzoek in te stellen. Als Ann in het huis van Li arriveert, legt McGill uit, dat hij en Ronnie smokkelcompagnons waren - over wat ze precies smokkelden houdt hij wijselijk zijn mond - en dat Ronnie tijdens een smokkelactie door de politie betrapt werd en toen onder verdachte omstandigheden overleden is. McGill legt de schuld daarvoor geheel bij inspecteur Alec Bradley van Scotland Yard. Bradley is hoofd van de Vliegende Brigade, een onderdeel van de politie dat achter de georganiseerde drugssmokkel aanzit. Li bevestigt Ann het gefingeerde verhaal over de moord op Ronnie door de politie. Dan horen ze opeens de stem van Bradley. Hij is door de openstaande deur beneden het huis binnengekomen. Bradley zegt tegen Ann, dat ze niet moet geloven, dat de politie Ronnie vermoord heeft. Bradley zegt tegen Li, dat hij die nacht op het bureau van Scotland Yard zit. McGill begrijpt, dat deze boodschap een dubbele betekenis heeft en voor hem gevaarlijk kan zijn. Als Li doorslaat, is McGill de klos. McGill is namelijk het hoofd van de smokkelbende en tevens een moordenaar. Als Bradley weg is, geeft Ann aan, dat ze graag Ronnie's plaats in de bende van McGill wil innemen. McGill gaat daarmee akkoord. Ann is niet op de hoogte van het feit, dat de bende in werkelijkheid cocaïne smokkelt.
Als iedereen vertrokken is, schrijft Li een brief aan Bradley, waarin hij aangeeft, dat McGill Ronnie vermoordde en in de rivier gooide. Ronnie was er namelijk achtergekomen, dat McGill bij een bankoverval een bewaker gedood had en dat ging hem te ver. Li krijgt echter niet meer de kans de brief te verzenden, want McGill komt plotseling binnen. Hij ontdekt de brief en schiet Li neer. Li valt door een vloerluik in het water onder het huis. Dan blijkt de Vliegende Brigade het huis van Li omsingeld te hebben. Bradley komt binnen en vraagt McGill waar Li is. Deze beweert dat niet te weten. Bradley zegt tegen McGill, dat hij hem door heeft en dat hij niet zal rusten voordat hij McGill achter slot en grendel gekregen heeft. Ann komt vervolgens binnen. Zij heeft een brief van Li gekregen, waarin hij zei, dat hij haar wilde spreken. Bradley spreekt de volgende dag met Ann en probeert haar van de goede bedoelingen van de politie te overtuigen. Ze gelooft hem echter niet. Ze heeft plezier in het smokkelen en denkt, dat ze sacharine smokkelt in plaats van verdovende middelen.
Het is een jaar later. Ann haalt nog steeds smokkelwaar op en levert dat per auto op de door McGill opgegeven plaatsen af. Ze heeft nog regelmatig contact met Bradley en doet vriendelijk tegen hem, omdat McGill dat graag wil. Voordat ze naar haar flat gaat, ziet ze een lange man die ze denkt te kennen. Ze meent, dat het Li is, maar beseft, dat dat niet kan, omdat Li dood is. Als ze het verhaal aan McGill vertelt, schrikt deze enorm, maar later kalmeert hij. Ann vraagt zich af of McGill niet bezig is met grotere zaken dan de kleine pakjes met smokkelwaar. McGill vertelt haar, dat dat inderdaad zo is. Als ze die avond op verzoek van McGill nog een pakje wegbrengt naar Oxford, wordt ze achterna gezeten door de politie. Ze gooit het pakje in een rivier en wordt vervolgens gearresteerd. Bradley doet huiszoeking bij McGill, maar deze heeft zich op vernuftige wijze al van zijn voorraad cocaïne ontdaan. Bradley ontdekt dit en kan McGill dus niets maken. Bradley ontdekt in de auto van Ann echter wel cocaïne die in een verborgen vak zit. Zonder het te weten bracht Ann dus veel meer weg naar klanten van McGill. Als Bradley haar hiermee confronteert, gelooft Ann hem niet. Bradley heeft de cocaïne uit de auto overigens weggegooid om te voorkomen, dat Ann de gevangenis in moet. Hij is namelijk verliefd op haar geworden.
Ann komt er met een geldboete en een rijontzegging vanaf, maar begint wel na te denken over het verhaal van Bradley. Ze begint zich af te vragen of Bradley gelijk heeft. Intussen probeert Tiser, de adjudant van McGill, een paar criminelen uit het “Tehuis” - McGill heeft onder het mom van goede bedoelingen een tehuis opgezet voor ex-criminelen - te interesseren voor een moordaanslag op Bradley. De aanslag mislukt echter, omdat de politie het tehuis afluistert. Tiser vertelt McGill, dat hij Li gezien heeft. Hij zat op een nacht op zijn kamer. McGill gelooft Tiser niet en denkt, dat hij die nacht dronken was. Later ziet Tiser Li in de buurt van het tehuis staan en dit wordt door een kompaan aan McGill bevestigd. McGill zelf hoort op een nacht uit de flat boven hem muziek komen die Li altijd op zijn viool speelde. Als hij gaat kijken, treft hij er niemand aan. Later treft McGill op zijn bedkussen een briefje aan met daarop in het Duits geschreven, dat Li hem spoedig zal ontmoeten. Intussen gaan de zaken van McGill minder. Dat komt, omdat Ann niet meer mag rijden en de politie streng controleert. Ook mist McGill het uitgebreide smokkelnetwerk van Li. Ann ontdekt intussen via een relatie van McGill, dat deze inderdaad cocaïne smokkelt. Ze beseft dan, dat Bradley dus gelijk had. Dat verandert haar kijk op Bradley en ze haat hem nu niet meer, omdat ze ook niet meer gelooft, dat hij verantwoordelijk is voor de dood van haar broer. McGill onderneemt via zijn organisatie nog een paar moordpogingen op Bradley, maar deze mislukken allemaal. Als Ann daarvan hoort, is ze geschokt. Ze begint steeds meer in te zien, dat McGill in feite de kwade genius is.
McGill merkt de verwijdering tussen Ann en hem op. Hij beseft, dat Ann gevaarlijk voor hem kan worden. Hij probeert Ann daarom te versieren, maar daar is Ann duidelijk niet van gediend en dat maakt ze hem goed duidelijk. Als Tiser McGill vertelt, dat een van de bendeleden alles aan de politie verraden heeft, raakt McGill in paniek. Hij heeft namelijk een grote hoeveelheid cocaïne in voorraad. Hij beseft, dat hij het spul snel Londen uit moet zien te krijgen. Tiser adviseert hem om dit door Ann te laten doen. Als ze gepakt wordt, zal Bradley haar wel beschermen en zo niet, dan zal ze een lichte gevangenisstraf krijgen. Dat is beter dan dat McGill gepakt wordt. Bradley waarschuwt Ann intussen, dat ze die avond de deur niet uit moet gaan. Als McGill haar dan ook vraagt een vrachtje weg te brengen, weigert ze dienovereenkomstig. Dan horen ze een vioolmelodie en vervolgens stapt Li uit de slaapkamer van Mark. Hij nodigt hen uit hem over een paar dagen op te komen zoeken in Lady's Stairs. Dan verdwijnt hij door de voordeur.
Tiser haalt McGill over om twee vliegen in een klap te slaan. Hij laat Ann een briefje schrijven, waarin staat, dat de afzender de geadresseerde die avond alleen ergens wil spreken. Ann denkt, dat het gaat om een briefje van McGill aan Tiser. In werkelijkheid stuurt McGill het door Ann geschreven briefje aan Bradley. Bradley zal het handschrift herkennen en erop ingaan. Dan legt McGill een hinderlaag en laat Bradley vermoorden, waarna Ann voor de moord opdraait. Dan is hij ook gelijk van Ann af. Ann heeft de opzet echter door en waarschuwt Bradley, waarna de moordaanslag op hem mislukt. McGill heeft uiteraard een alibi voor de tijd van de moordaanslag. McGill vraagt Ann nog een vrachtje op te halen en dit in een ven te gooien. Ann voldoet aan het verzoek en gaat per taxi naar de droppingplaats. Ze vindt het pakje en gooit het weg in het ven. Ze haalt er een beetje poeder uit om dit te analyseren. Het blijkt inderdaad cocaïne te zijn.
De activiteiten van het tehuis van McGill worden gestaakt. McGill heeft Ann gevolgd bij het ophalen van het pakje en weet dus ook, dat Ann weet, dat het om gesmokkelde cocaïne gaat. McGill wil Ann nu een tijdje in het tehuis opsluiten om zelf in de tussentijd veilig weg te kunnen komen. Hij lokt haar naar het tehuis, maar de oude Sedeman - een wat schimmige maar zeer sterke crimineel - verhindert de opsluiting. Ann weet te ontkomen. Als Bradley even later in het tehuis arriveert, vertelt hij McGill, dat hij de kogels van het pistool van McGill in het huis van Li heeft gevonden. Zonder pistool kan hij echter niets tegen McGill bewijzen. Hij doorzoekt het tehuis, maar vindt niets. Als Bradley Ann spreekt, zinspeelt hij op een toekomst samen. Hij zal aan het einde van het jaar ontslag nemen en dan naar Brazilië vertrekken om daar bedrijfsleider van een grote koffieplantage te worden. Ann staat er niet onwelwillend tegenover. Ze wil echter eerst weten wie haar broer vermoord heeft. Ze vraagt er Tiser naar, maar die zegt het niet te weten. Tiser vertelt haar wel, dat het smokkelrijk van McGill bijna ten einde is. Hij probeert dat rijk nu over te nemen, uiteraard zonder dat McGill dat in de gaten heeft.
McGill bezoekt Tiser en wil, dat hij meegaat naar het huis van Li. Ze hebben immers een uitnodiging van Li ter zake ontvangen. Als ze in het huis van Li zijn, openen ze het valluik. Dat brengt McGill op het idee om daar het vloerkleed overheen te leggen en zo Bradley er door te laten vallen, waarna hij vast en zeker zal verdrinken in het water onder het huis. Als Bradley arriveert en op het vloerkleed stapt, blijkt het valluik echter op miraculeuze wijze weer gesloten te zijn. Bradley merkt dus niets van deze aanslag van McGill. Ann arriveert ook. Ze voelt zich in het gezelschap van McGill en Tiser enigszins opgelaten. Dan gaat het licht uit en ziet Ann Li uit het vloerluik naar boven komen. Li vertelt McGill, dat hij iedere avond om elf uur de geest van de vermoorde Ronnie ontvangt. Ronnie werd immers in deze kamer vermoord. Tiser wordt daar zenuwachtig van. Dan wordt er beneden op de voordeur geklopt en komt er iemand de trap op. Li doet de kamerdeur open en komt met niemand binnen, maar hij praat alsof hij Ronnie aan de arm heeft. Dat wordt Tiser te veel en hij zegt, dat hij naar de politie zal gaan om te vertellen, dat McGill Ronnie vermoord heeft. Ann gelooft hem. Dan springt McGill op Li om hem te vermoorden, maar deze werpt hem van zich af, recht in de armen van inmiddels binnengekomen rechercheurs. Li trekt zijn masker af en het blijkt Bradley te zijn. Bradley legt uit, dat ze een tijdje terug al het lijk van Li onder het huis in de modder aangetroffen hebben. In zijn lijk zaten twee kogels uit het pistool van McGill. Bradley besloot toen om zich als Li te vermommen om Tiser zo bang te maken, dat hij zou bekennen. Met de bekentenis van Tiser heeft Bradley nu voldoende bewijs tegen McGill. McGill wordt uiteindelijk opgehangen. Bradley neemt de dag daarna ontslag en vertrekt met Ann naar Brazilië.

Beoordeling van het boek
Wat opvalt aan dit boek is, dat het geen spannende ontknoping heeft. Het is voor de lezer van aanvang af duidelijk wie de moordenaar van Ronnie Perryman is. Het is ook al direct duidelijk waar het verhaal om draait, namelijk om het smokkelen van cocaïne. En het is ook helder, dat er een amoureuze spanning heerst tussen Ann en Bradley. Rondom deze elementen ontwikkelt het verhaal zich. Het is zeker niet zo, dat het verhaal saai is, maar ik mis wel de opbouwende spanning die je in de meeste andere boeken van deze auteur aantreft. Ik verwijs bijvoorbeeld naar “De Rode Cirkel” (“The Crimson Circle”). In dat boek wordt de spanning naar de geheimzinnige man achter deze bende steeds verder opgevoerd en komt deze pas op de laatste bladzijden tot een alleszins verrassende ontlading. Die spanningsopbouw ontbreekt hier volkomen. Maar de exotische figuur van Li Yoseph maakt in dat opzicht wel veel goed. En ook is het aardig om te zien hoe de relatie tussen Ann en Bradley zich ontwikkelt. Ann is Bradley eerst vijandig gezind, maar gaandeweg gaat ze heel anders tegenover hem staan. Wat me in dit opzicht wel van het hart moet, is, dat Ann als vrouw in een wel erg traditionele rol geduwd wordt. Ze is helemaal niet zo naïef als ze aanvankelijk voorgesteld wordt. Je vraagt je dus af hoe ze dan zo dom kan zijn om McGill te geloven in plaats van Bradley. Ook Bradley laat een steek vallen: hij laat verkregen bewijs tegen Ann verdwijnen. Dat is voor een politieman een buitengewoon onprofessionele houding. Maar goed, het gaat hier om een roman en daarin kan uiteraard alles.
Ik vind, ondanks de hierboven geuite kritiek, het boek goed geschreven. Het leest gemakkelijk en je kunt de verhaallijn prima volgen. Diepgaande psychologische beschouwingen tref je in het boek overigens niet aan. Het is dus een boek, dat je puur ter ontspanning leest.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.