Die Zwerge door Markus Heitz

Beoordeling 7.8
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 2e klas tto vwo | 3198 woorden
  • 25 juni 2007
  • 94 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.8
  • 94 keer beoordeeld

Boek
Vertaald als
De dwergen
Auteur
Taal
Nederlands
Vak
Eerste uitgave
2003
Pagina's
638
Oorspronkelijke taal
Duits

Boekcover Die Zwerge
Shadow
Die Zwerge door Markus Heitz
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
1. Zakelijke Gegevens
Auteur: Markus Heitz is geboren op 10 Oktober, 1971 in de plaats Homburg. Hij bezocht na de basisschool, het Gymnasium. Na zijn examen ging hij het leger in, bij het jagersbataillon. Na het leger ging hij naar de Universiteit. Daar heeft hij een lerarenopleiding voor het Gymnasium gevolgd, waarna hij journalist en schrijver werd. In zijn vrije tijd zit hij bij SC Fraktur, een voetbalclub.
Titel: De Dwergen

Uitgever: Luitingh Fantasy
Druk: De 2de druk 2007
Illustrator: Er zijn geen illustraties in dit boek, maar de omslag is ontworpen door Didier Graffet.
Aantal hoofdstukken: 23
Aantal bladzijden: 573

2. Keuze
Waarom heb ik het boek gekozen:
Natuurlijk kan je een boek niet beoordelen op zijn omslag, maar toch trok het mij wel aan om juist dat boek te pakken. De meeste boeken die ik lees, zijn vervolgen op boeken die ik al eerder heb gelezen, bijvoorbeeld: Harry Potter, Lord of the Rings en Artemis Fowl. Met dit boek was dat niet het geval, en wat afwisseling leek mij wel eens een keer leuk. Nadat ik de achterkant van het boek had gelezen, kon ik er ook uit op maken dat het een beetje op The Lord of the Rings leek. Ik kon door de titel natuurlijk al zien dat het een fantasieboek was, maar ook op de achterkant van het boek word je al gelijk geïntroduceerd aan dwergen, magiërs, orcs en ogers.
Dan was er nog iets. Het boek leek mij ook wel een beetje een uitdaging. Natuurlijk heb ik al veel boeken gelezen, maar dit boek was toch wel even wat dikker dan anders. Met 573 pagina’s kon ik in ieder geval wel even bezig mee zijn.


Hoe ik aan het boek ben gekomen:
Ik heb dit boek gekocht bij de boekhandel.

Verwachtingen:
Het was met dit boek moeilijk in te schatten hoe het zou zijn, omdat dit boek niet van een saga was, en ik had zelfs nog nooit wat gehoord van deze schrijver. Toch ben ik altijd wel in voor dit soort nieuwe uitdagingen, en nadat ik de achterkant van het boek had gelezen leek het me zeker wel de moeite waard om het boek te kopen.
Ik verwachtte een soort van Lord of the Rings-achtig boek, omdat het ook voornamelijk over dwergen en elfen gaat.

Al lezende:
Het viel me al bijna gelijk op dat er een grappige schrijfstijl in het boek zat. Het boek gaat gewoon hoofdzakelijk om de hoofdpersoon, maar zo nu en dan in een hoofdstuk gaat het verhaal naar een paar andere personen toe. Dat is bij het begin eventjes wennen, maar na een tijd is het gewoon makkelijk. Wat mij ook opviel was dat het boek erg veel fantasie heeft. Positief bedoeld. De gekste dingen zijn bedacht door de schrijver, zoals; Famuli, Alfen, Bultlingen etc.
En dat waren nog maar een paar van de tientallen voorbeelden. Het is ook een humoristisch, maar af en toe ook serieus boek.

3. Titel
De titel van dit boek is overduidelijk; het boek gaat over dwergen. De hoofdpersoon van het boek is een dwerg, en verder krijg je te maken met de cultuur, de verschillende stammen en de missie van de dwergen.
De dwergen zijn in dit boek in ieder geval de personen waar alles omdraait, want zij zijn degenen die het Veilige land moeten beschermen tegen het Kwaad.

4. Samenvatting
Tungdil is een 30 cycli oude dwerg, en woont in het magische rijk Ionandar.
Hij leidt een normaal leventje, werkend in zijn smidse, waar hij zich erg goed in thuis voelt. Hij heeft niet veel vrienden, omdat de meeste mensen dwergen als raar beschouwen. De dwergen worden als sinds vele cycli niet meer gezien in de mensenrijken. Tungdil is toen hij nog een baby was geadopteerd door Lot-Ionan, magus en heerser over het magische rijk Ionandar.
Op een dag hebben Tungdil en Jolosin, een klierige famulus die een hekel heeft aan Tungdil, het zoveelste conflict met elkaar. Het wordt een grote chaos in een laboratorium, en door die chaos mislukt het Lot-Ionan om een erg moeilijke spreuk te voltooien. Ziedend van woede rent hij naar het laboratorium, en stuurt Tungdil naar een korte preek op een missie. Hij moet van Lot-Ionan een aantal artefacten naar een oud-famulus brengen, Goren genaamd.
Tijdens zijn reis komt Tungdil plotseling in aanraking met een grote bende orcs. Niet alleen heeft hij nog nooit echt gevochten, maar hij is ook nog eens sterk in de minderheid. Na één orc te hebben neergehaald denkt Tungdil dat het voor hem voorbij is, maar dan hoort hij geschreeuw van orcs. Plotseling worden de rollen omgedraaid, en worden de jagers de prooi. De orcs worden belaagd door twee dwergen, Boïndil Dubbelkling en Boëndal Piekhand. De orcs worden in de pan gehakt, en de tweelingbroers vertellen Tungdil waarom ze naar hem toegekomen zijn. Tungdil is aangesteld als een tweede troonpretendent. De tweelingbroers moeten er voor zorgen dat Tungdil heelhuids aankomt in het Rijk der Tweeden, waar de huidige Dwergengrootvorst woont. Tijdens zijn reis naar het Rijk der Tweeden, moet hij nog steeds de artefacten naar Goren brengen. Eenmaal aangekomen in Groenewoud, het bos waar Goren woont, treffen de drie dwergen iets anders aan dan ze hadden verwacht. Het is één grote chaos, het woud staat na te smeulen van een grote brand en de plek is besmeurt met bloed van gesneuvelde elfen. Tungdil is te laat. Tot overmaat van ramp komt de groep ook nog in gevecht met een alfin. Ze winnen het gevecht, en vluchten zo gauw mogelijk weg uit Groenewoud, een eens zo’n prachtige plek die nu is overgenomen door het Dode Land.
Het reisgezelschap wordt uitgebreid, nadat de drie dwergen Andokai en Djerun ontmoeten. Andokai, ook wel de Onbesuisde genoemd, is één van de 5 magi en Djerun is een reusachtige krijger en tevens haar bodyguard. Ze heeft slecht nieuws voor Tungdil. De andere drie magi zijn dood. Nudin heeft ze allemaal vermoord, dit deed hij met de onvoorstelbaar grote krachten die hij van het Kwaad heeft gekregen. Tungdil is kapot van verdriet, en zweert dat hij wraak zal nemen.
Uiteindelijk komt het vreemde gezelschap aan in het Rijk der Tweeden, waar de dwergengrootvorst Gundrabur op hen wacht.
Hier krijgt Tungdil te horen dat hij de dwergengrootvorst moet worden, omdat de andere troonpretendent, Gandogar, plannen heeft om de elven te vernietigen in plaats van het Veilige Land te redden. Er vindt een soort van wedstrijd plaats, om wie er dwergengrootvorst wordt. Beide troonpretendenten moeten een opdracht invullen op een stuk perkament. Tungdil’s opdracht luidt als volgt: “Vuurkling maken, en Nod’Onn ermee doden”. Vuurkling is een speciale bijl, het enige wapen waarmee Nod’Onn mee kan worden verslagen. Tungdil’s opdracht wordt gekozen, en hij moet naar het Rijk der Eersten reizen, om daar een meester-smid op te halen. Die hebben ze nodig om Vuurkling te maken. Op hun reis naar het Rijk der Eersten worden zij vergezeld door Bavragor Hamervuist, de beste steenhouwer, en door Goïmgar Glansbaard, een edelsteenslijper.
Ze reizen via een ondergronds tunnelstelsel, waar ze met grote vaart doorheen reizen door middel van lorries. Na een paar dagen komen ze uiteindelijk aan in het Rijk der Eersten. Daar ontmoeten ze koningin Xamtys Stijfkop de 2de, en de aantrekkelijke dwergin Balindys Ijzervinger. Daar zoeken zij een meestersmid, en uiteindelijk is Balindys degene die ze meenemen.
Ze vervolgen hun reis nu naar het gevallen Rijk der Vijfden. Lang geleden heeft er een enorme veldslag plaatsgevonden in het Rijk, en de Vijfden zijn toen totaal uitgeroeid. Het Dode Land heeft alles overgenomen, en orcs en trollen bewaken alles. Maar toch moet het moedige reisgezelschap naar het Rijk der Vijfden, omdat ze daar moeten zoeken naar Drakenadem, een legendarisch smidsvuur. Dit is de enige plek waar de bijl Vuurkling kan worden vervaardigd. Eenmaal aangekomen in het Rijk is het akelig stil… Ze zoeken naar Drakenadem, en na lange tijd zoeken lopen ze langs een paar eeuwenoude geschriften, die hen vertellen waar Drakenadem zich bevindt. Ze lopen naar beneden, door een ondergrondse tunnel. Daar treffen ze iets anders aan dan ze verwacht hadden. Er ligt een enorm karkas in de immense ruimte. Vuurkling kan nu niet vervaardigd worden. Tot overmaat van ramp merken ze dat ze buiten in een val zijn gelopen.
Honderden orcs, trollen en bultlingen staan ze buiten op te wachten, en ze lijken gedoemd gedood te worden. Maar dan worden ze plotseling verrast. Scharnieren van een reusachtige deur gaan open, en ze krijgen net genoeg tijd om te ontsnappen van de angstaanjagende wezens en naar binnen te vluchten.
Eenmaal binnen aangekomen ontmoeten ze de dwerg Giselbart. Hij is de stichter en koning van de Stam der Vijfden, en blijkbaar ook al vele honderden jaren oud. Samen met een paar andere dwergen is hij de enige overlevende van de Stam der Vijfden. Ze zijn allemaal al gedood, maar door de duivelse krachten van het Dode Land zijn zij in doelloze, onsterfelijke dienaren van het Kwaad veranderd. Alleen hun dwergengeesten waren zo eervol, dat ze geen dienaren werden.
Met de hulp van Giselbart lukt het de andere dwergen om Tungdil te vervaardigen, omdat Giselbart zelf een stuk van Drakenadem heeft bewaard. Op hetzelfde moment worden de reusachtige deuren door een stormram neergehaald. Tungdil en de anderen vluchten. Alleen Giselbart en zijn stambroeders blijven. Dit doen ze zodat Tungdil een voorsprong op het leger te krijgen, en op tijd bij Nod’Onn kan zijn, voordat deze te weten komt over Vuurkling.
Op de hielen gezeten door het leger van orcs, trollen en alfen, laten zij het Rijk der Vijfden achter zich en komen aan in Gauragar, een groot mensenrijk vlakbij Lios Nudin, het magische rijk dat vroeger van Nudin de Leergierige was. Daar komen zij midden in een enorme veldslag aan. De Eersten, Tweeden en Vierden hebben zich allemaal verscholen in het Zwartjuk, een enorme dwergenvestiging. Ze strijden tegen duizenden orcs, trollen, alfen en bultlingen. Maar zij zijn nog niet eens de grootste verschrikking…
Het leger wordt geleidt door Nod’Onn! De dwergen zijn sterk in de minderheid, maar dan komt er opeens hulp uit een onverwachtse hoek. In het Westen van het Zwartjuk groeperen zich honderden elfen, en duizenden mensen. Maar nog steeds komen ze niks verder als ze Nod’Onn niet doden. Dan ziet Tungdil de kans schoon om Nod’Onn te grazen te nemen. Nod’Onn draait zich vliegensvlug om, maar zelfs een paar vluchtige toverspreuken kunnen zijn lot niet voorkomen. Vuurkling treft zijn doel, en Nod’Onn gaat op in een grote rokerige nevel. De wezens van het Kwaad beginnen te krijsen, en worden stuk voor stuk in de pan gehakt. Uiteindelijk lukt het om alle duistere wezens te verslaan. Het Veilige Land is bevrijd!
Tungdil wordt aangewezen als dwergengrootvorst, en hij is degene die er voor gaat zorgen dat alle drie de Stammen vaker bijeenkomsten regelen met elkaar. Hij heeft ook aan Giselbart belooft dat hij het Rijk der Vijfden weer zal opbouwen.

5. Personen
De hoofdpersoon

Tungdil is een dwerg die is opgegroeid bij zijn peetvader Lot-Ionan. Hij is vlak na zijn geboorte geadopteerd door Lot-Ionan, één van de zes magi en leider van het magische rijk Ionandar. Tungdil heeft nog nooit kennis gemaakt met zijn volk, en de enige dingen die hij weet over het dwergenvolk, komen uit boeken uit Lot-Ionan’s reusachtige bibliotheek. Hij is een jonge dwerg, met bruin haar en een korte baard. Tungdil is een meester op het gebied van de smeedkunst, en voelt zich dan ook het beste thuis in zijn smidse. (-)”De dwerg met de kortgeknipte bruine baard doopte zijn handen in een emmer met water”(-).

Lot-Ionan
Lot-Ionan is één van de vijf magi in het Veilige Land. Hij woont in het magische rijk Ionandar en spendeert daar veel tijd aan het maken van moeilijke spreuken, en het opleiden van zijn leerlingen, de famuli. Hij is 287 cycli oud. Lot-Ionan heeft grijze haren, een lange grijze baard en opmerkzame blauwe ogen. (-)”Lot-Ionan had geduld met hen, tenslotte was hij tweehonderdzevenentachtig cycli geleden net zo begonnen”(-). In tegenstelling tot zijn gildebroeders en –zusters, geeft hij niet zoveel om zijn uiterlijk en zijn kleding, en voelt zich dan ook het best in zijn oude, lichtbeige pij. Hij staat bekend om zijn vriendelijke en geduldige karakter, en hij heeft dan ook als bijnaam: Lot-Ionan, de Geduldige.

Boïndil Dubbelkling en Boëndal Piekhand
Boïndil en Boëndal zijn tweelingbroers uit de Stam der Tweeden. Ze zijn gestuurd door Gundrabur, de dwergengrootvorst, om Tungdil veilig naar het Rijk der Tweeden te begeleiden. Anders dan de andere dwergen uit hun stam, zijn ze niet goed in steenhouwen. De Stam der Tweeden staat bekend om haar uitmuntende beeldhouwers. Maar in plaats van dat, zijn Boïndil en Boëndal uitstekende krijgers. (-)”Zodra één van de orcs naar voren sprong, flitsten de bijlen van de dwerg met dodelijke precisie”(-). Ze hebben beiden lang blond haar en een grote baard.

6. Tijd en Ruimte
Waar: Het boek speelt zich af in het Veilige Land. Het is moeilijk om te vertellen waar het boek zich precies afspeelt, omdat de hoofdpersoon naar veel verschillende plekken in het Veilige Land reist. Aan het begint van het boek houdt Tungdil zich op in Ionandar, zijn woonplaats sinds dat hij is geadopteerd door Lot-Ionan. Daarna gaat Tungdil reizen met z’n artefacten bij zich naar Gorén, die zich ophoudt in Groenewoud. Eenmaal aangekomen in Groenewoud, krijgt hij te horen dat hij zo gauw mogelijk naar het Rijk der Tweeden moet afreizen. De hoofdpersoon blijft een aantal hoofdstukken in dit Rijk, maar gaat daarna weer weg naar het Rijk der Eersten. Hij reist met lorries door ondergrondse tunnels naar de verschillende plekken waar hij moet zijn. Ook de ondergrondse tunnels vormen dus een plek waar Tungdil vaak is. Aan het eind van het verhaal is het wat duidelijker waar Tungdil is, want dan is hij een aantal hoofdstukken bij het Zwartjuk, een groot gebergte waar de laatste strijd plaatsvindt.

Wanneer: Het is redelijk tot erg moeilijk uit te leggen wanneer het zich afspeelt. In feite speelt het boek zich af in een hele andere wereld. Aan elk begin van een hoofdstuk staat de tijd, en het boek begint met deze tijd: (-)”Het veilige land in het jaar van de 6234e zonnecyclus, lente”(-). Het is dus niet echt mogelijk om te zeggen dat het boek zich in de vorige eeuw of wat dan ook afspeelt. Al zou je dan toch moeten vertellen in welke tijd het boek zich hier zou afspelen, dan zou ik zeggen; de Middeleeuwen.

Tijdsperiode: De totale tijdsperiode is makkelijk aangegeven in het boek. Aan het begin van het eerste hoofdstuk staat er een tijd, die ik in ‘Wanneer’ heb uitgelegd, namelijk; de 6234e zonnecyclus, lente. In het laatste hoofdstuk wordt aangegeven dat het zich dat moment in de winter van de 6234e zonnecyclus afspeelt.

7. Eigen Mening
Dit was eigenlijk wel een van de beste boeken die ik ooit heb gelezen. Laten we zeggen, het beste boek. Het is misschien dan niet zo’n boek waarvan de losse puzzelstukjes allemaal op hun plek vallen op het laatste moment, maar dat maakt het boek er in ieder geval heus niet slechter op! Dit boek is een echte pil, maar toch maakt dat het verhaal niet slechter. In feite maakt dit het verhaal alleen maar beter, want door deze grote ruimte kan de schrijver van het boek veel meer dingen bedenken waardoor het boek nog spannender wordt. Het is een boek met veel verschillende stijlen er in verwerkt. Het boek is namelijk humoristisch, spannend, serieus en soms ook droevig. Dit boek verdient het echt om een pageturner genoemd te worden. Meestal lees ik als ik ’s avonds in bed lig, en ik zal je vertellen, er zijn veel nachten geweest dat ik te laat ben gaan slapen!
De schrijfwijze van het boek is ook erg opvallend, omdat het boek vaak afwisselt van persoon. Het boek gaat natuurlijk hoofdzakelijk over Tungdil, maar zo nu en dan wordt er afgewisseld naar een totaal andere plek in het Veilige Land.
Ik heb al gehoord dat er een tweede deel van dit geweldige boek in de winkel ligt, en ik ben dan ook van plan om die zo gauw mogelijk op te halen en te gaan lezen.

Spannendste stuk
Ik moest er even over nadenken, omdat er erg veel spannende delen in het boek zijn. Maar uiteindelijk springt er dan toch eentje bovenuit. Dat is namelijk het gedeelte waar Tungdil het tegen Nod’Onn opneemt. In principe de laatste veldslag. Ik denk dat het zo spannend is omdat het er op dat moment allemaal op aan komt. Alles waar in het hele boek zo hard naar toe is gewerkt, komt dan nu eindelijk tot de climax. Nadat alle volken uit het Veilige Land bijeen zijn gekomen om gezamenlijk het Kwaad te bestrijden, moet Tungdil het belangrijkste doen, namelijk een eind aan Nod’Onn’s heerschappij brengen. Dit kan hij alleen doen door Nod’Onn te doden. Dit lukt hem, en het Veilige Land is gered.

Heeft het boek je aan het denken gezet?
Het boek heeft bij mij de volgende vragen opgeroepen:
- Lukt het Tungdil om het Rijk der Vijfden opnieuw op te bouwen?
- Is het Dode Land inclusief het Kwaad nu voorgoed verslagen?
- Leven Giselbart en de andere overgebleven Vijfden nog?

Woorden uitleg
- Cycli: Een cycli komt ongeveer overeen met een jaar. In het boek wordt niet precies beschreven hoeveel cycli een jaar is, maar het is redelijk logisch dat het een jaar is.
- Vuurkling: Het legendarische wapen, waarmee Nod’Onn moet worden verslagen. Dit wapen is het enige wapen dat instaat is demonen uit hun gastheer te halen. Het moet worden vervaardigd door de gebundelde krachten van Vier Stammen.
- Famulus: Een tovenaar, meestal onder begeleiding van een Magus.
- Alf/Alfin: Dienaren van het Dode Land. Ze lijken als twee druppels water op de elfen, het enige wat hen onderscheidt zijn hun pikzwarte duistere ogen.
- Het Dode Land: Het Dode Land omringt het Veilige Land. Het Dode Land is de thuisplaats voor de orcs, alfen, ogers en alle andere slechte wezens. Het Dode Land probeert al sinds mensenheugenis het Veilige Land over te nemen.
- De Verschillende Dwergenstammen:
De Eersten: Het in het Westen gelegen dwergenrijk. Deze Stam, genaamd Borengar, wordt niet geregeerd door een koning, maar door een koningin. Deze Stam staat bekend om zijn uitstekende smeedkunsten.
De Tweeden: Het in het Zuiden gelegen dwergenrijk. Dit is de Stam waar de huidige dwergengrootvorst woont. De stam, genaamd Beroïn, staat bekend om zijn briljante steenhouwkunsten
De Derden: Het in het Zuid-Oosten gelegen dwergenrijk. Deze stam, genaamd Lorimbur, is anders dan de andere vier stammen, omdat deze stam ook wel de Dwergendoders worden genoemd. Zij wonen in een afgelegen gebied, en houden ervan dwergen van andere stammen te doden.
De Vierden: Het in het Noord-Oosten gelegen dwergenrijk. De stamleden van deze stam, genaamd Goïmdil, zijn experts op het gebied van edelsteenslijpen. De twee troonpretendenten komen uit deze stam.
De Vijfden: Het in het Noorden gelegen dwergenrijk. Deze stam staat ook wel bekend als Giselbart. Lang geleden is het Kwaad het Rijk der Vijfden binnengedrongen, en heeft de Vijfden totaal uitgeroeid.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

K.

K.

In het verslag staan 2 foutjes.
In het begin staat er dat Tungdil 30 cycli is, klopt niet want hij is 63 cycli. Bij het onderwerp: Boïndil Dubbelkling en Boëndal Piekhand staat er dat ze donkerblond haar hebben. Maar ze hebben een zwarte baard en zwart haar.
De foutjes. Heb het boek zelf gelezen.
Gelieve te veranderen.

Kathy W.

14 jaar geleden

S.

S.

Hallo

In het boekverslag staat dat Tungdill komt uit de stam der vierden maar dit klopt niet met de verhaal lijn en wat in het boek staat.

Tungdill komt namelijk uit de stam der derden, Hij is van de stam van Lorimbur

14 jaar geleden

A.

A.

- Lukt het Tungdil om het Rijk der Vijfden opnieuw op te bouwen?
ja
- Is het Dode Land inclusief het Kwaad nu voorgoed verslagen?
nee
- Leven Giselbart en de andere overgebleven Vijfden nog?
nee

11 jaar geleden