Op 15 juli 1606 werd Rembrandt van Rijn ter wereld gebracht. Niemand vermoedde dat hij de grootste schilder van het Holland van de Gouden Eeuw zou worden. Hij was het tiende kind van de molenaar Harmen Gerritsz van Rijn en de bakkersdochter Neeltgen Willemsdr. Van Zuytbroeck. Rembrandt stamde dus af van een handwerkersfamilie, zoals de meeste schilders uit die tijd. Hij werd geboren onder stormachtige omstandigheden van oorlogen en godsdienststrijd.
Al vroeg ontdekte hij dat de 34- jaar oudere Vlaamse schilder Rubens zijn grote voorbeeld was. Rembrandt wou eerst van hem leren, daarna met hem rivaliseren en hem vervolgens naar de kroon steken. Hij moest en zou een tweede Rubens worden !
Eerst zat hij op een deftige Latijnse school (Latijn was een must voor schilders uit die tijd). Hij was een goede leerling en daarom besloot zijn vader hem naar de beroemde, Leidense universiteit te sturen. De 14- jarige Rembrandt wou dit helemaal niet. Hij had meer interesse voor het tekenen. Zijn studieresultaten waren dan ook beneden alle peil. Zijn vader haalde hem van de universiteit en hij mocht als leerling bij de Leidse kunstschilder Jacob van Swanenburch in de leer gaan. Hij bleef daar tot zijn achttiende.
In 1624 ging hij naar Amsterdam. Hij bleef slechts een half jaar leerling van Pieter Lastman (van 1624 tot 1625). De allervroegste werken die we van Rembrandt kennen, zijn niet echt veelbelovend en lijken op een zeer middelmatig talent te wijzen. Maar de leertijd bij Lastman brengt een onstuitbaar creatief proces op gang. Hij ontpopte zich tot een koortsachtige zoeker en werd een succesvol schilder, die als geen ander kon spelen met licht en schaduw.
Toen hij terug in Leiden was (1625), begon hij als zelfstandig schilder. Hij deelde een atelier met Jan Lievens en had zelfs al op 21- jarige leeftijd een eigen leerling : Gerard Dou. Spoedig zouden er meer leerlingen volgen. Zij imiteerden Rembrandts stijl zeer nauwkeurig en daardoor wordt de authenticiteit van sommige van zijn werken in vraag gesteld.
Jan Lievens had veel werken over bijbelse figuren en portretstudies. Zijn stijl maakte veel indruk op Rembrandt. Daardoor ging hij later ook veel zelfportretten en godsdienstige taferelen schilderen (vb. « De Kruisafname » en « De thuiskomst van de verloren zoon »). In de jaren 1627 en 1628 laat hij de nadrukkelijke kleur- en structuureffecten achterwege en komt tot een meer éénkleurig effect. Hij schilderde vooral kleine panelen en legde de nadruk op de uitbeelding van sterke gemoedsaandoeningen.
Er was een grote vriendschap tussen Rembrandt en Lievens. Ze worden nu nog altijd een « edel en jong schildersduo » genoemd.

In juli 1632 logeerde hij bij de kunsthandelaar Hendrik van Uylenburch en vestigde zich voorgoed in Amsterdam. Dit betekende ook het einde van zijn Leidse periode (alles voor 1632) en komen we terecht in de Amsterdamse periode (van 1632 tot 1640).
Hij opende zijn eigen atelier en had in de eerste vier jaar al 50 portretten geschilderd (hij ontving ca. 500 gulden per schilderij, terwijl gewone werklieden niet meer dan 100 gulden per jaar verdienden). Eén van zijn eerste belangrijke opdrachten was het op canvas legggen van de « Anatomische les van Dr. Tulp ». Hij ontwikkelde zijn kenmerkende gebruik van licht en donker en had een fascinatie voor gezichten (vb. « De anatomische les »). Zijn werk was aanvankelijk vrij barok. In 1633 plaatste hij zichzelf in traditie door alleen met zijn voornaam te signeren.
In 1634 trouwde hij met Saskia van Uylenburch (de nicht van H. van Uylenburch, waarbij hij gelogeerd heeft), die afstamde uit een Fries patriciërsgeslacht, dat een enorme bruidsschat aanbracht. Rembrandt voelde zichzelf al snel een gerespecteerd patriciër, hij was immers de favoriete schilder van de toonaangevende generatie. Hij woonde in een groot herenhuis (het huidige Rembrandthuis). Van de vier kinderen die ze kregen, bleef alleen Titus in leven.
Sinds dat moment begon hij aan het ambitieuste van een hele reeks portretten van zijn vrouw, die in alle pracht en praal afgebeeld werd. Hij voltooide dit pas na haar vroege dood in 1642.
Hij kreeg opdrachten van Gerrit van Uylenburch (de oom van Saskia), maar hij werd steeds nukkiger in het contact met zijn opdrachtgevers. Zijn veelbelovende contract met het hof in Den Haag verwaterde en hij kreeg daardoor ook geen vervolgopdracht. Hij had ook geen oog voor de voortdurend wisselende machtsverhoudingen binnen het Amsterdamse patriciaat en zo was hij niet in staat de juiste beschermheren voor zich in te nemen. Bij de grootste openbare opdracht die de stad in de 17e eeuw te geven had, nl. de decoratie van het nieuwe stadhuis, werd hij de loef afgestoken door een van zijn voormalige leerlingen : Govaert Flinck.

In het begin van de Middenperiode (van 1640 tot 1650) bereikte Rembrandt zijn absolute top. Rubens was gestorven en nu pas ontdekte hij zijn eigen, onafhankelijke stijl en blies vrijwel elk genre binnen de schilderkunst nieuw leven in, van historiestukken en portretten tot naakten en etsen. Hij zocht andere middelen om de meer eenvoudige, rustige en diepere gevoelens in zichzelf tot uitdrukking te brengen. Hij vond deze middelen in de klassieke stijl, door terug te grijpen naar het werk van de meesters van de Renaissance. Er komen zowel barokke elementen als klassieke neigingen in zijn werk voor.
Na de dood van Saskia was zijn carrière over het hoogtepunt heen. Sindsdien ging het steeds bergaf en die neergang was, zeker na 1650, niet meer te stoppen.
Hij begon een relatie met Geertje Dirckx, die de voedster van zijn zoon Titus was. Deze was hij snel beu en in haar plaats nam hij de jonge Hendrickje Stoffels als dienstmeisje aan. Samen kregen ze een dochter Cornelia.
Geertje echter klaagde Rembrandt in 1649 aan, vanwege een mondeling gegeven huwelijksbelofte en daagde hem voor de rechter. Het vonnis was dat hij haar regelmatig onderhoudsgeld moest betalen.
Hendrickje daarentegen werd in 1656 door de kerkeraad uitgesloten, omdat ze met Rembrandt een buitenechtelijke relatie had. Hij waardeerde Hendrickje enorm, maar wou niet met haar trouwen, omdat hij dan het vermogen van Saskia aan haar familie moest teruggeven. Daar was hij financieel niet meer toe in staat.

In zijn laatste periode (van 1650 tot 1669) gaf hij de gladde schilderstijl en zorgvuldige uitwerking op. In de plaats bracht hij de verf zo aan, dat het een reliëf werd. Hij deed dit met een paletmes of soms zelfs met zijn vingers. Op andere plaatsen bracht hij dan weer een uiterst dunne laag aan, zodat het doek een spanningsveld werd en aantrekkelijk was voor het oog. Daarbij gebruikte hij geen felle kleurcontrasten, maar concentreert hij zich op het nuanceren van bruintonen. Deze stijl is onder andere gebruikt op « het portret van Margaretha de Geer ».

Door zijn grote koopzucht en doordat hij helemaal niet met geld kon omgaan, moest hij zich in 1656 officieel solvent laten verklaren. Zijn bezit werd verbeurd verklaard. In 1660 stichtten Hendrickje en zijn zoon Titus een vennootschap waarvoor Rembrandt werkte. Zo konden ze hem tegen zijn schuldeisers beschermen. Hij bleef nog handel drijven met zowel zijn eigen etswerk als met oude kunst.
In 1661 kon hij een opdracht voor een groot schilderij in de wacht slepen, nl. « De samenzwering van Claudius Civilis ». De raadsleden aanvaardden het werk niet en hij bleef met het reusachtige werk zitten.
In 1663 stierf Hendrickje vermoedelijk aan de pest en een jaar voor Rembrandts dood, stierf zijn enige zoon Titus.
In 1669 stierf Rembrandt in armoede. Zijn stoffelijk overschot werd in de Westerkerk te Amsterdam bijgezet.

Met zijn immens schildersoeuvre (420 schilderijen) dat ca. 300 etsen en ca. 1400 tekeningen bevat, behoort Rembrandt zeker tot de meest productieve en invloedrijkste schilders uit de Europese kunstgeschiedenis. Hij is ook één van die geniale vernieuwers die gehele generaties kunstenaars in hun ban hielden. Hij was ook al tijdens zijn leven internationaal beroemd. Zijn werken zijn verspreidt over Europa en de Verenigde Staten.

In het begin werd hij wel gewaardeerd, maar later werd dat minder. J. van Sandrat was de eerste die negatieve kritiek over hem produceerde (in 1675). Hij verweet Rembrandt ervan de regels van de kunst niet te volgen. Hij maakte hem af als een onontwikkelde schilder. Daardoor veranderden Rembrandts werken in een hoop waardeloze troep.
A.Houbraken schreef zijn kritiek zo op dat het leek alsof het Rembrandts eigen uitspraken waren. Zo dachten de mensen dat hij van slechte afkomst was en ontstond er een totaal verkeerd beeld van hem.

Rond 1715 kreeg hij zijn erkenning terug. De mensen begonnen hem terug te waarderen. Er ontstond zelfs een Rembrandt- epigonisme bij de kunstenaars en hij kreeg in 1853 in Amsterdam een standbeeld.


Ik heb Rembrandt van Rijn gekozen omdat hij anders was dan alle andere schilders. Hij had een eigen kijk op het leven.
Hij volgde wel de barok, maar gaf er steeds een « personal touch » aan. Hij aarzelde ook niet om tegen de kunstregels in te gaan. Daarom is hij niet zoals vele andere schilders vergeten.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

sara

sara

wat een stom werkstuk hij is te lang goed gedaam

1 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

Esmee

Esmee

Geef volgende keer (onderwerpen) kopjes aan
x wel goed gedaan

6 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

F.

F.

Je werkstuk vind ik wel oke het is niet zo intressant toen ik begon met lezen had ik al geen zin meer om de rest te lezen maar mijn werkstuk gaat ook over rembrandt van rijn en ik had het fijner gevonden als er hoofdstukken waren en meer alinea's Groetjes Fleur :D

7 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

I.

I.

Etsen is goed, maar hij was inderdaad het negende kind. Niet het tiende

7 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

Z.

Z.

je hebt het mooi geschreven maar wanneeer is hij dood gegaan hij was 15 juli 1606 en wanneer ging hij dood dat wil ik efe weten stuur me een e-mail terug graag dankje wel voor je hulp

14 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

A.

A.



Je werkstuk is geweldig!!!!!!!!!!!

16 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

F.

F.

t is een goed werkstuk over rembrandt ik hoop dat ik er een goed cijfer van krijg
groetjes femke en
kusjes leonie

16 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

Stef

Stef

jah, 't is ikke, é. Ewel 'k vinne dat da een vréé goe werk is. Nu moe'k mee bezighouden mè da stom ding van Frans.

Ciao!!!

17 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

M.

M.

beste stef ik heb er veel aan gehad en ik heb zowat daar we hele werkstuk van gemaakt dus dankjewel groetjes mariska

17 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

A.

A.

er staat dat Rembrandt van Rijn het tiende kind van Harmen Geritszoon van Rijn zou zijn, volgens andere bronnen is hij het negende kind.
vr. gr. astrid

13 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

T.

T.

er staat etsen het moet schetsen zijn

12 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast