Hou jij van lezen of juist helemaal niet? Doe mee aan deze vragenlijst en maak kans op 15 euro Bol.com-tegoed!

Jacob Jensen

Beoordeling 4.6
Foto van een scholier
  • Biografie door een scholier
  • Klas onbekend | 638 woorden
  • 28 maart 2001
  • 16 keer beoordeeld
Cijfer 4.6
16 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE

Waarin maak jij het verschil? Klik en ontdek de bachelors van Wageningen University

Bekijk alle 20 bachelors van Wageningen University

Het is 1978. Hij draagt een horloge van Bruno Ninaber, rijdt in een oude Citroen DS en luistert naar een radio van Bang & Olufsen. En waarom? Zijn die spullen bruikbaar? Welnee, Een Ninaber horloge hangt ondersteboven, een DS is reuze kwetsbaar en op een Bang & Olufsen radio moet je een kwartier zoeken voor je de volumeregelaar gevonden hebt, waarna je nog twintig minuten met de gebruiksaanwijzing moet studeren voor je hem ook kunt bedienen. Is onze man die dergelijke spullen aanschaft verstandig? Nee, natuurlijk niet, maar toch heeft hij overduidelijk stijl, smaak en ook nog eens geld genoeg om zich deze fratsen te veroorloven. Jacob Jensen heeft erg goed begrepen waarom dergelijke weldenkende mensen vanaf de jaren zeventig duidenden guldens meer betaalden voor een Philips televisie met een afwijkende buitenkant. Het noodzakelijke voorwerk werd gedaan door oprechte functionalisten die een maatschappelijk engagement koppelden aan een bepaalde manier van ontwerpen. Le Corbusier en Mart Stam geloofden in een maakbare wereld, waarin met vooruitstrevende technische oplossingen een heleboel problemen op het gebied van goedkope producten en massabouw opgelost kon worden. Met die manier van denken werd een functionalistische vormgeving geïntroduceerd, waarvan een groeiend publiek aannam: dat is goed, het is goed bedoeld en het is goed ontworpen, bruikbaar en functioneel. Jacob Jensen, maar ook bijvoorbeeld Porsche Design namen de stijl van deze ontwerpovertuiging over. Zij maakten vanaf de jaren zeventig prachtig blinkende of later matzwarte producten zonder decoratie en deden hun best om maar een kleine plaats in de radiowinkel of liever nog, in de museumwinkel, te veroveren. De design afficionado die zich een Jacob Jensen product aanschafte, onderscheidde zich ermee van het plebs dat van bloemengordijnen en perzische tapijtjes hield. Nogmaals: het is 1978 en heel veel mensen houden van bloemengordijnen en perzische tapijtjes. Volgens de ijzeren wet van het zinkende cultuurgoed begonnen in de jaren die volgden ook de vrienden van Joke Bruis en Lee Towers van Design te houden.

En wat Design was kon inmiddels een blinde marktkoopman op de Albert Cuyp je al vertellen: matzwart, hagelwit en glanzend chroom, spullen zonder krullen. Binnen no-time verkocht ook Leenbakker stoelen van Mart Stam en V&D tapijten naar de schilderijen van Mondriaan. De spullen van Jacob Jensen bleven in de jaren tachtig door hun prijs ver buiten bereik van de goedwillende bewoners der buitenwijken, maar of je als man van de wereld, de smaakbepaler van voorheen, je nog kon onderscheiden met een B&O waar DESIGN op het spreekwoordelijke voorhoofd stond geschreven: nou nee. Niet alleen Jensen en Porsche waren uit de gratie, goede smaak was dat namelijk al veel langer. Het waren de honderdduizenden abonnees van massa-tijdschriften als Eigen Huis & Interieur (en tot op de dag van vandaag geloven) in de veilige kracht van de Goede Smaak en een Jensen bovenaan hun verlanglijstje zetten. Tegelijkertijd met de opkomst van Jensen en B&O in de jaren zeventig werd juist slechte smaak, de vormgeving uit het woonwagenkamp, een sublieme mogelijkheid tot onderscheid tussen voorlopers en navolgers, tussen avant garde en goed verdienende burgerman. Het is in de periode na 1978 en inmiddels weten we dat ook de camp en de slechte smaak doorgedrongen zijn tot de middenklasse van Ikea-tweeverdieners en nichten uit de provincie onder aanvoering van Paul de Leeuw. Anno 2001 bestaat een nostalgie naar het moderne, een verlangen naar het zonder voorbehoud mooi vinden van moderne huizen, interieurs, auto’s en andere producten. De werkelijke kunstenaars geven dit nieuwe verlangen vorm in gebouwen als de Kunsthal en de Erasmusbrug te Rotterdam of de Universiteitsbibliotheek in Delft. In hippe tijdschriften als Wallpaper wordt weer openlijk gelonkt naar “de man van de wereld” die smaak en geld heeft en de toekomst omarmt. Niet zelden staan in de perfect gestylde fotoreportages van zo’n tijdschrift de spullen van Jacob Jensen prominent in beeld, als nostalgische verwijzingen naar (hoe paradoxaal) een oprecht modernisme.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.