Dochter van China door C. Hope Flinchbaugh

Beoordeling 4
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 4e klas vmbo | 7536 woorden
  • 26 april 2007
  • 4 keer beoordeeld
  • Cijfer 4
  • 4 keer beoordeeld

Boek
Auteur
Taal
Nederlands
Vak
Eerste uitgave
2003
Pagina's
265
Oorspronkelijke taal
Engels

Boekcover Dochter van China
Shadow
Dochter van China door C. Hope Flinchbaugh
Shadow
ADVERTENTIE
Studententijd zomerspecial

Heb jij de Zomerspecial van Studententijd de podcast al geluisterd? Joes, Steie, Dienke en Pleun nemen je mee in hun zomer vol festivals, vakanties en liefde. En kijken ook alvast vooruit naar de introductietijd van het nieuwe collegejaar. Luister lekker mee vanaf je strandbedje, de camping of onderweg. 

Luister nu!
Titel: Dochter van China
Auteur: C. Hope Flinchbaugh

Samenvatting per hoofdstuk:
Hoofdstuk 1
Mei Lin is samen met haar vader op pad naar een christelijke samenkomst in het bos. Er staat een zware straf op als je naar zulke bijeenkomsten gaat. Voor jongens en meisjes onder de 18 jaar staat er nog een zwaardere straf op. Ze schrikken ineens op, want voor hen op het pad bewegen bosjes. Ze vallen plat op de vloer, maar het blijkt loos alarm te zijn want het is Liko die hen op staat te wachten. Hij moest buiten gaan kijken of er geen sporen van het BNV zijn. Na een kwartier lopen bereiken ze de schuur waar de bijeenkomsten gehouden worden. Het is een oude verweerde schuur die niet meer gebruikt wordt. Alle mensen nemen manden met eten mee voor na de dienst, want dan eten ze allemaal gezamenlijk.

Hoofdstuk 2
Mei Lin komt uit school samen met haar beste vriendin Ping. Ze zitten op de middelbare school in Tanching. Ze praten samen er over wat ze later willen worden en gaan doen. Ping zegt dat ze gaat trouwen met een officier van het BNV. Ze heeft zich ook al aangemeld om partijlid te worden. Ze is absoluut niet christelijk. Mei Lin zei: ‘Soldaten hebben geweren en worden getraind om mensen te doden’. Maar Ping wil alleen maar met hem trouwen omdat ze dan een kleurentelevisie hebben en een koelkast en in de zomer ventilators. De regering betaalt soldaten goed, dus kan ze dan een beetje geld naar haar vader en moeder sturen. Mei Lin zei: ‘Je zult een prachtige bruid zijn!’ Ping legt aan Mei Lin uit hoe ze haar haar gaat doen op haar bruiloft. Ze heeft zelfs haar geboorte akte al laten zien aan een waarzegster, dus weet ze nu op welke dag en datum ze gaat trouwen. Ze komen bij Ping’s huis en Mei Lin loopt alleen verder naar huis. Na 10 minuten lopen bereikt ze haar huis. Ze loopt achterom en roept: ‘Ama, ik ben thuis’. Ama komt uit het huis kijken wie er is. Mei Lin gaat haar huiswerk maken aan de tafel in de woonkamer. Ama gaat weg, Mei Lin vroeg nog waar ze naar toe gaat maar ze gaf geen antwoord. Het was al avond en Mei Lin ging naar bed. Ama was nog steeds niet terug gekomen. Als ze al een poosje in bed ligt komt Ama thuis. Ama kwam even bij Mei Lin kijken en toen ze dacht dat Mei Lin sliep gaat ze weer naar de kamer. Mei Lin sloop uit haar bed en gaat kijken wat Ama aan het doen is. Ama is de goden aan het offeren. Mei Lin roept: ’ Nee Ama, dat mag niet je mag alleen God aanbidden’. Ama schiet uit en zegt ga jij je grootmoeder bespioneren? Het is beter dat je dit doet anders worden de goden kwaad net als bij je moeder daar komt die ellende van je moeder ook door. Mei Lin wist niet dat haar moeder door het geloof gestorven was, maar Ama versprak zich en moet nu wel uit leggen waarom haar moeder gestorven is. Mei Lin is helemaal verslagen en gaat terug naar haar bed. Ama komt een poosje later ook naar bed. Ama doet net alsof ze slaapt omdat ze niet wil praten.


Hoofdstuk 3
Mei Lin is zenuwachtig om naar de samenkomst te gaan, omdat ze alles gehoord heeft hoe haar moeder is omgekomen. Mei Lin is moe als ze op haar vaste plek in de schuur zit. Ze zit alsmaar te geeuwen. Ping zit haar er mee te plagen en zegt: ‘Straks vliegt er nog een vlieg naar binnen’. Na de dienst zitten het gezin van de dominee en Mei Lin en haar vader aan een tafel te eten. Ze zitten met z’n allen ontspannen te praten. Opeens vliegt de schuurdeur open en stappen allemaal BNV-agenten binnen. Mei Lin verstijft van schrik. De officier grijpt de dominee en sloeg hem op zijn rug. Bio!’ gilde mevrouw Chen. Liko trok zijn moeder tegen de grond en gaat er boven op liggen. Kwan So haar vader deed het zelfde bij Mei Lin. De soldaten slaan iedereen die ze maar raken kan ook Liko en Kwan So krijgen klappen met een wapenstok op hun rug. Mei Lin krijgt geen klap, omdat haar vader op haar ligt. De dominee riep:’ Sla ze niet ik ben verantwoordelijk!’ De agent die Kwan So slaat draait zich om en slaat de dominee op zijn borst. Hij wankelde en zakte op de vloer in elkaar. De agenten bleven maar op hem slaan. Liko heeft moeite om zijn moeder op de grond te houden, want ze wil haar man gaan helpen. Het kaderlid zag de bijbel liggen en kreeg een woede aanval. Hij wierp de bijbel in het vuur. De agenten zochten nog verder of er nog meer bijbels in de schuur waren. Intussen pakt Liko de bijbel er met zijn blote handen uit en dooft het vuur van de bijbel met zijn jasje. De agenten gingen weg en namen de dominee mee. ‘Vergeef’: riep de dominee in de verte naar de mensen in de schuur. Kwan So komt overeind zodat Mei Lin ook op kan staan. De deur zwaaide weer open. Het kaderlid komt binnen, ‘vanaf nu worden jullie allemaal in de gaten gehouden’ zegt hij. En zo ging hij nog een poosje verder. Hij ging in de deur opening staan en schreef alle namen in een boekje op. Kwan So gaat voor op en daar achter komt Mei Lin. Hij zei tegen Mei Lin: ‘ik zou je de Universiteit van Shanghai aan kunnen bevelen of helemaal niet’. Tenzij je met mij wilt trouwen. Mei Lin zei dat ze de huwbare leeftijd nog niet heeft. Ze mocht erlangs maar ze was bang dat haar droom helemaal niet meer uit zou komen. Liko en zijn moeder stonden achter mij en hadden het hele gesprek gehoord. Liko rende mij achter aan en stak iets in mijn jaszak. Toen was hij verdwenen.

Hoofdstuk 4
Ze waren op pad naar huis toen Mei Lin aan haar vader vroeg of hij pijn had. Hij had alleen een paar klappen op zijn rug gehad. Ze praten er nog even op door wat er met de dominee gaat gebeuren. Mei Lin wenste dat hij opnieuw getrouwd was. Hij was nog steeds heel knap om te zijn al was hij al een eind in de 40. We zijn thuis zij haar vader. Laat mij maar aan Ama uitleggen wat er gebeurd is, zij Kwan So. Ama kwam naar buiten en vroeg; ‘wat is er gebeurt mijn zoon?’ Hij trok haar zachtjes mee naar binnen, de buren weten het snel genoeg. Kwan So vertelde voorzichtig wat er gebeurt was zonder haar angst aan te jagen. Mei Lin herinnerde opeens dat Liko iets in haar jas gestoken had. Ik haalde het pakje dat in een doek was gewikkeld en haalde het er uit. Er viel as uit het pakje. O riep ik: Vader onze bijbel! Ama werd asgrauw en vroeg hoelang houden jullie de bijbel? Dat wisten Kwan So en Mei Lin ook niet, maar ze zouden hem goed verstoppen. Een deel van de bijbel was nog intact sommige pagina’s waren voor de helft nog leesbaar. Er gleed een briefje uit de bijbel er stond op kom vrijdagavond om zeven uur naar me toe in de koeienstal achter je huis. De koeienstal was een goede plek er kwam nooit meer iemand en hij was niet in gebruik. Mei Lin vroeg waar moet ik de bijbel verstoppen. Kwan So haalde zijn bed van zijn plek en de dozen die er onder stonden schoof hij ook weg en tilde een losse plank op. Er kwam een ruimte te voorschijn waar ze de bijbel konden leggen, de notitieboeken van Mei Lin haar moeder lagen er ook. Toen ze de bijbel er in gelegd hadden werd Ama weer rustig. Ama vroeg waar moeten ze van leven zonder de inkomsten van de dominee? ´We houden een inzameling van offers onder de kerkleden, ´antwoordde vader. Ze praten met ze allen nog een beetje over Liko, maar dan zegt haar vader voor jou staat ook veel op het spel. Ama keek Mei Lin recht aan en zei: ´Het kaderlid heeft oog voor schoonheid´. Mei Lin sprong op en verkreukeld haar kleren om haar verlegenheid te verbergen. Ze zei:´eens kijken of hij mij zo ook moet hebben. Haar vader zei er is meer voor nodig om dat platte Mongoolse neusje te verstoppen. Zelfs Ama lachte mee. Toen Ama en haar vader weg ging pakte ze een notitieboek van haar moeder en bleef er net zo lang in lezen tot ze in slaap viel.

Hoofdstuk 5
Vrijdagavond was het drukkend warm en het rommelde al in de verte. Haar vader gaf haar de laatst instructies en toen ging Mei Lin op pad naar de oude koeienschuur waar ze Liko zou ontmoeten. Ze had de offergave van de kerk mee en ook nog een klein beetje eten wat Ama gemaakt had voor de Chens. Mei Lin was er het eerst, binnen was het er donker dat ze geen hand voor ogen kon zien. Er verscheen iemand in de deuropening ´Mei Lin´ Ze zuchtte van opluchting hier riep ze zachtjes. Heb je al iets van je vader gehoord´: vroeg Mei Lin. Niks gehoord en er is ook niemand om de boete geweest´: antwoordde Liko. Mei Lin haar voet zakte weg in de grond, ze gingen op onderzoek uit en vonden een houten kist. Het deksel ging gemakkelijk open en zagen een paar oude boeddhabeelden liggen. Onder de beelden lagen ook nog voorouder tabletten van de familie van Mei Lin. Mei Lin gaf de envelop met geld aan Liko. De vader van Liko had instructies achter gelaten voor het geval dat hij gearresteerd werd. Hij stelde voor dat wij naar de huiskerk in Du Yan zouden gaan. Toen ze daar over gepraat hadden gingen ze op een ander onderwerp over dat onderwerp was de toekomst van Liko. Hij kon niet meer naar school en zo kon hij ook niet verder leren als dokter. Hij vroeg aan Mei Lin of ze hem dan nog wel aardig zou vinden ook al werd hij taxichauffeur. Maar Mei Lin zou hem altijd aardig blijven vinden. Opeens legde hij zijn hand op haar mond zodat ze niet verder kon praten. Voetstappen.

Hoofdstuk 6
Er was geen tijd om te verstoppen. Er strompelde een korte gestalte de koeienstal binnen. Liko vroeg: ´Wie is daar?` Nee, Alstublieft doe mij geen kwaad, riep een vrouwenstem uit het donker. Ze wilde alweer weg lopen, maar Liko hield haar tegen. De vrouwenfederatie zit achter haar aan omdat ze zwanger van haar tweede kindje is. Ze is sinds gisteravond op de vlucht uit Du Yan. We zullen je helpen zei Mei Lin. Ze gingen op pad naar de rijstvelden op de heuvels achter de schuur. De vrouw liep in haar nachthemd, maar Mei Lin riste vlug haar regenjas uit en deed die bij de vrouw aan. Ze gingen op een plat uitziend stukje rots zitten tussen de rijstevelden. De vrouwenfederatie was intussen aangekomen bij de koeienschuur. Zwermen muggen vlogen rond hen, dus lieten ze zich zaken in het water. Ze smeerden zich vol met modder zodat de muggen hen niet kon steken. Maar nu waren het geen muggen die hen lastig viel maar bloedzuigers. De vrouw hete Liu An. Ze vroeg aan Mei Lin en Liko of ze geliefden waren, Mei Lin zei: ´wij zijn christenen´. Liko vertelde dat zijn vader een zondag gearresteerd was. Liu An luisterde en zei ik heb nog nooit zo iets gehoord. Mei Lin vroeg aan haar waar ze naar toe gaat. Haar man had een grot in de bergen gemaakt en daar voedsel en kleren opgeslagen maar ze hadden niet op de vrouwenfederatie gerekend en nu is ze zomaar weg gevlucht en is verdwaald. Mei Lin zei dat ze wel bij hen op de boerderij mocht komen. Na een paar een uur gingen ze naar het huis van Mei Lin. Ama kwam naar buiten om eieren te rapen, ze schrokken alle drie. Mei Lin stelt Ama gerust en legt uit wie Liu An is. Liu An mocht blijven van Ama.


Hoofdstuk 7
Kwan So maakte de opslagruimte leeg zodat Liu An er in kon slapen, het was wel niet groot maar er kon net een matras in. Mei Lin moest weer naar school en ook al had ze nog zoveel muggenbeten. Ama had zalf voor de muggenbeten, maar die was bruin, dus wild Mei Lin het niet. Liu An helpt Ama goed. Ama verteld een verhaal over een baby die net geboren was en dat een meisje was, de dokter deed het in een glazen pot met een deksel er op zo stikte het meisje. De vader wilde graag een jongen. Meisjes worden meestal geaborteerd, gedood bij de geboorte of te vondeling gelegd. Mei Lin en Liu An hebben allebei geluk gehad dat hun vader hen laten leven hebben, de meeste boeren wilden een jongen. Als Mei Lin naar huis lopen samen met haar beste vriendin Ping zien ze rook wolken op stijgen. Het is het huis van Liko, er staat een grote groep mensen om Mei Lin baant zich een weg naar voren en ziet het kaderlid staan. Alle spullen werden naar buiten gegooid en verbrand. Mei Lin wilde naar Liko maar hij draait zijn hoofd om Mei Lin te redden, want iedereen die in gezelschap van hen wordt gezien wordt een vijand van de staat. Haar vriendin trekt haar mee weg van menigte. Daar probeert ze Mei Lin over te halen om naar huis te gaan. Het kaderlid heeft alles afgeluisterd. Hij vraagt: ´Wat heeft Liko wat ik niet heb´. Ze zegt: ´ik zie hem niet als aanstaande echtgenoot maar als vriend´. Hij zegt: ´dus je overweegt om mijn huwelijksaanzoek aan te nemen´. Mei Lin zegt: ´Ik ben te jong en ik wil eerst lerares worden´. Hij blijft aandringen, maar Mei Lin blijft er bij wat ze gezegd heeft. Ping vindt het maar raar dat Mei Lin niet met hem wil trouwen.

Hoofdstuk 8
Vrijdag was er een samenkomst van de BNV en iedereen moest er zijn, anders kreeg je straf. Ze lazen iedereen op wie er verkeerd hebben gedaan ook de dominee lazen ze op. Hij was veroordeeld tot 5 jaar laogai werkkamp en 7200 renminbi ( 2 jaar loon). Ama boog zich naar Mei Lin en zei het zijn jou vrienden, jouw trouw zal nu het meeste tellen, ik heb gezien hoe je naar Chen Liko kijkt, je bloost als je hem ziet. Mei Lin zegt: Je haalt maar iets in je hoofd. O ja of verlogen jij je hart nu? Vroeg ze. De huwelijken in China worden verstandelijk gesloten er komt niks geen liefde aan te pas. Ama zegt: ´Ik weet dat het niet de normale weg is maar als er liefde in een huwelijk is, is het een heel goed huwelijk´. Na de bijeenkomst gaat Mei Lin een eindje lopen en gaat naar de koeienschuur, daar vind ze een briefje van Liko er staat Het pad is schoon. Aanstaande zondag om 4 uur ´s morgens bij de splitsing. Er mogen behalve wij maar twintig mensen mee. Geef het door. Breng Manchu mee naar een nieuwe schuilplaats. God zij met je. Ze rent naar huis en laat het briefje thuis lezen.

Hoofdstuk 9
Het is zondag het regent. Ze gingen op pad naar de huisgemeente in Du Yan, Ama heeft hen eten mee gegeven. Ze kwamen bij splitsing waar ze afgesproken hadden. Liko sloot zich daar bij hen aan samen met zijn moeder. Daar kwamen ook de andere 20 bij hen. Twee uur later waren ze in Du Yan. Ze moesten naar een huis waar van de helft in een rots was gebouwd. Er was een berg haardhout tegen een muur. Toen een man een paar blokken hout weg deed kwam er een gat te voorschijn. Ze moesten door een gang en toen kwamen ze in een grote ruimte waar de mensen van Du Yan al waren. Bijna zes uur duurde die samenkomst. Mei Lin praat met een meisje van haar eigen leeftijd, er zijn daar veel jongeren, dat verbaast Mei Lin want ze heeft alleen nog maar Liko als christen jongere gezien. Het meisje laat traktaten zien die ze gemaakt heeft om uit te delen. Ze maken grote plannen. De dienst begon weer na de lunch. Een vrouw vertelt dat ze door mannen meegenomen was en dat ze haar probeerde voor gek te zetten maar dat het precies andersom werkte, want er kwamen veel mensen naar de God vragen. Opeens hoort Mei Lin iemand huilen ze kijkt om zich heen en ziet dat het Liu An is. Ze zij ik zou heel graag christen willen worden. Op de terug weg pratte Mei Lin met Liko over het meisje dat op school evangeliseert. Ze maken nog plannen om zelf ook te gaan evangeliseren. Ze spreken af om elkaar een vrijdag in de koeienschuur weer te zien.

Hoofdstuk 10
Mei Lin en Liko ontmoeten elkaar elke vrijdagavond in de koeienschuur om de traktaten te maken en een spandoek voor op het marktplein. Mei Lin is weer een keer in de koeienschuur met Liko, ze hebben daar goede gesprekken. Ze praat er ook met haar vader over om de traktaten uit te delen. Hij zegt dat er veel gevaar bij is als ze zien dat jij de traktaten uit deelt en dan kan je de universiteit helemaal wel vergeten. Haar vader zij ook de Heere wil soms ook wel dat we lijden voor het evangelie.

Hoofdstuk 11
Mei Lin is samen met Liko in de koeienschuur als Ama Mei Lin komt roepen. Het kaderlid is bij haar thuis, dus moet ze wel naar huis. Ze hebben afgesproken dat Mei Lin deze week de traktaten uit ga delen op school. Als ze thuis is wacht het kaderlid haar op en vraagt of ze een eindje mee gaat wandelen, maar Mei Lin weigert beslist. Hij zei dat ze aan genomen op de universiteit in Shanghai, hij zei dat het door hem kwam omdat hij zijn best er zo voor gedaan heeft. Hij probeert nog steeds afspraakjes te maken met Mei Lin maar ze wijst hem steeds af. Als ze de volgende dag naar school gaat komt ze Liko tegen, ze maakt een praatje met hem maar ze moet wel op passen dat ze niet in de gaten wordt gehouden. Ze weten nu ook wie de dominee aangegeven heeft en daarom moet Mei Lin helemaal op passen, want misschien let die man ook wel op haar.
Voor de lunch pauze had Mei Lin al zeven traktaten uitgedeeld. Als ze buiten samen met Ping haar eten opeet praat ze met haar over de Heere. Ze ziet Ping langs haar heen kijken en als ze om kijkt ziet ze de professor achter haar staan, hij wil haar alleen spreken. Hij vraagt waarom ze voor de maaltijd haar hoofd buigt. Hij stelt nog meer van die vragen en Mei Lin kan slecht antwoorden want het lijkt wel of haar keel dicht gesnoerd zit. Als ze het lokaal uit komt wacht de directeur op haar. Hij vraagt wat die traktaten voor stellen. Ze wordt geschorst van school. Ze rent vlug naar huis waar ze haar vader in de tuin, ze vertelt alles aan hem. Als ze alles verteld heeft komen de BNV agenten. Ze zouden wachten tot ze de bekentenis ondertekend had, maar ze doet het niet en dan wordt ze in elkaar geslagen en bewusteloos naar de gevangenis in Shanghai gebracht.

Hoofdstuk 12
Ze komt weer bij bewustzijn in de gevangenis van Shanghai. Haar lippen en tong waren opgezet omdat ze zolang geen drinken had gehad. Ze schrok van een plotselinge beweging ze sprong van schrik overeind haar hoofd begon vreselijk te bonken van de plotselinge beweging, het was een rat. Ze dankte de Heere dat Hij haar de kracht had gegeven om Hem niet te verloochenen. De ruimte was helemaal leeg en kaal er was alleen een deur zonder kruk. Ze ging weer liggen en viel in slaap. Toen ze wakker werd bad ze om eten. Ze ging kijken of er iets lag ze botste tegen een kom die was leeggegeten door de ratten ze zocht nog verder en vond een kan met een afgesloten deksel. Toen ze alles op gedronken had, hoorde ze schuifelende voetstappen. Een luikje ging open en een snauwerige vrouwenstem zei; ‘geef me je lege kom en waterkan.’ Mei Lin vroeg nog waar ze was maar ze kreeg alleen een nieuwe kom met rijst en een waterkan. Ze voelde een rat over haar hand kruipen ze gilde van schrik, er kwamen steeds meer ratten. Ze moest vechten tegen de ratten voor haar eten. Ze liet haar rijstkom vallen en de rijst was vlug verdwenen. De volgende keer toen het eten kwam zorgde ze er wel voor dat de ratten nu geen kans meer kregen. Toen ze alles op had vond ze een hemd van de vorige bewoner van deze cel, met dat hemd maakte ze de cel schoon. Toen ze dat had gedaan ging ze de minuten tellen, maar na een minuut gaf ze het al op. Na een paar dagen kwam de gevangenis bewaker haar halen. Ze vroeg waar ze was maar ze lachten haar uit. Ze werd naar een kantoortje gebracht waar de directeur voor leest wat ze verkeerd heeft gedaan. Ze moest weer tekenen maar dat deed ze niet, want ze wilde GOD niet verloochenen. Ze wordt veroordeeld tot drie jaar gevangenis veroordeelt. Ze werd afgeranseld met een elektrische wapenstok.

Hoofdstuk 13
Ze werd weer wakker in haar cel. De pijn benam haar de adem. Ze kon zich niet bewegen zoveel pijn had ze. Op haar wang zat opgedroogd bloed en ze had ook een bloed smaak in haar mond. Ze barste in tranen uit van pijn en verdriet. Opeens kwam een schriftvers in haar op: Want gij zijt duur gekocht: zo verheerlijkt dan GOD in uw lichaam en in uw geest, die van God zijn. Ze docht: ‘hoe kan ik U nu verheerlijken in een lichaam als dit?’ Het licht ging aan binnen in mijn ziel. De glorie van GOD volgt het lijden. Een vredige kalmte kwam over haar, waardoor haar tranen droogden. Meteen wist ze hoe ze bidden moest. Ze zong: ‘Alles geef ik over, alles geef ik over. Alles aan U, mijn Heiland en meester, alles geef ik over.’ Ze zong het zo vaak tot ze gevuld was met kracht. Daarna viel ze in een diepe slaap. Vele rijstkoppen later kwam ze er achter wat ze kon doen om met mensen in aanraking te komen. Ze ging vragen of ze bij iedereen de cellen mocht schoon maken. Weer een paar rijstkoppen later ging de deur open, er stond een bewaker met een emmer. Hij nam haar mee naar de eerste cel waar ze naar binnen ging en de deur sloot zich weer. Er was een man binnen die riep: ‘Nee, alstublieft, nee!’ Mei Lin lag uit wat ze kwam doen. Toen ze zeker wist dat de bewaker weg was ging ze de man over de Heere Jezus vertellen. Zo ging ze alle cellen in en uit en alle mensen luisteren en bidden tot GOD. De maanden verstreken en Mei Lin werd ongewoon mager, want haar werk vermeerde wel maar de rijstkommen niet. Op een keer komt ze in een cel waar een gestorven vrouw ligt, ze wordt vlug naar een andere cel gebracht. De volgende dag komt ze bij een man in een cel die ook wel lijkt gestorven, maar hij leeft nog wel. Hij was er heel erg aan toe, onder zijn nagels zat vreselijk veel bloed ze wikkelde een natte doek om zijn handen om de pijn te verzachten. De man werd wakker en Mei Lin ging vertellen over de Heere. De man vroeg: ‘ben jij christen?’ hij wachtte haar antwoord niet af maar praatte verder. Zijn naam was dominee Wong San Manchu. Hij zegt alle verzen uit de bijbel op welke hij uit zijn hoofd kent totdat de bewaker Mei Lin komt halen.

Hoofdstuk 14
De volgende dag ging de deur pas laat open. Ze vroeg aan de bewaker: ‘Beginnen we laat vandaag?’ Hij zei: ‘We beginnen vandaag helemaal niet, de gevangenisdirecteur wil je spreken.’ Ze was weer bij het zelfde kantoortje als de eerste keer, de directeur zat er al. Ze werd in een stoel gesmeten. Hij zei: ‘de gevangenen zwichten niet meer voor onze methodes ze zeggen: ‘Ik vergeef u in de naam van Jezus.’ En zo raasde hij een poosje verder. Mei Lin komt op voor de bewaker als de directeur zegt dat de bewaker slap is. Ze moest weer tekenen, maar ze was sterk om het niet te doen. Er kwam weer een rijstkom en stak een handvol in mijn mond, maar spuugde het gelijk weer uit, er zat zand in. Een paar dagen later zat ik een vers te zingen toen de deur open ging. ‘Wegwezen meisje we willen je hier niet meer hebben, de gevangenisdirecteur is dood!’: zeiden de bewakers. Ze werd buiten gezet, volkomen verbouwereerd. Na ongeveer 10 maanden stond ze weer buiten. De mensen die haar voorbij liepen draaiden hun hoofd om. Aan de overkant van de straat zat een vrouw van middelbare leeftijd sigaretten te verkopen. Ze liep naar de vrouw toe en ging naast haar zitten. Mei Lin ging ook aan die vrouw vertellen over de Heere. Ze zij mijn naam is Deng Su, maar iedereen noemt mij moeder Su. Ze schreef haar adres op een briefje en gaf het aan Mei Lin. De vrouw ging weg nadat ze afgesproken hadden dat Mei Lin vanavond ongezien naar haar toe zou komen.

Hoofdstuk 15
Toen Mei Lin zeker wist dat ze niet gevolgd werd gaat ze naar het huis van moeder Su. Ze is er bijna als ze er niet meer langs kan, er staat een grote menigte mensen voor een winkel. Er is een baby meisje te vondeling gelegd en nu vinden de mensen het, de man die het gevonden heeft zal zich er over ontfermen. De volgende straat is niet zo druk als in de volgende straat. Als ze eindelijk bij het huis van moeder Su komt doet moeder Su de deur open en wenkt haar. Ze stelt haar voor aan haar dochter Sun Chang. Ze mag in bad in een echt bad waar het water zo weg kan stromen bij Mei Lin thuis moest je het water er uit gooien. Ze mag ook kleren van Sun Chang aan. Toen ze klaar was keek ze in de spiegel ze schrok van haar eigen spiegelbeeld. Ze is zo mager als een lat, je kunt gewoon haar geraamte zien. Moeder Su schepte allerlei heerlijk eten op Mei Lin’s bord, toen ze het in haar mond stak leek het of haar mond op ontploffen stond, ze spuugde vlug al het eten uit. Ze kon alleen nog maar rijst eten. Ze vertelt veel uit de gevangenis. Moeder Su vertelt dat haar man al twee jaar in de gevangenis zit, hij wist te veel van het weeshuis af. Hij was daar taxichauffeur, hij zag allemaal dode baby’s die al aan het ontbinden waren. Ze vragen aan Mei Lin of ze hem gezien heeft. Maar Mei Lin kon de mensen in de gevangenis slecht herkennen omdat ze zo ondervoed zijn. Maar als ze een foto ziet kan ze hem toch een beetje herinneren het was de eerste man bij wie ze de vloer ging schrobben. ’s Avonds slaapt ze niet op de vloer maar op een heerlijk bed.

Hoofdstuk 16
Het weekend bracht ze door met rusten. Een maandag gaat ze naar het postkantoor om de brieven voor haar vader en Ama te posten. Als ze op een bankje in het park gaat zitten komt opeens een jongetje achter haar staan en vraagt hoe ze heet. Dit jongetje heeft haar alsmaar al gevolgd. Toen ze uit de gevangenis kwam volgde deze jongen haar ook al. Ze maakten een afspraak dat ze er rond het lunchuur zouden zijn en Mei Lin zou eten voor de jongen mee nemen. Ze zijn er allebei rond het middag uur. Mei Lin vraagt aan hem hoe hij heet hij zegt: ‘Yatou!’ Yatou? Vraagt Mei Lin want ze snapt er niets meer van want Yatou betekent meisje. Yatou zei: ‘Ik ben een meisje.’ Yatou voelt zich niet op haar gemak en daarom vertelt Mei Lin iets over haar zelf. Ze vraagt aan Yatou hoe oud ze is en het blijkt dat ze al negen jaar is, maar ze ziet er uit als iemand van zes jaar. Yatou verteld dat ze uit het weeshuis is ontsnapt en dat ze nog steeds gezocht wordt. Mei Lin stelt voor om Yatou mee naar huis te nemen maar dan moet ze eerst aan moeder Su gaan vragen. Ze spraken weer af om elkaar ergens te ontmoeten en dan zou Mei Lin vertellen of Yatou mocht komen logeren.

Hoofdstuk 17
Na het eten komt Mei Lin ter zake en vraagt of Yatou mag komen logeren. Chang zei: ‘doe maar niet ze komt hier niet.’ Moeder Su en Chang krijgen ruzie omdat Chang niet wil dat Yatou komt en moeder Su wel, daarom besluit Mei Lin om weg te gaan, maar Chang zegt: ‘Het is niet de bedoeling dat je weggaat maar dat van Yatou is zo plotseling.’ Op dat moment zag Mei Lin wat voor risico ze zouden nemen als ze Yatou in huis zouden nemen. Mei Lin krijgt nog ruzie met Chang, maar ze haalt Chang over om niet zo kwaad te zijn. Chang zei: ‘Als u dat meisje hier wilt, prima. We zullen zien of Jezus ons al die maanden aan het eten kan houden.’ Mei Lin ging op pad om Yatou te gaan halen. Yatou was heel verbaasd dat Mei Lin’s vriendinnen haar in huis wilde nemen. Als ze in het huis van moeder Su stelt ze allerlei vragen. Als Yatou gegeten heeft, gaat Yatou in bad en knippen ze Yatou’s haar kort zodat ze op een jongen lijkt. Ze doen dan ook net alsof ze een neefje van Mei Lin is. Ze laten haar zelf een jongens naam kiezen en ze kiest voor Zhu ze heeft de zelfde achternaam als Mei Lin dus heet ze Kwan Zhu. Ineens barst Zhu in snikken uit ze zegt: ‘Zhu is echt iemand, hij is een vriend van mij en zat samen met mij in het weeshuis. Dan vertelt ze wat ze allemaal in het weeshuis meegemaakt heeft samen met Zhu, het is daar vreselijk. Yatou zegt: ‘Ik ga nog liever dood dan ik daarnaar terug moet.’

Hoofdstuk 18
Mei Lin moet nog veel verzinnen voor ze met Zhu op straat kan, want ze moet weten waar ze vandaan komt, wat haar vader en moeder doen en waarom ze niet naar school moet. Als ze dat eindelijk verzonnen hebben gaar Mei Lin samen met Zhu Shanghai bekijken. Ze krijgen van Chang een toeristenkaart waar de meeste straten op staat. Ze krijgen een fiets van moeder Su mee, dan komen ze vlugger vooruit. Het is allemaal heel raar want het is daar zo druk dat Mei Lin niet weet wat ze ziet bij haar in het dorpje is het allemaal rustig. Ze liepen over een bruggetje en kwamen bij een heel grote boeddhabeeld. Mei Lin bidt tot God en vraagt of de mensen mogen zien dat het maar stenen beelden zijn. Ineens klonk er een mannenstem achter haar, ze schrok zich een hoedje want het kon ook een BNV agent zijn. Maar hij was ook een christen, al wilde Mei Lin dat eerst niet geloven. Hij vroeg of ze naar de huisgemeenten kwamen zaterdagavond, Mei Lin zou vragen of het mocht van moeder Su. Hij gaf haar ook het Nieuwe Testament. Hij stelde zich voor als Tom.

Hoofdstuk 19
Het is zaterdagavond en ze zijn op pad naar de huisgemeente. Ze kwamen in een ruimte die vol staat met bankjes. Ze gingen op de derde rij van voren zitten zodat ze de dominee goed kunnen zien. Er hingen allemaal boekrollen aan de muur en Mei Lin zocht het op in haar bijbel om te zien of het er echt in zat. Ze moest huilen toen ze een tekst uit Openbaring op de muur zag hangen, ze moest weer aan de gevangenis denken aan de ratten en de eenzaamheid. Zhu die zag dat Mei Lin moest huilen kroop dicht tegen Mei Lin aan. De spreker stelde een dominee voor en toen zag Mei Lin dat het de dominee uit de gevangenis was die zijn vingertopjes gebroken had en die zij toen verbonden had. De dominee herkende haar ook en samen liepen ze naar voren. Samen vertellen ze wat ze in de gevangenis hebben meegemaakt. Als ze alles verteld heeft, gaat ze terug zitten. Zhu slaat zijn armen om haar heen en zegt: ‘Ik wist het niet, jij hebt ook pijn geleden net als ik.’ Later na de dienst praten de dominee en Mei Lin nog even door over de gevangenis. Mei Lin vertelt aan de dominee en Tom over Zhu, dat ze in het echt Yatou heet. Yatou vertelt dat haar vriend Zhu naar een psychiatrisch ziekenhuis is gebracht. Als ze ziet wat de dominee denkt zegt ze: ‘Nee, nee, hij kan helder denken, hij is alleen mank.’ De dominee zegt: ‘We kunnen alleen bidden en de rest aan de Heere overlaten. Daarna bid de dominee met Yatou. ’s Avond in bed zegt Yatou: ‘toen ze vanavond zongen ben ik ook christen geworden.’

Hoofdstuk 20
Het was maandag en Mei Lin was vastbesloten om werk te zoeken, want ze verlangde naar haar familie. Ze gaat eerst naar het station kijken hoe duur de kaartjes zijn voor haar en Yatou om naar huis te gaan. Moeder Su zegt dat ze hun adres aan de dominee en Tom gegeven heeft. Toen Mei Lin en Yatou klaar waren met het schoonmaken van het huis gaan ze naar beneden om de fiets van moeder Su. Ineens horen ze zeggen: ‘Zuster Mei Lin.’ Het was broeder Tom, ze namen hem mee terug naar het appartement van moeder Su. Mei Lin kreeg een pakketje in haar handen geduwd. Als ze het open maakt ziet ze treinkaartjes en geld. Het is allemaal voor Mei Lin en Yatou om naar huis te gaan. Hij heeft net de dominee (met de bijbels voor de huisgemeente van Mei Lin) op de trein gezet en die wacht op hen WuMa. En Yatou kon haar vriend op zoeken in het weeshuis in WuMa, want hij was naar het weeshuis in WuMa. Deze reis is voor Yatou helemaal gevaarlijk, want overal hangen posters op van Yatou. Maar Tom heeft overal aan gedacht hij heeft echte Amerikaanse jongens kleren mee voor Yatou (Zhu). Zelfs voor Mei Lin heeft hij Amerikaanse kleren meegenomen, echte Nike sportschoenen.

Hoofdstuk 21
De volgende dag moeten ze afscheid nemen van moeder Su en Chang. Chang maakt bij Zhu dikkere wenkbrauwen met oogpotlood, nu lijkt ze net een echte jongen. Chang krijgt als cadeautje van Mei Lin de Nike sportschoenen want ze wist hoe graag Chang die wilde hebben. Moeder Su had van alles klaar gemaakt voor in de trein, want de treinreis ging lang duren. Het werd snel vijf uur in de ochtend het uur van vertrekken. Chang zegt dat ze tocht wel in de Heere gelooft en ze gaat volgende week met haar moeder mee naar de huisgemeenten, want ze wil het met haar eigen ogen zien wat daar gebeurt. Op het laatst krijgt ze nog schoenen van Chang omdat ze haar schoenen aan Chang gegeven heeft. Ze bedankt moeder Su en Chang hartelijk en dan moeten ze toch echt vertrekken want anders rijdt de trein zonder hen door.

Hoofdstuk 22
Ze stonden al twee uur te wachten voor de trein, toen eindelijk de trein kwam binnen rijden. Opeens riep een BNV-agenten naar Zhu: ‘Hé, kleine laat je identiteitsbewijs eens zien.’ Zhu draaide zich vlug om en zwaaide naar Tom. Zo kon de agent niet meer bij hen komen en ging naar Tom. Opeens voelde Mei Lin een ruk aan haar arm en was ze Zhu kwijt. Ze werd in de trein geduwd, maar ze draaide zich om en keek naar Tom, die wees met Zhu’s petje naar de trein van voren. Ze rende de trein uit en ging naar de voorste wagon waar Zhu een eind uit de trein hing om naar Tom te zwaaien. Tom gooide het petje en Mei Lin vangt hem. De trein vertrok en ze lieten Shanghai eindelijk achter hen. Deze stad was de droom en de ergste nachtmerrie van Mei Lin. Ze komen voorbij akkers waar boeren zijn aan het dorsen Mei Lin kan er niet genoeg van krijgen. Ze bestelden een drankje voor hen samen, een keer verslikte Zhu zich, waardoor ze zo hard moesten lachen dat er mensen naar hen moesten kijken. Toen het donker werd vielen ze allebei in slapen door het monotone geluid van de trein.

Hoofdstuk 23
Mei Lin werd wakker door het loeien van de stoomfluit. Ze waren in WuMa het was intussen vijf uur geworden. Dominee Wong staat hun al op te wachten. Hij had geen verband meer rond zijn vingers, want dat zou te op vallend zijn. Ze komen weer terug op de gevangenis waar ze zo lang in gezeten hebben. Ze namen een taxi en gingen naar een restaurant om lekker te eten. Dominee Wong laat een traktaat achter in de taxi. Als ze buiten komen staat de taxi op hen te wachten hij vraagt of ze mee willen rijden maar de dominee zegt dat het niet hoeft. Mei Lin begrijpt het niet, want ze hadden een taxi nodig. Dominee Wong legt uit dat de traktaat weg was en dat hij misschien een opdracht van de BNV heeft. Ze hielden een andere taxi aan en gingen op pad naar het weeshuis. Ze krijgen instructies mee die ze moeten opvolgen. De babymeisjes lagen opgepropt in een bedje of op een vuile matras. Ze lagen in hun eigen vuil en de muggen en ongedierte zaten aan hun wonden en schrammen geplakt. Alleen uit een klein raampje kwam frisse lucht. De verzorgers legden flesjes naast de baby’s maar de meeste baby’s konden ze niet te pakken krijgen. Nu kwamen ze in een peuterkamer waar de peuters aan hun rieten stoel waren vastgebonden, waar een gat in het midden zat. Onder de stoeltjes hingen potjes. De broekjes waren in het kruis open gespleten en de beentjes waren uit elkaar vast gebonden. Toen kwamen ze in de ruimte waar Zhu lag. Overal verspreid over de betonnen vloer lagen kinderen, als even zoveel kleedjes. Zhu lag helemaal aan het eind in een hoekje. Zhu was lijkwit, zijn lippen uitgedroogd en gebarsten. Dominee Wong ging om een glaasje water voor Zhu. Zhu was bewusteloos, en Yatou riep steeds dat hij wakker moest worden maar hij verroerde zich niet. Opeens trilden zijn oogleden, hij knipte zijn oog open. ‘Zhu, je bent wakker ik ben het, Yatou’ riep Yatou. Toen zei hij: ‘O, kijk toch eens Yatou, wat zijn ze mooi. Yatou vroeg: ‘wat is er mooi?’ ‘O, ze zijn zo groot en zo sterk. Ik wil almaar naar ze toe gaan, maar ze zeiden dat jij kwam om met me te praten,’ zei Zhu. Mei Lin zei dat het engelen waren. Yatou vertelde over Adam en Eva die zonden gedaan hebben, maar die de Heere toch vergeven wil, en dat wil hij ook bij Zhu. Zhu zei: ‘Ik wil nu gaan Yatou begrijp je me?’ Yatou begreep het niet maar Mei Lin lag uit dat hij naar zijn familie in de hemel wil. Toen werd het licht in de ruimte en Zhu ging rechtop zitten en riep: ‘Jezus.’ Toen viel hij neer in Yatou’s armen en blies zijn laatste adem uit. De man die hen rond leidde bracht hem samen met dominee Wong en Mei Lin naar mortuarium. Het was daar vreselijk.

Hoofdstuk 24
Ze zijn te voet op weg naar WuMa. Ze praten nog over het weeshuis, want het heeft zo’n indruk op hen gemaakt. De verpleegsters zeiden altijd tegen Yatou dat ze geluk had dat ze negen jaar nog haalde, want alleen de sterkste baby’s en kinderen overleven het. Als ze bij de stad komen zegt dominee Wong tegen Yatou: ‘het wordt tijd dat je weer Zhu gaat heten.’ Yatou vraagt of iedereen in Amerika christen is. Dominee Wong legt uit dat iedereen zijn eigen keuze moet maken. Dominee Wong vraagt aan Mei Lin wat ze met Zhu gaat doen, want iedereen weet daar dat ze niet je echte neefje is. Mei Lin denkt dat er misschien wel christelijke kaderleden in Du Yan zijn. Maar Zhu wil graag bij Mei Lin blijven. Ze spreken af dat dominee Wong hen begeleidt naar Du Yan en Tanching, ze hebben nog genoeg geld voor twee buskaartjes. Als ze in WuMa aan komen gaan ze eerst kijken wanneer de bus vertrekt en dan gaan ze bij jonge christenvrienden in WuMa eten en slapen.

Hoofdstuk 25
Dominee Wong stapt apart van Mei Lin en Yatou in de bus. Hij wilde niet dat ze met hem gezien worden, want dat kan wel eens grote gevolgen hebben. Yatou vroeg aan Mei Lin: ‘Is Ama een lieve vrouw.’ Heel aardig al had ze liever gehad dat ik een kleinzoon was in plaats van een kleindochter,’ antwoordde Mei Lin. Ze stelde nog meer vragen over Mei Lin’s familie. Na drie uur hobbelen in de bus komen ze in Du Yan aan. Mei Lin ging ze voor naar het huis van dominee Zhang. Ze klopte de code op de deur en dezelfde oude vrouw deed de deur open. Ze riep: ‘Mei Lin, ben jij dat?’ Ze trok Mei Lin naar binnen en om helste haar. Ze stelt de dominee’s aan elkaar voor. En dan legt Mei Lin uit wie Yatou is en verteld wat ze allemaal mee gemaakt heeft. Yatou mocht de bijbels aan dominee Zhang geven. Toen ze de rugtas open heeft gedaan, valt de mond van dominee Zhang open. Hij zegt: ‘Zijn…….. zijn dat echte bijbels?’ Maar nu heeft dominee Zhang ook een verrassing voor Mei Lin. Hij roept: ‘An!’ En daar staat An dan met de mooiste baby op haar armen. Ze vliegen elkaar in de armen zo blij zijn ze. An verteld dat ze net een week thuis was toen kwam de vrouwenfederatie en ontvoerden ze me naar het ziekenhuis waar ze mijn eileiders af bonden. Maar zegt An het was een hoge prijs maar ik heb er een heel lief jongetje voor terug. Dominee Zhang verteld dat dominee Chen gestorven is. Hij werd een dag lang verhoord, nadat hij vermoordt was hebben ze al zijn organen er uit gehaald en gecremeerd, zonder toestemming van de familie. Mei Lin wordt er verdrietig van, maar dominee Wong troost hen. Maar dan verteld dominee Zhang dat het kaderlid van Tanching ook verandert is na haar gevangenneming, want hij laat nu alles toe.

Hoofdstuk 26
Mei Lin en Yatou zijn op pad naar het huis van Mei Lin. Toen ze eindelijk bij de schuur waren tilde Mei Lin, Yatou op haar schouders en liep naar haar huis. Ineens hoort ze roepen: ‘Mei Lin, Mei Lin ben jij dat?’ En daar kwam Ping haar beste vriendin uit rijstveld. Maar dan merkt Mei Lin op dat Ping zwanger is. Dan vertelt Ping dat ze met het kaderlid is getrouwd, ze vraagt aan Mei Lin of ze toch niet boos is omdat zij met het kaderlid is getrouwd. Maar Mei Lin is alleen maar blij. Dan zegt Ping dat ze ook christen wil worden. Toen ze bij het huis van Mei Lin kwamen moesten ze afscheid nemen maar niet voor dat ze afgesproken hadden dat Ping morgenavond een kopje thee komt drinken. Ze liep achter om en riep: ‘Vader, Ama! Ik ben thuis.’ Ama kwam naar buiten en strompelde naar Mei Lin en omhelsde haar voor de eerste keer. Opeens maakte ze zich los en vroeg: ‘Ben je gezond, laat me eens kijken.’ Mei Lin boog haar hoofd. Ama zegt: ‘Ach nog steeds zo mooi als een lotusbloem, zie ik!’ Toen kwam haar vader aan lopen en Mei Lin vloog in haar vaders armen. Dan voelt Mei Lin een rukje aan haar t- shirt, ze kijkt om en ziet Yatou ze stelt haar aan vader en Ama voor. De buren staan allemaal naar Mei Lin te kijken. Mei Lin verteld dat de Heere zo goed is en dat Hij hen ook wil bekeren. Als ze willen gaan eten komt mevrouw Chen, ze vallen in elkaars armen. Mevrouw Chen geeft een briefje van Liko aan Mei Lin, er staat op kom vanavond om zeven uur naar de koeienstal. Ze vertelt over de gevangenis en over haar vrienden in Shanghai. Mei Lin neemt eerst een bad en doet haar eigen kleren aan voor ze naar Liko gaat. Toen ze naar de koeienschuur loopt hoort ze Liko roepen. Ze draait zich om en dan ziet ze Liko voor het eerst na een jaar. Hij vraagt of hij haar mag vast houden om te voelen of hij toch echt niet droomt. Dan vertellen ze elkaar hoeveel ze van elkaar houden en beslissen dat Mei Lin de huwbare leeftijd heeft om te trouwen.

Thema:
Christenvervolging

Hoofdpersoon:
Mei Lin

Plaats:
Tanching

Tijd:
Deze tijd

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Dochter van China door C. Hope Flinchbaugh"