Sportsponsoring

Beoordeling 4.8
Foto van een scholier
  • Betoog door een scholier
  • 4e klas vwo | 2000 woorden
  • 17 mei 2002
  • 44 keer beoordeeld
  • Cijfer 4.8
  • 44 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
De Galaxy Chromebook maakt je (school)leven makkelijker!

Met de Galaxy Chromebook Go kun je de hele dag huiswerk maken, series bingen en online shoppen zonder dat 'ie leeg raakt. Ook kan deze laptop wel tegen een stootje. Dus geen paniek als jij je drinken omstoot, want deze laptop heeft een morsbestendig toetsenbord!

Ontdek de Chromebook!
Godsdienst Essay

De zin en onzin van sportsponsoring

Het is 2002, het jaar van de Olympische Winterspelen. Na maanden en misschien zelfs jaren van voorbereiding is het dan eindelijk zover. De verwachtingen van de Nederlandse schaatsers zijn hoog gespannen. Na de vele medailles in Nagano 1998 hoopt iedereen op een evenaring of zelfs op een verbetering van dat resultaat. Er zijn op elke afstand wel kansen voor medailles. Een van de favorieten is schaatser Jochem Uytdehaage.
Nog twee ronden heeft Jochem Uytehaage te gaan. Hij is op weg naar zijn tweede gouden medaille tijdens de Olympische Spelen in Salt Lake City. Nu de tien kilometer. Hij heeft de 5.000 meter al gewonnen. Iedere ronde onder de dertig seconden. Als hij zo doorgaat is hij de eerste schaatser ooit die onder de dertien minuten rijdt. Het wereldrecord staat op 13 minuten 3 seconden en 40 honderdste gereden in 2001 door Gianni Romme. Uytdehaage finisht in 12 minuten 58 seconden en 92 honderdste. Een fantastische prestatie.

Uytdehaage is dit seizoen nog lid van de KNSB-kernploeg. Met ingang van het volgend schaatsseizoen worden de kernploegen opgeheven. Dan zijn er alleen nog commerciële ploegen. Kan deze talentvolle schaatser zijn prestaties van het afgelopen jaar (Olympisch-, wereld-, en Europees kampioen) volgend jaar evenaren in een commerciële ploeg? Dat is maar zeer de vraag. Wij zetten daar grote vraagtekens bij. Aangezien de prestaties van de zogenaamde kampioenenploeg van coach Peter Mueller met Gianni Romme, Marianne Timmer, Jan Bos en Erbern Wennemars zwaar tegenvielen in Salt Lake City. Deze duur betaalde topsporters zouden namelijk met al hun sponsoring wel een paar keer goud halen. Conclusie na afloop: alleen Romme en Bos haalden een medaille. Zilver op de 10.000 meter voor Romme, achter Uytdehaage. En zilver op de 1.000 meter voor Bos. Wat dat betreft heeft sponsor Spaarselect weinig waar voor zijn geld gekregen. Erben Wennemars kon de grote verwachtingen niet waar maken. Hij blies zich zelf op. Deze schaatsers zijn stuk voor stuk goede schaatsers maar waarschijnlijk presteren ze door de grote druk onder hun niveau. Niet alleen de druk kan een rol spelen bij sport. Het lijkt er op dat de tegenwoordig alleen sporters voor het geld gaan en niet meer voor de eer. Als dat zo is dan is dat heel raar. In de tijd van de Grieken en Romeinen werden ook Olympische Spelen gehouden. Als je toen won kreeg je als je geluk had een laurierkrans. Verder geen geld of goud. Daarentegen was je wel voor de rest van je leven beroemd en keek iedereen tegen je op. Het was toen een eer als je voor je eigen stad of dorp een grote wedstrijd won. Deze moraal zie je tegenwoordig veel minder terug de essentie van sport wordt uit het oog verloren. En dat is natuurlijk hartstikke jammer.
Een ander voorbeeld. Bij Ajax speelt een Egyptenaar, genaamd Mido. Deze speler werd voor veel geld en onder hoge verwachtingen gekocht. Hij zou wel voor doelpunten en voor aantrekkelijk spel bij Ajax gaan zorgen. Maar nu tegen het eind van de competitie blijkt dat Mido helemaal niet zo goed presteert als verwacht. Hij heeft maar enkele doelpunten gescoord en is nauwelijks zeker van een basisplaats. Hij verdient wel bakken met geld, rijdt in een peperdure Ferrari en woont in een huis dat eerder een villa is. Nu kun je je afvragen of dit wel een goed voorbeeld is voor de jeugd. Een speler die nauwelijks presteert maar toch binnen de kortste keren financieel onafhankelijk is. Dat is toch een vreemde conclusie. Kinderen kunnen denken dat ze zonder ook maar iets te hoeven doen veel geld kunnen verdienen. En dat is natuurlijk helemaal niet waar. Op deze manier heeft sport dus een slechte invloed.
Zoals uit deze voorbeelden blijkt is sponsoring in de sportwereld tegenwoordig helemaal niet gek meer en het wordt alsmaar erger. De commercie is nauwelijks meer weg te denken. Clubs veranderen hun naam voor de naam van de hoofdsponsor. Teams lopen in een van alle sponsornamen voorzien tenue en overal ontstaan nieuwe sportcomplexen met bijvoorbeeld bioscopen erin. De kantines worden tegenwoordig geleid door een cateringservice en niet meer door vrijwilligers. Soms gaat het zo ver dat er spelregels worden veranderd om het voor de toeschouwer en dus indirect voor de commercie, aantrekkelijker te makken, kijk maar naar volleybal waar het zogenaamde rallypoint-system werd ingevoerd. Bij het schaatsen komen er misschien – net zoals bij het baanwielrennen – onderdelen zoals achtervolging en puntenkoers. Verder wil men de 10.000 meter afschaffen en daarvoor in de plaats moet dan de 3.000 meter komen. Maar op die manier wordt een allroundkampioenschap meer een sprintkampioenschap. Ook bij badminton en tafeltennis zijn eveneens veranderingen doorgevoerd en bij tennis wordt gepraat over het afschaffen van de tweede service en er wordt sinds kort met een grotere tennisbal gespeeld. Het enige doel is meer toeschouwers en dus meer inkomen voor de sponsoren. Maar het uiteindelijke slachtoffer is datgene waar het allemaal om draait: de sport zelf. Want volgens ons is het helemaal niet nodig om de spelregels te veranderen.
Televisierechten van bijvoorbeeld voetbal zijn in der loop der jaren ook verschrikkelijk hoog geworden. Er werd in 1998 ongeveer 3,3 miljard dollar uitgegeven aan televisierechten. De verwachting is dat dat in 2008 verdubbeld is tot ongeveer 7,5 miljoen dollar (iets minder dan 8,5 miljard euro). De helft van dit bedrag komt van het voetbal. Doordat het slechter gaat met de economie moeten bedrijven steeds dieper in de geldbuidel tasten om deze enorme bedragen op te hoesten wat er vervolgens toe leidt dat ze failliet gaan. Als dat gebeurt krijg je een opeenhoping van zeer negatieve gevolgen. Als er geen wedstrijden meer kunnen worden uitgezonden hebben de clubs minder inkomsten. Dat leidt er toe dat de salarissen van spelers niet meer betaald kunnen worden. En de inkomens zijn tegenwoordig heel hoog. Roy Keane, aanvoerder van Manchester United, verdient met zijn nieuwe contract omgerekend 1,6 miljoen euro per jaar. Als ze deze salarissen niet kunnen betalen moeten ze andere belangrijke en aantrekkelijke spelers verkopen en heeft de toeschouwer minder plezier in het kijken naar een voetbalwedstrijd. Hij geeft dus zijn duurverdiende geld uit aan een seizoenskaart van een groot aantal saaie wedstrijden. En dat is natuurlijk helemaal niet de bedoeling want sport hoort in eerste instantie vermakelijk te zijn. Tijdens een bijeenkomst over de crisis met de tv-rechten deed Karl-Heinz Rummenigge, bestuursvoorzitter van de grote Duitse voetbalclub Bayern Munchen, deze uitspraak: “Het gros van middelmatige voetballers heeft de afgelopen jaren veel te veel verdiend. Dat zal in de toekomst veel beter moeten worden gereguleerd. De problemen bij de tv-zenders maken duidelijk dat zij veel irrationele jaren achter de rug hebben. De salarissen zijn de afgelopen jaren exorbitant gestegen, de transfervergoedingen eveneens.” Ook Peter Kenyon, algemeen directeur van Manchester United vindt de hoge kosten negatief: “De kostenescalatie is noch goed voor de afzonderlijke clubs noch voor voetbal in zijn totaliteit. De voetballerij koopt niets voor solitair succes. Pas als de totale voetbalindustrie sterk en gezond is, kan een afzonderlijke vereniging met een gerust hart succesvol zijn.” Op de bijeenkomst werd een algemene zaak vastgesteld: de clubs moeten gaan besparen. In de zogenaamde G14 waar club als Ajax, Dortmund, AC Milan, Liverpool en Real Madrid in zitten moet verstandiger om worden gegaan met het budget.
We hebben het nu over de topsport gehad, maar de jeugd heeft af en toe ook te leiden onder sponsoring. De meeste sponsors spenderen hun geld alleen aan de topsport en bijvoorbeeld niet aan de jeugd. Deze bedrijven geven een paar keer een flinke bak geld, krijgen dan (meer) naamsbekendheid en houden het daarna voor gezien. Maar er zijn uitzonderingen.
De Rabobank bijvoorbeeld geeft veel geld uit aan de Rabobank-wielrenploeg met wereldbekerwinnaar Erik Dekker en Michael Boogerd maar ze hebben ook gezorgd voor jeugdkampen en een jeugdploeg. Hierdoor krijg je een goede doorstroom van jonge en veelbelovende talenten na de uiteindelijke ‘hoofdploeg’. Er wordt dus van onderuit gezorgd dat het in de toekomst zeker is dat er altijd een redelijke ploeg blijft bestaan.
Dit is dus een voorbeeld waarbij sponsoring positief is. Er wordt hier ook in de breedte gesponsord. Nog een voorbeeld: TNT. Het logistieke bedrijf geeft veel geld uit aan het enige Europese golftoernooi in Nederland: het TNT Dutch Open. Maar daarbij geeft TNT ook veel geld uit aan de jeugdafdelingen van de NGF (Nederlandse Golf Federatie). Er worden vanuit de NGF drie ‘touren’ verzorgd waarbij jonge talent de kans krijg om op verschillende mooie locaties in Nederland de spelen. Over alle drie de touren gezien zijn er in totaal achttien wedstrijden. Bij elke wedstrijd worden er ballen ter waarde van ongeveer €12 aan elke deelnemer gegeven. Ook wordt geld gegeven aan de NGF voor ontwikkeling van het jeugdgebied. Bijvoorbeeld door het organiseren van clinics en golfweken of weekenden in het buitenland of gewoon hier in Nederland. Op deze manier krijg je de jeugd ook warm voor het beoefenen van een sport. De bedrijven tonen door deze manier van sponsoren een goede maatschappelijke verantwoordelijkheid. Zij laten zien dat zij bereid zijn veel geld te investeren in projecten zoals ontwikkeling van sport. Andere voorbeelden van het tonen van deze verantwoordelijkheid is bijvoorbeeld het energiebedrijf NUON. Zij sponsorden lange tijd de voetbalclub Vitesse. Ook toen het financieel slecht ging met Vitesse bleven zij geld in de club pompen. Ook Essent is een goed voorbeeld. Essent steunt het NOC*NSF met veel geld. Het NOC*NSF sluist dit geld weer door naar de verschillende sportbonden die onder het NOC*NSF vallen. Door deze sponsoring is het mede gebeurd dat er sinds lange tijd weer een hele goede turnploeg op het Europees kampioenschap actief is. Wellicht gaat deze ploeg zelfs medailles winnen tijdens de Olympische spelen in Athene in 2004. Door deze effectieve strategie krijgen de bedrijven, die op deze manier sponsoren, een beter en betrouwbaarder imago. Weer een voorbeeld van hoe sponsoring hoort te gaan.

En er is nog een derde manier van sponsoring. Er zijn oud-topsporters die veel geld hebben verdiend. Een van deze mensen is Johan Cruijff, hij heeft de ‘Johan Cruijff Foundation’ gesticht. Deze organisatie zet zich in voor kleine voetbaltalentjes in derde wereld landen. Cruijff is doordat hij zich op deze manier inzet kort geleden opnieuw geridderd, hij was al geridderd vanwege zijn voetbalverdiensten. Nog zo’n organisatie is de ‘Richard Kraijeck Foundation’. De toptennisser en Wimbledonwinnaar Richard Kraijeck zet zich in voor kinderen in achterstandswijken in Nederland. Hij geeft bijvoorbeeld clinics in Amsterdam. Op deze manier gaan kinderen sporten in plaats van rondhangen. Zo kunnen aankomende probleem jongeren geen schade meer aanrichten omdat ze liever gaan tennissen dan rotzooi schoppen. Prima acties dus.
Op zich heeft sponsoring dus drie kanten. Je hebt je kant die samenhangt met het voorbeeld van Mido en met de DSB-schaatsploeg deze bedrijven en spelers willen feitelijk geen maatschappelijke verantwoordelijkheid dragen. De sponsors geven een of meer keren een grote som geld uit en daarna verdwijnen ze weer. Het verhaal hierbij is dat er veel geld wordt uitgegeven aan een kleine groep topsporters maar de prestaties gaan daarop niet vooruit, maar op termijn misschien wel op achteruit. De tweede kant is het voorbeeld van de Rabobank, TNT, NUON en Essent . Zij geven geld uit aan de topsporters, maar vooral aan de ontwikkeling van de sport en dragen dus een grote maatschappelijke verantwoordelijkheid. Deze sponsors investeren lange tijd veel geld in een ploeg, club of een sport. Hierdoor krijgen ze een beter imago. En de prestaties gaan vooruit. Het mes snijdt hier aan twee kanten. De derde kant is investeren van geld in projecten die de jeugd bezig houdt. Kinderen die normaal minder kans hebben op het beoefenen van een sport krijgen op deze manier een goede kan. Voorbeelden zijn:de Richard Kraijeck Foundation en de Johan Cruijff Foundation.

Tot slot nog even terug naar Jochem Uytdehaage. Er is onlangs bekend gemaakt dat hij toch naar een commerciele ploeg over is gestapt. Een van de redenen hiervoor is dat zoals gezegd de KNSB stopt met de kernploegen. Dit komt doordat kosten, zoals salarissen, te hoog zijn geworden. Hopelijk presteert Uytdehaage de komende jaren en vooral bij de Spelen in Turijn 2006 net zo goed als de afgelopen jaren.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.