Boekverslag Melanie Pieper ‘Im Westen nichts neues’

1.    Beschrijven

§1 Algemene informatie

Titel: Im Westen nichts neues

Auteur: Erich Maria Remarque

Jaar van uitgave: 1928

§2 Korte samenvatting

De 19-jarige Paul Bäumer gaat samen met een stel vrienden vrijwillig het Duitse leger in na het overtuigende patriottisme van hun oude leraar Kantorek. Eerst worden ze 10 weken lang door Korporaal Himmelstoss wreed gedrild. Vervolgens worden ze naar het westerse front gestuurd en verdwijnt het idealistische beeld van oorlog bij de zeven vrienden volledig. Ze realiseren dat oorlog niet eervol is, dat je niet vecht voor je land maar puur om te overleven. Na twee weken vechten zijn er nog maar 80 mensen over van de oorspronkelijke 150 soldaten in hun onderdeel. De eerste die sneuvelt is Kemmerich, hij sterft een langzame pijnlijke dood door Gangreen in z’n been. Er komt nog een gevecht met de vijandige infanterie, nu blijven er nog maar 32 mensen over. Paul krijgt 17 dagen verlof en gaat naar huis, hij realiseert zich dat hij met al zijn trauma’s waarschijnlijk moeilijk terug zal kunnen komen als de oorlog eindigt. Toch proberen de jongens al het leed te onderdrukken door een beetje lol erin te houden. Ze zwemmen bijvoorbeeld een keer met een paar Franse meiden en genieten Paul en Kat van een gebraden gans die ze vonden bij een huis. Eén voor één sneuvelen de vrienden van Paul. Uiteindelijk blijven alleen hij en Kat over. Veel soldaten zijn ziek, plegen zelfmoord of deserteren. Kat sterft door een granaatscherf in zijn hoofd, terwijl Paul hem probeerde te redden. Paul blijft alleen over, hij wordt overladen door heftige beelden en herinneringen. In oktober 1918 sterft hij met een bijna tevreden blik op zijn gezicht. Het boek eindigt met een verslag met de melding ‘niks nieuws aan het westerse front’ terwijl Paul is gesneuveld die dag.

§3 Fragmenten

Pagina 93 en 94:

Die Nächte werden ruhig, und die Jagd auf die kupfernen 94 Führungsringe der Granaten und die Seidenschirme der französischen Leuchtkugeln geht los. Weshalb die Führungsringe so begehrt sind, weiß eigentlich keiner recht. Die Sammler behaupten einfach, sie seien wertvoll. Es gibt Leute, die so viel davon mitschleppen, daß sie krumm und schief darunter gehen, wenn wir abrücken. Haie gibt wenigstens einen Grund an; er will sie seiner Braut als Strumpfbänderersatz schicken. Darüber bricht bei den Friesen natürlich unbändige Heiterkeit aus; sie schlagen sich auf die Knie, das ist ein Witz, Donnerwetter, der Haie, der hat es hinter den Ohren. Besonders Tjaden kann sich gar nicht fassen; er hat den größten der Ringe in der Hand und steckt alle Augenblicke sein Bein hindurch, um zu zeigen, wieviel da noch frei ist. »Haie, Mensch, die muß ja Beine haben, Beine« – seine Gedanken klettern etwas höher –, »und einen Hintern muß die dann ja haben, wie – wie ein Elefant.«

Vertaling:

De nachten worden rustig, en de jacht op de koperen 94 drijvende banden van de granaten en de zeefdrukken van de Franse fakkels barst los. Waarom de drijvende banden zo gewild zijn weet eigenlijk niemand echt. De verzamelaar zegt simpelweg dat ze waardevol zijn. Er zijn mensen die zo veel meesjouwen dat ze scheef lopen als we vertrekken. Haie geeft minstens één reden; hij wil de zijne aan zijn bruid als kousenbandvervanging opsturen. Daar breekt bij de Friezen natuurlijk onbedwingbare vreugde uit; ze slaan henzelf op hun knie, dat is een grap, donders die Haie, hij heeft het achter de oren. Vooral Tjaden kan zich niet inhouden; hij heeft de grootste ring in zijn hand en steekt zijn been er doorheen, om te laten zien, hoeveel ruimte er nog vrij is. »Haie, mens, die moet toch benen hebben, benen« - zijn geest wordt iets beter -, »en een achterwerk moet die dan hebben, als - als een olifant.«

Pagina 120:

Ich gehe zum Bezirkskommando, um mich anzumelden. Langsam wandere ich durch die Straßen. Hier und da spricht mich jemand an. Ich halte mich nicht lange auf, denn ich will nicht so viel reden. Als ich aus der Kaserne zurückkomme, ruft mich eine laute Stimme an. Ich drehe mich um, ganz in Gedanken, und stehe einem Major gegenüber. Er fährt mich an: »Können Sie nicht grüßen?« »Entschuldigen Herr Major«, sage ich verwirrt, »ich habe Sie nicht gesehen.« Er wird noch lauter: »Können Sie sich auch nicht vernünftig ausdrücken?«

Ich möchte ihm ins Gesicht schlagen, beherrsche mich aber, denn sonst ist mein Urlaub hin, nehme die Knochen zusammen und sage: »Ich habe Herrn Major nicht gesehen.« »Dann passen Sie gefälligst auf!« schnauzt er. »Wie heißen Sie?« Ich rapportiere. Sein rotes, dickes Gesicht ist immer noch empört.

Vertaling:

Ik ga naar het districtshoofdkwartier om mezelf aan te melden. Langzaam loop ik door de straten. Hier en daar spreekt iemand mij aan. Ik stop niet lang, omdat ik niet zo veel wil praten. Als ik de kazerne uitloop roept een luide stem naar mij. Ik draai me om, helemaal in m’n gedachten, en tegenover staat een majoor. Hij geeft me commentaar: »Kunt u niet groeten?« »Excuses meneer de majoor«, zeg ik verward, »ik heb u niet gezien.« Hij werd nog luider: »Kunt u uzelf ook niet redelijk uitdrukken?« Ik wil hem graag in zijn gezicht slaan, ik beheers me toch, anders is mijn vakantie voorbij, verzamel m’n geduld en zeg: »Ik heb meneer de majoor niet gezien.« »Dan past u uzelf vriendelijk aan!« snauwt hij. »Hoe heet u?« Ik rapporteer. Zijn rode, dikke gezicht is nog steeds verontwaardigd.

Pagina 158:

Es ist noch etwas heller geworden. An mir vorüber hasten Schritte. Die ersten. Vorbei. Wieder andere. Das Knarren der Maschinengewehre wird eine ununterbrochene Kette. Gerade will ich mich etwas umdrehen, da poltert es, und schwer und klatschend fällt ein Körper zu mir in den Trichter, rutscht ab, liegt auf mir – Ich denke nichts, ich fasse keinen Entschluß – ich stoße rasend zu und fühle nur, wie der Körper zuckt und dann weich wird und zusammensackt. Meine Hand ist klebrig und naß, als ich zu mir komme. Der andere röchelt. Es scheint mir, als ob er brüllt, jeder Atemzug ist wie ein Schrei, ein Donnern – aber es sind nur meine Adern, die so klopfen. Ich möchte ihm den Mund zuhalten, Erde hineinstopfen, noch einmal zustechen, er soll still sein, er verrät mich; doch ich bin schon so weit zu mir gekommen und auch so schwach plötzlich, daß ich nicht mehr die Hand gegen ihn heben kann.

Vertaling:

Het is nog iets feller geworden. Om mij heen haastige stappen. De eerste. Voorbij. Weer een andere. Het geratel van de machinegeweren wordt een ononderbroken reeks. Op dit moment wil ik mij een beetje omdraaien, daar raasde het, en met een zware klap valt een lijk bij mij in de tent, glijdt weg, ligt op mij - Ik denk niets, ik neem geen beslissing - ich por er woedend tegen aan en voel alleen hoe het lijk een zenuwtrekking krijgt en dan zacht wordt en in elkaar zakt. Mijn hand is kleverig en nat, wanneer ik weer tot mezelf kom. De ander ratelt. Het lijkt net, alsof hij schreeuwt, elke adem is als een schreeuw, een donderslag - maar het zijn slechts mijn aderen die zo kloppen. Ik wil hem graag de mond snoeren, aarde erin proppen, nog een keer steken, hij zal stil zijn, hij verraad mij; toch ben ik al zo ver tot mezelf gekomen en ook plotseling zo zwak, dat ik me niet meer tegen de hand kan verzetten.

 

2. Verdiepen

§1 Korte levensloop auteur

Erich Maria Remarque werd in 1998 geboren in Osnabrück. Zijn naam is eigenlijk een pseudoniem voor Erich Paul Remark, hij veranderde ‘Paul’ in ‘Maria’ om zijn moeder te eren, en ‘Remark’ naar ‘Remarque’ omdat dit de originele manier was waarop zijn achternaam gespeld moest worden. Zijn opa had de spelling in de negentiende eeuw veranderd.

Toen hij in 1916 studeerde aan de Universiteit van Münster werd hij opgeroepen om zijn legerdienst te vervullen. Hij werd naar het westerse front gestuurd maar na ongeveer 2 maanden werd hij geraakt door shrapnel op meerdere plekken in zijn lichaam, dus beleefde hij de rest van de oorlog vanuit het ziekenhuis. Na de oorlog ging hij verder met zijn opleiding en heeft verschillende baantjes gehad. Op zijn 16e begon Remarque al met schrijven. Deze essays, gedichten en beginnetjes van boeken werden gepubliceerd in 1920 als ‘Die Traumbude’. Toen hij in 1928 het boek ‘im Westen nichts neues’ publiceerde veranderde hij zijn naam. Niet alleen om zijn moeder te eren, maar ook om zichzelf los te zetten van de hoofdpersoon in het boek die ook Paul heet. Zijn boek werd een groot succes omdat dit het eerste verhaal was dat niet over heldendaden ging maar over de harde werkelijkheid van de oorlog voor de gewone soldaat. Toen Hitler en zijn nazi’s aan de macht kwamen werd zijn boek, en ander werk van hem met dezelfde boodschap,  verboden en verbrand. Het was niet patriottistisch en vaderland liefhebbend genoeg. Remarque vluchtte naar Zwitserland en later naar de Verenigde Staten. Remarque is één van de bekendste en meest gelezen auteurs van de Duitse literatuur in de twintigste eeuw.

§2 Recensie

Das Kriegsbild des ,einfachen' Soldaten

Erich Maria Remarques "Im Westen nichts Neues" und die westliche kulturelle Tradition

Von Thomas F. Schneider, November 2008

Der Erste Weltkrieg gilt in der westlichen kulturellen Tradition als der erste "moderne" Krieg schlechthin, der die Jahrhunderte alte abendländische Tradition des selbst bestimmten, heroischen Kriegers als Individuum durch die Vorstellung eines vom zufälligen Tod bedrohten Elements eines industrialisierten Massenkrieges ablöste. "Im Westen nichts Neues" von Erich Maria Remarque gilt seit seinem Zeitungs-Vorabdruck 1928 und der Publikation von Übersetzungen in mindestens 55 Sprachen als adäquate literarische Abbildung dieses Krieges, die sich einer politischen Einordnung enthält und das Kriegsgeschehen aus der Perspektive des ,einfachen' Soldaten, des "Muskoten" schildert.

Remarques Kriegsbild sprang bereits 1929 über die ehemaligen Fronten: Englische, amerikanische, französische und russische Leser identifizierten sich ausgerechnet mit dem Schicksal einer Handvoll deutscher Soldaten und machten deren fiktionale Erfahrungen zu den ihren. "Im Westen nichts Neues" wurde universell und der Protagonist Paul Bäumer zum "Simplicissimus des 20. Jahrhunderts".

Worin genau dieses internationale Identifikationspotential des Textes begründet lag, lässt sich bis in die Gegenwart hinein nicht klären und wird wohl auch ungeklärt bleiben, da das kriegs-kritische Image des Textes immer weiter fortgeschrieben wird - bis hin zu unkommentierten Abdrucken von Textpassagen anlässlich aktueller Kriege wie zuletzt während des letzten Irak-Kriegs. Die Zeitgenossen sahen 1929 in "Im Westen nichts Neues" zumindest eine Ausdrucksform als Sublimat ihrer eigenen Unfähigkeit, die individuellen Kriegserfahrungen beiderseits der Fronten des Ersten Weltkrieges zu formulieren.

Remarques Text - obwohl vom Autor ursprünglich als ein Kommentar zur Nachkriegsgesellschaft intendiert - bot und bietet in dieser Hinsicht zahlreiche Voraussetzungen, die eine solche Lesart ermöglichen: Im Gegensatz zu anderen Texten der Kriegsliteratur zum Ersten Weltkrieg ist die Handlung zwar eindeutig an der Westfront angesiedelt und bei genauer Lektüre auch zumindest partiell auf die Flandernfront einzugrenzen, der Text enthält jedoch keine konkreten Orts- oder Zeitangaben und beschreibt keine identifizierbaren Schlachten oder Einheiten. Das, was passiert, hätte überall (an der Westfront) geschehen können.

Der Protagonist des Textes ist nicht eine einzelne Figur, sondern eine Gruppe. Zwar werden die Ereignisse durch die Perspektive des Erzählers Paul Bäumer gefiltert, der aber das Wort "wir" mehr als das Wort "ich" benutzt. Die Gruppe ist sozial repräsentativ zusammengesetzt: Vier von der Schulbank in den Krieg gezogene Freiwillige ohne Lebensperspektive und vier weniger gebildete ,einfache Leute' (Bauern, Handwerker und Arbeiter), die bereits ihren Platz in der Gesellschaft durch Familie und Beruf gefunden haben, für die der Krieg demnach zunächst ,lediglich' eine Unterbrechung ihres zivilen Lebens darstellt, den jedoch nur zwei überleben werden. Die Gruppe wird als Folge der Kriegserlebnisse zum Familienersatz, und ihr sozialer Zusammenhalt als "Kameradschaft" deklariert, die das "wertvollste" sei, was der Krieg hervorgebracht habe. Die früheren sozialen Bindungen und kulturellen Werte sind zumindest für die Schüler durch den Krieg obsolet geworden - sie sind, wie das Motto des Textes präzise beschreibt, die "Generation, die vom Kriege zerstört wurde - auch wenn sie seinen Granaten entkam".

Die Gruppe durchläuft im Fortgang des Textes alle denkbaren Standardsituationen des Kriegs: Die Kriegsbegeisterung, den zunächst als Schikane erscheinenden Drill der militärischen Ausbildung, den ersten Fronteinsatz, den Verlust von Freunden, die Entfremdung von der Heimat, das dem Zufall Ausgeliefert-sein im Trommelfeuer, die Degradierung zum Material, die Maschine Krieg, die Differenz zwischen Front und Etappe, erste sexuelle Abenteuer, das Lazarett, den Verlust von Körperteilen und damit auch die physische Entfremdung, das Begreifen der Leiden des ,Feindes' und schließlich die Erkenntnis, dass die Kriegserlebnisse zu einer fundamentalen Veränderung des Lebens führen und sich nicht einfach aus dem Gedächtnis werden streichen lassen.

Remarque wurde bis zu seinem Tod nicht müde zu betonen, dass er ,lediglich' die allgemein-menschliche Perspektive und die humanen Folgen des Krieges habe schildern wollen - und dies war ihm mit seiner perfekt konstruierten, alternierenden Abfolge von grausamen, abschreckenden, emotional aufwühlenden mit retardierenden und reflexiven aber auch humoresken Standardsituationen des ,Kriegs' gelungen. Dabei hatte er sich jeglicher politischer Positionierung enthalten und die Ursachen des Kriegsausbruches mit den politischen und ökonomischen Interessen - mit Ausnahme von Allgemeinplätzen, die bewusst aus der Perspektive der politisch ungebildeten "Muskoten" herrührten - nicht thematisiert.

Der Krieg war zwar kein von einer unbekannten Macht provoziertes und unbeeinflussbares ,Schicksal' bei Remarque, sondern von Menschen ,gemacht'. Aber letztlich änderte dies an den Einflussmöglichkeiten des ›einfachen‹ Soldaten auf den Fortgang des Kriegs und auf ihre Rolle und Handlungsspielräume nichts: Sie blieben Schlachtvieh, und ihr Tod war den Betreibern des Kriegs nicht einmal eine Notiz wert: "Im Westen nichts Neues".

Das Bild des ,modernen' Krieges in Remarques Text ist daher letztlich ein phlegmatisches: Der Krieg ist ein vom Einzelnen nicht zu überschauendes und nicht von ihm nicht zu beeinflussendes Ereignis, in dem er vielmehr seine Kultur, seine Werte, seine Lebensperspektive und schließlich seine physische Existenz verliert. Die Soldaten liegen sich auf kurzem Abstand unter katastrophalen Lebensbedingungen gegenüber, führen Angriffe durch oder sehen sich mit Angriffen konfrontiert, deren militärische Ziele sie nicht durchschauen und deren Erfolge oder Misserfolge sie nicht ermessen können, da ihre Kriterien für ,Erfolg' und ,Misserfolg' einzig (und zu Recht) am individuellen Überleben orientiert sind. Die im traditionellen Kriegsbild gegebene Übereinstimmung zwischen individuellem Einsatz und übergeordneter militärischer Zielsetzung ist unwiderruflich zerstört. Diese Erkenntnis gilt für beide Seiten der Front, was zu einer Verschiebung des Feindbildes von ,gegenüber' nach ,oben' in der militärischen Hierarchie führt, ohne dass dieses Feindbild damit qualitativ verändert würde: Es bleibt in dem Roman nebulös und von Simplifizierungen und Vorurteilen geprägt. Eine explizite Aufforderung zum Handeln oder eine wenn auch utopische Perspektive für die Nachkriegszeit enthält der Text nicht.

Es ist durchaus möglich, dass der Autor Remarque im Sinne seiner Nachkriegsorientierung (und nicht als quasi historischer Berichterstatter über den Ersten Weltkrieg) seinen Text bewusst derart ,offen' gestaltete, um es dem Leser zu überlassen, die notwendigen Überlegungen und Handlungen zur Verhinderung einer Wiederholung eines Kriegs zu unternehmen. Letztlich spricht die Konstruktion der Erzählung - ein menschlich unerfahrener, nicht politisch denkender Schüler schildert den Krieg aus seiner Perspektive - dafür: Die Unerfahrenheit und Sentimentalität Paul Bäumers sollten wohl gerade an das Bewusstsein des Lesers appellieren. Und Remarque wählte 25 Jahre später, im Jahr 1954, ebenfalls die Frage nach der eigenen individuellen Schuld am Kriegsgeschehen und die Verantwortung des einzelnen Soldaten zum Thema seines Romans über den Zweiten Weltkrieg, "Zeit zu leben und Zeit zu sterben".

"Im Westen nichts Neues" wurde jedoch von der zeitgenössischen demokratischen Kritik als adäquate Schilderung, als ,wahres' Bild des Kriegs gegen den Widerstand der nationalsozialistischen, nationalistischen und kommunistischen Kritik vereinnahmt, wobei Paul Bäumers Aussagen mit den Intentionen Remarques gleichgesetzt und damit die Ebene der appellativen Reflexion ausgeblendet wurde - und diese Lesart hat sich national und international durchgesetzt.

Das Bild des Krieges in "Im Westen nichts Neues" ist daher in der westlichen kulturellen Tradition nicht das Kriegsbild des ,einfachen' Soldaten Paul Bäumer, sondern das des Autors Remarque, der für eine ganze Generation - mehr noch - für alle Kriegsteilnehmer spricht, in jedem Krieg.

Über diese allgemeine Kriegskritik hinaus bietet der Roman heute wie 1929 keine Möglichkeit, jenen Versuchen argumentativ zu begegnen, bewaffneten Konflikten einen ideologisch aufgeladenen, mit politischen oder ökonomischen Zielsetzungen verbundenen ,Sinn' zu verleihen. Was er dagegen tatsächlich bietet, ist ein Gegenbild zum klassischen Dulce et decorum est pro patria mori (Es ist schön und ehrenvoll für das Vaterland zu sterben) des vormodernen Krieges, das durch den Text und durch die amerikanische Verfilmung von Lewis Milestone 1930 eine grundlegende Desillusionierung nicht nur in Bezug auf den Ersten Weltkrieg, sondern auf Krieg allgemein erfahren hat.

Dass dieses Gegenbild mittlerweile eine erneute Revision hin zu einem ideologischen Verständnis des Kriegs als ,Arbeit' oder ,Job' erfahren hat, der erledigt werden müsse, erneuert dagegen das grundlegende und kritisch instrumentalisierbare Potential von Remarques bedeutendem Text auch für die Gegenwart.

Bron: http://literaturkritik.de/public/rezension.php?rez_id=12392

§3 Vergelijking recensie

Net als de schrijver van deze recensie ben ook ik onder de indruk van dit boek. Het is geen dik boek en toch heeft het zo veel impact. Zoals de recensent meerdere keren herhaalt in zijn betoog geeft dit boek een universele en realistische weergave van de oorlog voor degene die deze ook daadwerkelijk van dichtbij hebben meegemaakt. Dit was het eerste boek na de oorlog dat niet met een heldhaftig verhaal kwam over de loopgravenoorlog, maar juist een realistisch beeld gaf en de hoofdpersonen weer gaf zoals ze echt waren: gewone jongens. Het is universeel omdat ieder zich erin kan vinden, zowel Duitsers als Fransen die juist aan de andere kant van de loopgraven zaten. Daarnaast is het verhaal tijdloos. In deze moderne tijd is er ook sprake van oorlog op meerdere plekken in deze wereld, denk bijvoorbeeld aan het Midden-Oosten. Ook al is er hier misschien geen sprake van kilometers lange loopgraven, er is wel sprake van trauma’s, ziekte, honger, moderne wapens, en heel veel bloed en ellende. Persoonlijk hou ik totaal niet van boeken over de wereldoorlogen of oorlog in het algemeen, het voelt als een uitgekauwd onderwerp. Elke keer maar weer die heldhaftigheid, maar dit boek is anders. Hier gaat het niet om heldhaftigheid maar op de rauwe en wrede waarheid achter deze geschiedenis, dat sprak mij aan. Ik werd boos om het einde. Een soldaat sterft, de zoveelste, en toch staat er in de melding dat er aan het Westerse front niks gebeurt is. Dit benadrukt alleen maar hoe oneerlijk deze oorlog was. Zoals de recensent ook schreef, geeft het goed weer hoe scheef de verhoudingen zijn tussen zij die echt vechten en de hoge piefen die bepalen dat ze moeten vechten. De soldaten weten niet eens waarom ze een vijand hebben, de hogere autoriteiten geven niks om hun soldaten. Verder noemt de recensent niet veel punten, het is voornamelijk herhaling van hetzelfde punt (realiteit van de oorlog)  met andere argumenten.

 

3. Verwerken

§1 Beschrijving personages

Paul: Paul is onze verteller en protagonist. Een jongeman van 19 jaar oud, in het begin erg optimistisch over de oorlog. Hij is een beetje een dromer.  Al snel veranderd zijn optimisme in realisme door de gruwelijke dingen die hij ziet aan het front. Hij wordt veel geconfronteerd met de dood, hij verliest meerdere vrienden, en komt tot de conclusie dat hij het zelf ook niet erg zou vinden om te sterven. Hij voelt zich vervreemd van zijn thuis als hij met verlof daar op bezoek gaat vanwege zijn zieke moeder, ook dit speelt mee in zijn acceptatie van de dood. Hij heeft niks om naar terug te gaan als de oorlog voorbij is. Vriendschap is erg belangrijk voor hem. Door het verhaal heen begint hij de ‘vijand’ ook steeds meer als gewone mens te zien en hij vindt het verschrikkelijk om mensen te doden ook al is het puur om te overleven.

Haie: zit in het legeronderdeel bij Paul. Hij is zelf erg bang voor de dood maar probeert dit zo min mogelijk te laten zien. Hij probeert anderen vaak te kalmeren, wat hij misschien doet zodat hij zelf ook kalmer wordt. Hij kan af en toe met plots met een scherpe opmerking maar is over het algemeen de stille van de groep. Hij overleeft de oorlog niet.

Kemmerich: een vriend en klasgenoot van Paul, net als Haie. Hij is de eerste van Paul’s vriendengroep die sterft, hij heeft gangreen (koudvuur) gekregen in zijn been wat betekent dat zijn been langzaam doodgaat. Hij stierf een pijnlijke en langzame dood. Paul had hem beloofd dat hij de moeder van Kemmerich op de hoogte zou stellen van zijn dood. Paul doet dit, maar vertelt de moeder dat Kemmerich een snelle en pijnloze dood had. Door alles heen behoudt hij toch zijn gevoel voor humor.

Kantorek: de oude docent van Paul en zijn vrienden. Door deze man meldden de jongens zich aan bij het Duitse leger in plaats van te gaan studeren. Kantorek hield veel grootse glorieuze en patriottistische verhalen op over ‘vechten voor het Vaderland’. Later wordt ook hij naar het front gestuurd.

Himmelstoß: de korporaal die Paul en de rest van zijn legeronderdeel 10 weken op een wrede manier gedrild heeft. Een kleine vervelende man die erg egoïstisch is en niet lijkt te geven om de levens van de soldaten. De jongens haten hem ontzettend en vinden het zijn verdiende loon als ook hij uiteindelijk naar het front wordt gestuurd om te vechten met hun onderdeel.

Müller: een vriend en klasgenoot van Paul, net als de rest zit ook hij in datzelfde legeronderdeel. Hij is degene die vraagt of hij de schoenen van Kemmerich mag hebben, die met koudvuur in zijn been toch geen schoenen nodig zal hebben. Hij hecht veel waarde aan vriendschap en probeert overal het positieve van te zien ondanks alle ellende. Müller kent geen angst voor de dood. Hij overleeft de oorlog ook niet.

Detering: zit ook bij Paul in het legeronderdeel en was voor de oorlog bouwvakker. Hij is erg stil en zondert zich vaak af van de anderen, een eenling. Hij is dan ook geen vriend van Paul. Hij deserteert maar wordt gepakt en meegenomen, niemand heeft hem ooit meer gezien en niemand weet wat er met hem gebeurt is.

Katczinsky: hij is een beetje de leider van de vriendengroep van Paul, en is dan ook een goeie vriend van Paul. Hij is 40 jaar oud en erg ervaren. Hij wil zo veel mogelijk zijn ervaring delen met de anderen en hen geruststellen. Ook hij is niet bang voor de dood. Hij heeft thuis een vrouw en kinderen op hem wachten maar overleeft de oorlog helaas niet. Wanneer Paul hem in veiligheid probeert te brengen, snijdt een granaatscherf hem in zijn hoofd en hij overlijdt. Hij was samen met Paul als één van de laatste van hun groep overgebleven.

Tjaden: hoort bij het legeronderdeel van Paul en was vroeger monteur. Hij is een vriend van Paul en een redelijk rustig persoon. Al laat hij niet zomaar over zich heenlopen en als hij het niet eens is met hoe hij behandeld wordt, laat hij zeker iets van zich horen. Ook hij overleeft de oorlog niet.

Kropp: zat vroeger bij Paul in de klas en zit nu ook bij Paul in het leger. Hij komt voor zichzelf op en onderneemt dan ook actie. Hij kan brutaal zijn maar is ook erg eerlijk en een goede vriend van Paul. Hij raakt samen met Paul gewond aan zijn been. In het ziekenhuis moet deze geamputeerd worden en hij raakt depressief.

Een belangrijke verhaalhandeling naar mijn mening is de scène waar Müller vraagt of hij de schoenen van Kemmerich mag overnemen. Kemmerich heeft geen been meer door het koudvuur en zal deze dan ook niet nodig hebben. In een normale situatie is dat natuurlijk totaal niet gepast om te vragen als je bij een stervende vriend op bezoek bent die gigantisch veel pijn lijdt. Alleen is dit een tijd van oorlog, en is het begrijpelijk dat een soldaat als Müller praktisch nadenkt en zijn eigen overlevingskans wil vergroten. Overleven, dat is alles wat je doet in oorlogstijd en deze scène benadrukt de harde en praktische realiteit van de oorlog. Sterven ‘hoort erbij’ en het overnemen van deze schoenen ook, iedere soldaat weet dat de schoenen en andere rantsoenen gewoon hard nodig zijn in zo’n harde tijd.

Paul is een goed bedacht karakter, je kunt je makkelijk in hem verplaatsen. Niet omdat hij de verteller is, maar omdat het een universeel karakter is. Hij heeft trekjes waar iedereen zich wel een beetje in kan vinden, ook al gaat hij door een ervaring heen die veel lezers van dit boek niet kennen. Hij begint een beetje als een typisch 19 jarige jongen die ergens vol van overtuigd is en dit vol optimisme wil waarmaken (het verslaan van de vijand), al wordt hij al snel overrompeld door de realiteit. Het is een goed doordacht karakter. Het is ook bijzonder hoe veel onze hoofdpersoon eigenlijk gemeen heeft met de schrijver van dit boek, Erich Paul Remark. Ik begrijp het volkomen dat Remark/Remarque zijn tweede naam heeft veranderd naar dat van zijn moeder, Maria, om zichzelf meer af te scheiden van de hoofdpersoon in zijn novelle die zo ontzettend veel succes boekte en nog steeds boekt. Een belangrijk verschil is wel dat Remark de oorlog heeft overleefd. Het einde van Paul vind ik erg tragisch. Na zo veel geconfronteerd te zijn met de dood, is hij met een bijna tevreden blik op zijn gezicht gestorven. Alles wat de hogere rangen te melden hadden over die dag was dat het er niks nieuws gebeurt is aan het westerse front. Na al die tijd dat je je hecht aan de hoofdpersoon, aan zijn verhaal en je samen met hem de verschrikking van oorlog meemaakt, wordt zijn dood met deze anti-climax verkondigd. Hoe zijn blik op de dood verandert is ook niet verwonderlijk. Eerst is hij bang, maar na alle ellende en de realisatie dat hij niet meer ‘normaal’ terug zou kunnen keren naar zijn thuis, wordt de dood als een soort verlossing van alle ellende gezien. Het is niet niks om één voor één je vrienden te verliezen. Ook de verandering van ‘vijand’ naar ‘lotgenoot’ is bijzonder. Paul realiseert zich dat er geen vijanden zijn en dat ieder maar als dieren probeert te overleven, dat niemand het leuk vind om anderen te doden, dat de Fransen aan de andere kant van het front net zo doodongelukkig zijn als hem. Ik heb veel respect voor dat wat Paul en talloze anderen hebben meegemaakt en nog steeds meemaken. Paul heeft mijn ogen geopend.

 

4. Evalueren

§1 Beschrijving meest indrukwekkende gebeurtenis

De gebeurtenis die mij op mij de meeste impact had was toch het einde:

Er fiel im Oktober 1918, an einem Tage, der so ruhig und still war an der ganzen Front, daß der Heeresbericht sich nur 214 auf den Satz beschränkte, im Westen sei nichts Neues zu melden. Er war vornübergesunken und lag wie schlafend an der Erde. Als man ihn umdrehte, sah man, daß er sich nicht lange gequält haben konnte; – sein Gesicht hatte einen so gefaßten Ausdruck, als wäre er beinahe zufrieden damit, daß es so gekommen war.

ZAZoals ik al eerder beschreven heb leer je in het hele boek door Paul kennen, je hecht je een

aan hem en leert sympathie te hebben voor zijn situatie. Als je je hecht aan een persoon is het natuurlijk niet fijn als zijn of haar dood geen bijzondere melding waard is. Dit is het geval bij Paul. Hij overlijdt in oktober, het was een rustige dag en het leger rapportage meldt dat er niks te melden valt aan het Westerse front terwijl het leven van onze hoofdpersoon is beëindigd. Het voelt als een gigantische anti-climax op een indrukwekkend verhaal, wat ook weer een sterke boodschap draagt. Het draagt de boodschap dat de ‘gewone soldaat’ niet van belang was voor zij die bepaalden dat er oorlog was. Hoe ongelofelijk oneerlijk en onredelijk het is dat onschuldige jongens en mannen de ruzies van leiders die zich als koppige kleuters gedragen moeten uitvechten.

Wat ook erg indrukwekkend is, is hoe het dode lichaam van Paul wordt omschreven. Er staat: ‘wanneer men hem omdraait, zag men dat hij niet lang geleden kon hebben; - zijn gezicht had een besliste uitdrukking, alsof hij er bijna tevreden mee was dat het zo gebeurt is.’ Na alle ellende die hij heeft gezien, alle vrienden die hij is verloren, lijkt hij opgelucht te zijn dat het leven voorbij is. De oorlog was toen bijna afgelopen, er waren al geruchten dat het Duitse leger zich zou gaan terugtrekken, maar voor Paul was dit geen aanzet tot hoop. Met alle onwerkelijke en onmenselijke beelden die hij in zijn hoofd had, zou hij geen vredig leven hebben in de ‘gewone’ maatschappij, hij zou voor altijd gekweld worden door dat wat hij had meegemaakt aan het front. Dit realiseerde hij zich maar al te goed en zag de dood eerder als een uitweg naar vrede dan de capitulatie van Duitsland.

 

§2 Mijn mening

Zoals ik ook al eerder geuit heb in hoofdstuk 2 ben ik zeer onder de indruk van dit boek. Ik ben geen liefhebber van oorlogsboeken, op school was het tijdens de lessen ook altijd ‘oorlog dit, oorlog dat’, de interesse was er lang vanaf. Natuurlijk is het een belangrijk onderwerp omdat het zo veel, zowel negatieve als positieve, gevolgen heeft gehad op het leven in Europa en daar plukken wij hedendaags nog steeds de vruchten van. Bijna alle literaire werken die ik tot dusver gelezen had met de oorlog als thema of achtergrond waren over heldhaftige daden en voelden niet zo aangrijpend als dit verhaal. Remark beschrijft de gebeurtenissen, gevoelens en gedachten zo realistisch dat het de lezer aan het denken zet. Het was in zijn tijd het eerste boek dat niet patriottistisch omtrent de oorlog was, maar juist de harde waarheid aan de man bracht. Niet om de daden van de veteranen te ontzeggen van hun heldhaftigheid, maar om het romantische beeld van oorlog wat veel mensen nog bij zich droegen te verwoesten. Hij hield oorlog de spiegel voor. Het is een universeel en tijdloos boek. Dit boek is ook van toepassing in deze tijd, want ook nu is er nog sprake van oorlog. Het is universeel omdat zelfs de veteranen aan de andere kant van de loopgraven zich konden vinden in de hoofdpersoon. Het boek is niet voor niks vertaald in 55 verschillende talen. Het was aardig goed te lezen, al moest ik regelmatig leger- en wapentermen op internet opzoeken. Je hoeft geen hoog niveau te hebben in Duits, en kun je geen Duits, dan kun je dit boek altijd in het Nederlands lezen. Ik ben blij dat ik dit boek heb gelezen, ik ben een liefhebber van literaire werken die mij een ander perspectief bieden en mijn horizon verbreden. Dat heeft dit boek absoluut gedaan en ik raad het mensen zeker aan om dit te lezen, ook als het onderwerp oorlog je niet aanstaat zoals bij mij het geval is.

 

(bronnen)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Shrapnel

https://nl.wikipedia.org/wiki/Erich_Maria_Remarque

https://en.wikipedia.org/wiki/Erich_Maria_Remarque

https://vk.com/doc143790965_174311324?hash=cb50b6cff8acae9ab0&dl=de683767a2d00535e3

 

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

J.

J.

Bedankt Melanie, top!

3 jaar geleden