Klonen? Waarom zouden we!



In 1997 werd er voor het eerste een zoogdier gekloond. De wetenschap was aangenaam verrast door dit fenomeen. Dit zaaide erg veel paniek en er laaide een discussie op met betrekking tot deze wetenschappelijke ontwikkeling.

Veel mensen zagen (en zien) het klonen absoluut niet als een goed ontwikkeling.

Men kijkt uitsluitend en alleen met een ethische en een religieuze blik naar deze ontwikkeling.

Ik wijt deze negatieve houding aan beperkte kennis die men heeft over het klonen en het is logisch dat zonder een breder spectrum men algauw ‘tegen’ is.



Ik ben van mening dat het een hele goed ontwikkeling is die niet alleen maar leuk is voor de bio-technologisch onderzoeker, maar ook economische voordelen en zich dus ook voor de ‘gewone man’ kan uitbetalen.



Maar voor ik deze ecnonomische voordelen uitwerk wil ik een ander, maar niet onbelangrijker, aspect willen uitwerken.

Er zitten namelijk grote medische voordelen aan als wij dieren kunnen (en mogen) klonen.

Wij hebben namelijk in Nederland een zeer groot probleem met betrekking tot orgaandonoren.

Wij zouden dit probleem met klonen een stuk kleiner kunnen maken. Wij zijn namelijk in staat om zygotes zo te manipuleren, dat het daaruit groeiende organisme organen heeft die voor de mens ‘bruikbaar’ zijn. Een orgaan is bruikbaar als het genetisch materiaal genoeg lijkt op dat van de receptor van het orgaan.



Ook zouden dieren medicijnen voor ons kunnen máken. Eveneens kunnen wij de dieren genetisch zó manipuleren, dat hun cellen medicijnen gewoon uitscheiden.

Nou vraagt u uzelf natuurlijk af: ‘ja, wij hebben het nu wel over manipuleren, maar dat heeft toch niet zoveel met klonen te maken?’



Maar dat heeft het dus wel. Genetisch manipuleren is namelijk erg ingewikkeld en de slagingskans is erg laag, maar wij zouden dit goed kunnen oplossen door een geslaagd exemplaar te klonen. Zo hebben wij niet één organisme (uit duizend) die een bepaald medicijn maakt, maar zouden wij er tig kunnen maken door het te klonen. Pas dan plukken wij er onze vruchten van.



Nóg een medisch voordeel heeft te maken met proefdieren. Een natuurwetenschappelijke proef moet altijd zó gedaan worden, dat er één variabele factor is.

Aangezien wij proeven zouden kunnen doen met genetisch gelijken, nemen wij een hele belangrijke variabele factor weg.



Het laatste voordeel ligt op het agrarische vlak, maar heeft deels te maken met laatstgenoemde, namelijk de fysiologische gelijkheid.

Fysiologische gelijkheid zou namelijk voor boeren economisch zeer bevorderlijk zijn; melk heeft altijd dezelfde kwaliteit; koeien geven tegelijk melk; koeien zijn tegelijkertijd loops.

Allemaal zaken die de effeciëntie ten goede komt, mede omdat het boeren zeeën tijd bespaart.



Nou zou ik graag de mensen die tegen het klonen zijn, willen vragen of ze al hun ethische ideeën even opzij zetten, en met een ‘open mind’ kijken naar al deze voordelen.

Ik heb absoluut niet de illusie dat ik religieuze argumentering kan ontkrachten, aangezien deze niet is gestoeld op toetsing en feiten.

Maar ik heb wel het vertrouwen dat ik ethische argumenten deels kan weerleggen.

De mens is zijn hele bestaan al bezig met experimenteren: van klievingen van wormen, tot psychologische testen.

De natuur is trouwens al zijn hele bestaan al bezig met klonen; er zijn bacteriën die zich voortplanten d.m.v. klonen en een ééneiïge tweeling is niets anders dan een kloon.

Waarom zouden wij niet iets gaan doen wat dus eigenlijk alles behalve tegennatuurlijk is.



Nou heb ik het uitsluitend gehad over het klonen van zoogdieren. Ik heb absoluut niet gehad over mensen (ook zoogdieren, alleen zien wij onszelf niet als ‘dieren’).

Ik sta tegenover het klonen van mensen heel erg open; we moeten alles een keer geprobeerd hebben, want nieuwsgierigheid is ons menselijk.

Ik vind het erg interessant en vind het absoluut het proberen waard.

Ook op dit gebied staan mensen er negatief tegenover, eveneens wegens ethische redenen.

‘Een mens mag niet gekloond worden aangezien een menselijke kloon er nooit om gevraagd heeft om gekloond te worden’.

Ik vind dit argument een zwaktebod, aangezien ik er ook nooit om gevraagd heb om geboren te worden en tegen voortplanting heeft men ook nooit ethische bezwaren gehad.



Kort samengevat vind ik het klonen een positieve ontwikkeling en vind ik dat zoveel mogelijk ermee moeten experimenteren, ook op het gebied van mensen.

We zouden er namelijk zeer veel voordelen uit kunnen halen op het gebied van dieren. De voordelen op het gebied van mensen zijn bij voorbaat al de bevredigende werking van het hebben van kennis en onze natuurlijke nieuwsgierigheid.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.