Het boek gaat over Stefan Hanke. Stefan’s vader is een chirurg en zijn moeder een assistente in de operatie kamer. Dr. Wilfried Hanke is knap, sportief, rijk, geliefd, succesvol, kortom een voorbeeld voor zijn zoon. Stefan wil dan ook graag in zijn vaders voetsporen treden, maar dat wil niet echt lukken. Op school wordt hij gepest (iedereen noemt hem Mücke), hij heeft bijna geen vrienden en hij haalt slechte cijfers. Daar heeft hij nu eens genoeg van! Als hij langs een groepje jongens loopt dat staat te roken, vraagt hij of hij ook een sigaret mag, terwijl hij eigenlijk niet eens rookt. Hij raakt aan de praat en komt te weten dat Majewsky, Ewald, Achim en Ute samen met Inga en Hannelore een bandje vormen, die op zoek zijn naar een oefenruimte. Hij stelt voor dat ze bij hem in de kelder komen oefenen, want die wordt toch niet gebruikt. Zo leert hij Inga kennen. Het klikt wel tussen die twee en ze krijgen dan wat (verkering). Stefan gaat vaak in een weekend met zijn ouders naar de camping. Zo ook dit weekend. Als hij dan ‘s ochtends wakker wordt hoort hij dat er nieuwe mensen zijn gekomen. Hij gaat kijken wat voor soort mensen het zijn. Het zijn 4 jongens en 4 meisjes van zijn leeftijd. Als hij ‘s avonds langs hun tenten loopt, vraagt een meisje, dat later Nina blijkt te heten, of hij ook bij hun rond het kampvuur komt zitten. Zo leert hij o.a. Nina beter kennen. Hij vindt haar toch wel een heel leuk meisje, maar de volgende dag ziet hij haar niet meer. Dus besluit hij haar uit het hoofd te zetten. Als Inga hem de week daarop laat zitten (dumpt) voor een andere jongen, heeft hij last van liefdesverdriet en gaat een stuk op zijn brommer rijden. Onderweg stopt hij bij een snackbar om wat te drinken te kopen. Terwijl hij aan het drinken is, komt er een groep van 5 motorrijders aan. Die stoppen ook en bevelen de oude man die achter de toonbank staat hun 5 blikjes bier te geven, waarop ze wegrijden zonder te betalen. Stefan vindt dat dit niet kan en rijdt er achter aan. De motorrijders, Jo, Uli, Gibsonen de broeders Kaletka genaamd, stoppen omdat ze willen weten waarom Stefan achter hun aan rijdt. Stefan zegt dat hij het ongepast vindt wat ze daar deden. De motorrijders vinden dat Stefan wel lef heeft en ze vragen hem of hij zich wil aansluiten bij hun motorbende. Vanaf die tijd is Stefan geen Mucke meer, maar een lid van de ‘Schwarze Panther’. Jo (die de leider is van de bende) komt met het idee om een vrachtwagen te gaan stelen, omdat Stefan nieuw is moet hij zich nog bewijzen. Hij moet dan ook de sleutel van de vrachtwagen stelen. Stefan is heel zenuwachtig voor deze klus, hij gaat een dag van te voren nog eventjes kijken naar het gebouw waar hij naar binnen moet klimmen. Als hij dan weggaat, storten er een paar rotsblokken naar beneden van de berg schuin tegenover het gebouw. Deze rotsblokken mist hij op een haartje na, maar hij komt wel ten val. Als hij op de grond ligt, ziet hij een half verborgen zandweggetje dat de berg oploopt. Hij besluit dat weggetje te volgen en hij komt uit bij een ‘Baggerlöchern’. Het is daar prachtig. Hij is stomverbaasd als hij Nina daar weer ontmoet. Ze blijven daar een tijdje met elkaar zitten praten. Zo komt hij erachter dat Uli de broer van Nina is. Als de volgende avond “die Sache” uitgevoerd moet worden, mislukt deze, doordat er op het beslissende moment een auto langs komt rijden. Daardoor zweetten ze doodsangst uit om gesnapt te worden. Als ze dan richting huis rijden is het mistig en ziet Uli de berm niet. Hij rijdt met zijn motor de berm in en zit gelukkig alleen maar onder de blauwe plekken. De volgende dag komen ze met z’n allen bij elkaar. Jo is ontzettend kwaad, hij vindt het echt belachelijk dat ze niet door zijn gegaan met “die Sache” nadat de auto voorbij was gereden. Als hij bezig is om te zeggen tegen zijn bendeleden, dat hij het belachelijk vindt, zoals het gisteravond gelopen is, komt Nina Uli halen. Jo begint ook tegen haar te schelden, dit pikt zij niet en zegt wat terug. Jo zegt dat hij alles bij meisjes kan flikken, waarop hij met zijn hand bij Nina onder haar rok gaat. Stefan geeft Jo meerdere malen een ram tegen zijn kaak, totdat de andere bendeleden hem van Jo afhalen. Dit laat Jo natuurlijk niet over zich heen gaan en is dan ook vastbesloten om Stefan terug te pakken. Een paar weken erna als ‘die Schwarze Panther’ weer bij elkaar zouden komen, komt niemand opdagen, behalve Jo. Jo is daarom zo boos dat hij Stefan nu terug wil pakken. Stefan is met Nina bij de ‘Baggerlöchern’. Jo vermoed wel zo iets en gaat daar heen. “Schau an, schau an: Romeo und Julia taulich vereint” zegt hij als hij daar aangekomen is, terwijl hij een ketting in zijn hand heeft. Jo loopt naar Stefan en slaat hem een paar keer tegen o.a. zijn slaap. Dan stopt hij, zegt: “Das war erst der Anfang, Kleiner” en steekt een sigaret op. Als zijn sigaret op is, pakt hij zijn motor en rijdt recht op Stefan en Nina af. Ze kunnen nog opzij springen, maar hij komt nog een keer terug. Omdat Stefan op de grond gevallen is en niet meteen op kan staan gaat Nina voor hem staan. Jo mist hun op een haar, maar hij komt zo dicht bij, dat de rok van Nina achter zijn pedaal blijft hangen. Ze wordt een stukje mee gesleept, totdat ze met haar hoofd op een steen knalt. Ze blijft bewusteloos liggen. Jo zegt dat hij het nooit zo bedoeld heeft en dat hij ze alleen maar bang wilde maken enz. Dan komen de andere bendeleden eraan. Gibson rijdt snel terug naar de stad om een dokter te halen. Stefan en Nina worden naar het ziekenhuis gebracht. Stefan’s hoofd wordt alleen verbonden, maar Nina is er een stuk erger aan toe. Zij moet dan ook een paar maanden in het ziekenhuis blijven, waardoor Stefan iedere dag naar het ziekenhuis gaat. Als Nina uit het ziekenhuis mag, wordt ze warm ontvangen door Uli, Gibson, de broeders Kaletkas, Jo en haar ouders. Ja, want Uli, Gibson, Jo en de broers Kaletkas bleven een groep. Ze bleven ook de ‘Schwarze Panther’ heten, alleen dachten ze nu anders over de wereld. Want ze hadden ingezien dat je niet alles op hoeft te lossen met geweld en brutaliteit.
Gefarhlicher Sommer door Birgitte Kaufmann
REACTIES
1 seconde geleden