The adventures of Huckleberry Finn door Mark Twain

Beoordeling 6.7
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 3e klas vmbo | 2848 woorden
  • 25 juni 2007
  • 75 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.7
  • 75 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1884
Pagina's
300
Punten
3 uit 5
Oorspronkelijke taal
Engels
Verfilmd als

Boekcover The adventures of Huckleberry Finn
Shadow
The adventures of Huckleberry Finn door Mark Twain
Shadow
ADVERTENTIE
Studententijd zomerspecial

Heb jij de Zomerspecial van Studententijd de podcast al geluisterd? Joes, Steie, Dienke en Pleun nemen je mee in hun zomer vol festivals, vakanties en liefde. En kijken ook alvast vooruit naar de introductietijd van het nieuwe collegejaar. Luister lekker mee vanaf je strandbedje, de camping of onderweg. 

Luister nu!
Introductie.
De echte naam van Mark Twain was Samuel Clements. Hij was geboren in Missouri in de Verenigde Staten van Amerika. Hij was eerst drukker, maar begon al snel te schrijven voor kranten. Hij hield van reizen en was een tijdje schipper van een stoomboot. In 1865 begon hij zichzelf Mark Twain te noemen. Dat was een van de scheldnamen van een schipper van een stoomboot. In 1867 ging ‘Mark Twain’ naar Europa en Israël met een grote groep Amerikaanse toeristen, waarover hij verhaaltjes schreef voor de krant.
De Mississippi rivier was erg belangrijk, ook omdat de trein nog niet was uitgevonden.


Hoofdstuk 1: Tom Sawyer’s bende.
Miss Watson kwam bij weduwe Douglas logeren en daarom wilde Huckleberry Finn daar weg. Ze probeerde altijd om hem netjes te laten worden, maar hij had er geen zin in. Toen hij in bed lag hoorde hij het miauwen van een kat en deed het terug. Huck klom uit het raam en zag Tom Sawyer zitten in de boom naast het huis. Ze gingen zo snel mogelijk achter het huis van de weduwe langs, maar Huckleberry Finn maakte een geluid en ze verscholen zich en hielden zich stil. Jim, de grote neger van Mrs Watson, kwam naar buiten en keek rond. Hij zag niemand en ging dus tegen een boom zitten. Na een tijdje viel hij in slaap en konden Huck en Tom weer verder. Ze vonden Joe Harper en Ben Rogers en gingen over de rivier naar de grot. Tom richtte de bende op en iedereen moest zijn naam met bloed schrijven. Eerst mocht Huck er niet in, want je had een familie nodig om dood te kunnen maken, maar Huck zei dat ze Mrs Watson konden gebruiken. Ze spraken een dag af om weer te vergaderen en Huck ging weer terug naar zijn kamer.

Hoofdstuk 2: Pap komt terug.
Huck had zijn vader lange tijd niet meer gezien en wilde het ook niet, omdat hij hem altijd sloeg. De mensen hadden een lijk gevonden dat op zijn vader leek, maar ze konden niets uit zijn gezicht opmaken omdat het lijk zolang in het water had gelegen. Ze zeiden dat hij op zijn rug in het water had gelegen, maar Huck wist dat een verdronken man met zijn gezicht naar beneden in het water ligt. Het was dus een vrouw met mannenkleren aan. Huck ging weer naar school en leerde veel dingen. Toen hij bij de weduwe vandaan kwam, zag hij de voetstappen van zijn vader in de sneeuw en hij rende naar Judges Tatcher’s. Hij zei dat hij zijn geld niet meer hoefde. Judge verzon dat hij het geld zou kopen voor één dollar en maakte een contract. Toen hij naar zijn kamer ging, zat zijn vader daar. Hij was ongeveer 50 jaar oud, had lang haar en een lange baard en was vies. Hij wilde Huck’s geld hebben, maar Huck zei dat hij het niet had. Zijn vader ging naar de bank en probeerde het geld te krijgen, maar het lukte niet.

Hoofdstuk 3: Ik verlaat Pap.
Op een dag in de lente pakte Huck’s vader hem en nam hem mee in een roeiboot naar een oude hut. Huck’s vader sloeg hem te vaak en daarom zaagde Huckleberry een gat in de wand van de hut. Op een dag moest hij gaan vissen en zag een kano van 4 meter lang drijven. Hij pakte het en verborg het. Na een tijdje vonden ze een vlot met blokken hout en Pap ging weg om ze te verkopen. Huck ontsnapte door het gat en nam alles mee. Huck pakte Paps geweer en schoot een wild zwijn, dat hij in de hut legde. Daarna pakte hij de bijl en sloeg een gat in de deur en deed er bloed op. Ook deed hij een paar van zijn haren op de bijl, zodat het op een moord zou lijken. Hij deed het zwijn met een paar stenen erbij in een zak en sleepte die over de grond naar de rivier, zodat er een bloedspoor kwam en de mensen alleen in de rivier zouden zoeken naar zijn lijk, en Huck Finn naar Jackson’s Island kon gaan.

Hoofdstuk 4: Jim ontsnapt.
Toen Huckleberry wakker werd op Jackson’s Island, hoorde hij het gedreun van schoten. Dat deden ze om zijn lijk naar boven te laten drijven. Na een tijdje ging de boot weer naar St. Petersburg terug. Toen Huck na drie dagen op verkenning uitging, stuitte hij op de rokende as van een kampvuur. Hij ging snel terug, maar na een tijdje kon hij het niet meer uithouden en ging onderzoeken van wie dat kampvuur geweest was. Na een tijdje zag hij een man liggen en zag dat het Mevr. Watson’s neger Jim was! Eerst dacht Jim dat Huck een geest was, maar Huckleberry maakt hem al snel duidelijk dat hij niet dood was. Jim had sinds hij op het eiland was (toen Huck was ‘vermoord’ was hij erheen gegaan) alleen maar bessen gegeten en Huck ging gelijk eten halen uit zijn kano. Ze aten het op en Huck vertelde Jim hoe hij ontsnapt was. Jim vertelde dat hij weggelopen was.


Hoofdstuk 5: Het huis in de rivier.
Jim vertelde dat Mevr. Watson hem wilde verkopen voor $800 aan een negerhandelaar. Jim rende direct weg en verstopte zich in het boothuis. Er kwamen steeds meer mensen die tegen elkaar dingen vertelden over Huckleberry Finn, zodat Jimalles hoorde over zijn ‘dood’. ’s Avonds ging Jim weg. Te voet kon niet: de honden zouden hem pakken, een boot stelen kon ook niet: ze zouden weten waar ze moesten zoeken omdat ze er eentje zouden missen, dus toen er een groot vlot langs kwam drijven met menswen erop, liftte hij een eindje mee. Na een tijdje kwam er een man naar voren met een licht en Jim sprong vlakbij het eiland in het water.
Ineens zei Jim dat het zou gaan regenen en ze brachten alle spullen naar een grot die Huck had gezien. Het stormde een paar dagen en het water steeg. Er kwam een vlot langsdrijven en na een tijdje zagen ze een houten huis langsdrijven! Jim en Huck peddelden ernaar toe met de kano en zagen een dode man liggen. Ze doorzochten het huis op spullen. Ze vonden meisjeskleren en een mes en nog wat andere dingen. Toen ze eruit gingen was het dag geworden, dus moest Jim op de bodem van de kano zitten, om niet te laten zien dat hij een neger was. Ze kwamen veilig bij de grot aan.

Hoofdstuk 6:We verlaten het eiland.
Huck trok de meisjeskleren aan en ging naar de overkant. Hij zag een hut en keek naar binnen: er zat een vrouw van ongeveer 40 jaar in. Hij klopte aan en werd binnen gelaten. Huck hing een verhaal op over zijn moeder die zo ziek was en nog meer onzin. De vrouw begon te praten over de ‘moord’ en zei dat het waarschijnlijk de oude Finn zelf was, of de weggelopen neger Jim die Huck Finn vermoord had. Haar man was een vriend met een geweer gaan halen om op Jackson’s Island te gaan zoeken naar Jim, want de vrouw had rook zien opstijgen. Na een tijdje zag ze een rat en zei dat ze die meestal doodgooide met een stuk ijzer, maar nu kon dat niet, want ze had haar arm bezeerd. Ze gooide het stuk naar Hucks knieën en hij ving het op, met zijn knieën dicht. Toen wist ze dat hij een jongen was, want een meisje vangt iets op met haar knieën wijd, zodat haar rok het opvangt. Ze zei dat ze niemand iets zou vertellen en Huckleberry rende naar Jim en zei dat ze snel weg moesten. Ze wisten alle sporen uit en gingen weg met het vlot.

Hoofdstuk 7: Mist op de rivier.
Na een tijdje varen kwam er een mist opzetten en Huck zocht naar een zandbank met katoenbomen erop, om het vlot aan vast te maken. Hij vond er een, maar die katoenbomen waren te jong en de stroom trok het vlot mee, zodat de boom uit de grond werd getrokken. Huck peddelde er snel achteraan in zijn kano en schreeuwde af een toe naar Jim, die nog op het vlot zat, maar hij zag niet veel door de mist. Na een tijdje viel hij in slaap en toen hij weer wakker werd, was de mist weg en zag hij het vlot drijven. Hij legde de kano vast aan het vlot en zei tegen Jim, die sliep, dat hij alles gedroomd had.

Hoofdstuk 8: We verliezen het vlot.
Na een tijdje zagen ze een stad en Jim dacht dat hij vrij was, maar het was een grensstadje. Huck ging kijken en ontmoette een paar mensen die naar het vlot wilden kijken. Huck hing een verhaal op dat zijn ‘vader’ ziek was en op het vlot lag en dat niemand hem had willen helpen. De mannen roeiden snel weg en gaven Huck nog 20 dollar ook! Na een tijdje legden ze weer aan op een zandbank en toen ze wakker werden was de kano weg! Na nog een tijdje voer er een stoomboot over hun vlot heen. Huck kon Jim niet meer vinden en ging te voet verder. Hij kwam bij een huis en zei dat hij van de stoomboot was gevallen. Hij kon er blijven zo lang als hij wilde, maar een keer toen hij ging wandelen, kwam een ‘huisneger’ achter hem aan en nam hem mee naar Jim, die geraakt was door de stoomboot en bang was voor de honden van het huis waar Huck een tijdje in had gewoond. Één van de negers had het vlot weer teruggevonden en gerepareerd.

Hoofdstuk 9: Twee nieuwe bondgenoten.
Toen Huck een keer aan land ging, zag hij twee mensen die achtervolgd werden door mannen met honden. Huck nam ze mee naar het vlot en de één, de jonge vertelde dat hij achternagezeten werd omdat hij iets had verkocht wat de bruine kleur van je tanden weghaalde. Het werkte ook, maar het nam ook een deel van de ‘witheid’. Hij zei dat hij opgeleid was als drukker. Hij verkocht medicijnen, was acteur en gaf soms zangles. De oudere man zei dat hij preekte, tien cent om hem te horen. Toen had iemand gezien dat hij sterke drank dronk en ze wilden hem pakken. Een neger waarschuwde hem en hij vluchtte. Daarna zei de jongere man dat hij een hertog was, maar dat hij door zijn broer van de kroon was gestoten. Hij begon te huilen en zei dat ze hem konden troosten door hem als een hertog te behandelen. Na een tijdje zei de oude man dat hij eigenlijk de koning van Frankrijk was. Hij begon ook te huilen en zei dat ze hem konden troosten door hem ‘koning’ en ‘Uwe Majesteit’ te noemen. Huck merkte dat ze helemaal geen koning of hertog waren, maar hij zei niets.

Hoofdstuk 10: De koning en de hertog aan het werk.
Ze kwamen bij een dorpje aan en de hertog en de koning wilden ernaartoe. Huck ging met ze mee. De hertog wilde naar een drukkerij. Ze vonden er een. De drukkers waren allemaal weg naar een bijeenkomst in het bos en hadden alles opengelaten. De koning en Huckleberry gingen ook naar de bijeenkomst en de hertog bleef in de drukkerij. Ze gingen naar de bijenkomst en zag een dominee schreeuwen en mensen schreeuwen. De koning liep naar voren en praatte tegen de mensen. Hij zei dat hij piraat was geweest en tegen de piraten wilde gaan preken. Hij zei dat hij beroofd was en geen geld meer had. Na een tijdje zeiden de mensen dat er een collecte moest gehouden worden voor hem. Hij haalde $87,57 op. Toen ze weer terug kwamen, had de hertog een aanplakbiljet gemaakt waarop Jim beschreven werd. Nu konden ze overdag varen, want als er mensen kwamen, deden ze gewoon een touw om Jims nek en zeiden dat ze hem gevangen hadden.

Hoofdstuk 11: Jim is gepakt.
Toen ze verder voeren, gingen de hertog en koning soms in een dorpje of stad aan het werk, maar ze werden er meestal snel weer uitgeschopt. De koning ging een keer aan wal en zei dat ze moesten wachten tot de middag en hem dan moesten zoeken. Ze gingen hem zoeken en vonden hem dronken. Huck rende snel naar Jim en riep dat ze weg konden gaan, maar Jim was weg! Hij vroeg het aan een jongen en die zei dat Jim gepakt was omdat hij ‘weggelopen’ was. Ze wilden hun $200,- hebben die op zijn hoofd stond! Huck dacht dat de hertog en de koning dit hadden bedacht, omdat de man, Mr Phelps, die Jim had gepakt, zijn informatie voor $40,- had gekocht. Huck bedacht een plan en verborg het vlot bij een eilandje in de buurt. ’s Morgens deed hij zijn beste kleren aan en maakte een bundel van de andere kleren. Hij ging met de kano naar hun boerderij en liet hem zinken op een plaats waar hij hem terug kon vinden. Hij liep naar de boerderij, waar een witte vrouw uitkwam en vroeg of ‘hij’ het was. Hij zei ‘ja’ en werd mee naar binnen genomen. Ze zei daar dat hun ‘neef’ was gekomen. Ze praatte een hele tijd tegen hem, maar na een tijdje vroeg ze of hij wilde vertellen over zijn familie.
Hoofdstuk 12: Tom en de Phelpses.
Huck wilde net de waarheid vertellen, maar ineens pakte ze hem beet en duwde hem onder het bed en zei dat ze een grap uit gingen halen. Toen hij binnen kwam, vroeg ze aan hem of er iemand aan kwam en Mr Phelps ging naar het raam. Ze haalde Huck vlug onder het bed vandaan en zei dat hij Tom Sawyer was! Nu kon Huck vertellen hoe het met Sid en Mary was en de familie. Na een tijdje hoorde Huck een stoomboot aankomen, en dacht dat Tom wel snel zou komen. Hij vertelde de Phelpses dat hij zijn bagage nog op moest halen en ging weg. Huck ging naar het dorp over de weg en toen hij Tom zag, dacht die dat hij een geest was. Ze bedachten een plan: Huckleberry zou met Toms wagen met bagage terug naar het huis gaan. Tom zou anderhalf uur later naar de boerderij gaan. Huck zei dat hij Jim ging ‘terugstelen’ en Tom zei dat hij hem zou helpen. Toen Huck weer terugwas, kwam Tom aangelopen. Hij deed voorkomen of hij iemand anders zocht. Hij bleef eten bij de Phelpses en ineens kwam hij overeind en kuste Sally Phelps op de mond. Ze was boos en Tom zei: “Tom, dacht je ook niet dat ze haar armen zou openen en zeggen: ‘Sid Sawyer-‘?”
Hoofdstuk 13: Tom is geraakt.
Tom had ontdekt waar Jim zat: in een hut naast de keuken. Ze gingen er ’s nachts naartoe en bedachten een extra gevaarlijk plan. Ze waarschuwden de familie dat een bende hun neger wilde stelen, door middel van een anonieme brief. Huck ging eten regelen voor Jim, maar werd betrapt door tante Sally. Hij had het eten snel in zijn hioed gedaan, dus tante Sally wist niet wat hij had gedaan. Hij moest in een kamer gaan zitten, waar 15 mannen zaten, elk met een geweer. Toen tante Sally een tijdje later binnen kwam, was de boter onder Huck’s hoed gesmolten en droop eronder vandaan. Ze dacht dat zijn hersenen uit zijn hoofd kwamen. Ze ontdekte dat hij het eten had gestolen en hij moest naar bed. Hij ging snel naar boven en via een touw weer naar beneden. Hij ging naar Tom en ze gingen snel naar Jim. Daarna kwamen ze dicht bij een man (het was donker) en werden betrapt. Ze gingen snel naar het vlot. Daar kwamen ze erachter dat Tom een kogel in zijn been had. Huck ging naar een dokter en Tom zei hoe ze het in de boeken deden (geblinddoekt).
Hoofdstuk 14: Jim is vrij!
Huck haalde de dokter, maar de kano was te klein voor twee personen en dus ging de dokter alleen. Huck ging slapen, maar werd veel te laat wakker. Hij rende naar de zandbank. Recht in de armen van oom Silas. Huck moest mee, maar oom Silas verdacht hem niet. Na een tijdje kwam er een stoet aangelopen: om op een brancard, Jim met gebonden handen en de oude dokter en een paar andere mannen. Jim werd weer opgesloten, maar Tom zei dat Jim vrij was: Mevrouw Watson was gestorven en had in haar testament gezegd dat Jim vrij was. Ineens kwam tante Polly binnen. Ze zei dat Huck Finn vanonder het bed moest komen. Ze zei dat, toen tante Sally schreef dat Tom en Sid veilig aan waren gekomen, ze meteen op reis was gegaan. Huck zei dat hij avonturen wilde beleven, maar er geen geld voor had: hij had het aan Judge Tatchers verkocht en waarschijnlijk had Pap het opgeëist en het ‘opgedronken’. Als dat niet wass gebeurd en hij het op wilde halen, zou zijn vader ineens langs kunnen komen. Jim zei dat dat niet kon, want in het drijvende huis lag een man: Hucks vader.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

R.

R.

dit is echt een slecht verslag !!!!!!!!!!!

10 jaar geleden

J.

J.

Wat een super slecht verslag, je mist de helft van alles in je samenvatting, ik probeer het verhaal er uit op te maken, onmogelijk. Hoe de fuck heb je 4 sterren gekregen hier voor?

10 jaar geleden

B.

B.

Negeer hen! Dit is een goed verslag, de gemene-reageerders zijn waarschijnlijk leraren die dit soort samenvattingen willen vermijden!!! Keep doing this +thx bro/love ya

7 jaar geleden

Andere verslagen van "The adventures of Huckleberry Finn door Mark Twain"