Golo und Logo door Jurij Koch

Beoordeling 7.4
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 3e klas havo | 3816 woorden
  • 15 mei 2007
  • 53 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.4
  • 53 keer beoordeeld

Boek
Auteur
Genre
Taal
Nederlands
Vak
Eerste uitgave
1996
Pagina's
110
Oorspronkelijke taal
Duits
Literaire thema's

Boekcover Golo und Logo
Shadow
Golo und Logo door Jurij Koch
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Samenvatting boekje Duits: Golo und Logo van Jurij Koch.
Golo is aan het vissen in een sloot. De laatste tijd is er niks gebeurd dat opgelost moet worden. Golo heet oorspronkelijk Golowa. Hij vangt een baars. Golo is de beste vriend van Logo, die is veel dunner langer en heeft blond haar. Logo komt aanlopen en zegt: ‘Is de 1e vis een baars dan is de hengeldag naar de knoppen.’ Golo gooit vis terug. Ze willen wat gaan ondernemen. Ze zitten in hoog gras tot je oren, kan alleen de bovenkant van de auto’s zien. Dan zien ze een schommelstoel op een auto voorbij ‘zweven’. Ze sjokken naar huis. Logo maakt een omweg, ze komen langs het bejaardentehuis. Op de binnenplaats staat de auto met de schommelstoel. Een jongenman houdt de deur voor de oude vrouw open. Golo weet wie dat zijn: Oma Abessinka en de man van haar kleindochter: Paletti, een kunstschilder. Paletti en zijn vrouw wonen in het huis van oma Abessinka. Paletti wil oma uit de stoel trekken, maar dan wordt oma boos en stuurt hem weg. Oma gaat naar de ingang (grote groene deur) van het bejaardentehuis met de stoel. Ze komt niet door de deur. Golo en Logo helpen haar en dragen de stoel naar haar kamer. Oma mist haar tanden. G + L zitten vol vragen maar vragen niks, want er komt een wasvrouw met was binnen. Ze zegt dat de jongens moeten gaan. Ze gaan we maar als ze in de gang om de 2e bocht zijn gegaan, horen ze dat oma hen is achterna gekomen. Ze zegt; ‘Puh! Wie houdt zich nou aan de regels, jullie vroegen me of er iets is?’ Er is iets, het gebit van oma is gestolen zegt ze. Ze vraag of G+L haar kunnen helpen. Golo gelooft dat ze haar tanden verloren heeft en Golo denkt dat echte/neppe tanden niet gestolen kunnen worden. De tanden van oma zijn van goud. De man van oma was matroos/piraat, die had daardoor veel goud, daarom het gebit van goud. Er luidt een klok, koffietijd, iedereen gaat naar beneden, oma niet want die kan niet eten zonder haar gebit. Ze vertelt dat ze elke avond haar tanden in een glas water en een reinigingstablet doet. De laatste dag had ze haar ogen dicht maar sliep ze niet (op een stoel voor het raam) en toen waren haar tanden gestolen door iemand die het raam had opengeduwd. Ze vertelde niet verder want de wasvrouw kwam er aan. De wasvrouw stuurde de jongens weg. Golo vindt het beter dan niks om op te lossen, logo denkt dat ze gedroomd heeft of dat ze de tanden heeft laten vallen in een plint van een voer. Ze willen weten in welk zuur goud kan oplossen. Ze vertellen het aan de klas, die vinden het grappig. Op school zijn Golo en logo bekent geworden doordat ze hadden opgelost wie de brand had gesticht (rond school): De enig rokende leraar van wiskunde, want ze vonden een sigaret. Iedereen van het dorp wist het. Ook hadden ze ontdekt waarom een vijver vervuild was(en de kikkers weg). Iemand had er iets vies ingegooid, die moest zelf vers water erin pompen (de kikkers kwamen toen weer terug). Bij chemie vraagt Golo waarin goud oplost: zoutzuur+salpeterzuur= koningswater. Golo vertelt het meteen aan Logo, die zit met een verrekijker onder een eikenboom. Logo sluit een mogelijkheid buiten, maar Golo vindt dat het best zou kunnen. Ze lopen en komen bij oma’s boerderij, ze kijken of de auto er staat, de auto staat er maar rijdt net weg. G+L zijn in de tuin en willen naar binnen. Golo pakt een ladder en zet hem tegen de muur en klimt naar boven om door het raam te kijken, Logo wil het liefst weg. Golo duwt raam open, ziet een rond tafeltje waar het glas met het gebit wel zou op hebben kunnen staan. Maar dan komt er een politie en Golo kom naar beneden. Ze vertellen snel alles en lopen later door het dorp. De politie vindt het geen zaak voor hen maar deze wel: in Podgola (loofbos in waterrijk gebied) hoopt het afval op. Je kunt bijna niet meer door de varenwildernis komen. De politie draait degene de nek om als hij iemand tegen komt die dat doet. Golo vindt het leuk, Logo denkt na hoe ze het zouden kunnen aanpakken. De politie vraagt of ze meedoen, en ze doen mee de politie rijdt weg op zijn fiets. Maar dan komt de auto met Paletti langsrijden, L+G duiken achter een auto ze willen niet gezien worden. Ze kijken door de verrekijker naar Paletti, maar ook naar het bos rechts er naast: Podgola. Ze ontdekken 3 ‘paddestoelen’ zo groot als een wieldop van een auto, ook zo roestig bruin, maar het blijkt gewoon schuim te zijn waar je gaten mee vult. Ze pakken de 2 grootste op en lopen verder, ze komen bij nog een plaats waar heel veel smeerlapperij is, bakstenen, metselkalk, scherven en ook oude tubetjes smeerbare medicijnen. Ze zoeken naar een bewijsstuk zodat ze de misdadiger kunnen bewijzen/achterhalen. Ze gaan later verder zoeken. Maar dat is niet nodig omdat Golo een rekening vind van een autospuiterij datum: 14 maart 1989. De straat, rekening nummer enz staat er wel op maar niet het adres van degene die zijn auto had laten spuiten. Golo heeft een idee: ze gaan naar Spritz en vragen het hem. Logo springt op de puinhoop van blijdschap. Maar, zegt Logo: hij moet het wel nog weten en hij moet het ook willen vertellen. Ze gaan weg, maar ze nemen ook nog wat spulletjesmee die ze gevonden hadden: een krom aluminium mes, een pijpenkop, een zangboekje en de borst van een porseleinen danseres (kop is eraf). G+L gaan via het pas weer terug, maar dan blijft L staan hij hoort iets G dan ook. Ze horen een auto gas terugnemen en weer proberen verder te rijden. Vastgelopen zegt L zelfverzekerd. G+L gaan sneller lopen. Dan zien ze een Opel die vastzit, met een jongenman erin. Zijn neus druipt, zijn haar glimt en hij zweet. G+L proberen de auto te duwen uit de grond, L vraagt wat heb je gedaan hier? Hij duwt de auto niet meer, de man wordt boos en zeg duw verdomt! Ui wraak slipt hij met de banden zodat ze onder de modder komen te zitten. Nu duwt G ook niet meer. De man wordt boos en stapt uit de auto, maar G+L splitsen zodat hij ze nooit te pakken kan krijgen. Hij geeft op en zegt: ik heb oude autobanden gedumpt onder de vlierstruik. G+L bevelen hem de banden terug te pakken, hij doet het daarna stapt hij weer in de auto en start de motor. De auto is nu zwaarder, dus de banden hebben meer grip, de auto rijdt een paar meter maar dan, stopt hij weer. De man stapt uit en gooit wat troep uit zijn auto, ‘wat kan mij jullie nou schelen!’ zegt de man. Maar dan zegt G dat ze hem gaan aangeven, want het nummerbord van de auto kunnen ze gemakkelijk onthouden: XY 1 – 18. De man schrikt en doet het spul weer terug in de auto hij stapt (huilend?) weer in de auto en rijdt weg. G+L slaan zichzelf van vreugde op de knie, die komt nooit meer in Podgola. Ze praten er nog lang over, maar ze kijken op en plotseling is het al donker, ze zijn de tijd vergeten. Ze willen terug maar ze willen allebei een andere weg, Logo wil de bandensporen volgen. Ze gaan naar het dorp. In het dorp brandt al licht uit de ramen. Autospuiter Fritz Spritz woont+werkt in de Siedlerstraße, het zijn 2 huizen aan elkaar: links zijn werkplaats is aan de linkerkant. Je kunt ook van achteren naar binnen daar staan de auto’s. Ze zijn naar binnen gegaan (G+L). Fritz heeft een masker voor zijn mond tegen de verflucht. Ze vertellen over de bon. Hij reageert en gaat verder met spuiten, G+L rennen snel naar buiten. Ze wachten nog even en vragen het nog een keer, maar het heeft geen zin. Ze lopen weer naar het bos, ze vinden het verdacht dat hij zo woedend werd. Ze weten dat in het bureau een kastje zit met mappen met gegevens, daar moeten de gegevens te vinden zijn. Ze draaien om en G zegt: we gaan naar binnen, door het venster. L heeft een beter idee: ’s nachts worden de auto’s naar binnen gereden (ofzo) dan kan iemand in de kofferbak/achterbank kruipen en dan is hij binnen. G gaat in de auto, maar eerst bespreken ze alles volledig. De volgende dag, zelfde tijd staan ze in het bos naast de werkplaats van Fritz. Ze kijken door de bomen en zien ook een hulpje de zoon Peter. Hij wacht tot hij vrije tijd heeft, maar hij wordt alweer door Fritz geroepen. Dan zien ze dochter Maja ze rookt een sigaret. Maar dat kan niet lang: de vader trekt het uit haar mond en gooit het op de grond. Er heerst een gespannen sfeer, dat kan in hun voordeel zijn. Ze wachten nog even, het wordt snel donker, in de werkplaats brandt licht. Nu, zegt L. G springt van boom naar boom (hij schuilt erachter). L in een boom op een tak geklommen om alles goed te kunnen volgen. Hij heeft zijn tong opgerold om te kunnen fluiten als signaal als er iets gebeurt. G is bij de auto’s hij gaat naar de 2e auto van rechts in de 1e rij (een 1500 Lada). G wil dan de achterbak open maken met een schroevendraaier, dat hebben ze geleerd met de auto van de vader van L. Maar G krijgt de kofferbak niet open en de deuren klemmen. L fluit, want Fritz komt eraan, Go bukt zich. Fritz rijdt de 1e auto naar de hal, L geeft weer een fluitje: de kust is weer veilig. G gaat naar de volgende auto, een zelfgebauwde, nu gaat de achterbak meteen open. G gaat in de achterbak. G merkt dat er iemand instapt en gaat rijden, maar de auto gaat niet hard. Fritz zit in de auto, hij roept Peter erbij. De auto rolt sneller dan eerst. Hij stopt niet meer en botst. Fritz is boos en slaat met zijn vuist op het dak, het dreunt G in de oren. Peter stelt vast dat het een heel zware auto is. G houdt adem in. F loopt om de auto en ziet een deuk, hij ergert zich. Eindelijk zijn ze klaar (de auto waar G in zit is ook binnen). Voordat hij weer eruit gaat, wacht hij nog 50 s. Maar dan lukt het niet om met de schroevendraaier de klep te openen. G probeert het met al zijn kracht, maar dan breekt de schroevendraaier. G blijft rustig, want als alles fout gaat en hij blijft tot morgenochtend zitten dan moet L komen. Maar G merkt dat de leuning van de achterbank beweegt, het valt vanzelf om, nu kan hij makkelijk naar buiten. I.d. werkplaats is zwak licht. G denkt: jammer dat de deur niet piept anders was het een eerlijke ‘oploszaak’. G is op de goede plaatst, hij opent de kast. Hij zit verschillende ordners: opdrachten, binnengekomen-, uitgaande post, materiaal, in-, verkoop en Rekeningen. Rekeningen 1989, de juiste! G wil de map pakken, maar hij schrikt hij hoort voetstappen richting de deur naar de werkplaats. Hij doet de kast en gaat snel weer in de kofferbak zitten (met de leuning op de goede plaats). De deur van de werkplaats wordt geopend, de auto waar G in zit wordt gestart, geschakeld en rijdt achterwaarts de werkplaats uit, draaien op de parkeerplaats en verlaten het erf. De bestuurder fluit een bekend liedje: het is Peter de zoon van Fritz, hij maakt een (plezier)ritje. Er zijn hobbels dus G probeert zichzelf stevig vast te houden, door zijn lichaam langer te maken. G denkt nog na om de leuning naar voren te duwen en P aan te tikken, maar dat zou gevaarlijk kunnen zijn als hij schrikt. Dan schakelt P de auto uit. G wil zich bekend maken, maar dan hoort hij een meisjes stem: P: ik ben blij dat je gekomen bent. Het meisje: Ik ben ook blij dat je gekomen bent. Het is niet Peggy de vriendin van Peter, want de stem klinkt vochtig of de lettergrepen onder het spuug zitten. Peter gaat vreemd met een (vreemd) meisje in een vreemde auto. Als er niet meer gesproken wordt weet G dat ze vrijen (knuffelen). Ze kietelen elkaar. Peter geeft iets aan het meisje, het meisje vraagt of het van goud is en om het beter te kunnen zien hebben ze het licht aangedaan. G kan niet weten wat P aan het meisje geeft. G wil zo snel mogelijk weg. De leuning van P + meisje klappen naar voren/ achteren ze willen hier natuurlijk ook overnachten. De haren van het meisje zitten in het gezicht van G, hij probeert ze weg te blazen, maar hij moet (toch) niezen. Het meisje schreeuwt ze stappen snel uit de auto, het meisje rent ergens naartoe. Peter doet de achterbank open en ziet G en zeg: Hoe is het mogelijk! Hij trekt G uit de achterbak en schreeuwt naar hem: waarom ben je hier? Peter houdt G vast, G heeft de hik. G wil dat hij loslaat maar dat doet P niet. Dan dreigt G het te vertellen aan Peggy, nu laat P los. G verteld alles, P moet erom lachen, hij beveelt G in de auto te stappen. Ze zoeken het meisje die in het bos is gelopen maar, ze kunnen haar niet vinden. De platen van de auto zitten los. G wordt thuis afgezet, hij belooft niks tegen Peggy te zeggen, dan mag hij in de rekeningen kijken als morgen de vader van P weg is naar een autolakkerij-beurs. G verteld alles aan zijn moeder, is verbaast en stuurt hem naar bed. L staat de volgende dag verteld van het verhaal van G. Ze zijn met de verrekijker aan het kijken bij het bejaardentehuis. Ze zien alle bejaarden incl. oma een wandeling maken. Ze denken dat oma gaat vragen of ze haar tanden al gevonden hebben. Maar ze zegt dat ze de beroving van haar tanden aan professionele mensen overgelaten, de bejaarden lachen hun soms tandeloze monden bloot. L+G zijn kwaad op oma. De bejaarden lopen terug. Politie Melder komt aangefietst, hij stopt en verteld slecht nieuws: Paletti heeft aangifte gedaan wegens inbraak, het raam stond open. Dat had G vergeten dicht gedaan. En L had de trap verkeerd om terug gezet tegen de schuur. Ze bedenken dat ze ‘de inbraak’ het beste gewoon allemaal aan Paletti kunnen vertellen. Ze gaan meteen naar het (vorige) huis van oma toe, waar Paletti nu woont. Hij is net klaar met een schilderij, de verf is nog nat, het is een soort landschap. Ze vinden het mooi. Van Paletti krijgen ze de hele geschiedenis te horen, hoe hij bij het idee enz. is gekomen. Hij gaat ook een tentoonstelling openen, dat wordt dan zijn 1e. Maar politie Melder, verteld dat G+L iets te vertellen hebben, G+L vertellen het. Paletti vind het helemaal niet erg. Hij leidt hen via een holle trap naar een bovenverdieping. Daar is een kamer, een lege kamer met alleen nog een bank en een wandtapijt het was de kamer van oma. Paletti zegt dat ze mogen zitten, hij gaat even weg. Later komt hij terug met zijn vrouw, die een bord met snipperkoeken heeft. Ze vertellen dat ze het huis te klein vonden worden voor een kunstenaar, want een kunstenaar heeft ruimte nodig om te schilderen en voor zijn schilderijen. Maar toen oma wegging was het wel goed. Zij had de mooiste kamer met –onder en zonsopgang. Door die stomme tanden (van oma) is hun aanzicht verslechterd. Ze hebben zich rot gezocht maar konden ze niet vinden. G eet de laatste koek op. L verontschuldigt zich nog een keer voor de ‘inbraak’. Maar het geeft niets. G kijkt op de klok en zegt dat ze snel moeten gaan, de tijd vloog voorbij ene ze willen nog hengelen. Paletti zegt dat ze heel veel wormen in de tuin hebben dat ze die wel mogen zoeken. Ze nemen een jampot vol mee. Ze lopen naar Winiza. Ze vinden dat de Palettis aardige mensen zijn, maar een slecht geweten hebben van oma. En als je een slecht geweten hebt, heb je niks. G doet de 1e worm aan de haak, hij vangt een driedoornige stekelbaars en als laatste vangen ze een snoek: vang je als laatste een snoek, dan is je dag niet slecht! Met wiskunde gaan ze naar het computercentrum. Deze dag willen ze zaak Podgola afsluiten. Ze dat vertellen aan leraar Dreier. (Dus mogen ze vrij nemen?) Na school lopen ze door het bos naar de autolakkerij. Ze gaan naar binnen, ze kunnen niet weten of het Peter of Fritz is, want hij heeft een masker op voor het spuiten. Dan horen ze hem zeggen: Deur dicht! Het is peter. G+L vertellen dat ze komen voor de rekening, P kijkt verbaast, maar hij maakt een grapje, natuurlijk weet hij welke rekening. Hij spuit de auto af, en dan als G de auto aanwijst waar hij in opgesloten zat, moet L lachen. Zegt P: wie het laatst lacht lacht het best, ze kennen het spreekwoord maar weten niet waarom hij het zegt. P sluit de ijzeren deur met een sleutel, gooit de sleutel in de lucht en vangt hem weer op, net als in een boevenfilm. Opeens heeft Peen lasapparaat in zijn hand en haalt een aansteker uit zijn zak, het apparaat ontsteekt met een vlam. P zegt: waarom heb je me verraden, Peggy weet alles. Maar G zegt dat hij niks gedaan heeft. Hij richt de vlam op L+G hij vraagt het ook aan L. Maar L verzekerd P dat hij niets heeft verteld. P vraagt zich af waarom ze het dan heeft uitgemaakt. L zegt: Vraag het haar zelf! G zegt: Misschien heeft ze een ander. Even laat P de steekvlam zakken. L springt weg van de bureaudeur (het was daar extra heet ofzo). G zegt: of het kleine meisje heeft het verteld (waar P mee vreemd ging). P is in de war gebracht, maar hij hersteld zich snel. Hij dreigt G naar achter met de vlam, naar een hoek in de spuitcabine. Maar opeens dooft de vlam, L had de gaskraan dichtgedraaid. En voordat P hem weer aan kan doen, knipt G de slangen door. P vergrendelt de deuren, er is geen weg om te kunnen vluchten. P belt zijn oom op. P zegt dat er 2 inbrekers zijn en dat zijn oom (Herbert) snel moet komen. Ze wachten op de oom. Logo wandelt heen en weer, hij had toch liever in het computercentrum gezeten. De tijd gaat langzaam voorbij, dan komt er eindelijk iemand aan de deur. Het blijkt politie Melder te zijn. G denkt dat het hen tegen gaat werken, het is immers de oom van P. Maar L denkt juist het omgekeerde. Peter verteld meteen een ongelovig verhaal: Dat L+G al dagen hier rondsnuffelen en dat ze als ze de rekening gevonden hebben een eind willen maken van de zaken van diegene. P laat ook de afgesneden slang zien, L geeft toe dat hij dat heeft gedaan, maar uit zelfverdediging. Maar P zegt dat hij alleen gezegd had het te zouden doen (met de vuurbrander) (maar dat hij het niet gedaan heeft). Melder zegt dat hij deze zaak wel moet melden bij de politie anders is hij zelf strafbaar. Dan is het de beurt van G+L het verhaal te vertellen, maar Melder luistert met maar een half oor. Hij is een formulier aan het invullen. Het is wel duidelijk dat hij aan de kant van P staat. L vraag of ze de rekening nog mogen zien. PM (politie Melder) stopt het ingevulde formulier in zijn tas. PM vind het goed, maar dan moet hij wel de hele zaak overnemen. Hij doet het kastje open, hij mompelt met P. Later komen ze terug. PM zegt dat de rekeningen van 1989 weg waren. G+L kunnen van woede wel huilen. L: Eergisteren lag het er nog wel! G: Familievoortrekkerij! Als ze buiten zijn gooit G een steen tegen de deur, de deur gaat nog een keer open. Ze zien PM met zijn schoudertas aan de rechterkant. Op de terug weg in het dorp zwijgen ze. L: ze spelen allemaal onder een hoedje! Ze lopen verder door het bos. L: we moeten degene op heterdaad betrappen, ze noemen mogelijke daders. L ontdekt een fris bandenspoor, ze volgen het. Dan komen ze aan bij de vuilnisberg. Er is heel veel nevel dus het zicht is heel erg slecht. Ze verstijven van schrik, ze zien iets maar kunnen het niet zien. Dus gaan ze steeds iets dichterbij, maar het zicht wordt er niet beter op. Ze gaan nog dichterbij, het is een sofa. G gaat nog dichterbij, L wil het liefst weg. Als ze nog dichterbij gaan zien ze dat er een jas gevuld is met oude kleren en op de kraag ligt een hoed. Ze zijn boos en trekken alles in stukken. Dan is de bank aan de beurt, ze doen of het een auto is, P’s auto. (ze slaan met een ijzeren staaf) Als de eerste veren eruit komen vindt L even later een muntje uit 1925. en G 20.000 mark briefgeld, het is niks meer waard dat weten ze. Dit vinden ze nog meer in de bank: lepels, knopen, briefjes, suikerklontjes (ofzo), pinnen, broche, kauwgom, een groen glanzende koffer een.. G zegt: ik sta perplex! L heeft zijn vinger om een gebit, een gouden: Oma Abessinkas valse tanden. Alles is (bijna) helemaal duidelijk. De bank was van Oma, de bank stond bij Paletti, dus hij heeft rommel veroorzaakt. Ze had de zaak met die vreemde hand wel gedroomd en de puinhopen zijn ook van Paletti, zegt G. Maar L denkt dat dat niet zo hoeft te zijn, dat zouden ook andere mensen hebben kunnen doen. Ze schrikken, ze horen hout breken. Ze zien een onduidelijke schim. G bukt, hij heeft nog de ijzeren staaf om zich te verdedigen, L niet, zijn staaf ligt verderop. G+L pakken de staaf snel. Als de schim dichterbij komt zien ze dat het PM is! PM vraagt of ze het hebben. Ja: G. Nee: L. Ze vertellen het verhaal. Dat gaat PM op een formulier schrijven denken ze maar hij schrijft niet, het is de rekening die ze zochten! Het is een rekening van Paletti. PM blijkt toch een goede man te zijn! Ze denken dat nu de tentoonstelling van Pal natuurlijk niet doorgaat. Ze gaan naar het bejaardentehuis om de tanden terug te geven. Boven Podgola schijnt een gouden maan.

The End!!

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

M.

M.

Heel mooi gedaan enzo, maar de meeste kinderen met een boekverslag wachten tot de avond/pauze voor de toets zelf met de samenvatting te lezen. HIJ IS VEEL TE LANG.

8 jaar geleden