Einfach abhauen door Gudrun Pausewang

Beoordeling 7.2
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 4e klas vwo | 1822 woorden
  • 7 augustus 2006
  • 42 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.2
  • 42 keer beoordeeld

Boek
Auteur
Genre
Taal
Nederlands
Vak
Eerste uitgave
2000
Pagina's
149
Oorspronkelijke taal
Duits

Boekcover Einfach abhauen
Shadow
Einfach abhauen door Gudrun Pausewang
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Auteur: Gudrun Pausewang
Titel: Einfach Abhauen
Uitgever: Fischer
Jaar van uitgifte: 2000

Personen:
Er is in dit verhaal maar één persoon die langer dan 1 pagina voorkomt, en dat is Jonas, die ook (logisch) de hoofdpersoon is.

Jonas (achternaam onbekend)
Jonas is net 18 jaar geworden. Qua uiterlijk wordt er niks duidelijk gemaakt, hoewel ik me hem voorstel als een lange, blonde jongen.
Jonas is in zichzelf gekeerd, en houd niet van de dagelijkse sleur, en al helemaal niet van de drukte in steden. Hij droomt er al jaren van om eens een keertje weg te gaan, gewoon even helemaal uit zijn eigen saaie leventje. Nu hij achttien is en zijn autorijbewijs heeft, kan hij dit realiseren. Verder is hij beleefd, wanneer men beleefd is tegen hem. Hij spreekt daarnaast eigenlijk weinig.

Tijd in het verhaal: Het verhaal speelt zich af in onze moderne tijd. Het is chronologisch opgebouwd, en duurt ongeveer vijf weken, verdeeld over (exact) 150 bladzijden.


Plaats: Eerst in Duitsland, daarna in Chili (Zuid Amerika).

Verklaar de titel:
“Einfach Abhauen”
Jonas is de dagelijkse sleur zat. Hij is het zat dat hij constant maar moet doen wat hem word opgedragen. Hij is het allemaal zat. Daarom gaat hij ervandoor. De titel slaat daar dus op: “Houd op, ik beslis zelf wel wat ik doe!”

Beschrijf de inhoud:

Jonas is alleen thuis. Zoals gebruikelijk. Niemand besteed aandacht aan hem. Waarom zouden ze ook? Jonas is maar gewoon Jonas. Zijn klasgenoten spreken alleen met hem als het echt nodig is. Zelfs zijn ouders besteden nauwelijks aandacht aan hem: Ze zijn de dag na zijn 18e verjaardag naar Wenen gegaan. Stomme KNO-artsen ook.
Jonas is nu volwassen. Vrij, om te gaan en staan waar hij wil. De volgende dag op school maakt hij zijn besluit: hij gaat er een jaar tussenuit. Een adempauze. Hij verlaat direct de les, en regelt bij de directie en schooladministratie zijn vertrek. Volgend jaar maakt hij zijn school wel af. Eenmaal thuis pakt hij zijn spullen in. Daarna laat hij bij de bank al zijn geld omzetten in Dollars en hij gaat per direct naar het vliegveld, aangezien reisbureaus hem niet aan een vlucht kunnen helpen die direct vertrekt.
Het maakt hem niet uit waar naar toe, als hij maar vandaag nog weg kan. Op het vliegveld besluit hij voor de last-minute reis naar Chili te gaan.


Gelukkig spreekt Jonas Spaans, en weet hij wel ongeveer hoe hij de weg moet vinden. Een beetje laat ontdekt hij dat bijna alle toeristenfaciliteiten zijn gesloten, omdat het winter is. Dan zijn er gewoon geen toeristen. Hij is enig in zijn soort. Een kaart moet hij maar bij het VVV halen, dat gelukkig nog wel open is. Ook wisselt hij daar zijn dollars weer om in pesos.
Met het openbaar vervoer reist hij naar de dichtbij gelegen stad, Santiago. Eenmaal daar raakt hij de weg kwijt, verdwaalt hij in de drukte en de zee van lichtjes. Gelukkig komt hij terecht in een goedkoop hotel in een zijstraatje, waar hij goedkoop kan overnachten. Helaas zit het wel helemaal vol met katten, maar daar heeft hij niet zoveel last van. Hij heeft tenminste rust. Eindelijk kan hij rustig ademhalen. (Het ademhalen komt heel vaak terug, en is dus een motief.)
Maar dan dringt het tot hem door; ook hier heeft hij geen rust. Al die mensen om hem heen. Hij moet verder weg! Naar het zuiden, voort! Verder, verder! (Dit is ook een motief, “Weiter, weiter!” word heel vaak herhaald.) Daarom huurt hij een Jeep voor drie weken, en vertrekt hij naar het Zuiden.

Zo reist Jonas helemaal naar het Zuidelijkste puntje van Chili, terwijl hij alle soorten kou en regen leert kennen. Ook gaat hij bijna ten onder aan een kou, maar gelukkig verzorgt de vrouw waar hij die nacht bij overnacht hem goed genoeg, zodat hij de dag erna weer verder kan. Maar, als hij eindelijk bij het zuidelijkste puntje is, beseft hij dat het nog steeds niet goed genoeg is. Nog steeds geen ruimte om adem te halen. Nog steeds geen rust. Hij overweegt zijn opties: hier blijven en genieten, of nu direct naar het Noorden reizen. Jonas kiest eieren voor zijn geld en reist naar het Noorden. Hij heeft proviand meegekregen van de vrouw die hem ook verzorgde toen hij ziek was.

Als hij onderweg weer door Santiago rijdt, en weer in ‘zijn kattenhotel’ overnacht, komt hij de autoverhuurder weer tegen. Hij mag hem best nog wat langer huren, mits hij het wel bijbetaald. Hier heeft Jonas niks op tegen, aangezien hij genoeg geld heeft.

In deze noordelijke richting is alles wel een stuk warmer, en vooral ook droger. Daarom moet hij voorzichtig zijn met wat hij meeneemt. Onderweg komt hij een dal tegen, waar hij ook een bed-and-breakfast huis tegenkomt. Hier blijft hij logeren. Het huis blijkt door één vrouw beheerd te worden, een jonge vrouw van ongeveer 25 jaar oud. Ze heet Marta, en woont hier al 8 jaar lang in haar eentje. Alleen in de zomer is er personeel, aangezien er dan toeristen zijn. Maar in de winter is ze alleen.
Jonas neemt in zijn kamer direct een bad, en voelt zich net zo geborgen als toen hij in zijn moeders buik zat (doet me denken aan een bepaalde filosoof). Na een minuut of vijf in dat heerlijke warme water komt opeens Marta binnen. Net zo naakt als hij.
Volgens haar komen er maar zelden mannen langs. Ze voelt zich zo alleen. Dit was zijn eerste keer, maar dat had ze wel door volgens Jonas.

Na deze onderbreking van een dag of twee reist Jonas weer verder. Onderweg komt hij een vrouw tegen, die hij een lift geeft. Ze is een oude vrouw, heeft geen tanden. Ze lacht hem vriendelijk aan als ze gearriveerd zijn op het punt waar ze wilt uitstappen, en wenst hem succes en God’s zegen toe. Ze zei net zo weinig als Jonas, en hij voelde zonder enige communicatie toch een sterke band met haar. (Dit is een spiegeltekst, Jonas reist zomaar rond en bedankt mensen maar een beetje, op zoek naar rust.)

Daarna reist hij verder. Hij komt een eenzame boom tegen, en er staat merkwaardig genoeg een jerrycan water naast. “Dame Agua”. Jonas weet dit te vertalen naar “Gib mir Wasser”, en stapt hier even uit, midden op de weg, in de dorre woestijn. Zijn vermoedens blijken te kloppen: het duurt niet lang of er komt een chauffeur langs die het water uit de jerrycan over de boom heen gooit, en er een nieuwe, gevulde jerrycan bijzet. Hij zou bijna jaloers worden, zo mooi vindt hij het. Hij ziet hier ook een spoor langs de weg, en in de verte (als hij op zijn jeep gaat staan) een zwart puntje aan de horizon.

Jonas besluit hier naar toe te rijden, en telt zorgvuldig de afstand die hij aflegt. Gelukkig is het spoor heel duidelijk, en gaat het bijna helemaal recht uit. Aan het einde van het spoor ziet hij eindelijk wat het zwarte puntje was; een oude, inmiddels afgesloten, mijn. Er liggen skeletten in het hutje ernaast. Blijkbaar zijn de mijnwerkers hier overleden, vreemd genoeg. Hij besluit hier niet over na te denken; want, hij heeft zijn plek gevonden!

In een omtrek van 59 kilometer geen mens te bekennen. Alleen hij. Eindelijk rust. Eindelijk ruimte. Eindelijk adem halen. Hij besluit hier twee dagen te blijven, dan heeft hij nog genoeg proviand over om de derde dag door te rijden. Zijn jeep laat hij gewoon staan, en gaat zitten in één van de oude stoelen bij de mijn.
De volgende dag wordt Jonas wakker van een gebrom. Als hij zijn ogen opendoet en uitwrijft, ziet hij een auto aanrijden, en met een piepende slippende bocht naast de Jeep parkeren. Drie mannen, waarvan één met een zonnebril, stappen uit en bekijken zijn Jeep. Terwijl Jonas, nog slaperig, opstaat en probeert te beseffen wat er nou gebeurt, springen twee van de mannen in zijn jeep, en rijden ermee weg. De derde neemt de andere auto mee.
Nu pas dringt alles tot hem door. Ze zijn ervandoor gereden! De dieven hebben zijn auto, en alles wat er in lag gestolen. Wat heeft hij nog bij zich? Zijn portemonnee, paspoort, kleren die hij aanhad en een lila jack. En nog een restje van het pak melk dat hij gisteren driekwart leeg had gedronken. Al zijn proviand was weg, en hij is nu 59 kilometer van de weg verwijderd.
Eerst laat hij alles goed doordringen, daarna gaat hij kalm op weg. Hij zal geluk hebben, wil hij in twee dagen terugkomen. Als het avond is heeft hij ongeveer de helft afgelegd, en hij is trots dat hij de melk nog niet aangeraakt heeft. Om te voorkomen dat die omvalt, legt hij er stenen tegenaan, en gaat hij op een afstandje liggen, om te rusten. In het donker ziet hij namelijk geen spoor.
De volgende ochtend gaat hij weer verder, na een slechte nachtrust. Midden op de dag gaat hij weer even liggen, om zijn krachten weer te verzamelen. De melk drinkt hij op, en hij valt in slaap, tegen zijn bedoelingen in. Na zijn droom wordt hij wakker, en ziet hij opeens een tweede spoor. Hij bestudeert de afdrukken van de zolen, en merkt op dat het zijn eigen zolen zijn. Kennelijk heeft hij een heel eind de verkeerde kant opgelopen, terwijl hij in gedachten verzonken was. De wanhoop slaat toe, en hij begint te denken aan de mensen thuis. Hij herinnert zich wat zijn mentrix altijd zegt: “Nooit opgeven,” en Jonas besluit haar advies op te volgen. Alles beter dan hier sterven en aan de aasgieren overgeleverd zijn.
Net als hij denkt dat hij zal sterven, ziet hij aan de horizon een puntje. Wat voor puntje eigenlijk? Hij kijkt wat beter, en ziet dat hij al vlakbij Dame Agua is.
”Nein, Frau Dr. Rössler, ich gebe nicht auf.”

Wat vond je van het taalgebruik in dit boek:
Afgezien van het feit dat Gudrun Pausewang al best oud is, is het verhaal gelukkig in modern duits geschreven. Ik heb niks op hoeven zoeken, en begreep eigenlijk alles wel. Er was weinig spreektaal (welgeteld werd er precies 12 keer iets gezegd, en dat waren echt geen lange zinnen) en het las vlot. Helaas was er wel een sterk minpunt, dat ziet u wel bij mijn mening.

Jouw mening over dit boek:
Ik koos dit boek omdat ik eigenlijk gewoon zomaar wat pakte en de achterkant even las. Het boek voldeed niet aan de spanning en sensatie die achterop beschreven werd. Ik werd niet bepaald enthousiast van het lezen over regen en asfalt, 70 bladzijden lang. De andere 80 bladzijden waren een stuk beter, hoewel ook niet heel spectaculair.
Ik zou het klasgenoten afraden, omdat het boek niet erg boeiend is. (Ik ben, eerlijk waar, in slaap gevallen nadat ik tien bladzijden had gelezen.)
Normaal houd ik wel van boeken waarin veel nagedacht wordt over situaties, maar hier was dat juist onverdraaglijk. Werkelijk, veel te saai.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.