Alleen vmbo'ers gezocht! Waar denk jij aan bij duurzaamheid? Vul de vragenlijst in en maak kans op een Bol.com bon van 15 euro

Meedoen

Richard Strauss

Beoordeling 4.2
Foto van een scholier
  • Biografie door een scholier
  • Klas onbekend | 647 woorden
  • 31 mei 2001
  • 15 keer beoordeeld
  • Cijfer 4.2
  • 15 keer beoordeeld

Persoon
Taal
Nederlands
Vak
Richard Strauss ( voluit : Richard Georg) geboren te München op 11 juni 1864, gestorven te Garmisch-Partenkirchen op 8 september 1949, Duits componist en dirigent, zoon van Franz Stauss geboren te Parkstein 26 februari1822, gestorven te München op 31 mei 1905, eerste hoornist bij de Münchener Hofkapelle, kreeg zijn eerste pianolessen op vierjarige leeftijd van harpist Tombo. Vier jaar later leerde hij viool spelen en schreef hij zijn eerste composities. Gedurende zijn gymnasiumtijd (1874-1882) studeerde hij theorie, compositie en instrumentatie bij F.W.Meyer.Na zijn eindexamen volgde hij enige tijd colleges filosofie, esthetica en kunstgeschiedenis in München. In 1884 ontmoette hij Hans von Bülow, de toenmalige dirigent van de Meininger Hofkapelle, die hem zonder voorbereiding een uitvoering in het openbaar liet dirigeren van zijn Suite op blazers op 4.Het succes van deze uitvoering betekende het begin van Strauss' briljante carrière als dirigent. Achtereenvolgens aanvaardde hij benoemingen in Meiningen(1885-1886), München (1886-1889), Weimar (1888-1893), wederom München(1894-1898) en Berlijn(1898-1918).Hier leidde hij terzelfder tijd de Berliner Philharmoniker en de Opera als Hofkapellmeister; van 1917 tot1929 hield hij er bovendien een compositieklasse aan de akademie der Kste. Tezamen met Franz Schalk had hij van 1919 tot 1924 de leiding van de Weense Staatsopera. Nadien trad hij uitsluitend op als gastdirigent en wijdde zich aan het componeren in zijn villa te Germanisch.Als oprichter van het Genootschap van Duitse Componisten (1898, samen met Fr. Rösch en H.Sommer, wist Strauss veel bij te dragen tot de verbetering van de maatschappelijke positie van de componisten van zijn tijd.Van 1933 tot 1935 was hij voorzitter van de Reichmusikkammer, uit welke functie hij moest terugtreden nadat zijn correspondentie met de joodse dichter Stefan Zweig, librettist van zijn opera Die schweigsame Frau (1934-1935), door de nazi's was onderschept. Na de capitulatie van het Duitse Rijk in 1945woonde hij enige jaren in Zwitserland; hij kreeg in 1949 toestemming naar Garmisch terug te keren.

Als componist behoort Richard Strauss tot de belangrijkste figuren uit de muziekgeschiedenis van de late 19de en vroege 20ste eeuw. Geworteld in de laatromantiek is zijn werk toegespitst op de typisch 19de-eeuwse genres van het symfonisch gedicht en het muziekdrama. Hoewel aanvankelijk streng in de geest van Brahms opgevoed, kwam hij in 1885 door toedoen van zijn vriend A. Ritter in aanraking met de muziek van Wangher, die van overheersende invloed zou worden voor zijn latere werk. In een reeks symfonische gedichten, waar onder Don Juan(1888), Tod und Verklärung (1889), Till Eulenspiegels lustige Streiche (1895), Also sprach Zarathustra (1896) en het autobiografische Ein Heldenleben (1898), voert hij de virtuoze orkeststijl van List en Wagner naar een ongeëvenaard hoogtepunt. Kenmerkend voor deze symfonische werken met programmatisch karakter is dat het illustratieve detail vaakop dratische wijze gestalte krijgt.


Van daar naar de muziekdrama's, waarvan de productie eerst na de eeuwwisseling goed op gang kwam, is slechts een kleine stap. Salome (1904-1905) en Elektra(1908-1909) zijn in feite doorgecomponeerde symfonische werken met obligate zangstemmen. In harmonisch opzicht heeft Stauss hier zijn meest geavanceerde muziek geschreven, waarbij op sommige plaatsen het tonale klankbeeld geheel wordt prijsgegeven ten gunste van een tot het uiterste doorgevoerde expressieve chromatiek. De consequentie van een geheel atonale muziek heeft de componist echter nimmer willen aanvaarden. Reeds in zijn volgende opera, Der Rosenkavelier (1909-1910), manifesteert zich de terugkeer naar een gematigder stijl, waarin de melodische lijn is beïnvloed door Mozart. Het probleem van de verhouding tussen woord en toon, dat Strauss voordien reeds in een groot aantal liederen had beziggehouden, werd in latere jaren de inzet vooreen een lange rij opera's. In samenwerking met Hugo von Hofmannsthal ontstonden achtereenvolgens Ariedne auf Naxos (1912), Die Frau ohne Schatten (1914-1917); Die Ägyptische Helena (1924-1927) en Arabella (1930-1932).Na de dood van deze dichter bleef Strauss voortdurend op zoek naar nieuwe teksten die hem muzikaal konden inspireren. Veelbetekenend is dan ook dat zijn laatste meesterwerken op vocaal terrein liggen: de opera Capriccio (1940-1941) en de Vier letzte Lieder voor de sopraan en orkest(1948).

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.